De kleine ziel en de zon

Heb je ooit gehoord van het verhaal van De kleine ziel en de zon? Het is van schrijver Neale Donald Walsch en het is mijn lievelingsverhaal.

Momenteel ben ik bezig met Imaginary Rescripting, met mijn behandelaar bij de GGZ. Het is een soort EMDR. Ik vind het heel erg intens maar het helpt me wel om mijn onverwerkte jeugdtrauma aan te gaan en eindelijk te gaan verwerken.

Een helend verhaal

Ik combineer mijn nieuwe GGZ therapie met een lifestyle/ voedingsprotocol: het Hashimoto Protocol en Transformational Breathing sessies bij Natalie van Bewust Ademen .

Zeker in deze turbulente en alles blootleggende corona tijd lijkt deze combinatie erg goed te werken, voor mij in ieder geval. Het verhaal van De kleine ziel en de zon komt steeds bij me op, ook tijdens de ademsessies en helpt me om naar mijn jeugdtrauma te durven kijken bij de GGZ. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar het verhaal helpt me.

Misschien heb jij er ook wat aan en anders is het gewoon een mooi verhaal om te lezen. : – )

De kleine ziel en de zon

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: “Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.”
God lachte breed. “Dat is waar!”, zei God. “Jij bent ook het licht.”

“Wow,” zei de Kleine Ziel, “Dit is toch echt gaaf. Maar weten wie ik ben is één ding, ik wil erváren wat het is om het licht te zijn!”

“Maar je bent het licht al,” herhaalde God weer lachend. “Ja, maar ik wil voelen wat het is!” zei de Kleine Ziel. 

”Aangezien je jezelf niet kunt zien als het licht als je in het licht bent, zullen we je met duisternis omringen,” zei God.

“Wat is duisternis?” vroeg de Kleine Ziel. God antwoordde: “Dat is wat je niet bent.”

“Zal ik bang zijn in het donker?” vroeg de Kleine Ziel. “Alleen als je ervoor kiest om bang te zijn,” antwoordde God. “Er is echt niets om bang voor te zijn, tenzij jij ervoor kiest om dat te zijn. Want weet je, we verzinnen het allemaal, we doen alsof.”

“Oh,’” zei de Kleine Ziel, en voelde zich al beter. Toen legde God uit dat, om iets te kunnen ervaren, het tegenovergestelde aanwezig moet zijn.

“Het is een groot cadeau,” zei God, “want zonder het tegenovergestelde kun je niets ervaren. Je kunt geen warm ervaren zonder koud, geen boven zonder beneden, geen snel zonder langzaam. Je kunt geen links zonder rechts ervaren, geen hier zonder daar, en geen nu zonder toen.

“Dus, concludeerde God, wanneer je omgeven bent door duisternis, bal je vuist niet, verhef niet je stem en vervloek de duisternis niet. Wees liever een licht in de duisternis en word er niet boos over. Dan weet je wie je echt bent en iedereen zal het weten. Laat je licht zo schijnen dat iedereen weet hoe speciaal je bent!”

“Bedoel je dat het goed is anderen te laten zien hoe speciaal ik ben?” vroeg de Kleine Ziel. “Natuurlijk!” God grinnikte. “Het is heel goed! Maar onthoud: ‘speciaal’ betekent niet ‘beter’. Iedereen is speciaal, ieder op zijn of haar eigen manier! Alleen zijn velen dat vergeten. Zij zullen dan ook zien dat het goed is voor ze om speciaal te zijn wanneer jij ziet dat het goed voor jou is om speciaal te zijn.”

“Wow,” zei de Kleine Ziel, lachend van vreugde. “Ik kan zo speciaal zijn als ik wil!” “Ja, en je kunt nu beginnen,” zei God, die mee lachte samen met de Kleine Ziel. “Welk deel van speciaal wil je zijn?”

“Welk deel van speciaal?” herhaalde de Kleine Ziel, “Ik begrijp het niet”
“Wel,” legde God uit, “Speciaal zijn heeft heel veel kanten. Het is speciaal om aardig te zijn, of zachtmoedig, of creatief of om geduldig te zijn. Kun je nog meer bedenken waarin je speciaal kunt zijn?”

De Kleine Ziel zat een moment stil. “Ik kan een heleboel manieren bedenken om speciaal te zijn!” riep de Kleine Ziel toen uit. “Het is speciaal om hulpvaardig te zijn, om te delen, om vriendelijk en zorgzaam te zijn voor anderen!”

“Ja!” bevestigde God, “en je kunt al deze dingen zijn, of elk ander deel van speciaal dat je wilt zijn, op elk moment. Dat is wat het betekent om het licht te zijn.”

“Ik weet wat ik wil zijn, ik weet wat ik wil ervaren!” zei de Kleine Ziel met groot enthousiasme. “Ik wil dat deel van speciaal zijn dat Vergevingsgezind zijn heet.” “Het is toch speciaal om vergevingsgezind te zijn?”

“O, jazeker,” verzekerde God de Kleine Ziel. “Dat is heel speciaal.’
“Oké,” zei de Kleine Ziel, “Dat is wat ik wil zijn. Ik wil vergevingsgezind zijn. Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind.”

“Goed,”zei God, “Maar er is één ding dat je moet weten.”De Kleine Ziel werd nu een beetje ongeduldig. Het lijkt wel of er elke keer weer een complicatie is.
“Wat is het?” zucht de Kleine Ziel.
“Er is niemand om te vergeven.”
“Niemand?” De Kleine Ziel kon nauwelijks geloven wat er gezegd werd.
“Niemand!” herhaalde God. “Alles wat ik heb gecreëerd, is perfect. Er is geen enkele ziel van alle creaties die minder perfect is dan jou. Kijk maar om je heen.”

Toen realiseerde de Kleine Ziel zich dat zich een grote menigte had verzameld. Zielen kwamen van Heinde en Ver, van overal uit het koninkrijk. Want het was als een lopend vuurtje rond gegaan dat de Kleine Ziel een ongewoon gesprek met God had en iedereen wilde horen wat er gezegd werd.

Rondkijkend naar de ontelbare andere Zielen die hier bijeen waren, moest de Kleine Ziel toegeven: niemand leek minder prachtig, minder magnifiek of minder perfect dan de Kleine Ziel zelf. Dat was het wonder van de Zielen die om hem heen waren, en zó helder was hun licht.

“Wie is er dan te vergeven?” vroeg God.
“Jonge, dit is helemaal niet grappig!” gromde de Kleine Ziel. “Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind. Ik wil weten hoe dat deel van speciaal voelt.
”Toen stapte een vriendelijke ziel naar voren uit de menigte. “Maak je geen zorgen, Kleine ziel,” zei de Vriendelijke Ziel, “Ik zal je helpen.”

“Wil je dat?” De Kleine Ziel klaarde op. “Maar wat kan je dan doen?” “Wel, ik kan je iemand geven om te vergeven!” “Kan je dat?” “Ja” zei de Vriendelijke Ziel. “Ik kan in je volgende aardse leven komen en iets doen wat jij kan vergeven.

“Maar waarom? Waarom wil je dat doen?” vroeg de Kleine Ziel. “Jij, die van zo’n ongelooflijke perfectie bent! Jij die trilt van zo’n snelheid dat het zo’n helder licht creëert dat ik het niet kan evenaren! Wat kan je reden zijn dat jij je vibraties wil verlagen zodat jouw licht donker wordt? Wat kan de reden zijn voor iemand die zo licht is om in mijn leven te komen en jezelf zo zwaar te maken zodat je dit slechte kan doen?”

“Simpel,” zei de Vriendelijke Ziel. “Ik zal het doen omdat ik van je hou.”
De Kleine Ziel leek verrast door het antwoord.

“Wees niet zo verbaasd,” zei de Vriendelijke Ziel, “Je hebt hetzelfde gedaan voor mij. Herinner je het je niet meer? O, we hebben gedanst samen, jij en ik vele keren.

Je herinnert je het alleen niet meer. We zijn allebei alles geweest. We zijn het hoge en het lage geweest, het linker en het rechter. We zijn het hier en het daar geweest, het nu en het toen. We zijn het manlijke en het vrouwelijke geweest, het goede en het slechte We zijn beide het slachtoffer en de dader geweest. Zo zijn we samen gekomen, jij en ik vele malen eerder; steeds de ander de exacte en perfecte gelegenheid te geven om te  uiten en te ervaren wie we werkelijk zijn.

En daarom,” legde de Vriendelijke Ziel verder uit, “Kom ik in je volgende leven en zal ‘de slechte’ zijn dit keer. Ik zal iets heel slechts doen, en dan kan jij jezelf ervaren als degene die vergeeft.”

“Maar wat wil je dan doen?”vroeg de Kleine Ziel een beetje nerveus, wat wil er zo erg zijn?” “Oh,” antwoordde de Vriendelijke Ziel met een glimlach, “We bedenken wel iets.”

Daarna leek de Vriendelijke ziel serieus te worden, en zei met rustige stem, “Je hebt over één ding gelijk, weet je.”
“Wat is dat?” wilde de Kleine Ziel weten. “Ik zal mijn vibraties moeten verlagen, heel zwaar worden en deze niet zulke leuke dingen doen. Ik zal me anders moeten voordoen dan ik in werkelijkheid ben. En daarom wil ik je als dank om een gunst vragen.”

“Oh, wat je wilt, wat je wilt!” riep de Kleine Ziel, en begon te dansen en zingen, “Ik zal vergevingsgezind zijn!”

Toen zag de Kleine Ziel dat de Vriendelijke Ziel erg stil bleef. “Wat is er?” vroeg de Kleine Ziel. “Wat kan ik voor jou doen? Je bent zo’n Engel dat je dit voor me wilt doen!”.

“Natuurlijk is de Vriendelijke Ziel een Engel!” onderbrak God. “Iedereen is een Engel! Herinner altijd; Ik stuur je niets dan Engelen.”

“Wat kan ik voor je doen” vroeg de Kleine Ziel weer. “Op het moment dat ik je kwaad doe,” antwoordde de Vriendelijke Ziel. “Op het moment dat ik jou het ergste aandoe dat je je kunt voorstellen – op dat precieze moment… ”

“Ja?” onderbrak de Kleine Ziel, “Ja….?”
De Vriendelijke Ziel werd nog stiller: “Herinner me als wie ik werkelijk ben.”
“O, dat doe ik!, dat beloof ik! Ik zal je altijd herinneren zoals ik je hier en nu zie!”

“Goed’” zei de Vriendelijke Ziel, “Want weet je, Ik zal zo hard bezig zijn met doen alsof, dat ik mijzelf zal vergeten. En als jij me niet herinnert zoals ik echt ben, kan ik het me misschien voor heel lang niet herinneren. En als ik vergeet wie ik ben, kan jij ook vergeten wie jij bent, en zullen wij beiden verloren zijn.

Dan hebben we een andere ziel nodig om langs te komen en ons te helpen herinneren wie we zijn.” “Nee, dat zullen we niet!” beloofde de Kleine Ziel weer. “Ik zal je herinneren! En ik wil je bedanken dat je me dit cadeau wilt geven, De kans om mezelf te ervaren wie ik ben.”

Aldus was de afspraak gemaakt. En de Kleine Ziel ging verder in een nieuw aards leven. Vol verwachting om het licht te zijn, wat heel speciaal was en vol verwachting om dat deel van speciaal te zijn dat vergevingsgezindheid heet.

En de Kleine Ziel wachtte gespannen om de ervaring te hebben als vergevingsgezindheid en dankbaarheid aan welke Ziel dan ook die dit mogelijk maakt. En op elk moment in het nieuwe aardse leven wanneer er een nieuwe Ziel ten tonele verschijnt, ongeacht of deze nieuw ziel vreugde brengt of droefenis – speciaal als ze droefenis brengen – dacht de Kleine Ziel aan wat God had gezegd: “Herinner je ALTIJD, Ik stuur je alleen Engelen”.

Naar het boek ‘De kleine ziel en de zon.’

Neale Donald Walsch

Bipolaire- en paniekstoornis

De pieken en de dalen die ik al zo lang ken. De hele hoge pieken die ik liet zien (want: leuk!), de hele diepe dalen die ik goed verborgen hield (want: loser!). Tot ik drie jaar geleden “uit de kast kwam” en aan mijn omgeving liet weten dat ik leef met hypomanieën en depressies met suïcidale gedachten. Ik kreeg de diagnose: bipolaire 2 stoornis. Dat deel van mijzelf blootgeven was doodeng! Nu wist iedereen wat een mislukkeling ik ben. Het bijbehorende schuldgevoel en de schaamte vond ik echt ondraaglijk.

Dit is precies de reden waarom ik een ander deel van mij mooi in die kast liet zitten. Ik was heel blij dat er hulp en begrip kwam voor mijn (hypo)manisch depressiviteit, dat heeft me zeker geholpen! Maar dat andere deel vrijgeven zou voor weer extra schaamte en schuld zorgen. Ik durfde het niet aan.

Paniekvogel uit de kast

In deze gekke tijd legt corona alles bloot. Zo voelt het voor mij in ieder geval. Terwijl ik me wilde verstoppen in de kast, ben ik er door corona hardhandig uitgewerkt. Mijn paniekvogel is los.

Deze corona periode zorgt niet alleen voor heel veel stress, onzekerheid, onveiligheid en een zware depressie, maar ook voor paniek. Heel veel paniek…

Als kind kon ik me al heel angstig en paniekerig voelen. Ik werd snel bang en onzeker als ik me niet op mijn gemak voelde. Dat begon, voor zover ik me kan herinneren, toen ik vijf jaar was. Vanaf dat ik begon met zwemles. Ik kreeg mijn eerste paniekaanval bij mijn zwemdocent, maar wist ik veel dat dat een paniekaanval was. Ik voelde me héél angstig en panisch en dat voelde zowel mentaal als fysiek vreselijk. Sindsdien voel ik me bijna altijd onveilig.

Omdat ik geen aansteller en mislukkeling wilde zijn en voorál niemand tot last wilde zijn, ben ik mijn paniekvogel zoveel mogelijk gaan verstoppen. Dat lukte natuurlijk lang niet altijd. Zo heb ik in mijn eindexamenjaar en in mijn tijd op de Universiteit ernstige hyperventilatieaanvallen gehad. Die verberg je niet… Verder ging het best goed. Oke, mensen vonden me soms wel wat paniekerig of zenuwachtig overkomen. Vooral over, in hun ogen, kleinigheden.

Voor hun een kleinigheid, voor mij huge! Maar als het volgens anderen niet veel voorstelde dan moest ik me dus niet aanstellen en “gewoon” doorgaan. Wees geen slappeling!

Gewoon beter je best doen!

Depressies kon ik, voordat ik kinderen had, best goed verbergen. De paniekvogel net zo. Ik had ook het idee dat iedereen zulke heftige gevoelens had maar dat ik er slecht mee om ging. Sukkel, dacht ik. Gewoon beter je best doen! Iedereen kan het leven aan, jij moet dat ook kunnen! Hup, schouders eronder!

Rond mijn 22ste dacht ik écht dat er iets mis was met mijn hart. Mijn hart sloeg nu wel heel vaak op hol of juist stil. Ik kreeg vanuit het ziekenhuis een hartkastje om. Uitslag: niks mis met het hart. Het was hyperventilatie. Ik werd doorgestuurd naar een haptonoom. Dat leek te werken en ik besloot meteen de opleiding te gaan doen!

Haptonomie bleek niet de oplossing. Yoga niet. Hypnotherapie niet. Transformational Breathing niet. EFT niet. Etcetera. Van alles geprobeerd. Niks hielp blijvend. Maar ik deed het allemaal wel. Ik deed mijn best.

Paniekstoornis

Aangezien niks hielp, bleek mijn paniekvogel verstoppen dus echt de beste strategie. Vond ik zelf. Immers, niemand zit te wachten op een (depressief) panisch en vooral zwak persoon. Dus “face your fear and do it anyway!” Alle goeroes die ik volgde om van mijn angst en paniek af te komen, zeiden dat. “Ga uit je comfortzone!” “No fear!” “Angst is een slechte raadgever!” Allemaal adviezen die voor mij niet zo goed bleken aangezien ik bijna alles eng vond en me erg onveilig voelde.

En dus ging ik steeds over mijn grenzen heen. Stress op stress op stress. Maar omdat ik wel alles dééd, viel de buitenwereld niet op hoe bang is was. Ik deed me veel sterker voor dan ik me voelde. Het ging voor mijn gevoel uiteindelijk toch om the survival of the fittest: overleven.

Ik ben nu 36 en het is tijd om mijn comfortzone IN te gaan, maar wel met passende hulp. En dus heb ik (ja nu pas, eerder lukte me echt niet) aan mijn behandelaar verteld dat ik niet alleen die hele hoge pieken en hele diepe dalen ervaar maar óók veel heftige angst en paniek(aanvallen). Ze maakte een overzicht op het bord van mijn klachten en daaruit kwamen twee hoofdlijnen: bipolariteit en gevoel van onveiligheid. Daar gaan we nu mee aan de slag.

De diagnose die bij mijn klachten hoort is een paniekstoornis. Een aanval bij een paniekstoornis kan de volgende klachten geven:

  • hartkloppingen, zweten, koude rillingen, duizeligheid, beven
  • benauwdheid, een drukkend vervelend gevoel op de borst
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten
  • droge mond, misselijkheid, maagpijn, braken of diarree
  • het gevoel dat de omgeving er anders uitziet
  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat

Ik kan ze allemaal afstrepen. Regelmatig…

Als bijna alles eng is

Ik voel me echt een stumper, maar om een beetje een beeld te geven van waar ik angst en paniek van krijg een kleine opsomming. Rationeel wéét ik dat het niet waar is, maar voor mijn lijf voelt het alsof het wél waar is.

– Het leven: er hoeft niks geks te gebeuren. Het kan een normale dag zijn, zonder afspraken of spannende dingen. En toch voelt het fysiek zo vreselijk, waardoor mijn hoofd ook op hol gaat. Vanaf het moment dat ik wakker word voelt het meteen alsof ik een opgejaagd hert ben dat ieder moment doodgeschoten kan worden. Paniek vanuit het niks. Stress die door mijn lijf giert. Daardoor staat mijn brein onder hoogspanning en krijg ik soms echt het gevoel gek te worden. Ik was altijd bang dat ik opgenomen zou worden. Dat iedereen zou zien wat mislukkeling en slappeling ik ben. Daardoor werd/ wordt de paniek natuurlijk alleen maar erger en voel ik me nóg onveiliger. En ik word er zó ontzettend moe van. Dag in dag uit. Alleen het afgelopen jaar ging het best goed en voelde ik me vrij stabiel. Van maart 2019 tot maart 2020. Tot de corona kwam…

– Sociale dingen: mensen die (steeds) te dicht bij me komen staan, brrrr! Ga aub uit mijn ruimte! Lang leve de 1,5 meter afstand! Alleen mensen die dicht bij me staan, kunnen zonder paniek dicht bij me staan. Tijdsdruk: red ik het allemaal wel? Kom ik wel op tijd bij de afspraak? Het sociaal doen op bijvoorbeeld feestjes en verjaardagen: wat moet ik zeggen/ doen/ laten? Vinden ze me wel aardig? Zullen ze niet zien dat ik een mislukkeling ben? Een zwakkeling?

– Reizen: lang stuk met de auto rijden: oh jee wat als de auto het begeeft en ik langs de (snel)weg sta! Nu met kids vind ik het nog enger, wat als we een ongeluk krijgen! Vliegen: wat als ik te laat kom, wat als ik mijn bagage niet kwijt kan, wat als… Gek genoeg heb ik absoluut géén vliegangst. Met het O.V.: eng! Wat als ik een aansluiting mis? Wat gaat er allemaal gebeuren? Wat als alles fout gaat!? Niet weten waar ik precies terecht kom tijdens reizen en of ik wel een plekje kan vinden om me terug te trekken. Daarom ga ik nu eigenlijk altijd naar dezelfde plekken, zodat ik weet waar ik aan toe ben. Dan is het reizen nog wel eng, maar de bestemming niet meer. Dat voelt weer wat veiliger.

– Werken: werken gaat me ogenschijnlijk goed af. Maar van binnen… Constante faalangst. Angst om door de mand te vallen. Veel spanning in mijn lijf. Ik werk al een tijdje niet. Het ging niet meer. De combinatie van depressies, angst en paniek nekten me. Ik kreeg zóveel paniekaanvallen, achter elkaar. Niet te doen.

Nieuwe behandeling

Omdat ik de paniekvogel uit de kast heb gelaten, weet mijn behandelaar nu beter wat te doen. Ik krijg nu sinds deze week een andere vorm van therapie. Fijn dat ik door het label “paniekstoornis” naast het label “bipolaire stoornis” nu beter geholpen kan worden. Daarom vind ik de extra diagnose niet erg. Het kan me alleen maar helpen.

Maar de paniekvogel is uit de kast. Hij vliegt los en dat zorgt wel weer voor extra paniek bij mij. Het is lang geleden dat ik me zó onveilig en kwetsbaar heb gevoeld. Want er meer over praten, maakt het voor mij alleen maar zichtbaarder wat er gebeurd is en hoe “mislukt” ik ben. Terwijl ik ook heus wel weet dat ik nog zoveel meer ben. Maar dat weet de paniekvogel niet… Die vliegt paniekerig rond tegen de ramen aan. Ik heb veel nachtmerries. En natuurlijk extra paniekaanvallen.

Door corona is mijn oude manier van omgaan met mijn paniekvogel geen optie meer. Nu hoop ik dat ik de losvliegende paniekvogel kan temmen. Of kan kortwieken. Of nou ja, dat de GGZ weet wat ik moet doen. Tot die tijd: inhala exala (en oxazepam.)

xoxo

Rake vragen van psycholoog

Ik heb een nieuwe psycholoog en wow wat stelt ze rake vragen! Mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige ging met een andere doelgroep werken en dus kwam ik bij iemand anders. In dit geval een psychologe. En wat ben ik daar blij mee!

Meer geconfronteerd

Mijn spv-er was echt een super leuk mens, maar ik ben toch wel heel blij met deze nieuwe psycholoog. Ik heb het gevoel dat ze meer een “zwaargewicht” is.

Ze luistert echt super goed, komt snel tot de kern en stelt hele rake vragen. Best confronterend, maar erg waardevol en nuttig. Zo krijg ik veel meer en sneller inzicht in waar ik mee bezig ben of waar ik mee vast loop.

Getroffen

Ik denk dat ik het echt getroffen heb met haar. Niet iedere psycholoog is zo scherp. Omdat ik me zo gehoord en gezien voel door haar kan ik de scherpe en rake vragen goed aan. Ze weet alles perfect te doseren.

Lucky me dus! Het gaat sowieso nog steeds goed met me. Alles loopt lekker. Ik ga wekelijks naar mijn GGZ psycholoog, ben goed bezig met mijn medicatie (die slik ik trouw), mijn jongste dochter gaan 2 dagen per week naar de gastouder zodat ik kan bijtanken en therapie kan volgen, krijg hulp vanuit de WMO om alles nog beter op een rijtje te krijgen en ik volg mijn persoonlijk leefstijlplan

Ik begin hoop en vertrouwen te krijgen dat een stabiel leven voor mij misschien tóch is weg gelegd!

Brief voor hulp

Onderstaande brief schreef ik, in overleg met mijn therapeut, aan mijn dierbaren om hun hulp te vragen en ze uit te leggen wat een bipolaire stoornis voor mij betekent.

Deze brief (en vooral de lieve reacties daarop) heeft me erg geholpen bij mijn weg naar herstel. Misschien is het schrijven van zo’n mail voor jou ook een goed idee en heb jij er ook wat aan.

“Lieve familie en vriendinnen,

Hopelijk gaat het goed met jullie?!

Ik schrijf deze brief omdat ik jullie om hulp wil vragen. Ik hoop dat jullie de tijd willen nemen om deze brief te lezen.

Zoals jullie weten is er afgelopen maart een bipolaire 2 stoornis bij mij gediagnosticeerd. Hiervoor ben ik inmiddels in therapie.

Wat betekent dit voor mij? Er is een hoop op z’n plek gevallen en daar ben ik heel dankbaar voor. Het geeft me rust.

Ongeacht of het label nu wel of niet klopt; ik ben heel blij dat ik hulp krijg en eindelijk weet hoe ik om kan gaan met waar ik al mijn hele leven mee worstel. Al is het nog steeds lastig, het gaat wel beter dan voorheen.

Zolang als ik me kan herinneren heb ik last van hevige energie- en stemmingsschommelingen, hooggevoeligheid en prikkelbaarheid. Dit leidt enerzijds tot periodes waarin ik supervrolijk en ontzettend energiek ben. In die periodes voel ik me on top of the world en kan ik veel aan. Ik verzet bergen werk, zeg het liefst overal “ja” op en kan de gekste dingen doen. Ik hou dan zóveel van het leven!

Anderzijds komt er na zo’n hoge piek altijd een heel diep dal. Dan heb ik weinig tot geen energie en ben erg moe en overprikkeld. Op die momenten voel ik me angstig, paniekerig, onzeker en vaak ook erg depressief… Zo erg dat ik dan niet meer wil leven en me verdwaald voel op deze wereld.

Het contrast tussen deze twee periodes is heel groot, heel vermoeiend en vooral heel verwarrend.

Hoe kan ik me het ene moment zo FANTASTISCH voelen en het andere moment dood willen, terwijl ik zo’n mooi leven heb met zoveel dierbare mensen en dieren om me heen? Ik begreep het niet en schaamde me enorm.

Vanwege de grote schaamte en het grote schuldgevoel heb ik hier nooit met iemand over durven praten of om hulp durven vragen.

Ik heb geprobeerd mijn diepe dalen zo goed mogelijk voor de buitenwereld verborgen te houden. Het sloeg toch ook nergens op: Zo snel en vaak van zó gelukkig naar zó ongelukkig gaan? Dat zou toch niemand serieus nemen?

Ik ben blij dat ik in februari toch ‘gebroken’ ben, alles heb durven vertellen en eindelijk om hulp heb gevraagd. Het was het engste dat ik ooit heb gedaan…

Nu doe ik weer iets wat ik heel eng vind: jullie allemaal om hulp vragen.

In therapie leer ik om te gaan met deze ‘beperking’, maar vooral om mezelf te accepteren zoals ik ben.

Mezelf accepteren zoals ik ben, vind ik het allermoeilijkste…

Ik leer te accepteren dat ik heel (prikkel)gevoelig ben en snel uitbalans raak en dat ik daar mijn leefstijl op moet aanpassen. Dat ik hiervoor een wekelijkse planning moet maken, zodat ik overprikkeling voorkom/ beperk en mijn balans behoud.

Ik leer mijn energiepeil in de gaten te houden en te levelen. Uitspreken wat me dwars zit, plannen, dagelijks yoga, mediteren en mindfulness helpen me hier enorm bij.

Ik leer ook negatieve dominante gedachtes te herformuleren. Mijn grootste negatieve dominante gedachte is: “Ik ben niet goed zoals ik ben.”

Het allerbelangrijkste van alles is: mijn leven zo indelen dat ik niet meer overprikkeld en uit balans raak. Dat betekent (het accepteren van) heel veel rust, ritme en regelmaat en dingen klein en simpel houden.

Ik voel(de) me zo’n loser hierdoor… Maar dit is echt mijn medicijn. Ik moet het zo doen, anders red ik het niet…

Mijn vraag aan jullie is: Zouden jullie rekening willen houden met mijn ‘gebruiksaanwijzing’ en er begrip voor willen hebben?

Ik vind het zelf nog heel erg lastig om te accepteren, dus ik hoop dat jullie me kunnen helpen.

Mijn gebruiksaanwijzing betekent eigenlijk dat ik:

  • niet veel afspraken zal maken of misschien (op het laatste moment) afspraken zal moeten afzeggen omdat ik uit balans ben of dreig te raken.
  • het liefste 1 op 1 wil afspreken of in kleine groepjes.
  • soms oordoppen in heb tegen teveel prikkels.
  • me af en toe (ineens) afzonder om mijn balans weer te vinden.
  • misschien wel mijn hele leven periodes heb waarin ik heel hyper en superenthousiast ben of juist erg teruggetrokken en down ben. En dat het belangrijk is dat ik het gevoel heb dat die beide kanten van mij er óók mogen zijn.
  • me aan mijn planning zal moeten houden, wat soms voor anderen misschien saai zal zijn.
  • soms erg emotioneel reageer als ik overprikkeld en uit balans ben, maar dat ik dat niet persoonlijk bedoel!
  • ‘simplify’ mijn motto is. Dus dat ik dingen graag klein hou en doe.
  • zal doen wat goed voelt voor mij en mijn gezin, ookal is dat soms ongezellig of saai voor anderen.
  • soms jullie hulp nodig heb als iets me niet lukt omdat er teveel prikkels zijn of als ik in een dal zit (de verjaardag van aanstaande zondag bijvoorbeeld).

IEEEEKS! Nou het is eruit! Ik hoop dat jullie me geen mislukkeling vinden en dat ik mijn ‘simple life’ kan leven én er samen met jullie van kan genieten.

Super bedankt voor al jullie hulp en steun van de afgelopen tijd. Ik snap dat het voor jullie ook niet altijd makkelijk is.

Ik ben enorm dankbaar dat jullie in mijn leven zijn!

Love you all!!!

Veel liefs!”