Charlie Mackesy: De jongen, de mol, de vos en het paard

Charlie Mackesy maakt prachtige tekeningen met ontroerende en rake teksten en heeft hier een boek van gemaakt. Een echte aanrader!!!

Ik kende zijn werk al via Instagram. Van mijn moeder kreeg ik zijn boek. Een extra dierbaar kado, omdat ik het kreeg omdat mijn oude paard, dat al bijna 20 jaar in mijn leven is, ongeneeslijk ziek is en niet lang meer te leven heeft. Zij is net zo wijs als het paard uit het werk van Charlie Mackesy.

Elizabeth Gilbert zegt héél treffend over het boek: “De wereld waarin ik wil leven, is de wereld die Charlie Mackesy bedacht heeft. Een wereld van oneindige vriendelijkheid, wijsheid, tederheid en echte liefde tussen vrienden.”

Charlie Mackesy is dus ook te volgen op Instagram. Een héél fijn account!

‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’

Omdat ik sinds een paar maanden bezig ben met het verwerken van mijn jeugdtrauma lees ik veel over wat trauma met de hersenen en het lichaam doet. Ik kwam op het werk van psychiater Bessel van der Kolk.

Het gaat niet over de bipolaire stoornis, maar misschien heb jij ook een trauma meegemaakt die de bipolaire stoornis heeft getriggerd. Dan is meer leren over trauma misschien ook voor jou interessant. Het geeft mij in ieder geval veel herkenning, steun en inzicht.

‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’

Interview met Bessel van der Kolk in Augeo Magazine door Ditty Eimers.

Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?

‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?

‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

Hoe merk je dat?

Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?

Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?

‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?

‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?

Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

Maar dat is dus niet elk kind gegeven.

‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.

‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

Hoe kwam u daarmee in aanraking?

‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

Bessel van der Kolk, psychiater

Prof. dr. Bessel van der Kolk (1943, Den Haag) vertrok na zijn eindexamen naar de Verenigde Staten om medicijnen te studeren. Hij specialiseerde zich als psychiater en is oprichter en directeur van het Trauma Center in Brookline, Massachussets. Daarnaast is hij hoogleraar in de psychiatrie aan de universiteit van Boston. Hij wordt beschouwd als een van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van traumabehandeling en posttraumatische stressstoornis (PTSS)

Lichaam in balans met frdk

Door alle stress en spanning van de laatste tijd verrekte ik steeds mijn nek. De pijn schoot helemaal door tussen mijn schouderbladen en naar mijn arm. Auw! Alles wat ik deed, deed me pijn. En autorijden was eng, want ik kon niet meer goed over mijn schouder kijken. Mijn nek is, samen met mijn onderrug, mijn zwakke plek. Als ik fysiek niet lekker in mijn vel zit, neem ik altijd contact op met de mensen van www.frdk.nl

Als ik door mijn rug ga of mijn nek verrek krijgen zij me altijd in één sessie weer op de rit. Echt geweldig! Na de eerste behandeling op 28 oktober was ik klachtenvrij. Ik voelde ik me zoveel soepeler. Ik voelde me ook veiliger, want ik kon eindelijk weer over mijn schouder kijken bij het autorijden.

Check up

Een week later, op 4 november, kreeg ik weer een behandeling. Niet omdat mijn lijf niet lekker voelde, maar als check up. Ik wilde checken of mijn lijf nog voldoende ontspannen en rechtgericht was, of ik de oefeningen wel goed deed en om nog wat extra oefeningen mee te krijgen.

Mijn bekken stond gelukkig nog helemaal recht, alles bewoog en draaide soepel. Helemaal blij mee! Altijd fijn zo’n APK voor je lijf.

Wie is jouw go to persoon als je niet lekker in je vel zit?

Op internet dieet

Er gebeurt een hoop in deze periode. Ik ben bezig met het verwerken van mijn jeugdtrauma en dat kost veel energie en focus. Ik merk dat er een groot energielek zit bij mijn internet gebruik. Vooral door al die sociale media en whatsappjes verlies ik focus en rust.

Dus heb ik een paar dagen terug besloten om al mijn sociale media te deactiveren. Instagram, Facebook én WhatsApp heb ik van mijn telefoon gehaald. Geen uren meer oeverloos scrollen, scrollen, scrollen en dingen zien en lezen die me eigenlijk niet helpen.

Teleurstelling? Verademing!

In het begin voelde het heel erg kaal. Ik heb weleens eerder een social media stop gedaan, maar WhatsApp nog nooit. Ik checkte steeds of ik appjes had. Wat een vervelende gewoonte. Die appjes had ik natuurlijk niet. Maar het voelde niet als een teleurstelling, maar als een verademing! Ik kan makkelijker in het hier en nu blijven zonder al die afleiding.

Als profielfoto en statusupdate heb ik een melding dat ik tijdelijk geen WhatsApp heb, zodat mensen weten dat ik zo niet bereikbaar ben.

FOMO

Ik had altijd Fear Of Missing Out, maar sinds mijn internet dieet voel ik me rustiger. Als iets echt belangrijk is smsen, bellen of mailen ze me wel. En dat gebeurt ook. Ideaal!

I was missing out. En dan niet het gedoe op social media, maar de mooie dingen in het hier en nu. Ik heb ineens veel meer tijd. Ik kan mijn prioriteiten beter kan zien en voelen. Volgens de app die mijn screentime bijhoudt, heb ik een paar uur per dag extra tijd, omdat ik veel minder online ben! Heel fijn dus.

Ik krijg al veel meer slaap sinds ik alleen slaap en ik hoop dat dit internet dieet me nog meer helderheid en kracht geeft in mijn proces. Zodat ik mijn trauma een plek kan gaan geven. Mijn internet dieet houdt in ieder geval “de gekte” van deze huidige wereld een beetje buiten mijn wereld.

Van je talent word je ongelukkig

Laatst zag ik een webinar van David en Arjan van 365. Het was een webinar over flow. Dat vind ik altijd een mooi en magisch onderwerp. Dat komt denk ik omdat ik, als ik flow ervaar, dat is zó heerlijk vind! Als ik echt depressief ben, is flow ver te zoeken, maar áls er flow is dan WOW!

Arjan en David zeggen dat flow een vaardigheid is dus ik was wel benieuwd naar hun insteek. Het webinar zou een uur duren en mijn dochters sliepen al dus dat kwam allemaal goed uit. Ik wil graag leren hoe ik zelf meer flow kan creëren.

“Van je talent word je ongelukkig”

Nou, wat ik dus echt een toffe eye opener vond: van je talent word je ongelukkig. Bij de meeste mensen is hun talent, volgens 365, een super goed ontwikkeld en door de omgeving geprezen, overlevingsmechanisme. Je talent is dus niet per se iets waar je zelf gelukkig van wordt.

Vervolgens moest je je passie benoemen. Zij zeggen: de overlap van je talent met je passie is je element. En dát is waar je gelukkig van wordt: als je in je element bent. Dat is waar je flow ervaart.

Dat vond ik zo mooi gezegd en zo herkenbaar! En als je vanuit je element keuzes gaat maken, wordt flow dus een vaardigheid die je in kunt zetten.

Nou ja, dit is misschien een beetje een kort door de bocht uit leg. Als je meer wilt zien, kun je het webinar hier terug kijken. Ik weet niet hoe lang de replay online staat.

Mijn talent

Het is echt the best feeling om in mijn element zijn. Daarin zit de flow. Door het webinar ging ik nadenken over: wat is mijn talent, wat is mijn passie en wat is mijn element. Het borrelde meteen op. Mijn talent is, volgens mij, communiceren. Het is datgene waarover ik door anderen wordt geprezen en wat mijn overlevingsmechanisme is geworden.

Ik krijg vaak terug dat mensen me vriendelijk vinden en dat mensen het fijn vinden om met mij in contact te zijn. Dat ik erg toegankelijk ben en goed kan communiceren. Ik hou ook echt van communicatie en heb er veel studies en werk aan gewijd. Het gaat natuurlijk niet altijd goed, helaas, en communicatie moet ook van twee kanten komen natuurlijk, maar meestal weet ik wel goed contact te leggen en contact te houden.

Als kind was ik al heel gevoelig en alert, zodat ik goed situaties kon aanvoelen en vriendelijk kon communiceren om me in bepaalde situaties veilig te voelen. Zo breng ik mezelf nu nog regelmatig “in veiligheid”. Wie niet sterk is, moet aardig zijn, als het ware. Dus ik snap helemaal waarom 365 zegt dat je talent ook je overlevingsmechanisme is.

Mijn passie

Mijn passie kwam ook meteen op. Het is niet één speciaal iets. Het is eigenlijk heel breed. Ik word “wakker, ga aan, sta in vuur en vlam” van bezield leven. Een oud vriendinnetje van mij had een boek gelezen en kwam met die term en ik voelde die term helemaal. Ik wil niet zomaar leven, ik wil BEZIELD leven. Met hart en ziel. Voelen dat ik hier ben, voelen dat ik leef. Volop liefde geven en ontvangen. Intens leven. En ja haha, de bipolaire stoornis is dus een vloek en een zegen.

Mijn element

En ja, dan ben ik dus in mijn element als ik bezield kan communiceren met anderen. Als zij met hart en ziel leven, ik met hart en ziel leef en we samen kunnen communiceren en écht kunnen verbinden. Werkelijk contact is toch het mooiste dat er is. Vind ik. Daarom vind ik het denk ik ook zo fijn om met paarden en honden te communiceren. Bezieling in contact is voor mij echt belangrijk.

Ik merk dat hierover schrijven me alweer in flow brengt en energie geeft. Nu is nog de kunst in mijn element te blijven en niet alleen in mijn talent, want dan vergeet ik mezelf nog te vaak. Work in progress. The neverending story van leren met vallen en opstaan.

Wat is jouw talent, jouw passie, jouw element? Ik ben benieuwd!

Slaap als medicatie

Omdat ik van de psychiater mijn lithium niet mag ophogen, gooi ik het over een andere boeg. De depressie gaat maar niet weg en omdat mijn spiegel te laag blijft, moet ik wat anders proberen. Ik ga voor slaap als medicatie. Erg ongezellig, maar sinds 28 juli 2020 slaap ik alleen. In alle rust!

Normaal slaap ik gewoon naast mijn man in bed, maar onze jongste dochter slaapt sinds de zomertijd niet meer door. Ik moet haar dan steeds in haar eigen bed terug leggen. Toen ik daar te moe voor werd, liet ik haar maar in ons bed liggen. Met als gevolg dat ik geen oog meer dicht deed, omdat ze me steeds óf tegen de muur aan plette óf me in de “geul” tussen de matrassen deed belanden. Aaaargh… (Alhoewel ik samen wakker worden wél heel gezellig vind.)

Wakker door de meiden

Toen de oudste eindelijk door sliep en niet meer bij ons in bed kroop, begon de jongste dus de nachten te onderbreken. En als de meiden me niet wakker maken, dan is het wel mijn af en toe slaapwandelende/ in zijn slaap pratende man. Aaaargh…

Slaap, het is een hele opgave. Maar van mezelf slaap ik, godzijdank, al mijn hele leven top! Als een roosje. 🙂 Ogen dicht en weg ben ik. En dan word ik pas de volgende dag weer wakker. Tot ik kinderen kreeg…

Alleen slapen

Ik merk dat de gebroken nachten me écht enorm opbreken. Ik weet dat slaap voor mij eigenlijk de beste medicatie is. En dus kwam ik met een erg ongezellig maar wel heilzaam plan: ik slaap vanaf 28 juli in het bed van mijn jongste dochter en mijn jongste dochter slaapt in het grote bed van mijn man.

Sommige mensen zeggen dat dat niet slim is, maar dat maakt me niks uit. Ik kan eindelijk weer hele nachten dóórslapen. Heerlijk!

De relatie met mijn man lijdt er gelukkig niet onder. In tegendeel zelfs. Want omdat ik meer slaap krijg, word ik weer wat stabieler en rustiger en dus leuker. En vind ik mijn man ook meteen weer leuker (want ik ben minder geïrriteerd door slaapgebrek.)

Nacht én dag plan

Wat ook helpt om beter te slapen, is dat we sinds mei een “takenschema” hebben voor onze dochters. Denk aan opstaan, aankleden, haren kammen, ontbijten, schooltas klaarmaken, wassen, tandenpoetsen, voorlezen enzovoort.

Op maandag en donderdag zijn de “opsta en naar bed breng taken” voor mij. Dinsdag en zaterdag zijn mijn “taakvrije” dagen en kan ik dus uitslapen en ’s avonds eerder chillen op de bank of wat dan ook. Woensdagavond, donderdagavond en zondagochtend doe ik ook. We hebben alle dagen eerlijk verdeeld. Lekker duidelijk en makkelijk!

Ik las dit plan voor een “takenschema” in Kek Mama. Die moeder was er heel enthousiast over en ik moet zeggen: het werkt voor ons ook heel goed! Natuurlijk kunnen we elkaar altijd helpen waar nodig/ zin en we kunnen waar nodig/ zin dagen ruilen. Het geeft me heel veel rust. En het geeft minder irritaties nu alles goed en helder verdeeld is. Het klinkt flauw, maar het werkt echt. Voor ons wel in ieder geval.

Slapen helpt

Slapen, goed slapen, helpt me echt. Ik blijf voorlopig in mijn eentje slapen, want het doet me goed en ik voel dat dit nodig is voor mijn reis naar stabiliteit. Door goede slaap kan ik de reis aan.

Het Hashimoto Protocol

Ik werd door iemand in een Hashimoto Facebook groep gewezen op Het Hashimoto Protocol van Izabella Wentz. Ze schreef een lijfstijl plan voor mensen met Hashimoto/ een auto immuun ziekte. Ik word nog steeds echt gek van de paniek en de paniekaanvallen en die depressie blijft ook maar hangen, dus ik heb het boek besteld.

Weer iets nieuws proberen

Hoewel ik al naar een ademtherapeut ga om met mijn adem mezelf rustig(er) te ademen, merk ik dat het niet genoeg is. De gesprekken bij de GGZ zijn fijn en nuttig, maar al die oude “zooi” opruimen gaat een hele tijd duren. En iemand wees me hierop en dit protocol binnen twee weken al grote veranderingen teweeg kan brengen. Graag!

Hashimoto is een auto immuun ziekte, maar er zijn steeds meer onderzoeken die aantonen dat een bipolaire stoornis óók een auto immuun ziekte is. Bovendien werd ik erop gewezen dat angst, paniekaanvallen en depressies ook vanuit Hashimoto kunnen ontstaan. Ik heb ook allerlei fysieke klachten die daarbij passen.

Leefstijl drastisch aanpassen

Ik leef al best gezond, maar dit protocol is speciaal gericht op auto immuun ziektes (in dit geval Hashimoto). In dit dieet worden bepaalde gezonde dingen geschrapt, die voor Hashimoto mensen níet gezond zijn. Ook wordt er gekeken naar slaap, stress, trauma’s enzovoort. Het is een diepgaand protocol.

Ik ben pas net begonnen met lezen in Het Hashimoto Protocol, van Izabella Wentz. Heel erg interessant! Het uitvinden van mijn persoonlijk Hashimoto leefstijlplan duurt in totaal drie maanden, waarin je bepaalde voeding wel of juist niet eet. Bovendien neem je in iedere fase bijbehorende supplementen.

De 3 fases van het Hashimoto Protocol

Er zijn drie fases. In alle fases moet je natuurlijk gezond en troepvrij eten. De 1e fase duurt 2 weken en zuivert de lever. Daarin eet je geen gluten, zuivel, suiker en soja en neem je bijbehorende supplementen. De 2e duurt 4 weken en herstelt de bijnieren. In die fase eet je ook geen (pseudo)granen meer. De laatste 6 weken lijkt me het lastigste. Die herstelt de (lekke) darmen. Daarin eet je ook geen noten, pitten, zaden, ei, peulvruchten en nachtschades (zoals tomaat en paprika). En oh ja. Geen alcohol en cafeïne natuurlijk gedurende de fases. Maar dat neem ik al zelden. Dat scheelt weer, haha!

Ik ga het proberen, want zo gaat het niet meer. 10 augustus 2020 begin ik! Wish me luck.

Root Cause Rebel

Izabella zegt dat je binnen twee weken al verschil kunt merken. Ik denk dat dit een goeie combinatie is met ademen en de GGZ. Ik ga ervoor! Ik word een Root Cause Rebel, zoals zij haar lezers noemt. Ik hou je op de hoogte via mijn blogs. Want wie weet is dit auto immuun dieet wel voor meer mensen met een bipolaire stoornis geschikt!

Zo baasje, zo hondje

Eén van mijn grote liefdes in mijn leven is ons hondje Zoef. Life is better with a dog. Ik geloof echt dat mijn depressies, angsten en paniek beter te handelen zijn, dankzij Zoef. Wellicht door de oxytocine en andere fijne hormonen die je aanmaakt door knuffelen, aaien en al het wandelen.

Én ik denk dat het komt door de spiegel die ze voor me is. Een harige spiegel op vier pootjes met twee héle grote oren. (Nee het zijn niet Zoef en ik op de foto haha.)

Zoef houdt me steeds een spiegel voor, want ze lijkt qua karakter enorm op mij. Héél angstig en héél blij en enthousiast. Toen ik haar op de foto zag, begin januari dit jaar, vond ik haar meteen superschattig. Ze zat als 9 maanden oude pup in de armen van een Roemeense vrouw. Prachtige kleur en hele bijzondere ogen. Via een stichting is ze naar Nederland gekomen, waar we kennis met haar mochten maken.

Blij ei

Toen we in de kennel aankwamen kwam Zoef meteen op ons afgerend. Zó lief en blij! Ze was meteen gek op onze dochters, en zij op haar. Dat was voor ons een vereiste. Ik moest lachen toen ik haar zag, want op de foto kon ik niet zien dat ze heel grappig gebouwd is. Lang lijf, hele grote oren, een krulstaart en niet zulke lange pootjes. Als een soort rups kwam ze naar ons toe. Haar rug vouwde bij het rennen dubbel. Uit enthousiasme en uit spanning deed ze regelmatig deemoedsplasjes.

We zijn daar een uur geweest. Zoef week niet van onze zijde. Ik wilde niet overhaast beslissen, want een hond vind ik een grote stap en verantwoordelijkheid en zei dat ik ’s avonds zou laten weten of we het zouden doen.

Een hondje in huis

We waren het er alle vier over eens: Zoef hoort bij ons. En dus hebben we haar diezelfde week nog opgehaald. Wat was Zoef blij! Net als wij. Meteen verliefd.

Alles was nieuw en superspannend. Maar omdat ik Zoef zo goed begreep, kon ik haar goed haar eerste weken in Nederland door helpen. Leren wandelen aan de lijn, verkeer, mensen enzovoort. Alles was wennen. We hebben héél veel gedweild, want steeds als ze ons zag en de bench uit mocht, plaste ze van enthousiasme en spanning alles onder.

Maar ik begreep het. En nog steeds kan ze het wel eens doen. Veel minder vaak, maar af en toe. Nou ja, onze jongste dochter is bezig zindelijk te worden dus ik ben “per ongeluk plasjes” dweilen wel gewend. Dat scheelt weer.

Op hondencursus gaan was ook echt heel leuk. De docent had er, zei hij achteraf, een hard hoofd toen hij Zoef de eerste les ontmoette. Omdat ze in het begin zó angstig was. Maar we waren een top team en zijn met vlag en wimpel geslaagd! Zoef had zoveel meer zelfvertrouwen gekregen.

En tóch kan ze nog steeds erg onzeker en angstig zijn. Dat vind ik soms super irritant (want: confronterend), maar vaak vind ik het heel mooi dat we elkaar kunnen helpen en oké zijn met elkaar zoals we zijn. Daar helpt Zoef me echt bij.

“Ze is wel een paniekerig hondje”

Gisteren waren we bij de dierenarts. Zoef had ontzettende dikke traanogen. Het gaat iedere keer beter bij de dierenarts. De dierenarts doet heel rustig aan met haar en dat helpt. De doktersassistente gaf de medicatie mee en zei: “Ze is wel een paniekerig hondje, volgens mij?” Ik zei: mwah en zei dat het wel zou lukken met druppelen. Zou niet makkelijk zijn, maar komt goed.

Als ze in haar element is

Arme bibber Zoef mocht weer naar buiten. Daar mocht ze op het veld los. Ze veranderde meteen in een andere hond, want rennen doet ze het allerliefst! Ze racete over het grasveld. Bochten maken, stoppen, mij uitdagen om mee te doen, ik mee doen, zij weer rennen, rennen, rennen. Ik ken geen snellere hond dan Zoef. Zó grappig om te zien!

Ook bijzonder om te zien, want als Zoef in haar element is en dus op haar gemak is, is ze een andere hond. Haar hele uitstraling is anders. Vooral die leuke grote oren vallen dan erg op. Regelmatig vragen mensen me: “Wat een leuk hondje, wat voor ras is het?” Waarop ik zeg: Een Roemeense vuilnisbakkenras. Al lijkt ze enorm op een podenco maneto. Alleen niet qua kleur. Maar die komen volgens mij niet voor in Roemenië.

Dappere dodo

Van de week was ze mee op de SUP (Stand Up Paddle board). Dat vond ze ook heel spannend, maar omdat mijn man, onze kids en ik er ook op zaten, durfde ze. Ze heeft zelfs voor het eerst gezwommen! Toen ik ging zwemmen, zag ik haar met grote ogen kijken: Wat doe JIJ nou??!?!?! En hoe eng ze het ook vond, ze sprong in het water, ging koppie onder, kwam boven en ZWOM naar me toe! Daarna zette ik haar snel weer op de SUP, want zwemmen leek niet haar favoriete bezigheid. Maar het was zo schattig om haar koppie te zien.

Ik hou van Zoef zoals ze is. Ik accepteer haar zoals ze is. Ik zie dat ze ondanks haar angsten en paniek zoveel meer is. Of misschien wel juist dankzíj?! Ze leert mij dat ook bij mezelf te gaan zien. En als me dat niet lukt, dan is Zoef daar om met ons op avontuur te gaan en dan is ineens het leven weer leuker. Samen komen we er wel.

xoxo

De bipolariteit van een batterij

“Wij bipolairen” zijn net batterijen. We hebben twee polen, een plus kant (manie) en een min kant (depressie). Als we in de plus staan en (hypo)manisch zijn, zijn we net Duracel konijnen. Niet te stoppen! Maar als we in de min staan, is de batterij echt helemaal leeg en zijn we door de depressie uitgeput. Én net als batterijen zitten we vol lithium (ja dezelfde lithium!)

Mijn batterij/ accu is momenteel zo goed als leeg. Het alarmpiepje “batterij bijna leeg” gaat al een tijdje. Maar het lukt me maar niet om mijn batterij op te laden.

“Doe waar je vrolijk van wordt! Doe waar je energie van krijgt!” Zeggen ze. Maar ik word van sommige dingen heus nog wel vrolijk, alleen krijg ik er geen energie van. Ik krijg nergens meer energie van. Zelfs slapen helpt niet meer. Alsof ik een lamme accu heb: ik ga aan de lader, maar als ik de stekker eruit trek, loop de accu meteen leeg en klinkt het alarmpiepje.

Lamme accu repareren?

Als mijn telefoon een lamme accu heeft, koop ik een nieuwe accu of een nieuwe telefoon. Maar ik ben geen telefoon die ik kan vervangen. Dus hoe pak ik mijn lamme accu aan? Dat er iéts moet veranderen is overduidelijk. Maar hoe?

Volgens mij moet ik rigoureus mijn “rust routine” gaan aanpakken. Maar dat vind ik dus echt doodeng. Want daarvoor zal ik nog veel vaker “nee” moeten zeggen. Op zowel leuke als niet leuke dingen. En dat ik vaker om hulp moet vragen. Dan ben ik bang dat ze me slappe Sjaak Afhaak de aansteller zullen vinden én dat ik alle fun moet missen. Bovendien, als ik mijn daadwerkelijke grenzen aan moet geven, ziet iedereen mijn inieminie comfortzone. Dat voelt zó kwetsbaar en eng.

Maar hulp vragen, “nee” zeggen en dus mijn grenzen aan geven, is volgens mij de enige manier om die batterij weer voller te krijgen. En dan kan ik ook weer dingen gaan doen. Gedoseerd, alles met mate. Zó wat ben ik daar slecht nog niet zo goed in.

Hoe vol is die batterij?

Als mijn telefoonaccu nog 13% heeft, ik moet nog ergens heen en ik kan niet opladen dan ga ik niet nog Netflixen of andere batterijslurpende dingen doen. Bij mezelf doe ik dat wel. Maar vaak heb ik niet goed door hoe vol mijn batterij is, want tja de ene keer ben ik hypomaan en de andere keer vet depressief. Of soms ben ik aardig “normaal”. Mijn batterij is nogal onvoorstelbaar. Een soort AliExpress batterij.

Hoe vol is die batterij nou precies? Waar loopt mijn batterij van leeg? Wat kost nauwelijks energie en wat levert energie op? Echte energieslurpers herken ik meestal wel, maar dat zijn niet alleen stomme, maar vaak óók leuke dingen en die ik niet wil missen!

Dus nu moet ik gaan uitvogelen hoe mijn batterij werkt. Hoeveel procent er nog in zit en wat de batterij leegt, vult of neutraal laat. Moeilijk!

Duracel konijn

Het niet te stoppen Duracel konijn lijkt een utopie, maar ik weet inmiddels dat het geen duurzame manier is van omgaan met je batterij. Een lege batterij is het andere uiterste en ook geen goeie optie.

Met mijn bipolaire stoornis leer ik de kunst van het balanceren. Doseren, evenwicht vinden, vallen en weer opstaan. Ik hoop dat ik de komende tijd steun heb van de batterij metafoor en mijn batterij kan leren kennen en leer op te laden.

Hoe gaat het met jouw batterij?

xoxo

Waarom “ga uit je comfortzone” geen goed advies blijkt

Wat MEGA uit mijn comfortzone is, is (comfortabel) in mijn comfortzone blijven. Ik heb een piepkleine comfortzone en vind dus eigenlijk bijna alles spannend of ronduit eng. Of het nu nieuw is of bekend, het is spannend en dus levert het stress op en kost het me veel energie. (Tenzij ik manisch ben natuurlijk.) Toch ga ik makkelijker uit dan in mijn comfortzone. Huh?!?!

Van jongs af aan hoor ik dus: doe het maar Roos, je kunt het wel! En inderdaad, als ik iets doe, kan ik het meestal! En goed ook! Omdat je altijd uitvoerig wordt beloond en becomplimenteerd als je succesvol iets doet wat je eng vindt, begreep ik al snel dat uit je comfortzone gaan goed en nodig is. Bovendien hoef ik dan niks te missen en lijk ik “normaal”. Lang leve uit mijn comfortzone gaan! Oké, ik loop er meestal helemaal op leeg, máár dan stel ik tenminste wat voor. Dan kan ik mee doen.

Ik ga dus al mijn hele leve te pas en te onpas uit mijn comfortzone. Soms kan het goed zijn. Dan is het nuttige groeipijn, maar ik vroeg me niet eens af “wat wil ík?” of  “wat levert het me op?” Ik deed het gewoon, want zo hoorde het, dacht ik. En, zo zeiden de goeroes, the magic happens outside your comfortzone!

The magic happens ín your comfortzone

Nu ik zo bezig ben met er voor mezelf te zijn, is het topic comfortzone weer trending voor mij. Ik zit me af te vragen: wat is waar en goed voor míj. Vindt de magie wel plaats buiten mijn comfortzone? Nee! De meeste magie vindt plaats IN mijn comfortzone. Want ik heb dan misschien een hele kleine comfortzone, hij is wél magisch. Vol liefde. Klein en héél fijn.

Ik wil weer gaan kiezen of en hoelang ik uit mijn comfortzone ga. Het roer in handen nemen. Nu dus gaan oefenen met erin blijven en kiezen wanneer ik eruit wil. Spannend!

Ik schrijf alles maar weer van me af. Dat brengt me weer bij mezelf. Bij mijn waarheid. Lezen vind ik, als het resoneert, ook fijn.

Onderstaand artikel vond ik erg treffend en daarom wil ik het graag met je delen.

Een artikel over de comfortzone

‘Kom uit je comfort zone’ is een vaak gehoord advies. Maar wat als dit motto niet het wondermiddel is waarvoor we het houden? Wat als het in veel gevallen juist de oorzaak is van onze depressies en slechte werkprestaties? Pieter Offermans wil er dít over kwijt…

‘Kom uit je comfort zone!’ Krijg je ook weleens dit advies? Misschien hoorde je het van een coach of leidinggevende. Of heb je het in een zelfhulpboek gelezen. ‘Uit je comfort zone komen’ geldt als een deugd. Je moet voortdurend worden ‘uitgedaagd’ en ‘jezelf pushen tot het uiterste’, want alleen zo kun je als persoon ‘groeien’.

Over de onzin van dit motto zijn al een aantal interessante artikelen verschenen. Zo zegt Andy Mort van The Gentle Rebel Podcast: ‘Vergeet wat je hebt gehoord, de comfort zone is je vriend.’ En in NRC schrijft Japke-d. Bouma:

‘Waarom zou je op kantoor uit je comfort zone komen? Presteer je dan beter? Krijg je meer gedaan als je je bureau een paar dagen in het clubhuis van de Hells Angels neerzet, of als je voor de koelkast gaat werken met de deur open? Word je creatiever als je op het toilet van een internationale trein gaat zitten flexwerken, of bij de afdeling sales? Ik dacht het dus niet.’

Zelf krijg ik behoorlijk jeuk als ik de woorden ‘kom uit je comfort zone’ hoor. Dat komt omdat het in de meeste gevallen een slecht advies is. Laat me uitleggen waarom.

‘Uit de comfort zone’ als doel op zich

Het kan zeker zinvol zijn om af en toe iets te doen waar je in eerste instantie geen zin in hebt of bang voor bent. Een groep toespreken over een onderwerp dat je aan het hart gaat, bijvoorbeeld. Uit een gewelddadige relatie stappen. Door de regen fietsen om de kinderen van school op te halen. Of Spaans leren omdat je volgend jaar op wereldreis gaat. In al die gevallen dient het een duidelijk en nobel doel om de comfort zone te verlaten. Maar volgens de goeroes en andere goedbedoelende raadgevers is zo’n doel eigenlijk overbodig. Jezelf pushen om het pushen vinden zij al meer dan voldoende reden.

Inderdaad, voor hen is ‘uit de comfort zone komen’ een doel op zich. Zo stelt de auteur van een blog op MT.nl: ‘Een belangrijke taak voor een leidinggevende ligt niet in het tevreden houden van zijn mensen, maar in het voortdurend uitdagen.’ Het maakt blijkbaar niet uit waarvoor je uit de comfort zone komt, áls je er maar uit komt. (Daarom moeten we bij bedrijfstrainingen dingen doen zoals een liedje zingen met een Unox-muts op.) Ook ik ben niet zonder zonde. Jarenlang verslond ik het ene zelfhulpboek na het andere en in de geest van wat ik las, zei ik zoveel mogelijk ‘ja’ op alles wat er maar op mijn pad kwam. Ik herinner mij dat ik me voor een zomervakantie had aangemeld voor vrijwilligerswerk. Niet omdat het doel me nou zo bijzonder na aan het hart lag, maar ‘je móet immers in beweging blijven, anders sta je stil’.

‘Kom uit je comfort zone’ is een gebod

Het idee dat we ‘voortdurend de uitdaging moeten aangaan’ klinkt nu heel vanzelfsprekend, maar deze manier van denken is relatief nieuw.

Volgens de Deense psycholoog Svend Brinkmann (zie video hieronder) leven we sinds de jaren zestig in een ‘accelererende cultuur’. In onze ervaring is alles voortdurend in beweging. We stoppen onze agenda vol met allerlei afspraken en projectjes omdat we nooit stil mogen staan. We moeten ‘het maximale eruit halen’ tot aan onze dood toe (tekst gaat door onder de video!).

‘Kom uit je comfort zone’ is allang geen vrijblijvend advies meer, maar een strikt gebod. Bedenk eens wat het voor je carrière zou betekenen als je je leidinggevende tijdens een jaargesprek vertelt dat je eigenlijk heel tevreden bent met je functioneren. Dat je voor komend jaar eens minder hoogdravende doelen gaat stellen. Je baas vindt dat waarschijnlijk geen goed idee. Er wordt simpelweg van je verwacht dat je ‘je ontwikkelt’, hoe bekwaam je ook in je vak bent. Volgend jaar moet je beter, creatiever en succesvoller zijn. En het jaar daarop? Dan moet je nóg beter, nóg creatiever en nóg succesvoller worden. Enzovoorts.

Met wilskracht alleen kom je er niet

Maar natuurlijk kun je jezelf niet voor eeuwig blijven overtreffen. Of we dat nu leuk vinden of niet: we hebben niet alles in ons leven zelf in de hand. Je bent als individu toch ook gebonden aan allerlei externe factoren, waaronder politieke, sociaal-economische en biologische omstandigheden. Met wilskracht alleen kom je er niet. Evenmin is er in dit systeem van ‘voortdurende nooit-aflatende verbetering’ een moment waarop jij of de baas tevreden kan zijn. Brinkmann zegt daarover in zijn boek Standvastig:

‘De satirische internetsite Rokokoposten had een verhaal van een man die klaar was met zijn zelfontwikkeling omdat hij zijn volledige potentieel had gerealiseerd. Het verhaal is grappig omdat het volgens de zelfontwikkelingsreligie onmogelijk is om klaar te zijn met zelfontwikkeling. Maar het is tegelijkertijd twee keer zo grappig omdat het de absurditeit van deze religie aantoont.’

Burn outs en faillissementen

En dus raken steeds meer mensen gefrustreerd. Volgens Brinkmann is dit een van de redenen waarom de cijfers voor stressgerelateerde aandoeningen tegenwoordig zo hoog liggen. Honderd jaar geleden mochten we niks en kregen we neuroses. Nu móeten we alles en krijgen we burn outs en depressies.

Niet alleen mensen, maar ook bedrijven ondervinden schade van het ‘kom uit je comfort zone’-gebod. Je kunt wel roepen dat je werknemers ‘voortdurend moet uitdagen’, maar zulk denken leidt onvermijdelijk tot steeds roekelozer gedrag. Barbara Ehrenreich, auteur van Smile or die: how positive thinking fooled America and the world, geeft hiervan een voorbeeld uit de tijd vlak voor de financiële crisis van 2007. De topmanagers van Lehman Brothers en andere grote banken spoorden hun werknemers aan om steeds grotere risico’s te nemen. De paar medewerkers die hun zorgen uitspraken over de riskante koers van het bedrijf (en dus ‘in hun comfort zone’ bleven) werden de mond gesnoerd of zelfs ontslagen. Wie weet, als meer medewerkers de ruimte hadden gekregen om in hun comfort zone te blijven, dan was er misschien helemaal geen wereldwijde economische crisis ontstaan.

Een eerste stap: meer ruimte voor bezinning

Het gebod om voortdurend buiten de comfort zone te leven, levert ons een hoop opgebrande mensen en weinig duurzame successen op. Dat moet veranderen. Hoe? Door nooit meer een uitdaging aan te gaan? Nee, dat zou evenzeer absurd zijn. Maar meer ruimte voor bezinning lijkt mij een goed begin. Twijfelen speelt daarin een belangrijke rol. Elke keer dat je wordt bevolen (of de verplichting voelt) om ‘uit de comfort zone te stappen’ zou je je moeten kunnen afvragen waartoe het dient. Soms zal blijken dat het juist is om een stap erbuiten te zetten. En vaak zal duidelijk zijn dat dat helemaal niet nodig is. In dat laatste geval moet je ook de mogelijkheid krijgen om ‘nee’ te zeggen en standvastig te zijn.

Ik denk dat we hier een stuk gelukkiger van worden. En we leveren nog beter en zinvoller werk ook. Ironisch eigenlijk, want dat is precies wat de pleitbezorgers van het motto ‘kom uit je comfort zone’ hadden willen bereiken.

Bron:

Waarom ‘kom uit je comfort zone’ vaak een slecht advies is