Altijd jezelf zijn

In mijn zoektocht naar hoe ik er meer voor mezelf kan zijn (en dus balans kan vinden), vond ik dit mooie artikel van 365. Door het om te denken kun je altijd jezelf zijn.

Hoe kan ik mezelf zijn, ook als ik me onzeker voel?

In een wereld die wordt gedomineerd door te-mooi-om-waar-te-zijn Instagram-plaatjes, gemediatrainde politici en talentenjachten waarbij iedereen alles lijkt te kunnen, is er één ding dat als soort heilig mantra steeds meer aan waarde lijkt te winnen: als je maar lekker jezelf bent, is het goed.

Want ‘jezelf zijn’ is het fijnste wat er is. Als je jezelf bent, ben je ‘authentiek’. Als je jezelf bent, ben je ‘echt’. Of zelfs een stap verder: als je jezelf bent, ben je ‘menselijk’. Het idee van een ‘zelf’ dat je kunt zijn, is al oud. Het gaat uit van een soort vaste, onveranderbare identiteit, die ieder mens bezit. Het liefst is die identiteit ook ‘zuiver’ en ‘puur’, zodat je het constant blijft nastreven. Als je jezelf bent, ben je goed en vrij als een kind.

Logischerwijs: als je dus een keer niet jezelf bent, ben je onecht. Het zogenaamde zelf is als het hart van een ui: omringd door allerlei onwenselijke lagen, die je eerst hebt af te pellen om bij je werkelijke essentie te komen. Dat dit met heel veel tranen gaat, is logisch.

Het verlangen naar authentiek zijn

Maar wacht eens even. We lijken met elkaar één cruciale vraag te vergeten: kun je ook niet jezelf zijn? Als je niet jezelf bent, wie ben je dan? Wij kijken er anders naar. Elke rol die je in je leven speelt, is een deel van jou. Misschien is niet elke rol even ontspannen. Of comfortabel. Of effectief. Maar het is nog steeds jij. Je kunt namelijk niet anders dan jezelf zijn.

Als je gelooft dat je ook niet jezelf kunt zijn, heb je een constructie gemaakt waarbij het heel makkelijk is geworden om jezelf af te wijzen. Je hebt een excuus om jezelf niet leuk te vinden. Die fanatieke jij, die per se dat spelletje wilde winnen? Je was jezelf niet. Die jaloerse jij, die de telefoon van je partner checkte? Je was jezelf niet. Die hysterische jij, die het zogenaamd leuk had op dat feestje? Was jij niet.

Bestaat pure identiteit wel?

Maar wat nou als dat allemaal óók jij is? Wat nou als je eigenlijk altijd jezelf bent, maar dat je alleen sommige stukken van jezelf niet zo sympathiek vindt? Misschien bestaat die eenzijdige ‘pure’ identiteit helemaal niet en ben je een woeste verzameling flexibele toestanden en dubbele gevoelens bij elkaar?

Je bent niet alleen het hart van de ui: je bent alle lagen eromheen ook.

Dan ontstaat er een heel ander speelveld: je bent altijd jezelf. Je kunt stoppen met zoeken naar jezelf, want je bent het al. Het enige wat je hoeft te doen is al die stukjes leuk te gaan vinden.

Bron:

https://www.365dagensuccesvol.nl/nl/nieuws/hoe-kan-ik-mezelf-zijn-ook-als-ik-me-onzeker-voel/3970/

 

2 gedachten over “Altijd jezelf zijn”

  1. Ik denk dat je zeker op bepaalde momenten niet ‘jezelf’ bent. Bewust en soms onbewust. In sommige situaties zal je een andere maskers op zetten: op werk, bij je vriendinnen, bij de buren, bij nieuwe mensen. Ik denk dat je volledig jezelf kan zijn in je meest vertrouwde omgeving: bij je gezin.

    Daarnaast denk ik dat je heel je leven blijft werken om je eigen identiteit te vinden, naarmate je ouder wordt, leer je jezelf steeds beter kennen.

    1. Hoi Demi,

      Bedankt voor je reactie!

      Ik snap wat je zegt. Zelf merk ik dat ik de zoektocht naar wie ik echt ben, vermoeiend en vooral verwarrend vind. Iedereen gelooft wat anders en door alle meningen, vooral van de zgn goeroes/ influencers vergeet ik vaak wat ik zelf geloof.

      Ik geloof dat iedereen in de kern liefde is. En al die niet zo charmante lagen daaromheen (zoals bv de bipolaire stoornis, mijn angsten en onzekerheden) horen ook bij mij. Anders waren ze er niet denk ik.

      Door álle lagen van mijn ui te omarmen als een deel van mezelf hoop ik minder met mezelf en mijn zogenaamde onechte delen in strijd te raken. Want mezelf afwijzen vind ik doodvermoeiend.

      Ik ben wie ik ben. Dit is wat het is. En dat kan ik leuk vinden en dan kan ik niet leuk vinden, maar het is zo. En dan hoef ik dus niet steeds te strijden om zgn lelijke, onechte uien lagen af te pellen. Dat geeft me eigenlijk een relaxed gevoel.

      Al zou ik altijd naar die kern van de ui: liefde willen blijven afpellen, denk ik haha! Die voelt toch het fijnste. Maar dan kan ik ipv afpellen ook mezelf eraan herinneren dat ik die kern heb en trots zijn op de ui die ik bel. En bij mijn gezin, familie en vrienden word ik daar gelukkig ook aan herinnert. Is dat dan onvoorwaardelijke liefde? Door de schillen heen kunnen kijken?!

      Nou ja, een hele filosofische brainfart en work in progress voor mij hihi.

      XOXO Rosie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *