Van levend begraven naar geplant

Ik heb extra contact gehad met mijn psycholoog. Ik heb open kaart gespeeld en ben 100% open en eerlijk geweest. Van de week vertelde ik een vriendin tijdens ons “uitstapje” naar het borstonderzoek dat ik eigenlijk nog steeds niet helemaal eerlijk ben over hoe ik me van binnen voel en over wat er gebeurd is in mijn leven wat me steeds zo van mijn pad brengt.

Ze heeft me aangemoedigd om open kaart te spelen bij mijn psycholoog. Anders kunnen ze je ook niet helpen… En dat klopt. Ik blijf maar in circeltjes draaien en dat is mijn eigen fout.

Dus ik heb een hoop dingen verteld aan mijn psycholoog/ behandelaar die ik nooit aan iemand heb durven vertellen.

Als alle bescherming weg valt

Ik voelde me zó kwetsbaar toen ik het allemaal vertelde en zo voel ik me eigenlijk nog steeds. Alsof ik een naaktslak ben die op z’n rug ligt en vreest dat iemand ieder moment zout op ‘m strooit. En ik ben bang dat, nu ik het eindelijk durf te zeggen, mensen vinden dat ik me aanstel en dat het allemaal wel mee valt.

Voor mij valt het niet mee. Ik sta echt doodangsten uit en wil het liefst wegkruipen in een hoekje onder een stel dekens en er nooit meer onder vandaan komen.

Iedere muur, ieder schild dat ik zorgvuldig met veel moeite heb opgebouwd, brokkelt nu af. Dat vind ik echt doodeng, want ik voel zo onveilig, maar ik voel wel dat het nodig is om verder te komen, want zo kan het niet langer.

En toen zag ik deze afbeelding. Zo’n mooie reminder. Die wil ik met je delen.

Goed nieuws / slecht nieuws

Vandaag moest ik naar de mammapoli (mamma is de medische term voor borst) voor een onderzoek. Al een paar weken voelde ik iets raars in mijn linkerborst. Als ik nog borstvoeding had gegeven, had ik gedacht dat er een melkklier verstopt zat en dat er een borstontsteking aan zat te komen.

Toen vorige week tijdens een picknick met vriendinnen een vriendin vroeg of we onze borsten wel eens checkten, vertelde ik over mijn komende afspraak bij de mammapoli. Ik vertelde welke klachten ik had en een andere vriendin bood aan mee te gaan naar de afspraak.

Dat vond ik erg lief, maar het leek.me niet nodig. Het zou wel niks zijn. Maar ze wilde echt mee en in de folder stond dat het beter was om iemand mee te nemen. Het is natuurlijk ook gezellig.

Slecht goed nieuws gesprek

Dus vandaag was het zover. We moesten om 8.30 aanwezig zijn. Bij foute boel zou het wel de hele dag kunnen duren. Mijn vriendin had voor de zekerheid een hele stapel tijdschriften voor ons meegenomen. We zouden sowieso na afloop thee en taart gaan eten ergens.

Ik kreeg eerst een mammografie. Die schijnt pijn te doen, maar ik voelde er bijna niks van. Ach, met kleine borsten valt er weinig te pletten?! Daarna kreeg ik een echo. Wel even wennen dat die niet op mijn buik ging maar op mijn borst.

Toen volgde een goed nieuws gesprek. Er was niks te zien. Helemaal niks. Er was ook geen verklaring voor mijn klachten. Wel moet ik in augustus weer terugkomen voor een check up. Dat doen ze altijd.

Het klinkt heel bizar, en ik schaam me er ook voor omdat denk ik alle andere vrouwen dolblij zouden zijn met dit goede nieuws, maar ik werd er verdrietig van…

Momenteel zit ik weer zó diep in een depressie met suïcidale gedachten dat borstkanker me een goeie, maatschappelijk geaccepteerde manier leek om een einde aan mijn leven te krijgen. Want borstkanker is een échte ziekte, in mijn beleving. Iedereen snapt het. Je bent niet gek als je kanker hebt, je bent ziek.

Echt ziek ipv gek

Op (borst)kanker zit geen taboe. Mensen snappen kanker. Je bent dan niet mislukt, gek, slap of een aansteller. Het is niet je eigen schuld. Terwijl ik me wel zo voel met mijn bipolaire stoornis. Als ik kanker zou hebben zou ik uit mogen rusten. En misschien zelfs voor eeuwig mogen uitrusten.

Toen ik na afloop taart ging eten met mijn vriendin vertelde ze dat toen ze die week daarvoor mijn klachten hoorde heel erg schrok. Een paar dagen daarvoor had ze namelijk van een sportmaatje precies hetzelfde verhaal gehoord, zosls van het borstonsteking gevoel enzovoort. Ook die vrouw maakte zich geen zorgen en was gewoon alleen naar het onderzoek gegaan. Alleen bij die vrouw vonden ze een 5-8 cm grote tumor. Niet zo’n grote knobbel, maar met uitlopende draden. Dus mijn vriendin was zich zorgen gaan maken.

Toen ik dat verhaal hoorde voelde ik me zó schuldig. Waarom kreeg die vrouw kanker? Ik wil dood, zij niet. Maar zij krijgt kanker, ik niet. Het leven kan zo krom voelen. Ik durfde aan mijn vriendin te vertellen dat kanker me een opluchting had geleken. Een einde waarbij ik eindelijk afscheid  kon nemen van mezelf.

Begrip voor mijn bizarre wens

Mijn vriendin was gelukkig zo begripvol. Ze snapte wat ik zei en waarom ik het zei. Ze vermoedde het zelfs van tw voren al. Ik ken haar al mijn hele leven. Ze kent me zo goed. Ze vond het wel heel pijnlijk, maar het mocht er zijn en we konden erover praten. Wat een geschenk.

Nu ik dit schrijft schaam ik me heel erg en voel ik mega schuldig naar alle vrouwen die slecht nieuws hebben gekregen. Sorry, sorry! Ik bedoel het niet verkeerd! En sorry ook naar al mijn dierbaren. Vooral mijn dochters… Ik wil er voor ze zijn, maar nu denk ik echt dat ze beter af zijn zonder mij. Al wéét ik dat dat niet waar is, het vóelt wel zo.

Ik schrijf het maar weer van me af. Ik hoop het taboe op psychische ziektes te helpen doorbreken. Maar wat ik vooral hoop, is dat ik het taboe bij mezélf doorbreek. Dat ik zelf ga inzien en ga accepteren dat ik een bipolaire stoornis heb. Dat het net als kanker óók een vreselijke en levensbedreigende ziekte is, waarbij ik óók extra rust moet en mag nemen en goed voor mezelf moet en mag zorgen. En hoewel je aan de buitenkant niet ziet dat ik ziek ben, ís de ziekte er wel en net als kanker is het (hopelijk) niet mijn schuld.

Op een dag ga ik weer blij zijn dat ik leef. Daar hou ik aan vast. Ik dacht: hoe leer ik leven met mijn bipolaire stoornis? Toen dacht ik: door te leven en dus door in leven te blijven. Zoals Barry Stevens zou zeggen: Blijven doorrrrgaan! Dus dat doe ik maar.

xoxo

De bipolariteit van een batterij

Wij bipolairen zijn net batterijen. We hebben twee polen, een plus kant (manie) en een min kant (depressie). Als we in de plus staan en (hypo)manisch zijn, zijn we net Duracel konijnen. Niet te stoppen! Maar als we in de min staan, is de batterij echt helemaal leeg en zijn we door de depressie uitgeput. Én net als batterijen zitten we vol lithium ( ja dezelfde lithium!)

Mijn batterij/ accu is momenteel zo goed als leeg. Het alarmpiepje “batterij bijna leeg” gaat al een tijdje. Maar het lukt me maar niet om mijn batterij op te laden.

“Doe waar je vrolijk van wordt! Doe waar je energie van krijgt!” Zeggen ze. Maar ik word van sommige dingen heus nog wel vrolijk, alleen krijg ik er geen energie van. Ik krijg nergens meer energie van. Zelfs slapen helpt niet meer. Alsof ik een lamme accu heb: ik ga aan de lader, maar als ik de stekker eruit trek, loop de accu meteen leeg en klinkt het alarmpiepje.

Lamme accu repareren?

Als mijn telefoon een lamme accu heeft, koop ik een nieuwe accu of een nieuwe telefoon. Maar ik ben geen telefoon die ik kan vervangen. Dus hoe pak ik mijn lamme accu aan? Dat er iéts moet veranderen is overduidelijk. Maar hoe?

Volgens mij moet ik rigoureus mijn “rust routine” gaan aanpakken. Maar dat vind ik dus echt doodeng. Want daarvoor zal ik nog veel vaker “nee” moeten zeggen. Op zowel leuke als niet leuke dingen. En dat ik vaker om hulp moet vragen. Dan ben ik bang dat ze me slappe Sjaak Afhaak de aansteller zullen vinden én dat ik alle fun moet missen. Bovendien, als ik mijn daadwerkelijke grenzen aan moet geven, ziet iedereen mijn inieminie comfortzone. Dat voelt zó kwetsbaar en eng.

Maar hulp vragen, “nee” zeggen en dus mijn grenzen aan geven, is volgens mij de enige manier om die batterij weer voller te krijgen. En dan kan ik ook weer dingen gaan doen. Gedoseerd, alles met mate. Zó wat ben ik daar slecht nog niet zo goed in.

Hoe vol is die batterij?

Als mijn telefoonaccu nog 13% heeft, ik moet nog ergens heen en ik kan niet opladen dan ga ik niet nog Netflixen of andere batterijslurpende dingen doen. Bij mezelf doe ik dat wel. Maar vaak heb ik niet goed door hoe vol mijn batterij is, want tja de ene keer ben ik hypomaan en de andere keer vet depressief. Of soms ben ik aardig “normaal”. Mijn batterij is nogal onvoorstelbaar. Een soort AliExpress batterij.

Hoe vol is die batterij nou precies? Waar loopt mijn batterij van leeg? Wat kost nauwelijks energie en wat levert energie op? Echte energieslurpers herken ik meestal wel, maar dat zijn niet alleen stomme, maar vaak óók leuke dingen en die ik niet wil missen!

Dus nu moet ik gaan uitvogelen hoe mijn batterij werkt. Hoeveel procent er nog in zit en wat de batterij leegt, vult of neutraal laat. Moeilijk!

Duracel konijn

Het niet te stoppen Duracel konijn lijkt een utopie, maar ik weet inmiddels dat het geen duurzame manier is van omgaan met je batterij. Een lege batterij is het andere uiterste en ook geen goeie optie.

Met mijn bipolaire stoornis leer ik de kunst van het balanceren. Doseren, evenwicht vinden, vallen en weer opstaan. Ik hoop dat ik de komende tijd steun heb van de batterij metafoor en mijn batterij kan leren kennen en leer op te laden.

Hoe gaat het met jouw batterij?

xoxo

Waarom “ga uit je comfortzone” geen goed advies blijkt

Wat MEGA uit mijn comfortzone is, is (comfortabel) in mijn comfortzone blijven. Ik heb een piepkleine comfortzone en vind dus eigenlijk bijna alles spannend of ronduit eng. Of het nu nieuw is of bekend, het is spannend en dus levert het stress op en kost het me veel energie. (Tenzij ik manisch ben natuurlijk.) Toch ga ik makkelijker uit dan in mijn comfortzone. Huh?!?!

Van jongs af aan hoor ik dus: doe het maar Roos, je kunt het wel! En inderdaad, als ik iets doe, kan ik het meestal! En goed ook! Omdat je altijd uitvoerig wordt beloond en becomplimenteerd als je succesvol iets doet wat je eng vindt, begreep ik al snel dat uit je comfortzone gaan goed en nodig is. Bovendien hoef ik dan niks te missen en lijk ik “normaal”. Lang leve uit mijn comfortzone gaan! Oké, ik loop er meestal helemaal op leeg, máár dan stel ik tenminste wat voor. Dan kan ik mee doen.

Ik ga dus al mijn hele leve te pas en te onpas uit mijn comfortzone. Soms kan het goed zijn. Dan is het nuttige groeipijn, maar ik vroeg me niet eens af “wat wil ík?” of  “wat levert het me op?” Ik deed het gewoon, want zo hoorde het, dacht ik. En, zo zeiden de goeroes, the magic happens outside your comfortzone!

The magic happens ín your comfortzone

Nu ik zo bezig ben met er voor mezelf te zijn, is het topic comfortzone weer trending voor mij. Ik zit me af te vragen: wat is waar en goed voor míj. Vindt de magie wel plaats buiten mijn comfortzone? Nee! De meeste magie vindt plaats IN mijn comfortzone. Want ik heb dan misschien een hele kleine comfortzone, hij is wél magisch. Vol liefde. Klein en héél fijn.

Ik wil weer gaan kiezen of en hoelang ik uit mijn comfortzone ga. Het roer in handen nemen. Nu dus gaan oefenen met erin blijven en kiezen wanneer ik eruit wil. Spannend!

Ik schrijf alles maar weer van me af. Dat brengt me weer bij mezelf. Bij mijn waarheid. Lezen vind ik, als het resoneert, ook fijn.

Onderstaand artikel vond ik erg treffend en daarom wil ik het graag met je delen.

Een artikel over de comfortzone

‘Kom uit je comfort zone’ is een vaak gehoord advies. Maar wat als dit motto niet het wondermiddel is waarvoor we het houden? Wat als het in veel gevallen juist de oorzaak is van onze depressies en slechte werkprestaties? Pieter Offermans wil er dít over kwijt…

‘Kom uit je comfort zone!’ Krijg je ook weleens dit advies? Misschien hoorde je het van een coach of leidinggevende. Of heb je het in een zelfhulpboek gelezen. ‘Uit je comfort zone komen’ geldt als een deugd. Je moet voortdurend worden ‘uitgedaagd’ en ‘jezelf pushen tot het uiterste’, want alleen zo kun je als persoon ‘groeien’.

Over de onzin van dit motto zijn al een aantal interessante artikelen verschenen. Zo zegt Andy Mort van The Gentle Rebel Podcast: ‘Vergeet wat je hebt gehoord, de comfort zone is je vriend.’ En in NRC schrijft Japke-d. Bouma:

‘Waarom zou je op kantoor uit je comfort zone komen? Presteer je dan beter? Krijg je meer gedaan als je je bureau een paar dagen in het clubhuis van de Hells Angels neerzet, of als je voor de koelkast gaat werken met de deur open? Word je creatiever als je op het toilet van een internationale trein gaat zitten flexwerken, of bij de afdeling sales? Ik dacht het dus niet.’

Zelf krijg ik behoorlijk jeuk als ik de woorden ‘kom uit je comfort zone’ hoor. Dat komt omdat het in de meeste gevallen een slecht advies is. Laat me uitleggen waarom.

‘Uit de comfort zone’ als doel op zich

Het kan zeker zinvol zijn om af en toe iets te doen waar je in eerste instantie geen zin in hebt of bang voor bent. Een groep toespreken over een onderwerp dat je aan het hart gaat, bijvoorbeeld. Uit een gewelddadige relatie stappen. Door de regen fietsen om de kinderen van school op te halen. Of Spaans leren omdat je volgend jaar op wereldreis gaat. In al die gevallen dient het een duidelijk en nobel doel om de comfort zone te verlaten. Maar volgens de goeroes en andere goedbedoelende raadgevers is zo’n doel eigenlijk overbodig. Jezelf pushen om het pushen vinden zij al meer dan voldoende reden.

Inderdaad, voor hen is ‘uit de comfort zone komen’ een doel op zich. Zo stelt de auteur van een blog op MT.nl: ‘Een belangrijke taak voor een leidinggevende ligt niet in het tevreden houden van zijn mensen, maar in het voortdurend uitdagen.’ Het maakt blijkbaar niet uit waarvoor je uit de comfort zone komt, áls je er maar uit komt. (Daarom moeten we bij bedrijfstrainingen dingen doen zoals een liedje zingen met een Unox-muts op.) Ook ik ben niet zonder zonde. Jarenlang verslond ik het ene zelfhulpboek na het andere en in de geest van wat ik las, zei ik zoveel mogelijk ‘ja’ op alles wat er maar op mijn pad kwam. Ik herinner mij dat ik me voor een zomervakantie had aangemeld voor vrijwilligerswerk. Niet omdat het doel me nou zo bijzonder na aan het hart lag, maar ‘je móet immers in beweging blijven, anders sta je stil’.

‘Kom uit je comfort zone’ is een gebod

Het idee dat we ‘voortdurend de uitdaging moeten aangaan’ klinkt nu heel vanzelfsprekend, maar deze manier van denken is relatief nieuw.

Volgens de Deense psycholoog Svend Brinkmann (zie video hieronder) leven we sinds de jaren zestig in een ‘accelererende cultuur’. In onze ervaring is alles voortdurend in beweging. We stoppen onze agenda vol met allerlei afspraken en projectjes omdat we nooit stil mogen staan. We moeten ‘het maximale eruit halen’ tot aan onze dood toe (tekst gaat door onder de video!).

‘Kom uit je comfort zone’ is allang geen vrijblijvend advies meer, maar een strikt gebod. Bedenk eens wat het voor je carrière zou betekenen als je je leidinggevende tijdens een jaargesprek vertelt dat je eigenlijk heel tevreden bent met je functioneren. Dat je voor komend jaar eens minder hoogdravende doelen gaat stellen. Je baas vindt dat waarschijnlijk geen goed idee. Er wordt simpelweg van je verwacht dat je ‘je ontwikkelt’, hoe bekwaam je ook in je vak bent. Volgend jaar moet je beter, creatiever en succesvoller zijn. En het jaar daarop? Dan moet je nóg beter, nóg creatiever en nóg succesvoller worden. Enzovoorts.

Met wilskracht alleen kom je er niet

Maar natuurlijk kun je jezelf niet voor eeuwig blijven overtreffen. Of we dat nu leuk vinden of niet: we hebben niet alles in ons leven zelf in de hand. Je bent als individu toch ook gebonden aan allerlei externe factoren, waaronder politieke, sociaal-economische en biologische omstandigheden. Met wilskracht alleen kom je er niet. Evenmin is er in dit systeem van ‘voortdurende nooit-aflatende verbetering’ een moment waarop jij of de baas tevreden kan zijn. Brinkmann zegt daarover in zijn boek Standvastig:

‘De satirische internetsite Rokokoposten had een verhaal van een man die klaar was met zijn zelfontwikkeling omdat hij zijn volledige potentieel had gerealiseerd. Het verhaal is grappig omdat het volgens de zelfontwikkelingsreligie onmogelijk is om klaar te zijn met zelfontwikkeling. Maar het is tegelijkertijd twee keer zo grappig omdat het de absurditeit van deze religie aantoont.’

Burn outs en faillissementen

En dus raken steeds meer mensen gefrustreerd. Volgens Brinkmann is dit een van de redenen waarom de cijfers voor stressgerelateerde aandoeningen tegenwoordig zo hoog liggen. Honderd jaar geleden mochten we niks en kregen we neuroses. Nu móeten we alles en krijgen we burn outs en depressies.

Niet alleen mensen, maar ook bedrijven ondervinden schade van het ‘kom uit je comfort zone’-gebod. Je kunt wel roepen dat je werknemers ‘voortdurend moet uitdagen’, maar zulk denken leidt onvermijdelijk tot steeds roekelozer gedrag. Barbara Ehrenreich, auteur van Smile or die: how positive thinking fooled America and the world, geeft hiervan een voorbeeld uit de tijd vlak voor de financiële crisis van 2007. De topmanagers van Lehman Brothers en andere grote banken spoorden hun werknemers aan om steeds grotere risico’s te nemen. De paar medewerkers die hun zorgen uitspraken over de riskante koers van het bedrijf (en dus ‘in hun comfort zone’ bleven) werden de mond gesnoerd of zelfs ontslagen. Wie weet, als meer medewerkers de ruimte hadden gekregen om in hun comfort zone te blijven, dan was er misschien helemaal geen wereldwijde economische crisis ontstaan.

Een eerste stap: meer ruimte voor bezinning

Het gebod om voortdurend buiten de comfort zone te leven, levert ons een hoop opgebrande mensen en weinig duurzame successen op. Dat moet veranderen. Hoe? Door nooit meer een uitdaging aan te gaan? Nee, dat zou evenzeer absurd zijn. Maar meer ruimte voor bezinning lijkt mij een goed begin. Twijfelen speelt daarin een belangrijke rol. Elke keer dat je wordt bevolen (of de verplichting voelt) om ‘uit de comfort zone te stappen’ zou je je moeten kunnen afvragen waartoe het dient. Soms zal blijken dat het juist is om een stap erbuiten te zetten. En vaak zal duidelijk zijn dat dat helemaal niet nodig is. In dat laatste geval moet je ook de mogelijkheid krijgen om ‘nee’ te zeggen en standvastig te zijn.

Ik denk dat we hier een stuk gelukkiger van worden. En we leveren nog beter en zinvoller werk ook. Ironisch eigenlijk, want dat is precies wat de pleitbezorgers van het motto ‘kom uit je comfort zone’ hadden willen bereiken.

Bron:

Waarom ‘kom uit je comfort zone’ vaak een slecht advies is

 

Wat is balans nou eigenlijk?

Wat is balans nou eigenlijk? Dat ik vaak uit balans ben, is me wel duidelijk, maar wat is “in balans zijn” dan precies?

Gisteren kwam ik deze omschrijving tegen van Marjolein Mennes. Ik merkte dat het bij mij heel erg resoneert. Het voelt als waar voor mij. Komt ie:

“Balans is niet zo zeer een gevoel, maar een besluit wat je steeds opnieuw neemt om er voor jezelf te zijn.”

Dit voelt voor mij als het omdenken van balans. Balans is dus eigenlijk heel simpel! Oké, het is nog niet makkelijk, maar wel simpel.

Dat maakt het concept “balans” voor mij overzichtelijker en haalbaarder.  Er voor anderen zijn, voelt voor mij als heel vanzelfsprekend. Dan voel ik me als een vis in het water. Er voor mezélf zijn, is een heel ander verhaal, maar als het me balans oplevert, moet ik ervoor gaan!

Er voor mezelf zijn

Ik kan vaak goed aanvoelen hoe een ander zich voelt. Mijn voelsprieten staan altijd naar buiten gericht. Volgens mij zijn de meeste mensen met een bipolaire stoornis ook hoogsensitief. En die combinatie maakt je hypersensitief.

Als ik voel wat er bij een ander speelt, anticipeer ik daarop, zodat ik er zo goed mogelijk voor de ander kan zijn. Soms vervalt dat bij mij in de “red de ander” syndroom.

Als ik voel dat iemand het echt moeilijk heeft, wil ik er zó graag voor de ander zijn, dat ik mezelf helemaal vergeet en over mijn grenzen ga. Dit is voor niemand fijn en helaas heb ik hierdoor in het verleden een aantal vriendschappelijke relaties verpest…

Bij mezelf kan ik óók goed aanvoelen hoe het met me gaat, maar daarop anticiperen vind ik héél moeilijk. Ik hou dus veel rekening met de ander maar niet met mezelf. Gevolg: ik ga enorm over mijn grenzen heen. Ik doe meer dan ik aan kan en verlies mijn balans. Ik voel me dan een falend, mislukt mens.

Sjaak Afhaak

Ik schreef al eerder dat ik me door mijn bipolaire stoornis erg beperkt voel. Ik wil zoveel, maar het lukt me niet. Ik voel me vaak Sjaak Afhaak.

Besluiten er voor mezelf te zijn lukt me niet goed, omdat het me maar niet lukt om te accepteren dat ik deze bipolaire beperking heb.

Diep van binnen heb ik nog steeds het gevoel dat deze ziekte mijn eigen schuld is. Dat ik niet genoeg mijn best doe. En dan voel ik me weer een falend, mislukt mens. Een teleurstelling naar anderen en mezelf. Alsof ik het grootste deel van het leven moet missen, omdat ik het niet bij kan benen.

Maar in feite maakt het niet uit of het mijn schuld is of niet. Als ik balans wil, zal ik er voor mezelf moeten zijn. En mijn nummer één manier om er voor mezelf te zijn, is mezelf rust gunnen en geven. Hoe teleurstellend stom en saai ik dat ook vind. Alleen vanuit rust kan ik accepteren, is mijn ervaring.

Er zijn namelijk wél momenten geweest dat ik mijn bipolaire stoornis accepteerde: in de periode waarin ik rustig en in balans was. Maar dit was óók de periode waarin ik vaak Sjaak Afhaak was… Alleen voelde dat toen niet zo naar.

Uitmaken

Als je te erg uit balans raakt en het écht niet meer gaat in je relatie of op je werk of waar dan ook. Dan kun je de relatie beëindigen. Maar de relatie met jezelf kun je niet beëindigen. Mijn hoofd bipolaire gaat altijd overal mee naar toe.

Dat vind ik mega frustrerend. En ja, ik kan de relatie met mezelf beëindigen door zelfmoord te plegen, maar hoe vaak ik daar ook aan denk en hoeveel plannen ik ook maak, ik wil dat mijn dochters en andere dierbaren niet aan doen.

Ik hunker naar balans. Hoewel ik door een weer hogere lithiumspiegel minder snel overprikkeld ben, zit mijn hoofd nog wel vol monsters. Dinsdag moet ik voor een spannend lichamelijk onderzoek naar het ziekenhuis. Daar krijg ik ook stress van en dus monsters van in mijn hoofd.

Soms gebeuren er dingen waar ik geen invloed op heb. Maar hoe ik ermee om ga, kan ik wel soort van beïnvloeden. Met hulp van mijn dierbaren: een vriendin bood aan om mee te gaan naar het ziekenhuis. En ik zei ja.

Gedeelde smart is halve smart. Ik koos er voor mezelf te zijn, door hulp te accepteren en me niet bezwaard te voelen. Nu voel ik me daar minder wiebelig over.

De relatie met mezelf

Om mijn balans weer te vinden en er voor mezelf te zijn, heb ik in overleg met mijn behandelaar besloten alle afspraken voor de komende drie maanden af te zeggen. Ik moet back to basics en alle stress dingen die ik zelf onder controle heb afzeggen/ niet opzoeken.

Eerst dacht ik weer: wat ben ik een mislukt mens. Loser! Maar nu denk ik: ik doe iets om er voor mezelf te zijn. En dát levert me balans op en dus ook meer zelfliefde. Dus is het de moeite waard.

“Balans is niet zo zeer een gevoel, maar een besluit wat je steeds opnieuw neemt om er voor jezelf te zijn.”

xoxo

Goedbedoeld ongevraagd advies

Cornelie Egelie, schrijver van het superfijne boek Pillendoos, schreef op Facebook een post over onbegrip en goedbedoeld ongevraagd advies.

In mijn omgeving heerst ook nog wel wat onbegrip. Bij mezelf eigenlijk ook. En bij onbegrip horen goedbedoelde ongevraagde adviezen.

Wanneer ben je ziek?

Goedbedoelde ongevraagde adviezen komen uit alle hoeken. Ik weet dat ze van me houden en ik van hun, maar ik krijg meestal toch het gevoel dat mensen mij en mijn kwetsbaarheid niet serieus nemen en me niet begrijpen.

Dat ik niet hard genoeg mijn best doe en me gewoon aanstel. Dat vind ik waarschijnlijk vooral zelf… Ik ben toch immers niet écht ziek!? Maar is dat wel zo?

Als je hoge koorts hebt, ben je ziek. Als je kanker hebt, ben je ziek. Diabetes, corona, hart- en vaatziekten enzovoort. Dán ben je ziek!

Ben ik ziek? Ik krijg zelf nog wel eens het gevoel dat mensen een bipolaire stoornis niet als ziekte zien. Ik vind het zelf ook nog moeilijk en confronterend om het als ziekte te zien.

Wat is ziek?

De definitie die ik op Google vond: “Ziekte is een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking van een organisme. Meer specifiek is het een verstoring van de homeostase, het zelfregulerend proces waarbij biologische systemen hun stabiliteit bewaren door zich aan te passen aan de omstandigheden.”

In die zin ben ik dus ziek, zeker als ik niet stabiel ben. Als ik wél stabiel ben, moet ik nog altijd rekening houden met mijn kwetsbaarheid. De bipolaire stoornis is er dus eigenlijk altijd.

Als het echt slecht met me gaat en suïcidaal ben, blijkt de bipolaire stoornis zelfs een levensbedreigende ziekte. Als er dan een goedbedoeld ongevraagd advies komt, werkt dat héél averechts.

Even naar Sjaan Sjamaan

In haar post schreef Cornelie hoe een kennis van haar na electro convulsie therapie (ECT) bij het AMC het advies kreeg om naar de sjamaan te gaan. Het was volgens sommigen beter om haar gebroken ziel te laten repareren door een sjamaan.

Herkenbaar! Ik heb zó vaak uit alternatieve tips gekregen en in het begin ook uitgeprobeerd, maar ik heb ervaren dat het niks oplost. Het is misschien even fijn en rustgevend, maar het is geen medicijn voor mij, zoals lithium dat is.

Ik ben blij dat mensen als Cornelie helpen om meer bewustzijn en begrip te creëren rondom de bipolaire stoornis.

Het helpt niet alleen anderen, maar ook mezelf om het beter te begrijpen. Pas als je (in)ziet dat en wat er aan de hand is, kun je er echt mee aan de slag.

Ik doe ook maar wat

Ik ben heel blij dat ik uiteindelijk toch in de reguliere gezondheidszorg terecht ben gekomen. De GGZ en voorál medicatie waren vroeger echt een no go voor mij. Hoe anders is dat nu! Al denken de alternatieven er nog steeds anders over…

Nou ja, ik doe ook maar wat, maar ik heb nu eindelijk wél het gevoel dat ik op de goeie weg zit. Dat het duurzaam helpt. Van alles wat ik heb geprobeerd, werkt dit, vooralsnog, het beste. Ik begin mezelf ook steeds beter te begrijpen. Volgens mij.

Iedereen krijgt het

Nu ik dit schrijf denk ik: bijna iedereen krijgt én geeft goedbedoeld ongevraagd advies. Ziek of niet ziek.

Ik hoorde verhalen van mensen met kanker die advies kregen om zeeën van vitamine C te nemen in plaats van chemo, of vrouwen met een onvervulde kinderwens die vooral moesten rebirthen of mensen met diabetes type 1 die meer kaneel moesten eten.

Het zit denk ik in onze aard om meteen advies te geven in plaats van te luisteren. We vinden het naar om iemand van wie we houden in pijn en verdriet te zien. En we worden er ongemakkelijk van. We willen graag dat het leven leuk is. Dus proberen we het snel te fixen met een goedbedoeld ongevraagd advies.

Als het bij een ander helpt, helpt het vast ook bij jou, is de gedachte. En dan is alles weer goed, normaal en comfortabel, zoals we het graag hebben.

Oké zijn met wat er is

Maar inmiddels weet ik wel beter. Toch betrap ik mezelf er nog wel eens op dat ik advies wil geven. Iets moeilijks er “gewoon” laten zijn en luisteren naar wat er is, is makkelijker als je oké bent met jezelf.

Oké zijn met jezelf: dat is een hele levenskunst en iets wat ik (nog) niet goed kan. Weinig mensen kunnen het denk ik. Vandaar de vele goedbedoelde ongevraagde adviezen. Een mooie missie voor de mens om na te streven: oké zijn met jezelf en met wat er is.

Zo, nog even wat goedbedoeld ongevraagd advies van mij haha! Vanaf nu geven en krijgen we het vast noooooit meer!

xoxo

Lecturing vs listening

Een vriendin stuurde me deze afbeelding. Ik vind ‘m prachtig en vooral heel waar! Ik vind het ook zó lief dat ze de moeite neemt om te onderzoeken hoe ze me kan helpen. Als ik me slecht voel weet ik dat zelf niet eens. Toen ik deze afbeelding zag dacht ik: JA! Dit is het! Het voelt heel warm en steunend. Wellicht hebben jij en je omgeving er ook wat aan.

Zo fijn als er lieve mensen voor je zijn! ❤

Ze maken alle “gekken” bipolair

Tegenwoordig krijgen de meeste personages in films en series, als ze een mentale ziekte krijgen, de psychische aandoening: bipolair. Is jou dat ook opgevallen? Ik denk onder andere aan Homeland, Silver Linings Playbook, Ozark, Vis a Vis. De lijst is véél langer.

Als er iets niet “spoort” bij een personage dan is hij of zij meteen bipolair. En in sommige films en series klopt het soms wel, Homeland bijvoorbeeld, en dan vind ik wat herkenning, maar in veel gevallen niet. Of zelfs helemáál niet.

Popi jopi bipolair

Zo kijk ik net Vis a Vis op Netflix. Zegt de psychiater: “Ze heeft een persoonlijkheidsstoornis. Ze is bipolair.” En somt allerlei zogenaamde bipolaire symptomen op.

Het lijkt wel alsof de bipolaire stoornis de meest populaire en bekende psychische aandoening is. Niet alleen in films en series, maar ook allerlei bekende mensen komen er ineens voor uit dat ze bipolair zijn, zoals laatst Katja Schuurman en Mariah Carey.

Misschien dat scenarioschrijvers iemand die psychisch niet in orde is dan maar meteen bipolair maken. Lekker popi jopi. Iedereen kent het. Dus hoppa, ze zijn bipolair. Zoals een personage in Vis a Vis. Waar er dus veel niet klopte.

Bipolaire beeld klopt niet

Ten eerste is de bipolaire stoornis een stemmingsstoornis en geen persoonlijkheidsstoornis (zoals bijvoorbeeld borderline) en ten tweede kwamen de genoemde symptomen niet overeen met bipolariteit. Hoe bedoel je stigmatiserend!

Ik hoor ook nog regelmatig mensen zeggen (zelfs iemand die psycholoog is, niet de mijne hoor): “Diegene heeft net als jij borderline.” De woorden lijken misschien op elkaar maar het is toch echt iets anders.

Stigmatiserend

Ik vind het heel naar dat er in films en series vaak zo’n verkeerd beeld wordt neergezet van psychische aandoeningen. In dit geval van bipolariteit.

Hoe kunnen we van mensen verwachten dat ze begrijpen wat de bipolaire stoornis inhoudt als er zóveel verkeerde input gegeven wordt. Zo wordt het stigma alleen maar groter… Heel jammer.

Valt het jou ook op? Wat vind jij ervan?

xoxo

Stappenplan: Je eigen signaleringsplan maken


Signaleringsplan maken? Heb jij nog geen (goedwerkend) signaleringsplan? In deze blog geef ik je graag een stappenplan, zodat je zelf ook een signaleringsplan kunt maken, of je huidige plan kunt aanscherpen. Doe dit wel altijd in overleg met je behandelaar! Ik gebruik mijn eigen (voor de blog geanonimiseerde) plan als voorbeeld.

Een signaleringsplan is een essentieel middel om al in een vroeg stadium signalen te herkennen die erop wijzen dat het minder goed met je gaat. In het plan beschrijf je je jouw bipolaire signalen én wat jij, je omgeving en je eventuele behandelaar kunnen doen om een crisis te voorkomen en hoe ermee om te gaan. Tevens gebruik je één pagina voor belangrijke informatie over medicijngebruik en nood telefoonnummers.

Jij en je omgeving kunnen met behulp van een signaleringsplan signaleren in welke fase je zit qua spanning en ontregeling. Of je in de groene fase zit (je bent stabiel), of je in de gele fase zit (je begint te wiebelen), of je in de oranje fase zit (je verliest je balans nog meer) of dat je in de rode fase zit (je ben je balans volledig kwijt en zit in een (ernstige) bipolaire episode.

In je plan beschrijf je per fase wat je zelf kunt doen en wat de ander kan doen om te helpen spanning te verminderen en ontregeling te voorkomen.

De fases in je signaleringsplan

In fase groen kun je voor jezelf zorgen. In geel is het fijn als mensen steunend zijn. In oranje moeten mensen bijspringen en rood is een fase waarin er direct moet worden ingegrepen door anderen, want dan zit je in een crisis.

Het allerbelangrijkst van het signaleringsplan is dat je goed je eigen signalen leert (her)kennen. Het duurt meestal een tijdje voordat je ze allemaal, per fase, kent. En dan duurt het meestal ook een tijdje voordat je weet wat jij zelf en wat de ander per signaal kan doen om de spanning te verminderen.

Een signaleringsplan is sowieso vaak aan verandering onderhevig. Dat is juist goed! Ook omdat je zelf verandert en signalen en spanningsverminderende acties kunnen veranderen.

Het is goed om met jezelf en je omgeving af te spreken dat je geen belangrijke en/ of kostbare beslissingen zult nemen als je in fase geel, oranje of rood zit. Top tip van mijn behandelaar! Als ik richting oranje en rood ga, heb ik daar wel reminders voor nodig, want slechte keuzes zijn dan snel gemaakt.

Mijn signaleringsplan als voorbeeld

Ik zal mijn signaleringsplan toevoegen. Ik ben er drie jaar geleden mee begonnen. Mijn eerste plan was héél uitgebreid. Ik geloof dat ik per fase wel 8 signalen had uitgewerkt. Ik werkte eerst nog met fases 1, 2 en 3. Nu werk ik met fases groen, geel, oranje en rood. Ook fijn dat fase groen erbij is, zodat ik weet wanneer ik stabiel ben en hoe dat voelt. Het is een goede reminder voor als ik in rood zit.

Ook was alleen ik degene die in het plan stond om aan spanningsvermindering te doen. Ook niet zo handig als je in oranje of rood zit… Kortom, mijn plan zat niet zo goed in elkaar. Máár beter een plan, dan geen plan!

Uiteindelijk heeft mijn huidige (en geweldige) GGZ behandelaar en psycholoog me geholpen om mijn plan te finetunen én te versimpelen, zodat het overzichtelijker is, makkelijker te signaleren en het plan is dus óók voor mezelf en mijn omgeving beter te gebruiken.

Je eigen signaleringsplan maken

STAP 1:

Begin met het noteren van alle signalen die je heb als je in een depressie raakt. Gebruik voorbeelden online, of uit mijn plan. Schrijf eerst alles op. Doe dat ook voor een (hypo)manie. Vraag hulp van de mensen in je omgeving. Zij noemen misschien signalen waar je zelf niet eens bewust van bent, maar die wel degelijk aantonen dat je in een bepaalde fase zit.

Schrijf óók signalen op van wanneer je in fase groen zit, wanneer het goed met je gaat en je stabiel bent.

STAP 2:

Verdeel alle signalen per fase: groen, geel, oranje, rood. Denk hierbij ook aan de mate van spanning die je ervaart. Groen is geen spanning, geel is een beetje spanning, oranje is veel spanning en rood is extreem veel spanning.

STAP 3:

Kies vervolgens per fase de vier meest voorkomende en snelst te herkennen signalen uit. Noteer per fase vier signalen. Je hebt dan zestien signalen in totaal bij je depressie signaleringsplan en zestien bij je (hypo)manie signaleringsplan.

Dan ga je per signaal aangeven wat jij zelf kan doen om spanning te verminderen/ je beter te voelen.

Maak het niet te ingewikkeld en wees vooral lief voor jezelf! Daarna geef je per signaal aan wat de ander kan doen om je te helpen. Vooral in fase oranje en rood heb je de ander nodig. In fase rood is de ander zelfs essentieel, omdat je dan in crisis bent en waarschijnlijk niks meer zelf kunt.

Mijn plan is inmiddels erg simplistisch. Wat ik en de ander kunnen doen, is bij bijna alle signalen per fase hetzelfde, omdat ik inmiddels weet dat dat écht werkt voor mij. Veel spanningsvermindering in oranje en rood bestaat uit: oxazepam en slapen. Dat is voor mij (vooralsnog) de enige manier om spanning echt te verminderen en weer terug te gaan in fases. Het maakt dus niet veel uit hoe je plan eruit ziet, als het maar werkt!

STAP 4:

Maak je plan op in drie delen. Mijn signaleringplan bevat drie pagina’s. Pagina één is een voorblad met de drie belangrijkste noodacties voor balans (voor mij zijn dat oxazepam, slaap & begrip), de lijst met mijn medicatie en de belangrijke telefoonnummers, zoals van de GGZ, mijn behandelaar, mijn man, mijn ouders, de huisarts en 113 zelfmoordpreventie.

Pagina twee is het signaleringsplan voor de depressie en pagina drie een pagina met een signaleringsplan voor de (hypo)manie. In totaal bestaat het plan dus uit drie pagina’s.

Bij de depressie en (hypo)manie staan alleen de meest voorkomende en makkelijkst te herkennen signalen en actiepunten voor mezelf én mijn omgeving. Het plan moet zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn, zodat er snel gesignaleerd en bijgestuurd/ ingegrepen kan worden.

STAP 5: 

De laatste stap vind ik de leukste: de branding/ opmaak van je plan! Hier kun je Canva heel goed voor gebruiken. Ik heb een Canva template met verfstrepen en op iedere pagina een foto van mezelf waarop ik stabiel ben, als reminder voor mezelf én iedereen weet meteen dat het mijn plan is (het is voor deze blog een glimlachende smiley ivm anonimiteit).

Ik heb voor de eerste pagina mijn lievelingskleuren gebruikt en voor de andere pagina’s kleuren die, voor mij, passen bij depressie en (hypo)manie. Oh en waar nu een hondenemoticon staat, staat normaal de naam van onze hond. Die hondenemoticon hoort dus niet bij de opmaak haha!

Het helpt maar ’t is niet alles

Mijn plan is nu duidelijk míjn plan en ik heb er veel aan. Al zegt een signaleringsplan niet dat je nooit meer ontregelt. Helaas kan ik zelf nog niet altijd even goed signaleren in welke fase ik zit… Maar het is wel een goed hulpmiddel om bij te sturen.

Hopelijk heb je wat aan deze blog en ik wens je veel succes met je signaleringsplan! Ik raad je dus wel aan je plan samen met je behandelaar te bespreken en te finetunen!

Hieronder dan eindelijk mijn signaleringsplan. Klik op de afbeelding om te openen.

Signaleringsplan voorblad
Signaleringsplan voorblad
Signaleringsplan depressie
Signaleringsplan depressie
Signaleringsplan hypomanie
Signaleringsplan hypomanie

xoxo

Als loslaten niet lukt

Heb je wel eens in een serie of film gezien dat iemand iets vastpakt wat onder hoogspanning staat en dan niet loslaat en vervolgens geëlektrocuteerd wordt? Dat ziet er afschuwelijk, maar ook belachelijk uit toch?

Je weet dat diegene los moet laten. Diegene weet dat en voelt dat ook, maar het lukt niet! Laat alsjeblieft LOS! Zoveel pijn, wie wil dat nou niet loslaten? Toch lukt het niet.

Zo voelt het ook een beetje als mijn brein zijn eigen leven gaat leiden en de nare gedachtes opkomen die mijn brein onder hoogspanning zetten. Het doet pijn, het is naar, maar loslaten, ho maar.

Laat het los

Mijn brein is soms zo gefrituurd dat het heel donker en naar is in mijn hoofd. Vrijwel alles wat mensen dan tegen me zeggen interpreteert mijn brein als: “Je bent een mislukt mens! Loser! Niemand wil je!” Waardoor ik me natuurlijk nóg rotter ga voelen.

Vaak zeggen mensen dan tegen me: “Laat het los.” Maar dat lukt op zo’n moment écht niet. Ik sta zo hoog onder spanning dat ik niet los kan laten. En dan voel ik me nóg mislukter: “Ik kan ook al niet loslaten, sukkel!”

Pas als ik genoeg uitgerust en genoeg geslapen heb, verdwijnt de spanning en kan ik loslaten en mezelf weer vinden.

Rationele brein vs angstbrein

Ik wéét dat mijn hoogspanningsbrein ongelijk heeft als de naarste dingen door mijn hoofd gaan. Mijn rationele brein kan me haarfijn vertellen hoe het echt zit. Als ik slecht zit dan overwint het angstbrein helaas. Mijn emoties nemen me helemaal over.

Ik ben er inmiddels wel achter dat ik door te weinig rust en slaapgebrek volledig word gegijzeld door het angstbrein. Ik heb een aantal boeken gelezen over slaap en slecht slapen heeft MEGA veel gevolgen voor hoe je brein en jijzelf functioneren. Als ik uitgerust ben, en dus niet onder (hoog)spanning sta, kan ik veel makkelijker loslaten.

Slaap kindje slaap

Máár hoe ga je slapen als je jonge kids hebt die niet willen slapen? Onze oudste dochter is nu 5,5 en slaapt sinds een jaar eindelijk makkelijk in, door en uit. Ik heb dus 4,5 jaar slecht geslapen. De jongste sliep altijd wel aardig. Maar sinds ze 2 jaar is, is dat over. Ze is nu 2,5 dus we slapen alweer een half jaar over het algemeen belabberd.

Ik kan zo goed zien wanneer ik een goeie nacht heb gehad en wanneer niet. Alles gaat makkelijker als ik goed slaap. Vooral loslaten en accepteren van mijn bipolaire stoornis!

Maar nu slaap ik dus weer (meestal) slecht en laat ik dus ook moeilijker los. Mensen die goed slapen, begrijpen volgens mij niet hóe verknipt je raakt van slaapgebrek.

Een vriendin zei: wat zou super nanny Jo Frost doen met je dochter, om haar beter te laten slapen? Maar dat maakt niks uit, want Jo Frost heeft genoeg energie om een puber peuter in een goed slaap ritme te krijgen. Ik niet. Ik kan niet consequent zijn nu.

En daar komt bij dat ik hun moeder ben, niet super nanny Jo. Ze moeten het doen met mij. Ik wil ’s nachts gewoon slapen. Mijn rationele brein weet dat ik door moet zetten, maar pfffff ik ben zó moeeeeee(der).

Onze jongste dochter heeft zóveel wilskracht en energie. Ik kan er vaak echt niet tegenop. Loslaten. Loslaten. Loslaten.

Ja en dat is lastig. Dus ik ben gaan kijken naar wanneer ik iets los kan laten. Of nou ja, wanneer dat gewoon ineens gebeurt. Mijn ervaring is dat als ik onder hoogspanning sta ik, of een ander, de stroom even uit moet zetten, de stekker eruit halen, zodat de spanning weg valt en ik los kan laten.

Hoogspanning uitzetten

Hoe zet ik de stroom uit? Met veel rust en slaap inplannen en eventueel een Oxazepam nemen. Overdag doe ik, in overleg met mijn man, naps boven bed. En ’s nachts slaap ik af en toe alleen, bij mijn ouders, in het vakantie huisje, beneden op de bank, bij een vriendin. Alles, zodat ik goed kan slapen.

Dus als loslaten niet lukt, doe er alles aan om uit te rusten en te slapen. Het lukt mij helaas ook nog niet voldoende, maar ik weet nu gelukkig wel waar ik me op moet richten. Vanuit loslaten kan ik gaan accepteren dat ik zal moeten leren leven met bipolariteit.

Hoe haal jij de stroom eraf?

xoxo