De transformatie van mijn trauma

Op 27 oktober 2020 ging ik weer naar mijn ademcoach Natalie, voor een sessie Transformational Breathing. Het was precies acht weken geleden dat ik voor het laatst bij Natalie was. Er gebeuren altijd mooie dingen als ik bij haar ben, maar de ademsessie van die acht weken geleden (op 1 september 2020) was echt transformerend.

Door die sessie voelde ik me zo veilig en gedragen dat ik de dag daarna bij mijn behandelaar eindelijk het geheim durfde te vertellen dat ik al tweeëndertig jaar bij me draag. Omdat ik toen eindelijk durfde te praten over mijn jeugdtrauma is er in acht weken een heleboel veranderd. Ik ga mijn persoonlijke verhaal nu ook delen in deze blog.

Sinds die ademsessie ben ik met mijn GGZ behandelaar bezig om mijn jeugdtrauma te herschrijven met behulp van Imaginary Rescripting. Zodat het trauma mijn leven niet meer ontwricht en zodat ik er beter mee om kan gaan. Ook heb ik in die afgelopen acht weken aan mijn man, ouders, broertje en één van mijn beste vriendinnen verteld wat er gebeurd is. Dat luchtte enorm op.

In de war

In die acht weken is er dus enorm veel veranderd, waardoor ik eindelijk met mijn trauma om kan gaan. Maar ik wilde ook weer een ademsessie bij Natalie doen, omdat het altijd voor doorbraken zorgt. Op 27 oktober 2020 was het zover. Dat het zó’n doorbraak zou worden dat had ik niet verwacht. Transformatie is een beter woord.

Terwijl ik in haar woonkamer in de massagestoel zat met een kop thee, begonnen we te praten over hoe het afgelopen acht weken was gegaan. Ik vertelde dat ik nu aan de slag ben met mijn jeugdtrauma. Ik benoemde mijn trauma niet concreet, want ik durfde eigenlijk nog niet te zeggen wat er precies aan de hand was.

Natalie vroeg op welk thema ik deze sessie wilde ademen. Ik sloeg helemaal dicht omdat ik ging voelen wat ik wilde, maar ik voelde vooral wat ik níet wilde. En daardoor kreeg ik flashbacks naar het trauma. Ik moest ervan huilen en raakte in de war.

Op gegeven moment zei Natalie wat dingen als: “ Je moet niet in een trauma blijven hangen. Geef jezelf affirmaties voor positieve gedachten zoals: “Het gaat goed met me.” Heel veel mensen maken nare dingen mee. Op een gegeven moment moet je door.”

In paniek

Dat raakte me zo. Ik ging helemaal op slot. Ik voelde me aangevallen en kreeg het gevoel dat ik alles verkeerd deed. Ik voelde paniek opkomen en voelde me erg onveilig. Ik wílde niet blijven hangen in dit trauma, ik wílde door, maar om de één of andere reden kón ik het niet loslaten. Een deel van mij wilde bij dat trauma blijven. Hoe kwam dat?

Ze vroeg me vervolgens weer waar op ik wilde ademen en ik klapte weer dicht. Toen zei ik huilend: “Ik wil vol vertrouwen zijn.” Ik was echter zo getriggerd dat ik begon te hyperventileren. Natalie nam me snel mee naar haar ademkamer om transformerend te ademen. Ze hielp me mijn adem (en mij) weer rustig te krijgen.

Ik lag daar en ik dacht: “waarom raakten die opmerkingen me zo. Dat ik er niet in moet blijven hangen. Dat ik moet affirmeren dat het goed met me gaat. Dat ik het los moet laten. Ik kán het trauma niet loslaten. En ik wíl het ook niet loslaten. Waarom niet in godsnaam?”

Toen wist ik het

En toen werd ineens helder waarom. Ik voelde het zo duidelijk. Terwijl ik daar lag op het roze matras in Natalie haar ademkamer vol fijne Ibizavibes zag ik daar Roosje, een meisje van vijf jaar. Angstig en helemaal alleen.

Ik besefte: ik kon het trauma niet loslaten, omdat ik Roosje niet los kon laten. Ik kon haar niet aan haar lot overlaten. Ik wilde haar niet in de steek laten. Want zo voelde het als ik het trauma los zou laten. En dat voelde heel erg onveilig en vreselijk wreed.

Ik ontdekte namelijk dat ik nog steeds dat kleine meisje was. Omdat ik me nog steeds dat kleine meisje vóelde. Ik lag daar bij Natalie te ademen, fysiek, als een zevenendertig jarige vrouw. Maar mentaal voelde ik me nog steeds dat meisje van vijf, dat tweeëndertig jaar lang uit angst en schaamte was weggestopt in het kleedhokje. Het kleedhokje waar ze door haar zwemleraar seksueel werd misbruikt.

Kleine Roosje

Tijdens deze ademsessie merkte ik dus heel duidelijk dat ik me nog steeds dat kleine meisje voelde. Al die tijd. Gevangen. Niet kunnen vluchten en dingen zien en doen die ik niet wilde. Mijn grenzen die niet werden gezien en niet werden (h)erkend. Ik voelde me zo lang constant onveilig. Terwijl het in het hier en nu allang veilig ís.

Want ik zit niet meer in dat kleedhokje. Ik ben er al tweeëndertig jaar uit. Ik ben nu een volwassen vrouw. Die voor zichzelf kan zorgen. Maar dat kon ik nooit echt voelen. Door het transformerend ademen voelde ik dat ik mezelf tijdens deze sessie uit dat kleedhokje zou kunnen bevrijden en kleine Roosje mee kon nemen. Ik was er alleen nog niet uit. Het besef was er al wel, maar nu de uitvoering nog.

Gelukkig hielp Natalie me van ademnood naar diep ademen. Door het tonen (geluid maken en bewegen met armen en benen) kon ik dóór alle angst en spanning heen. Waar ik normaal voor weg vluchtte. Zoals een vijfjarig meisje zou doen. Met Natalie bij me kon ik erdoorheen ademen. Zoals een volwassen vrouw.

Ik wil erkennen wat er gebeurd is in het kleedhokje: ik ben als jong meisje seksueel misbruikt door mijn zwemleraar. Ik probeerde er al die jaren niet over na te denken en er niet mee bezig te zijn. Want ik durfde daar niet te zijn. Maar ik durfde ook niet hier te zijn. Dat verklaart mijn suïcidale gedachten en doodswens wel, denk ik. Dat was een vlucht naar een veilige plek. Naar een thuis.

Volwassen Roos

Tweeëndertig jaar lang heeft dat kleine meisje in angst in dat kleedhokje gezeten en nu kan ik haar eindelijk helpen. Ik voelde dat ik graag de volwassen vrouw wil zijn. En dat ik me niet langer hoef te schamen voor wat er gebeurd is. Ik voelde ook dat mijn omgeving mag weten dat dit gebeurd is. Ik mag erover praten, op een manier die bij me past.

Ik wil er voor dat meisje zijn en ik wil er voor mezelf zijn. Dat meisje is een deel van mij en ik wil dat deel niet ontkennen uit angst en schaamte. Ik kan wat er is gebeurd meenemen en dan kunnen we er samen om rouwen. En ik kan haar troosten. De kleine Roosje en de grote Roos.

“Only you can hear my soul” hoorde ik uit de speakers in Natalies ademkamer. Dit liedje paste zo goed bij dit deel van de ademsessie. Alleen wij tweeën, Roos en Roosje, kunnen elkaar écht begrijpen. Meer is niet nodig. Begrip van anderen is fijn en steunend, maar begrip van elkaar is het allerbelangrijkste.

Uit het hokje bevrijden

Daarna kwam het liedje “So much magnificence” en ik voelde het echt: er is zóveel magnificence in dit leven. Er is nog zoveel meer dan dat kleedhokje. Ik moest weer heel diep ademen en toen ging ik weer helemaal op slot, omdat ik ineens weer in het kleedhokje zat.

Ik kreeg weer geen adem. Natalie hielp me daar doorheen. Ik moest tonen. Eerst kreeg ik bijna geen lucht. Ik kon geen geluid maken en niet bewegen. Ik stond in de freeze stand. Ik voelde me weer helemaal in het nauw gedreven. Ik wilde daaruit. Ik moest daaruit. En ineens gebeurde het: ik kon mezelf veranderen van het angstige meisje in de volwassen oervrouw. Ik voelde zóveel kracht opkomen!

Ik opende mijn ogen, kreeg mijn stem terug en kon keihard schreeuwen, slaan en trappen met mijn handen en voeten tegen het matras. Het leek wel alsof alles wat jarenlang in het donker had gezeten ineens licht kreeg. Ik slaakte oerkreten uit en bewoog als een wild dier terwijl Natalie mijn adem diep hielp te blijven. Ik voelde mezelf openbreken. Echt zoals een vlinder uit een cocon. Het was zo intens en zo bijzonder!

Transformatie door ademen

En zo bevrijdde ik ons uit het kleedhokje. Ik kreeg heel veel lucht en zoveel adem. En zóveel liefde! We waren eruit! Ik was geen jong meisje meer. Ik was Roos! Het voelde echt als een transformatie.

Ik voelde dat ik de kleine Roos bij me had, als deel van mij en ik voelde dat ik haar altijd veilig kan houden. Dat ik mezelf kan redden en dat ik veilig ben hier in dit lichaam. Ik kan en mag voor mezelf zorgen. Vanuit het besef dat ik uit dat kleedhokje ben en dat ik Roosje er nu ook uit mee heb genomen.

Toen kwam het liedje “A hundred thousand Angels” en ik voelde dat Natalie een engel is. Net als mijn geweldige GGZ behandelaar, mijn man, mijn ouders, mijn vriendinnen en familie, mijn oude paard en mijn hond, iedereen om me heen en iedereen die me helpt groeien in dit leven is een engel.

Een engel

Maar de grootste openbaring was dat ikzélf óók een engel ben. Ik heb mezelf gered uit dat kleedhokje. De kleine Roos en ook de volwassen Roos.

Ik draag dat kleine meisje bij me. In me. Ze is een deel van mij en zal dat altijd blijven. En wat andere mensen ook zullen zeggen of doen. Het maakt niet uit, want hier bij mij is ze helemaal veilig. Samen kunnen we rouwen om wat er is gebeurd. Samen kunnen we het verwerken. In het hier en nu. Waar alles goed en veilig is. Want we zijn uit het hokje.

Ineens voel ik me niet meer onveilig, eenzaam en verlaten. Ik voel me vol vertrouwen. Ik voel me de oervrouw waar Natalie het altijd over heeft, maar die ik nog nooit zo had kunnen ervaren. Het kleine meisje voelt zich ook niet meer onveilig, angstig en verlaten. Ze vertrouwt op mij. En ik vertrouw op mezelf. De reddende engel die ik altijd zocht, blijk ik zelf te zijn.

Oorzaak van mijn bipolaire stoornis?!

Het zijn spannende weken voor me. Op 2 september 2020 heb ik voor het eerst met iemand durven praten over mijn jeugdtrauma. Ik durfde het te vertellen aan mijn behandelaar, die ik voor 100% vertrouw.

Twee weken later op 16 september was ik er klaar voor om het te delen met mijn man. En vandaag, 23 september 2020, heb ik het aan mijn ouders verteld. Mijn ouders en man gingen mee naar mijn behandelaar bij de GGZ. Mijn behandelaar heeft verteld wat er gebeurd is, want ik kon het nog niet zeggen. Daarna zijn we erover in gesprek gegaan.

Ik was heel erg bang voor hun reactie, maar gelukkig reageerden ze heel liefdevol en steunend. Het was ook een grote steun dat mijn man erbij was. Het voelt nog steeds eng dat ze het nu weten, maar ik ben ook opgelucht. Ik voelde me begrepen en gesteund. Door iedereen. Ook door mezelf.

De kern, de oorzaak?

Ik heb nu eindelijk het gevoel dat ik het beginnetje van die kluwe wol van ellende heb durven pakken. Ik heb altijd die hele kluwe wol in mijn handen gehad en uit zitten pluizen, maar ik heb nooit het begin durven aanraken. Daardoor raakte ik waarschijnlijk alleen maar meer in de knoop. Ik heb de kern van alles nu eindelijk durven benoemen. Het is denk ik ook de oorzaak van mijn bipolaire stoornis…

Ik vind het heel verdrietig, pijnlijk en moeilijk dat het zo lang heeft geduurd voor ik erover kon praten. Maar mijn behandelaar zegt ook: beter laat dan nooit. Veel mensen zeggen het pas op hun sterfbed of nemen de pijn mee hun graf in. En dat wil ik niet. Ik wil leven en genieten, samen met mijn al mijn dierbaren.

Nu was het blijkbaar eindelijk tijd om het te vertellen. Ik voelde me er nu pas veilig genoeg voor. Ook omdat mijn omgeving er nu, in mijn beleving, mee om zou kunnen gaan als ik het met ze zou delen.

Nu verder delen

Mijn behandelaar raadt aan om er veel over te praten. Op mijn manier, in mijn tempo en met degenen waar ik voor kies. Ik wil het ook aan mijn broer en beste vriendinnen vertellen. Maar dat vind ik wel heel eng. Om zo mijn shit bij hun neer te leggen. Ik voel me zó bezwaard. Ze hebben al genoeg aan hun eigen shit.

Maar de vriendin waar ik al levenslang bevriend mee ben zei: de poepluier van je eigen kind vind je niet vies, want daar hou je van. Wij houden van jou, dus kom maar op met die shit. Toen zei ik: maar babypoep is toch echt minder vies dan de poep van een 37 jarige! We moesten hard lachen om ons gesprek. Als we binnenkort rustig met z’n tweeën zijn, ga ik het vertellen.

De wond

Het voelt alsof ik een grote, vieze etterende wond heb waar ik al jaren mee rond loop. En die ik aan niemand durfde te laten zien. In plaats van hulp zoeken, heb ik er vele pleisters en verbanden overheen heb geprobeerd te plakken om de wond te verstoppen.

Nu ik mijn wond aan mijn man en ouders heb laten zien, realiseer ik me dat het weliswaar een wond is, maar dat dierbaren het niet vies vinden en ernaar durven kijken. Die vieze pleisters en verbanden zijn niet meer nodig. Ik wil de wond zorgvuldig behandelen en niet iedereen mag er naar kijken. Eerst meer helen en dan misschien verder delen. Alleen de mensen van wie ik hou durf ik toe te laten. Anders voelt het té kwetsbaar en onveilig.

Nu ik je zie

Ik ben aan het luisteren naar het boek van Merlijn Kamerling: Nu ik je zie. Ik heb Toen ik je zag van zijn moeder Isa Hoes vorig jaar geluisterd. Zo mooi. En ook Nu ik je zie is prachtig. Ik herken enorm veel in wat Antonie Kamerling zegt en hoe hij zich voelde. Helaas is de bipolaire stoornis hem fataal geworden.

Dat vind ik echt vreselijk. Ook omdat ik zelf vaak gevoeld heb dat ik dichtbij de rand stond. Nu ik mijn geheim heb verteld, voelt die rand ineens verder weg. Alsof over die rand gaan geen optie meer hoeft te zijn. Dat ik hier ook rust kan vinden. En veiligheid. En mezelf kan vinden. Alsof ik nu ineens mezelf zie zoals ik ook kan zijn.

Het is allemaal nog vers en het voelt nog kwetsbaar, maar ik denk echt dat ik op de goede weg ben. De weg naar balans. Dat hoop ik echt.

Slaap als medicatie

Omdat ik van de psychiater mijn lithium niet mag ophogen, gooi ik het over een andere boeg. De depressie gaat maar niet weg en omdat mijn spiegel te laag blijft, moet ik wat anders proberen. Ik ga voor slaap als medicatie. Erg ongezellig, maar sinds 28 juli 2020 slaap ik alleen. In alle rust!

Normaal slaap ik gewoon naast mijn man in bed, maar onze jongste dochter slaapt sinds de zomertijd niet meer door. Ik moet haar dan steeds in haar eigen bed terug leggen. Toen ik daar te moe voor werd, liet ik haar maar in ons bed liggen. Met als gevolg dat ik geen oog meer dicht deed, omdat ze me steeds óf tegen de muur aan plette óf me in de “geul” tussen de matrassen deed belanden. Aaaargh… (Alhoewel ik samen wakker worden wél heel gezellig vind.)

Wakker door de meiden

Toen de oudste eindelijk door sliep en niet meer bij ons in bed kroop, begon de jongste dus de nachten te onderbreken. En als de meiden me niet wakker maken, dan is het wel mijn af en toe slaapwandelende/ in zijn slaap pratende man. Aaaargh…

Slaap, het is een hele opgave. Maar van mezelf slaap ik, godzijdank, al mijn hele leven top! Als een roosje. 🙂 Ogen dicht en weg ben ik. En dan word ik pas de volgende dag weer wakker. Tot ik kinderen kreeg…

Alleen slapen

Ik merk dat de gebroken nachten me écht enorm opbreken. Ik weet dat slaap voor mij eigenlijk de beste medicatie is. En dus kwam ik met een erg ongezellig maar wel heilzaam plan: ik slaap vanaf 28 juli in het bed van mijn jongste dochter en mijn jongste dochter slaapt in het grote bed van mijn man.

Sommige mensen zeggen dat dat niet slim is, maar dat maakt me niks uit. Ik kan eindelijk weer hele nachten dóórslapen. Heerlijk!

De relatie met mijn man lijdt er gelukkig niet onder. In tegendeel zelfs. Want omdat ik meer slaap krijg, word ik weer wat stabieler en rustiger en dus leuker. En vind ik mijn man ook meteen weer leuker (want ik ben minder geïrriteerd door slaapgebrek.)

Nacht én dag plan

Wat ook helpt om beter te slapen, is dat we sinds mei een “takenschema” hebben voor onze dochters. Denk aan opstaan, aankleden, haren kammen, ontbijten, schooltas klaarmaken, wassen, tandenpoetsen, voorlezen enzovoort.

Op maandag en donderdag zijn de “opsta en naar bed breng taken” voor mij. Dinsdag en zaterdag zijn mijn “taakvrije” dagen en kan ik dus uitslapen en ’s avonds eerder chillen op de bank of wat dan ook. Woensdagavond, donderdagavond en zondagochtend doe ik ook. We hebben alle dagen eerlijk verdeeld. Lekker duidelijk en makkelijk!

Ik las dit plan voor een “takenschema” in Kek Mama. Die moeder was er heel enthousiast over en ik moet zeggen: het werkt voor ons ook heel goed! Natuurlijk kunnen we elkaar altijd helpen waar nodig/ zin en we kunnen waar nodig/ zin dagen ruilen. Het geeft me heel veel rust. En het geeft minder irritaties nu alles goed en helder verdeeld is. Het klinkt flauw, maar het werkt echt. Voor ons wel in ieder geval.

Slapen helpt

Slapen, goed slapen, helpt me echt. Ik blijf voorlopig in mijn eentje slapen, want het doet me goed en ik voel dat dit nodig is voor mijn reis naar stabiliteit. Door goede slaap kan ik de reis aan.

Van levend begraven naar geplant

Ik heb extra contact gehad met mijn psycholoog. Ik heb open kaart gespeeld en verteld dat er meer aan de hand is. Van de week vertelde ik een vriendin tijdens ons “uitstapje” naar het borstonderzoek dat ik eigenlijk nog steeds niet helemaal eerlijk ben over hoe ik me van binnen voel en over wat er gebeurd is in mijn jeugd wat me steeds zo van mijn pad brengt.

Ze heeft me aangemoedigd om eerlijk te zijn tegen mijn psycholoog. Anders kunnen ze je ook niet helpen… En dat klopt. Ik blijf maar in circeltjes draaien en dat is mijn eigen fout.

Dus ik heb een hoop dingen verteld aan mijn psycholoog/ behandelaar die ik nooit aan iemand heb durven vertellen. Nog niet alles, maar het begin is gemaakt.

Als alle bescherming weg valt

Ik voelde me zó kwetsbaar toen ik het allemaal vertelde en zo voel ik me eigenlijk nog steeds. En ik ben bang dat, nu ik het eindelijk durf te zeggen, mensen me niet geloven, dat ze vinden dat ik me aanstel en dat het allemaal wel mee valt.

Voor mij valt het niet mee. Ik sta echt doodangsten uit en wil het liefst wegkruipen in een hoekje onder een stel dekens en er nooit meer onder vandaan komen.

Iedere muur, ieder schild dat ik zorgvuldig met veel moeite heb opgebouwd, brokkelt nu af. Dat vind ik echt doodeng, want ik voel zo onveilig, maar ik voel wel dat het nodig is om verder te komen, want zo kan het niet langer.

En toen zag ik deze afbeelding. Zo’n mooie reminder. Die wil ik met je delen.

Goed nieuws / slecht nieuws

Vandaag moest ik naar de mammapoli (mamma is de medische term voor borst) voor een onderzoek. Al een paar weken voelde ik iets raars in mijn linkerborst. Als ik nog borstvoeding had gegeven, had ik gedacht dat er een melkklier verstopt zat en dat er een borstontsteking aan zat te komen.

Toen vorige week tijdens een picknick met vriendinnen een vriendin vroeg of we onze borsten wel eens checkten, vertelde ik over mijn komende afspraak bij de mammapoli. Ik vertelde welke klachten ik had en een andere vriendin bood aan mee te gaan naar de afspraak.

Dat vond ik erg lief, maar het leek.me niet nodig. Het zou wel niks zijn. Maar ze wilde echt mee en in de folder stond dat het beter was om iemand mee te nemen. Het is natuurlijk ook gezellig.

Slecht goed nieuws gesprek

Dus vandaag was het zover. We moesten om 8.30 aanwezig zijn. Bij foute boel zou het wel de hele dag kunnen duren. Mijn vriendin had voor de zekerheid een hele stapel tijdschriften voor ons meegenomen. We zouden sowieso na afloop thee en taart gaan eten ergens.

Ik kreeg eerst een mammografie. Die schijnt pijn te doen, maar ik voelde er bijna niks van. Ach, met kleine borsten valt er weinig te pletten?! Daarna kreeg ik een echo. Wel even wennen dat die niet op mijn buik ging maar op mijn borst.

Toen volgde een goed nieuws gesprek. Er was niks te zien. Helemaal niks. Er was ook geen verklaring voor mijn klachten. Wel moet ik in augustus weer terugkomen voor een check up. Dat doen ze altijd.

Het klinkt heel bizar, en ik schaam me er ook voor omdat denk ik alle andere vrouwen dolblij zouden zijn met dit goede nieuws, maar ik werd er verdrietig van…

Momenteel zit ik weer zó diep in een depressie met suïcidale gedachten dat borstkanker me een goeie, maatschappelijk geaccepteerde manier leek om een einde aan mijn leven te krijgen. Want borstkanker is een échte ziekte, in mijn beleving. Iedereen snapt het. Je bent niet gek als je kanker hebt, je bent ziek.

Echt ziek ipv gek

Op (borst)kanker zit geen taboe. Mensen snappen kanker. Je bent dan niet mislukt, gek, slap of een aansteller. Het is niet je eigen schuld. Terwijl ik me wel zo voel met mijn bipolaire stoornis. Als ik kanker zou hebben zou ik uit mogen rusten. En misschien zelfs voor eeuwig mogen uitrusten.

Toen ik na afloop taart ging eten met mijn vriendin vertelde ze dat toen ze die week daarvoor mijn klachten hoorde heel erg schrok. Een paar dagen daarvoor had ze namelijk van een sportmaatje precies hetzelfde verhaal gehoord, zoals van het borstonsteking gevoel enzovoort. Ook die vrouw maakte zich geen zorgen en was gewoon alleen naar het onderzoek gegaan. Alleen bij die vrouw vonden ze een 5-8 cm grote tumor. Niet zo’n grote knobbel, maar met uitlopende draden. Dus mijn vriendin was zich zorgen gaan maken.

Toen ik dat verhaal hoorde voelde ik me zó schuldig. Waarom kreeg die vrouw kanker? Ik wil dood, zij niet. Maar zij krijgt kanker, ik niet. Het leven kan zo krom voelen. Ik durfde aan mijn vriendin te vertellen dat kanker me een opluchting had geleken. Een einde waarbij ik eindelijk afscheid kon nemen van mezelf.

Begrip voor mijn bizarre wens

Mijn vriendin was gelukkig zo begripvol. Ze snapte wat ik zei en waarom ik het zei. Ze vermoedde het zelfs van te voren al. Ik ken haar al mijn hele leven. Ze kent me zo goed. Ze vond het wel heel pijnlijk, maar het mocht er zijn en we konden erover praten. Wat een geschenk.

Nu ik dit schrijft schaam ik me heel erg en voel ik mega schuldig naar alle vrouwen die slecht nieuws hebben gekregen. Sorry, sorry! Ik bedoel het niet verkeerd! En sorry ook naar al mijn dierbaren. Vooral mijn dochters… Ik wil er voor ze zijn, maar nu denk ik echt dat ze beter af zijn zonder mij. Al wéét ik dat dat niet waar is, het vóelt wel zo.

Ik schrijf het maar weer van me af. Ik hoop het taboe op psychische ziektes te helpen doorbreken. Maar wat ik vooral hoop, is dat ik het taboe bij mezélf doorbreek. Dat ik zelf ga inzien en ga accepteren dat ik een bipolaire stoornis heb. Dat het net als kanker óók een vreselijke en levensbedreigende ziekte is, waarbij ik óók extra rust moet en mag nemen en goed voor mezelf moet en mag zorgen. En hoewel je aan de buitenkant niet ziet dat ik ziek ben, ís de ziekte er wel en net als kanker is het (hopelijk) niet mijn schuld.

Op een dag ga ik weer blij zijn dat ik leef. Daar hou ik aan vast. Ik dacht: hoe leer ik leven met mijn bipolaire stoornis? Toen dacht ik: door te leven en dus door in leven te blijven. Zoals Barry Stevens zou zeggen: Blijven doorrrrgaan! Dus dat doe ik maar.

xoxo

De bipolariteit van een batterij

“Wij bipolairen” zijn net batterijen. We hebben twee polen, een plus kant (manie) en een min kant (depressie). Als we in de plus staan en (hypo)manisch zijn, zijn we net Duracel konijnen. Niet te stoppen! Maar als we in de min staan, is de batterij echt helemaal leeg en zijn we door de depressie uitgeput. Én net als batterijen zitten we vol lithium (ja dezelfde lithium!)

Mijn batterij/ accu is momenteel zo goed als leeg. Het alarmpiepje “batterij bijna leeg” gaat al een tijdje. Maar het lukt me maar niet om mijn batterij op te laden.

“Doe waar je vrolijk van wordt! Doe waar je energie van krijgt!” Zeggen ze. Maar ik word van sommige dingen heus nog wel vrolijk, alleen krijg ik er geen energie van. Ik krijg nergens meer energie van. Zelfs slapen helpt niet meer. Alsof ik een lamme accu heb: ik ga aan de lader, maar als ik de stekker eruit trek, loop de accu meteen leeg en klinkt het alarmpiepje.

Lamme accu repareren?

Als mijn telefoon een lamme accu heeft, koop ik een nieuwe accu of een nieuwe telefoon. Maar ik ben geen telefoon die ik kan vervangen. Dus hoe pak ik mijn lamme accu aan? Dat er iéts moet veranderen is overduidelijk. Maar hoe?

Volgens mij moet ik rigoureus mijn “rust routine” gaan aanpakken. Maar dat vind ik dus echt doodeng. Want daarvoor zal ik nog veel vaker “nee” moeten zeggen. Op zowel leuke als niet leuke dingen. En dat ik vaker om hulp moet vragen. Dan ben ik bang dat ze me slappe Sjaak Afhaak de aansteller zullen vinden én dat ik alle fun moet missen. Bovendien, als ik mijn daadwerkelijke grenzen aan moet geven, ziet iedereen mijn inieminie comfortzone. Dat voelt zó kwetsbaar en eng.

Maar hulp vragen, “nee” zeggen en dus mijn grenzen aan geven, is volgens mij de enige manier om die batterij weer voller te krijgen. En dan kan ik ook weer dingen gaan doen. Gedoseerd, alles met mate. Zó wat ben ik daar slecht nog niet zo goed in.

Hoe vol is die batterij?

Als mijn telefoonaccu nog 13% heeft, ik moet nog ergens heen en ik kan niet opladen dan ga ik niet nog Netflixen of andere batterijslurpende dingen doen. Bij mezelf doe ik dat wel. Maar vaak heb ik niet goed door hoe vol mijn batterij is, want tja de ene keer ben ik hypomaan en de andere keer vet depressief. Of soms ben ik aardig “normaal”. Mijn batterij is nogal onvoorstelbaar. Een soort AliExpress batterij.

Hoe vol is die batterij nou precies? Waar loopt mijn batterij van leeg? Wat kost nauwelijks energie en wat levert energie op? Echte energieslurpers herken ik meestal wel, maar dat zijn niet alleen stomme, maar vaak óók leuke dingen en die ik niet wil missen!

Dus nu moet ik gaan uitvogelen hoe mijn batterij werkt. Hoeveel procent er nog in zit en wat de batterij leegt, vult of neutraal laat. Moeilijk!

Duracel konijn

Het niet te stoppen Duracel konijn lijkt een utopie, maar ik weet inmiddels dat het geen duurzame manier is van omgaan met je batterij. Een lege batterij is het andere uiterste en ook geen goeie optie.

Met mijn bipolaire stoornis leer ik de kunst van het balanceren. Doseren, evenwicht vinden, vallen en weer opstaan. Ik hoop dat ik de komende tijd steun heb van de batterij metafoor en mijn batterij kan leren kennen en leer op te laden.

Hoe gaat het met jouw batterij?

xoxo

Waarom “ga uit je comfortzone” geen goed advies blijkt

Wat MEGA uit mijn comfortzone is, is (comfortabel) in mijn comfortzone blijven. Ik heb een piepkleine comfortzone en vind dus eigenlijk bijna alles spannend of ronduit eng. Of het nu nieuw is of bekend, het is spannend en dus levert het stress op en kost het me veel energie. (Tenzij ik manisch ben natuurlijk.) Toch ga ik makkelijker uit dan in mijn comfortzone. Huh?!?!

Van jongs af aan hoor ik dus: doe het maar Roos, je kunt het wel! En inderdaad, als ik iets doe, kan ik het meestal! En goed ook! Omdat je altijd uitvoerig wordt beloond en becomplimenteerd als je succesvol iets doet wat je eng vindt, begreep ik al snel dat uit je comfortzone gaan goed en nodig is. Bovendien hoef ik dan niks te missen en lijk ik “normaal”. Lang leve uit mijn comfortzone gaan! Oké, ik loop er meestal helemaal op leeg, máár dan stel ik tenminste wat voor. Dan kan ik mee doen.

Ik ga dus al mijn hele leve te pas en te onpas uit mijn comfortzone. Soms kan het goed zijn. Dan is het nuttige groeipijn, maar ik vroeg me niet eens af “wat wil ík?” of  “wat levert het me op?” Ik deed het gewoon, want zo hoorde het, dacht ik. En, zo zeiden de goeroes, the magic happens outside your comfortzone!

The magic happens ín your comfortzone

Nu ik zo bezig ben met er voor mezelf te zijn, is het topic comfortzone weer trending voor mij. Ik zit me af te vragen: wat is waar en goed voor míj. Vindt de magie wel plaats buiten mijn comfortzone? Nee! De meeste magie vindt plaats IN mijn comfortzone. Want ik heb dan misschien een hele kleine comfortzone, hij is wél magisch. Vol liefde. Klein en héél fijn.

Ik wil weer gaan kiezen of en hoelang ik uit mijn comfortzone ga. Het roer in handen nemen. Nu dus gaan oefenen met erin blijven en kiezen wanneer ik eruit wil. Spannend!

Ik schrijf alles maar weer van me af. Dat brengt me weer bij mezelf. Bij mijn waarheid. Lezen vind ik, als het resoneert, ook fijn.

Onderstaand artikel vond ik erg treffend en daarom wil ik het graag met je delen.

Een artikel over de comfortzone

‘Kom uit je comfort zone’ is een vaak gehoord advies. Maar wat als dit motto niet het wondermiddel is waarvoor we het houden? Wat als het in veel gevallen juist de oorzaak is van onze depressies en slechte werkprestaties? Pieter Offermans wil er dít over kwijt…

‘Kom uit je comfort zone!’ Krijg je ook weleens dit advies? Misschien hoorde je het van een coach of leidinggevende. Of heb je het in een zelfhulpboek gelezen. ‘Uit je comfort zone komen’ geldt als een deugd. Je moet voortdurend worden ‘uitgedaagd’ en ‘jezelf pushen tot het uiterste’, want alleen zo kun je als persoon ‘groeien’.

Over de onzin van dit motto zijn al een aantal interessante artikelen verschenen. Zo zegt Andy Mort van The Gentle Rebel Podcast: ‘Vergeet wat je hebt gehoord, de comfort zone is je vriend.’ En in NRC schrijft Japke-d. Bouma:

‘Waarom zou je op kantoor uit je comfort zone komen? Presteer je dan beter? Krijg je meer gedaan als je je bureau een paar dagen in het clubhuis van de Hells Angels neerzet, of als je voor de koelkast gaat werken met de deur open? Word je creatiever als je op het toilet van een internationale trein gaat zitten flexwerken, of bij de afdeling sales? Ik dacht het dus niet.’

Zelf krijg ik behoorlijk jeuk als ik de woorden ‘kom uit je comfort zone’ hoor. Dat komt omdat het in de meeste gevallen een slecht advies is. Laat me uitleggen waarom.

‘Uit de comfort zone’ als doel op zich

Het kan zeker zinvol zijn om af en toe iets te doen waar je in eerste instantie geen zin in hebt of bang voor bent. Een groep toespreken over een onderwerp dat je aan het hart gaat, bijvoorbeeld. Uit een gewelddadige relatie stappen. Door de regen fietsen om de kinderen van school op te halen. Of Spaans leren omdat je volgend jaar op wereldreis gaat. In al die gevallen dient het een duidelijk en nobel doel om de comfort zone te verlaten. Maar volgens de goeroes en andere goedbedoelende raadgevers is zo’n doel eigenlijk overbodig. Jezelf pushen om het pushen vinden zij al meer dan voldoende reden.

Inderdaad, voor hen is ‘uit de comfort zone komen’ een doel op zich. Zo stelt de auteur van een blog op MT.nl: ‘Een belangrijke taak voor een leidinggevende ligt niet in het tevreden houden van zijn mensen, maar in het voortdurend uitdagen.’ Het maakt blijkbaar niet uit waarvoor je uit de comfort zone komt, áls je er maar uit komt. (Daarom moeten we bij bedrijfstrainingen dingen doen zoals een liedje zingen met een Unox-muts op.) Ook ik ben niet zonder zonde. Jarenlang verslond ik het ene zelfhulpboek na het andere en in de geest van wat ik las, zei ik zoveel mogelijk ‘ja’ op alles wat er maar op mijn pad kwam. Ik herinner mij dat ik me voor een zomervakantie had aangemeld voor vrijwilligerswerk. Niet omdat het doel me nou zo bijzonder na aan het hart lag, maar ‘je móet immers in beweging blijven, anders sta je stil’.

‘Kom uit je comfort zone’ is een gebod

Het idee dat we ‘voortdurend de uitdaging moeten aangaan’ klinkt nu heel vanzelfsprekend, maar deze manier van denken is relatief nieuw.

Volgens de Deense psycholoog Svend Brinkmann (zie video hieronder) leven we sinds de jaren zestig in een ‘accelererende cultuur’. In onze ervaring is alles voortdurend in beweging. We stoppen onze agenda vol met allerlei afspraken en projectjes omdat we nooit stil mogen staan. We moeten ‘het maximale eruit halen’ tot aan onze dood toe (tekst gaat door onder de video!).

‘Kom uit je comfort zone’ is allang geen vrijblijvend advies meer, maar een strikt gebod. Bedenk eens wat het voor je carrière zou betekenen als je je leidinggevende tijdens een jaargesprek vertelt dat je eigenlijk heel tevreden bent met je functioneren. Dat je voor komend jaar eens minder hoogdravende doelen gaat stellen. Je baas vindt dat waarschijnlijk geen goed idee. Er wordt simpelweg van je verwacht dat je ‘je ontwikkelt’, hoe bekwaam je ook in je vak bent. Volgend jaar moet je beter, creatiever en succesvoller zijn. En het jaar daarop? Dan moet je nóg beter, nóg creatiever en nóg succesvoller worden. Enzovoorts.

Met wilskracht alleen kom je er niet

Maar natuurlijk kun je jezelf niet voor eeuwig blijven overtreffen. Of we dat nu leuk vinden of niet: we hebben niet alles in ons leven zelf in de hand. Je bent als individu toch ook gebonden aan allerlei externe factoren, waaronder politieke, sociaal-economische en biologische omstandigheden. Met wilskracht alleen kom je er niet. Evenmin is er in dit systeem van ‘voortdurende nooit-aflatende verbetering’ een moment waarop jij of de baas tevreden kan zijn. Brinkmann zegt daarover in zijn boek Standvastig:

‘De satirische internetsite Rokokoposten had een verhaal van een man die klaar was met zijn zelfontwikkeling omdat hij zijn volledige potentieel had gerealiseerd. Het verhaal is grappig omdat het volgens de zelfontwikkelingsreligie onmogelijk is om klaar te zijn met zelfontwikkeling. Maar het is tegelijkertijd twee keer zo grappig omdat het de absurditeit van deze religie aantoont.’

Burn outs en faillissementen

En dus raken steeds meer mensen gefrustreerd. Volgens Brinkmann is dit een van de redenen waarom de cijfers voor stressgerelateerde aandoeningen tegenwoordig zo hoog liggen. Honderd jaar geleden mochten we niks en kregen we neuroses. Nu móeten we alles en krijgen we burn outs en depressies.

Niet alleen mensen, maar ook bedrijven ondervinden schade van het ‘kom uit je comfort zone’-gebod. Je kunt wel roepen dat je werknemers ‘voortdurend moet uitdagen’, maar zulk denken leidt onvermijdelijk tot steeds roekelozer gedrag. Barbara Ehrenreich, auteur van Smile or die: how positive thinking fooled America and the world, geeft hiervan een voorbeeld uit de tijd vlak voor de financiële crisis van 2007. De topmanagers van Lehman Brothers en andere grote banken spoorden hun werknemers aan om steeds grotere risico’s te nemen. De paar medewerkers die hun zorgen uitspraken over de riskante koers van het bedrijf (en dus ‘in hun comfort zone’ bleven) werden de mond gesnoerd of zelfs ontslagen. Wie weet, als meer medewerkers de ruimte hadden gekregen om in hun comfort zone te blijven, dan was er misschien helemaal geen wereldwijde economische crisis ontstaan.

Een eerste stap: meer ruimte voor bezinning

Het gebod om voortdurend buiten de comfort zone te leven, levert ons een hoop opgebrande mensen en weinig duurzame successen op. Dat moet veranderen. Hoe? Door nooit meer een uitdaging aan te gaan? Nee, dat zou evenzeer absurd zijn. Maar meer ruimte voor bezinning lijkt mij een goed begin. Twijfelen speelt daarin een belangrijke rol. Elke keer dat je wordt bevolen (of de verplichting voelt) om ‘uit de comfort zone te stappen’ zou je je moeten kunnen afvragen waartoe het dient. Soms zal blijken dat het juist is om een stap erbuiten te zetten. En vaak zal duidelijk zijn dat dat helemaal niet nodig is. In dat laatste geval moet je ook de mogelijkheid krijgen om ‘nee’ te zeggen en standvastig te zijn.

Ik denk dat we hier een stuk gelukkiger van worden. En we leveren nog beter en zinvoller werk ook. Ironisch eigenlijk, want dat is precies wat de pleitbezorgers van het motto ‘kom uit je comfort zone’ hadden willen bereiken.

Bron:

Waarom ‘kom uit je comfort zone’ vaak een slecht advies is

 

Wat is balans nou eigenlijk?

Wat is balans nou eigenlijk? Dat ik vaak uit balans ben, is me wel duidelijk, maar wat is “in balans zijn” dan precies?

Gisteren kwam ik deze omschrijving tegen van Marjolein Mennes. Ik merkte dat het bij mij heel erg resoneert. Het voelt als waar voor mij. Komt ie:

“Balans is niet zo zeer een gevoel, maar een besluit wat je steeds opnieuw neemt om er voor jezelf te zijn.”

Dit voelt voor mij als het omdenken van balans. Balans is dus eigenlijk heel simpel! Oké, het is nog niet makkelijk, maar wel simpel.

Dat maakt het concept “balans” voor mij overzichtelijker en haalbaarder.  Er voor anderen zijn, voelt voor mij als heel vanzelfsprekend. Dan voel ik me als een vis in het water. Er voor mezélf zijn, is een heel ander verhaal, maar als het me balans oplevert, moet ik ervoor gaan!

Er voor mezelf zijn

Ik kan vaak goed aanvoelen hoe een ander zich voelt. Mijn voelsprieten staan altijd naar buiten gericht. Volgens mij zijn de meeste mensen met een bipolaire stoornis ook hoogsensitief. En die combinatie maakt je hypersensitief.

Als ik voel wat er bij een ander speelt, anticipeer ik daarop, zodat ik er zo goed mogelijk voor de ander kan zijn. Soms vervalt dat bij mij in de “red de ander” syndroom.

Als ik voel dat iemand het echt moeilijk heeft, wil ik er zó graag voor de ander zijn, dat ik mezelf helemaal vergeet en over mijn grenzen ga. Dit is voor niemand fijn en helaas heb ik hierdoor in het verleden een aantal vriendschappelijke relaties verpest…

Bij mezelf kan ik óók goed aanvoelen hoe het met me gaat, maar daarop anticiperen vind ik héél moeilijk. Ik hou dus veel rekening met de ander maar niet met mezelf. Gevolg: ik ga enorm over mijn grenzen heen. Ik doe meer dan ik aan kan en verlies mijn balans. Ik voel me dan een falend, mislukt mens.

Sjaak Afhaak

Ik schreef al eerder dat ik me door mijn bipolaire stoornis erg beperkt voel. Ik wil zoveel, maar het lukt me niet. Ik voel me vaak Sjaak Afhaak.

Besluiten er voor mezelf te zijn lukt me niet goed, omdat het me maar niet lukt om te accepteren dat ik deze bipolaire beperking heb.

Diep van binnen heb ik nog steeds het gevoel dat deze ziekte mijn eigen schuld is. Dat ik niet genoeg mijn best doe. En dan voel ik me weer een falend, mislukt mens. Een teleurstelling naar anderen en mezelf. Alsof ik het grootste deel van het leven moet missen, omdat ik het niet bij kan benen.

Maar in feite maakt het niet uit of het mijn schuld is of niet. Als ik balans wil, zal ik er voor mezelf moeten zijn. En mijn nummer één manier om er voor mezelf te zijn, is mezelf rust gunnen en geven. Hoe teleurstellend stom en saai ik dat ook vind. Alleen vanuit rust kan ik accepteren, is mijn ervaring.

Er zijn namelijk wél momenten geweest dat ik mijn bipolaire stoornis accepteerde: in de periode waarin ik rustig en in balans was. Maar dit was óók de periode waarin ik vaak Sjaak Afhaak was… Alleen voelde dat toen niet zo naar.

Uitmaken

Als je te erg uit balans raakt en het écht niet meer gaat in je relatie of op je werk of waar dan ook. Dan kun je de relatie beëindigen. Maar de relatie met jezelf kun je niet beëindigen. Mijn hoofd bipolaire gaat altijd overal mee naar toe.

Dat vind ik mega frustrerend. En ja, ik kan de relatie met mezelf beëindigen door zelfmoord te plegen, maar hoe vaak ik daar ook aan denk en hoeveel plannen ik ook maak, ik wil dat mijn dochters en andere dierbaren niet aan doen.

Ik hunker naar balans. Hoewel ik door een weer hogere lithiumspiegel minder snel overprikkeld ben, zit mijn hoofd nog wel vol monsters. Dinsdag moet ik voor een spannend lichamelijk onderzoek naar het ziekenhuis. Daar krijg ik ook stress van en dus monsters van in mijn hoofd.

Soms gebeuren er dingen waar ik geen invloed op heb. Maar hoe ik ermee om ga, kan ik wel soort van beïnvloeden. Met hulp van mijn dierbaren: een vriendin bood aan om mee te gaan naar het ziekenhuis. En ik zei ja.

Gedeelde smart is halve smart. Ik koos er voor mezelf te zijn, door hulp te accepteren en me niet bezwaard te voelen. Nu voel ik me daar minder wiebelig over.

De relatie met mezelf

Om mijn balans weer te vinden en er voor mezelf te zijn, heb ik in overleg met mijn behandelaar besloten alle afspraken voor de komende drie maanden af te zeggen. Ik moet back to basics en alle stress dingen die ik zelf onder controle heb afzeggen/ niet opzoeken.

Eerst dacht ik weer: wat ben ik een mislukt mens. Loser! Maar nu denk ik: ik doe iets om er voor mezelf te zijn. En dát levert me balans op en dus ook meer zelfliefde. Dus is het de moeite waard.

“Balans is niet zo zeer een gevoel, maar een besluit wat je steeds opnieuw neemt om er voor jezelf te zijn.”

xoxo

Goedbedoeld ongevraagd advies

Cornelie Egelie, schrijver van het boek over bipolariteit Pillendoos, schreef op Facebook een post over onbegrip en goedbedoeld ongevraagd advies. Dat zette mij aan het denken en schrijven.

In mijn omgeving heerst ook nog wel wat onbegrip. Bij mezelf eigenlijk ook. En bij onbegrip horen goedbedoelde ongevraagde adviezen.

Wanneer ben je ziek?

Goedbedoelde ongevraagde adviezen komen uit alle hoeken. Ik weet dat ze van me houden en ik van hun, maar ik krijg meestal toch het gevoel dat mensen mij en mijn kwetsbaarheid niet helemaal serieus nemen en me niet begrijpen.

Dat ik niet hard genoeg mijn best doe en me gewoon aanstel. Dat vind ik waarschijnlijk vooral zelf… Ik ben toch immers niet écht ziek!? Maar is dat wel zo?

Als je hoge koorts hebt, ben je ziek. Als je kanker hebt, ben je ziek. Diabetes, corona, hart- en vaatziekten enzovoort. Dán ben je ziek!

Ben ik ziek? Ik krijg zelf nog wel eens het gevoel dat mensen een bipolaire stoornis niet als ziekte zien. Ik vind het zelf ook nog moeilijk en confronterend om het als ziekte te zien.

Wat is ziek?

De definitie die ik op Google vond: “Ziekte is een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking van een organisme. Meer specifiek is het een verstoring van de homeostase, het zelfregulerend proces waarbij biologische systemen hun stabiliteit bewaren door zich aan te passen aan de omstandigheden.”

Ralph Kupka is hoogleraar Bipolaire Stoornissen aan het VU Medisch Centrum en zegt dat uit heel veel neurobiologisch onderzoek blijkt dat de homeostase bij mensen met een bipolaire stoornis inderdaad verstoord is. In hun regelsystemen zitten dus kwetsbaarheden en dat heeft te maken met het brein, het zenuwstelsel, endocriene stelsel, je hormonen, genetica en wat er in je leven gebeurd is.

Kortom, de homeostase/ het regelsysteem van mensen met een bipolaire stoornis is verstoord en dus snel uit balans en veert minder makkelijk terug.

In die zin ben ik dus ziek, zeker als ik niet stabiel ben. Als ik wél stabiel ben, moet ik nog altijd rekening houden met mijn kwetsbaarheid. De bipolaire stoornis is er dus eigenlijk altijd.

Als het echt slecht met me gaat en suïcidaal ben, blijkt de bipolaire stoornis zelfs een levensbedreigende ziekte. Als er dan een goedbedoeld ongevraagd advies komt, werkt dat héél averechts.

Even naar Sjaan Sjamaan

In haar Facebook post schreef Cornelie hoe een kennis van haar na electro convulsie therapie (ECT) bij het AMC het advies kreeg om naar de sjamaan te gaan. Het was volgens sommigen beter om haar gebroken ziel te laten repareren door een sjamaan.

Herkenbaar! Ik heb zó vaak uit alternatieve tips gekregen en ook uitgeprobeerd, maar ik heb ervaren dat het niks oplost. Het is misschien even fijn en rustgevend, maar het is voor mij geen duurzame oplossing gebleken.

Ik ben blij dat mensen als Cornelie helpen om meer bewustzijn en begrip te creëren rondom de bipolaire stoornis.

Het helpt niet alleen anderen, maar ook mezelf om het beter te begrijpen. Pas als je (in)ziet dat en wat er aan de hand is, kun je er echt mee aan de slag.

Ik doe ook maar wat

Ik ben heel blij dat ik uiteindelijk toch in de reguliere gezondheidszorg terecht ben gekomen. De GGZ en voorál medicatie waren vroeger echt een no go voor mij. Maar daar ben ik anders over gaan denken, omdat ik iets anders heb ervaren. De GGZ en medicatie kunnen zeker helpen. Al denken sommige die-hard alternatievelingen er nog steeds anders over…

Nou ja, ik doe ook maar wat, maar ik heb nu eindelijk wél het gevoel dat ik op de goeie weg zit. Van alles wat ik heb geprobeerd, werkt dit, vooralsnog, het beste. Ik begin mezelf ook steeds beter te begrijpen. Volgens mij.

Iedereen krijgt het

Nu ik dit schrijf denk ik: bijna iedereen krijgt én geeft goedbedoeld ongevraagd advies. Ziek of niet ziek.

Ik hoorde verhalen van mensen met kanker die advies kregen om zeeën van vitamine C te nemen in plaats van chemo, of vrouwen met een onvervulde kinderwens die vooral moesten rebirthen of mensen met diabetes type 1 die meer kaneel moesten eten.

Het zit denk ik in onze aard om meteen advies te geven in plaats van te luisteren. We vinden het naar om iemand van wie we houden in pijn en verdriet te zien. En we worden er ongemakkelijk van. We willen graag dat het leven leuk is. Dus proberen we het snel te fixen met een goedbedoeld ongevraagd advies.

Als het bij een ander helpt, helpt het vast ook bij jou, is de gedachte. En dan is alles weer goed, normaal en comfortabel, zoals we het graag hebben.

Oké zijn met wat er is

Maar inmiddels weet ik wel beter. Toch betrap ik mezelf er nog wel eens op dat ik advies wil geven. Iets moeilijks er “gewoon” laten zijn en luisteren naar wat er is, is makkelijker als je oké bent met jezelf.

Oké zijn met jezelf: dat is een hele levenskunst en iets wat ik (nog) niet goed kan. Weinig mensen kunnen het denk ik. Vandaar de vele goedbedoelde ongevraagde adviezen. Een mooie missie voor de mens om na te streven: oké zijn met jezelf en met wat er is.

Zo, dat was nog even een goedbedoeld ongevraagd advies van mij haha! Vanaf nu geven en krijgen we het vast noooooit meer!

xoxo