Op reisblog

“Stap af van de labels”

Interview Trouw met Floortje Scheepers

‘Mensen zijn ingewikkeld, dus stap af van de labels in de GGZ’

Beeld Fadi Nadrous

De psychiatrie probeert patiënten te vangen in categorieën en labels. Maar daarvoor is de mens te ingewikkeld, betoogt hoogleraar Floortje Scheepers. 23 januari 2021, 14:53

Mensen zijn ingewikkeld is de titel van het debuut van Floortje Scheepers, hoogleraar Innovatie in de GGZ aan UMC Utrecht. Een bijzonder boek, waarin ze wetenschappers en ervaringsdeskundigen vraagt om te reflecteren op de thema’s die ze in de zeven hoofdstukken aansnijdt.

Rode draad in haar betoog: erken dat je psychische klachten niet kunt vatten in classificaties en protocollen, want je verkoopt illusoire kennis. Kijk bijvoorbeeld naar de wachtlijsten in de GGZ: die zijn er niet korter door geworden. Als al die modellen en richtlijnen écht zouden werken, zouden niet zoveel kinderen en volwassenen blijven ronddolen van de ene hulpverlener naar de andere, met steeds weer een nieuw psychisch label, en zonder goede hulp te krijgen.

‘Helder begrip van mentale ontregeling is simpelweg niet mogelijk’, schrijft Scheepers. ‘Mensen zijn ingewikkeld, en we kunnen beter accepteren dat niet-begrijpen altijd onderdeel van onze wereld en ons mensbeeld zal zijn.’

U schrijft dat op de eerste pagina. Er ligt dan nog een heel boek voor je. De lezer gaat dan toch een beetje moedeloos op weg.

“Het is ook erg ingewikkeld, en dat is geen prettige boodschap. Maar dialoog is de uitweg: als we in gesprek komen en elkaar in die complexiteit proberen te vinden, dan ga je samen oplossingen zien. Geen allesomvattende oplossingen die een nieuw model zijn voor de psychiatrie, maar heel kleine stapjes. En die zijn veel belangrijker. Een alles oplossend model bestaat eenvoudigweg niet, hoe graag we dat ook willen. We leven in een maatschappij waarin het gaat om output, om oorzaken en gevolgen, om resultaten. We moeten dat ombuigen naar een manier van denken en werken die gaat om het proces, om de weg ernaartoe. Dat proces gaan we voor een groot deel aan in onwetendheid. Dat is moeilijk, maar laten we met elkaar verdragen dat het eindpunt niet bekend is, maar dat we er wel kunnen komen.”

U heeft het in uw boek niet over bepaalde stoornissen of aandoeningen, maar over psychische of mentale ‘ontregeling’. Waarom gebruikt u die term?

“Ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder, red.) en ASS (Autisme Spectrum Stoornis, red.) gaan vooral over aanleg en eigenschappen. Die zie ik als variaties op het type mens. Je hebt sociaal heel onhandige mensen en je hebt supersociale mensen. Je hebt heel gefocuste mensen, en je hebt mensen die constant afgeleid zijn. Als je uitgaat van een statistische verdeling van eigenschappen, kun je bedenken dat de mensen aan de uitersten van het spectrum het zwaar hebben. Zij hebben soms extra begeleiding en ondersteuning nodig.

Floortje ScheepersBeeld Universiteit Utrecht

“Daarnaast heb je de grote psychiatrische beelden zoals psychose, depressie en angst. Dat vind ik echt ontregelingen. Mensen hebben meer of minder aanleg om te ontregelen, maar er zijn ook triggers nodig om die ontregeling tot stand te brengen. Ontregeling is altijd het resultaat van complexe interacties met de buitenwereld. Door die ontregeling een stoornis te noemen, individualiseer je het probleem. Je maakt één persoon tot probleemeigenaar, terwijl die persoon ontredderd en ontregeld is in de context waarin hij leeft.”

U bent geen fan van het toekennen van psychiatrische labels. Maar er zijn mensen voor wie zo’n label het bewijs is dat er echt iets met ze aan de hand is. Ook voor hun omgeving.

“Wij hebben hier een mevrouw gehad die per se de diagnose ASS wilde hebben. Mijn collega-psychiater heeft in alle zorgvuldigheid met haar besproken dat ze toch echt niet dacht dat het ASS was, maar dat er andere dingen in haar leven waren waarmee ze aan de slag zou kunnen. Die mevrouw is woedend vertrokken en heeft een week later bij een andere instelling wel de diagnose ASS gekregen.

“Het is toch vreselijk dat mensen zich alleen erkend of serieus genomen voelen als ze een label aan hun klachten kunnen hangen? Als we een inclusieve samenleving willen, zouden we niet-begrijpen moeten kunnen verdragen, en erkennen dat kwetsbaarheid en onzekerheid onlosmakelijk onderdeel uitmaken van wie we zijn.”

Beeld Fadi Nadrous

Uit de casussen die u in uw boek opvoert, wordt duidelijk dat hulpverleners klachten inventariseren, maar vaak niet de vraag stellen naar de verhalen erachter.

“Dat doen hulpverleners vooral niet omdat de DSM (het handboek voor de psychiatrie, red.) de afgelopen decennia zo dominant is geweest in de organisatie van zorg, de financiering, de protocollen… alles. Sommigen zeggen: ‘De DSM is niet meer dan een classificatiesysteem, we hebben de beschrijvende diagnose, we kijken echt wel breder dan dat, we vragen altijd naar de sociale omstandigheden’. Maar de eindconclusie is toch meestal welke classificatie het meest passend is, welke richtlijn daarbij hoort en welke polikliniek de juiste plek is. De afgelopen dertig, veertig jaar is daar steeds meer op gestuurd. Dat heeft ertoe geleid dat veel professionals bang zijn om het anders te doen. Het is heel treurig dat er door die dominantie van de DSM geen tijd en ruimte meer is om te kijken wie de mens is die voor je zit.

“Ik probeer mijn studenten uit te leggen dat een computer veel beter dan zijzelf lijstjes kan afvinken en scores kan vaststellen om te bepalen of iemand wel of niet aan een zogenoemde stoornis lijdt. Hulpverleners zijn er voor het goede gesprek. Richtlijnen zijn gebaseerd op normgroepen, en een individuele patiënt wijkt daar altijd van af. Hulpverleners zijn er om te kijken hoe groot de afwijking van die norm is, en wat voor deze persoon belangrijk is en betekenis heeft.”

Als instellingen en hulpverleners met dat hele systeem breken, betalen de zorgverzekeraars de behandelingen niet. Want hun codes voor diagnose en behandeling zijn aan die DSM-classificaties gekoppeld.

“Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten in 2015 is dat voor de jeugdzorg niet meer het geval. In de volwassenenpsychiatrie is dat nog wel zo. Maar je kunt prima met een patiënt bespreken dat die classificatie nodig is om de behandeling betaald te krijgen. Dan zeg je: uw hoofdklacht lijkt somberheid te zijn, dat zet ik op het formulier, maar ik wil met u het gesprek aan over wat u nodig heeft en wat u belangrijk vindt in uw leven.”

Wie is Floortje Scheepers?

Floortje Scheepers (1969) is in Utrecht opgeleid als kinder- en jeugdpsychiater. Ze promoveerde in 2005 op de effecten van antipsychotica in de hersenen van patiënten met schizofrenie. Daarna werkte ze tot 2010 in het Radboudumc. Ze keerde in 2010 terug naar het UMC Utrecht, waar ze in 2017 werd benoemd tot hoogleraar Innovatie in de GGZ en hoofd werd van de afdeling psychiatrie.

Daar moet de betreffende instelling dan ook op ingericht zijn. Die moet vraaggericht werken in plaats van aanbodgericht, zoals nu meestal gebeurt.

“Dat is waar. Ik bezocht laatst een instelling waar hulpverleners verplicht zijn om na de intake de patiënt toe te wijzen aan een bepaald zorgprogramma dat verbonden is met een specifieke classificatie. Bijvoorbeeld het zorgprogramma angst, het zorgprogramma autisme, enzovoorts. De patiënt moet vervolgens het protocol van dat zorgprogramma volgen. 

“Maar als mensen iets anders nodig hebben, dan moet je daar toch mee aan de slag! Je kunt patiënten in een bepaald keurslijf willen duwen, maar het past bijna nooit. Elke patiënt is een unieke patiënt.”

Terwijl iedereen de mond vol heeft van precisiepsychiatrie en gepersonaliseerde zorg.

“En van: de patiënt centraal. Alsof je in de supermarkt komt om ingrediënten voor je pastamaaltijd te halen, en er dan wordt gezegd: hoho, wacht even, we hebben uw profiel gescand, u moet naar de rijst. Het zijn vaak mooie woorden in beleidsstukken, maar in de uitvoering komt er nog weinig van terecht.”

Intussen ontwikkelen hulpverleners allerlei alternatieven voor de door u bekritiseerde aanpak. Maar dat is allemaal kleinschalig. Wat is er nodig om die GGZ-mammoettanker van koers te laten veranderen?

“Het is inmiddels mogelijk om over een andere visie en aanpak te publiceren in goede wetenschappelijke tijdschriften. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. En kleine initiatieven zijn inspirerend en motiverend voor anderen. Uiteindelijk zullen we ook de samenleving in deze andere manier van denken moeten meenemen. Want nog veel te veel mensen kloppen bij de GGZ aan voor een label of pasklare oplossing.”

U bekritiseert ook de opvatting dat afwijkende hersenstructuren en genetische kenmerken de oorzaak zijn van psychiatrische stoornissen.

“Zulke verklaringen zijn te reductionistisch. Ik vind het interessant om te weten hoe een neuron in elkaar zit en hoe een gen tot een bepaald eiwit kan leiden. Maar de koppeling met een psychiatrisch fenotype (iemands waarneembare kenmerken, red.) dat we nog maar zó slecht begrijpen en dat zó ontzettend complex in elkaar zit, kunnen we nog lang niet maken.

“Ga door met biologisch onderzoek, maar suggereer niet dat je daarmee de mens begrijpt. Want dan vlieg je echt uit de bocht. Neurowetenschappers moeten bescheiden zijn over de impact van dat minuscule puzzelstukje op het grote, complexe geheel. Die bescheidenheid ontbreekt te vaak. Er verschijnen veel boeken over het brein die zeggen gedrag te verklaren en die volledig voorbijgaan aan de complexiteit van dat gedrag. Ze creëren valse verwachtingen.”

Floortje Scheepers, Mensen zijn ingewikkeld. Een pleidooi voor de acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van het modeldenken, uitg. De Arbeiderspers, 240 blz., € 21,99.

Hoe innoveert Floortje Scheepers zelf?

Scheepers wil van de GGZ een netwerkorganisatie maken waarin hulpverleners gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor patiënten, en samen met hen en hun omgeving werken aan hun herstel. Ze richt zich op verschillende projecten:

* De Netwerk Intake. Een gespreksvorm die de afdeling psychiatrie van het UMC Utrecht heeft ontwikkeld waarbij vanuit verschillende perspectieven naar problemen wordt gekeken. Doel van deze ‘herstelondersteunende probleemanalyse’ is zorg bieden die past bij de behoeften van een patiënt en die eraan bijdraagt dat diens leven weer in balans komt.

* PsyNet. Digitaal ondersteunde netwerkzorg waar patiënt, mantelzorgers en hulpverleners samen de gewenste zorg bepalen en vorm geven.

* PsyData. In de zorg worden ongelofelijk veel gegevens geproduceerd die veel beter benut kunnen worden dan nu het geval is. PsyData haalt de verborgen kennis uit die data naar boven. Door deze kennis te combineren met de kennis van hulpverleners en de ervaringen van patiënten, is een ‘blended psychiatrie’ mogelijk, zoals Scheepers het noemt; een psychiatrie de meer recht doet aan de dynamische werkelijkheid van patiënten dan het op symptomen gebaseerde DSM-classificatiesysteem dat nu de standaard is.

* De Verhalenbank. Deze bank bevat verhalen van patiënten, mantelzorgers en hulpverleners die worden geanalyseerd op thema’s die kunnen bijdragen aan goede zorg. In haar boek ‘Mensen zijn ingewikkeld’ heeft Scheepers korte, geanonimiseerde citaten uit enkele verhalen opgenomen.

Een “verkeerde” diagnose

Last van het verkeerde label: een artikel van Margreet Vermeulen uit de Volkskrant van zaterdag 23 januari 2021. Je vindt het artikel hieronder, zie de foto’s.

Een vriendin van me stuurde dit artikel door. Jeetje, wat herkenbaar! Vooral het verhaal van Joost Rompa. Ik deel het ook graag hier. Misschien is een (inmiddels) “verkeerde” diagnose op jou niet van toepassing. Mocht dat wel zo zijn of mocht je dat vermoeden dan is dit artikel denk ik goed om te lezen.

Om dit artikel in een bredere context te plaatsen en om extra achtergrond informatie te geven, heb ik een vervolg artikel uit de Volkskrant geplaatst, onderaan de foto’s. Iedereen doet denk ik z’n best om een ander te helpen of om zelf te herstellen.

Niemand is in mijn optiek “schuldig” aan een verkeerde diagnose. En misschien was de diagnose op het moment van diagnosticeren de enige passende diagnose, omdat nog niet alles duidelijk was. Zoals bij mij het geval was. Dat wil ik nog wel even aangeven.

Last van het verkeerde label. Door Margreet Vermeulen

Psychiatrie: hokjesdenken

U heeft een depressie. Of nee, een eetstoornis. Of toch een trauma. Hoe komt het dat zo vaak foute diagnosen in de psychiatrie worden gesteld, en wat betekenen die voor patiënten?

Artikel met achtergrond informatie:

OPINIE: DSM

Foute diagnosen? Dit zijn de redenen

Waarom krijgen zo veel mensen in de ggz een verkeerde diagnose? Dat was zaterdag de vraag in het stuk ‘Last  van het verkeerde label’. Volgens vier psychiaters en psychologen zijn dit de redenen. Redactie: 25 januari 2021, 23:17

DSM is niet heilig, wel nuttig

Het opmerkelijke aan psychiater zijn in Nederland is dat je met enige regelmaat in de krant leest hoe je je vak moet uitoefenen. Prima, de psyche is van ons allemaal en een betrokken maatschappij is belangrijk voor de geestelijke gezondheid. Tegelijk is het vermoeiend steeds weer dezelfde stereotyperingen te lezen.

Dit weekend stond ‘Last van het verkeerde label’ (Zaterdag, 23 januari) in deze krant. Het betoogt dat psychiatrische ‘labels’ invalide en schadelijk zijn, en eigenlijk per acuut de prullenbak in moeten. Het stuk sluit aan in een lange rij kritische uitlatingen over de DSM, het classificatiehandboek van psychiatrische stoornissen. Vorig jaar zagen we hoe Tygo Gernandt op tv vooringenomen door de DSM bladerde en zichzelf allerlei diagnoses toedichtte, en was er aandacht voor het ‘herdiagnose-traject’ van GGNet’, waarin deze Gelderse GGZ-instelling op een onjuiste manier een groep patiënten van oude DSM-diagnoses af hielp. De onvermijdelijk vraag is: als er zo veel mis is met die ‘labels’, waarom gebruiken we ze nog steeds?

Het simpele antwoord: ‘labels’, beter gezegd DSM-classificaties, helpen als ze juist worden toegepast. Verder: er is geen goed alternatief. De DSM meldt classificaties, geen diagnoses. Zo’n classificatie zegt iets, maar lang niet alles over iemands problemen. Het is een betrouwbaar maar grofmazig raster dat over de complexe en dynamische realiteit van psychische problematiek wordt gelegd. Dat DSM-raster maakt al decennialang wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Bijna al het bewijs voor huidige psychiatrische behandelingen is erop gestoeld. Daarom alleen al is het weggooien van de DSM direct schadelijk voor patiënten en psychiaters.

Nee, de DSM is níét zaligmakend. De manier waarop de DSM (met de neerbuigende term ‘labels’) wordt besproken, leidt tot een valse tegenstelling: een DSM-classificatie doet niets af aan iemands verhaal en wensen. Ook nu kun je daar naar vragen en ze serieus nemen. Gelukkig, op de werkvloer is geen psychiater die zó veel waarde hecht aan de DSM als sommige media doen geloven.

Ook als de DSM goed wordt toegepast is kritiek mogelijk: classificaties zeggen weinig over de omgevingsfactoren noch over de psychologische en hersenprocessen die aan psychiatrische stoornissen ten grondslag liggen. Maar zoals gezegd, er is (nog) geen goed alternatief. Sommige hulpverleners pleiten voor het loslaten van enig objectief en extern kader en willen zich louter richten op de belevingen en ervaringen van de patiënt. Dat vinden wij geen goed idee. Een wereldwijde, gemeenschappelijke ‘taal’ is zinvol bij de behandeling van psychische klachten. Schaf je die af, dan heropen je de deur naar behandelingen waarvan niet helder is of ze effect hebben, zoals in het pre-DSM-tijdperk te vaak gebeurde. Uiteindelijk is dit het eerlijke verhaal: de unieke mens staat in de psychiatrie centraal, de psychiatrische classificatie geeft richting. De ggz kampt met grote problemen, maar daarvoor is de DSM niet verantwoordelijk. Tot er een beter verklaringsmodel is, moeten we milder zijn over de DSM en het in de praktijk juist gebruiken.

Sisco van Veen en Christiaan Vinkers zijn beiden psychiater en onderzoeker bij het Amsterdam UMC.

Kleren van de keizer

Tijdens het lezen van het artikel over labels in de ggz, werd ik als psychotherapeut overvallen door plaatsvervangende schaamte. Er wordt terecht kritiek geuit op de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) . Het schaamteniveau bereikte een dieptepunt bij de onthulling door een medewerker van de Reinier van Arkel-groep: ‘Wij kijken veel meer naar wat de individuele patiënt nodig heeft. De DSM is zwart-wit. Daarmee help je mensen niet, want mensen zijn niet zwart-wit.’ Daar valt niets op af te dingen. Het artikel wekt de indruk dat deze zienswijze uniek is. Ik mag hopen van niet.

Ondanks de noodzaak van maatwerk, maakt de ggz gebruik van de DSM. Met reden, het heeft als altijd te maken met geld. Zonder DSM-etiket, vergoedt de zorgverzekering de behandeling niet. Bovendien garandeert een DSM-classificatie min of meer een, relatief goedkope, geprotocolleerde behandeling. Volgens mij bieden de meeste ggz-zorgverleners liefst maatwerk, maar moeten ze door het financieringssysteem de DSM-bril op zetten. Om de rol te spelen van toeschouwers in het sprookje De nieuwe kleren van de keizer. We weten dat de DSM niets toevoegt en bij verkeerd gebruik zelfs schadelijk kan zijn voor de behandelkwaliteit, maar spelen het spelletje mee en ‘doen net alsof’. Een DSM-classificatie is een ggz-toegangsbewijs, en zegt niets over de problematiek van de cliënt.

Henk Vermeulen is psychotherapeut.

Kritiek op DSM, en niet op ICD-10?

Margreet Vermeulen beschrijft hoe in de psychiatrie kenmerken van de ene stoornis zich tevens voordoen bij de andere stoornis. En dat psychiatrische patiënten daardoor meerdere (en foute) diagnosen krijgen. Dat gebeurt in de interne geneeskunde toch ook? Koorts, zweten, verhoogde witte bloedcellen en dan een lijstje mogelijke diagnosen: Lucht- en/of urineweginfectie of ‘focus onbekend’. De ziekteverwekker wordt lang niet altijd gevonden en er is dan al gestart met breedspectrum antibiotica, een therapeutisch schot hagel. De patiënt knapt nog op ook. Of het gaat mis, er bleek sprake van leukemie. Ook voor de lichamelijke ziekten is er een wereldwijd gebruikt systeem voor categoriale diagnostiek, de International Classification of Diseases (ICD-10). Is het een idee om ook over ICD-10 een artikel te schrijven als toonbeeld van falende medische diagnostiek en behandeling?

Valentijn Holländer  is psychiater.

Hoera, ik heb een 3 gehaald! Klinisch Interview PTSS / KIP test

Wie had dat gedacht: ik ben blij dat ik al bijna een jaar 100% negatief ben (qua coronatest uitslagen dan he 😉 ) en ik had ook nooit gedacht dat ik blij zou zijn met het behalen van een 3 haha! Maar nu ben ik er blij mee. PSYTREC heeft wederom het Klinisch Interview PTSS (de KIP test) bij me afgenomen. En ik heb een 3 gehaald, hoera!

KIP test score bij intake: 41

Bij de eerste intake hebben ze de KIP test ook gedaan. Toen was mijn score 41. Alles boven de 25 wordt aangemerkt als Post Traumatische Stress Stoornis. Ik kreeg dus de diagnose PTSS en mocht bij PSYTREC in behandeling.

Nu ben ik weer getest en zoals ik al aanvoelde en verwachtte, is mijn score grandioos gedaald: naar 3! Ik ben dus officieel PTSS vrij en het allerbelangrijkste: zo vóelt het ook!

Waar die 3 punten vandaan komen

Die 3 punten hebben te maken met dat ik voel dat ik sommige dingen nog wil vermijden. Dat is zo’n oud patroon. Ik ben me er gelukkig inmiddels van bewust.

Verwerken en vermijden gaan niet samen heb ik geleerd en daarom vermijd ik het dus níet, al voel ik dat ik het nog wel zou wíllen. Soms val ik nog wel even in de valkuil, maar dan herpak ik mezelf weer. Een paar voorbeelden van mijn oude vermijdingsgedrag: overdag de luxaflex dicht doen en onder een deken op de bank kruipen, in veilige hoekjes gaan zitten, veel scannen, weinig bewegen.

Exposure (in mijn eigen tempo) is key. Dus de luxaflex blijven open, ik ga niet in mijn “veilige hoekje” zitten, ik wandel veel met onze hond zonder steeds de mensen en omgeving te scannen op gevaar enzovoort.

4 tot 6 weken “landingstijd”

PSYTREC gaf aan dat is gebleken dat de hersenen vier tot zes weken de tijd nodig hebben om alles wat er in de behandeling gebeurd is te laten landen. Dat voel ik ook wel. Alles voelt zo op z’n kop gezet. Net als een sneeuwbol die door elkaar geschud is en zodra je hem neer zet, zakt de sneeuw weer.

Vooral de exposure wordt wel een uitdaging. Ik weet wel dat sommige dingen nog triggers voor me kunnen zijn. En zoals ik al eerder zei: verwerken en vermijden gaan niet samen.

Het is belangrijk dat ik me blijf houden aan mijn exposureplan en ook ruim voldoende blijf bewegen om niet weer te verstijven/ in de freeze stand te gaan met alle gevolgen dan dien. Exposure en ruim voldoende matig intensieve beweging zijn de twee dingen die voor mij denk ik essentieel zijn.

Nazorg

Gelukkig heb ik goeie nazorg bij de GGZ. Ik ken mijn behandelaar nu bijna twee jaar. Zij kent me van voor en na de behandeling bij PSYTREC. Dat is een voordeel zei de psycholoog bij PSYTREC. Mijn GGZ behandelaar kan me met de nazorg helpen om op de goede weg te blijven.

Ik ben zo blij en dankbaar dat ik eindelijk verlost ben van al die oude shit. Ja, er is nog werk aan de winkel, maar ik voel ook echt wel: Viva la vida! Samen met alle mooie mensen in mijn leven.

Behandeling bij PSYTREC

Met groot succes heb ik mijn PTSS behandeling bij PsychoTrauma Expertise Centrum PSYTREC afgerond! Na een paar héle lange, intensieve, heftige, zware en bijzondere dagen ben ik van mijn herbelevingen af en word ik niet meer overspoeld door angst, paniek, schaamte, schuldgevoel en walging! Ik voel eindelijk dat ik veilig ben en het leven aan kan. Ik heb mezelf gevonden.

Naar die verlossing en bevrijding heb ik 32 jaar verlangd. Ik ben zó blij en dankbaar dat ik door PSYTREC ben geholpen. Wat een helden werken daar! En ik ben ook trots op mezelf, want het was doodeng en ik heb het tóch gedaan! Ik ben nu officieel PTSS vrij. Mijn KIP score is van 41 naar 3 gegaan! En het belangrijkste: zo vóelt het ook!

In goede handen

Ik denk dat ik nooit had kunnen bereiken wat ik nu bereikt heb als ik me niet volledig had durven overgeven aan (de mensen van) PSYTREC. Vanaf het eerste moment voelde ik dat ik bij de mensen van PSYTREC in goede handen zou zijn. Zij zouden mijn trauma aankunnen en mij kunnen helpen om het aan te kunnen. Ik voelde me veilig.

Natuurlijk had ik al een hele hoop voorwerk gedaan, wat ontzettend heeft geholpen! Zoals de Imaginary Rescripting bij de GGZ, erover praten met mijn omgeving en de ademsessies bij Natalie. Toch denk ik dat ik voor het eerst echt al mijn angsten en herbelevingen helemaal durfde aan te gaan, omdat ik het volle vertrouwen had in de behandeling van PSYTREC en de behandelaren.

Mijn angst in de ogen kijken

Jarenlang probeerde ik van mijn trauma af te komen. Van de angst, de paniek en gevoelens van schaamte, schuld en walging en de depressies. Ik heb van alles geprobeerd, maar niks werkte écht. Ik weet nu waarom: ik durfde niet volledig naar de kern toe te gaan. Ik voelde me daar niet veilig genoeg voor. Bij PSYTREC wel. Daar heb ik eindelijk de juiste hulp gevonden en eindelijk was ik er klaar voor.

Bij PSYTREC moest ik voor het eerst iets doen wat ik nooit eerder heb gedurfd/ gekund. Voor de volle 100% mijn grootste angst aangaan: mijn vroegkinderlijk trauma, met álle details.

Op 5-jarige leeftijd ben ik seksueel misbruikt door mijn zwemleraar. Dit seksueel geweld was heel beangstigend en verwarrend voor me. Ik was ook nog zo jong. Ik heb het trauma geprobeerd zo goed mogelijk weg te stoppen. Bij PSYTREC ontdekte ik waaróm ik dit precies deed en waar ik precies bang voor was.

Waar ik al die tijd bang voor was

– Ik was doodsbang dat het weer zou gebeuren. Ik wilde geen zwakte tonen. Ik wilde “normaal” zijn, zodat ik nooit weer ten prooi zou vallen. Maar ik voelde me van binnen verre van normaal. Ik voelde zo’n slappeling en mislukkeling. Voorkomen dat het opnieuw zou gebeuren deed ik vooral door me veel beter voor te doen dan ik me voelde en me steeds te richten op anderen in plaats van op mezelf door te pleasen. Ik deed alles om de gevoelens die bij het trauma hoorden te vermijden en om anderen geen pijn te doen.

– Ik was doodsbang om gek te worden. Ik dacht dat ik het allemaal niet aan kon en als zwakste door de mand zou vallen. Het gevoel van alles onder controle moeten houden en de angst om ontmaskerd te worden, gaven me het gevoel gek te worden. Ik was zo bang dat ik dan zou worden opgenomen en iedereen kwijt zou raken. Dat ik dan helemaal alleen zou zijn. Of dat mijn dierbaren zouden blijven, maar dat ze het óók niet aan zouden kunnen en om zouden vallen. Dan zou ik mijn dierbaren pijn doen én dan zou mijn vangnet weg zijn.

– Ik was doodsbang dat ik een eind aan mijn leven zou maken. Door de angst (voor de herbelevingen), schaamte, schuldgevoelens en walging raakte ik vaak erg depressief. Als enige oplossing en uitweg zag ik dan zelfmoord. Ik wilde natuurlijk niet echt dood. De suïcidale gedachten waren een vlucht. Ik wilde niet voelen wat ik allemaal voelde. Mijn trauma aangaan was geen optie, dat zou ik niet aan kunnen. Dacht ik.

Ik kan het wél aan!

Bij de behandeling van PSYTREC heb ik erváren en doorvoeld dat ik het wel degelijk aan kan. Ik kreeg eindelijk de tools om te dealen met stress en moeilijke gevoelens. Door de combinatie van lange dagen met veel verschillende behandelaren en vol psycho-educatie, sport, bewegen, exposure en emdr ervaarde ik dat ik het wel aankan en dat alles waar ik bang voor was niet gebeurt.

PSYTREC heeft mijn angstbrein (amygdala) tot rust gebracht en mijn prefrontale cortex geactiveerd. Het voelt als een reset van mijn stress systeem, mijn zenuwstelsel.

Ja, de behandeling was doodeng, loodzwaar, intens verdrietig, heftig en noem maar op. Maar ik ervaarde keer op keer: ik ben nu veilig en ik kan het aan!

Jeetje wat was dát een openbaring en bevrijding! Het voelde alsof de wereld (op een positieve manier) op z’n kop stond. Of eigenlijk stond ík altijd op z’n kop en zette PSYTREC me weer rechtop. Ik was eerst in totale verwarring. “Wat gebéurt hier?!? Hoe kan dit?!?” Het was zó anders dan ik gewend was.

De opbouw van de behandeling

Het programma van PSYTREC vind ik heel goed opgebouwd. Dat maakt de behandeling zo succesvol denk ik. In de ochtend psycho-educatie over PTSS, sport, bewegen en exposure therapie. En dan in de middag/avond nog meer psycho-educatie, sport, bewegen en dan emdr therapie.

Per dag wordt er één trauma/ herbeleving behandeld. Ik had last van twee herbelevingen die thuis online in twee lange, intensieve dagen behandeld zijn.

Exposure therapie

’s Ochtends ging ik tot 100% van mijn angst in de exposure therapie. Daar heb ik dus tot in elk detail herhaaldelijk over de traumatische ervaring gepraat. In geuren en kleuren. Terwijl ik aan triggers blootgesteld werd. Vreselijk! Maar daarna zo’n opluchting!

Bij PSYTREC zijn ze van alles gewend. Ze horen de vreselijkste trauma’s. Ik durfde dus mijn schaamte voorbij bij deze professionals. Vermijdingsgedrag en veiligheidsgedrag werden onderschept. Met mijn exposureplan werkte ik eraan om mijn vermijdingsgedrag en veiligheidsgedrag te stoppen. En dus kon ik tot 100% van de angst komen en álles vertellen. Iets wat ik nog nooit eerder heb durven doen!

Ja, ik durfde bij alles wat ik vóór PSYTREC had gedaan wel tot 50, 60, 70, 80 of soms misschien 90% van mijn angst te gaan. Zoals bijvoorbeeld in mijn Imaginary Rescripting therapie bij mijn GGZ behandelaar. Nog nooit durfde ik tot de volle 100% van mijn angst te gaan. Ik dacht namelijk altijd dat ik dat niet aan zou kunnen. Terwijl dat nou juist precies hetgene was wat ik nodig had om mijn trauma te verwerken. Ik leerde dat verwerking en vermijding niet samen gaan.

EMDR therapie

In de middag/ avond ging ik met de emdr therapie mijn herbelevingen “omtoveren” in herinneringen. Ik schrijf omtoveren, omdat het zo voelde. Het voelde zo gek, zo anders dan ik gewend was. Het voelde als een herprogrammering. Ze brachten mijn amygdala tot rust, waardoor mijn zenuwstelsel tot rust kwam en mijn constante automatische fight, flight en freeze reacties zijn gestopt.

Na de emdr sessies kon ik rustig en zonder angst, zonder schaamte, schuld en walging kijken naar de plaatjes. Want de herbelevingen waren niet meer levensecht. Het waren plaatjes. Waar ik van een afstand rustig naar kon kijken. Vanuit mijn nadenkende prefrontale cortex brein in plaats vanuit mijn angstbrein/ amygdala. Zo kon ik dus ook ineens rustig naar de foto van de dader kijken. Hij was een plaatje geworden!

Nu denk je misschien: ja natuurlijk zijn het maar plaatjes! Maar zo vóelde ik dat nooit. Voor mij voelde alles als een levensechte bedreiging en ik voelde me dus nergens veilig. Voorál niet in mijn hoofd en lijf. Daaraan ontsnappen is iets wat ik altijd geprobeerd heb, maar wat nooit succesvol lukte. Mijn amygdala en zenuwstelsel waren hyperactief door het onverwerkte trauma en dat beïnvloedde mijn gevoel van veiligheid en daarmee mijn hele leven.

Bij PSYTREC ben ik ge-reset, heb ik tools gekregen om met stress te dealen en heb ik ervaren dat ik veilig ben. In deze wereld, maar vooral in mijn hoofd en lichaam. Dat voelt voor mij magisch. Dat was mijn diepste verlangen. En nu is het eindelijk gelukt. Het voelt als thuiskomen.

De helden van PSYTREC

De helden van PSYTREC hebben mij geholpen bij het maken van mijn innerlijke reis van de held. Ik blijk mijn eigen held te zijn.

Natuurlijk voel ik nog steeds verdriet als ik denk aan wat er gebeurd is. Maar de bijbehorende instant angst, paniek, schaamte, schuld en walging hebben plaats gemaakt voor begrip en mededogen voor mezelf. Dat voelt heel erg fijn. De behandeling van PSYTREC heeft mijn zelfbeeld veranderd.

Ik ben er nog niet. Verwerken en vermijden gaan niet samen dus exposure en beweging zijn essentiële handvatten om mijn herstel voort te zetten. Bij PSYTREC zeiden de behandelaren dat als ik weer ga vermijden de herbelevingen en bijbehorende ellende terug kunnen komen. Dan gaan mijn amygdala en zenuwstelsel weer in de overdrive.

Dat wil ik natuurlijk niet en het zou ook erg zonde zijn van al mijn harde werk. Ik heb dus nog genoeg huiswerk en krijg ook nog nazorg van mijn GGZ behandelaar, die ik al bijna twee jaar ken. Ik ga voor mijn herstel en weet dat ik het kan.

In order to heal, you have to stop pretending it doesn’t hurt.

Het citaat hierboven vind ik zo veelzeggend. Alles is begonnen met aan mezelf en anderen eerlijk toegeven dat ik pijn leed. Dat ik (innerlijk) erg gewond was en me daardoor heel kwetsbaar en naar voelde. Vervolgens moest ik hulp vinden die ik vertrouwde en waar ik me veilig voelde. Zodat ik daar mijn al mijn wonden helemaal bloot kon leggen en volledig kon laten behandelen. Ik voelde dat ik dat kon doen bij Psytrec.

Thuiskomen

Wie weet verdwijnen of verminderen mijn bipolaire klachten wel en blijk ik geen “echte” bipolaire 2 stoornis te hebben, maar uitte de PTSS zich in bipolariteit. Ik hoop en vermoed het.

Ik gun eenieder die kampt met diepe innerlijke wonden een behandeling bij PSYTREC. Om thuis te komen bij zichzelf. Mocht je dit lezen en dingen herkennen: op de website van PSYTREC kun je meer informatie vinden en kun je een PTSS zelftest doen.

Geraldine en de vrouwen

Donderdag start ik met mijn PTSS behandeling bij PSYTREC. Ik ben er heel erg gespannen over en ben ook weer door mijn rug gegaan. Ik vind het heel erg eng, omdat ik bang ben dat ik het niet aankan en dat de behandeling niet aan slaat. Ik ben bij PSYTREC terecht gekomen, nadat ik dit interview met deelneemster Marina las. Daardoor ontdekte ik het programma Geraldine en de vrouwen op RTL4. Dit programma werd vanaf 18 oktober 2020 wekelijks uitgezonden op RTL4 en is nu te bekijken op Videoland.

In Geraldine en de Vrouwen volgt Geraldine Kemper zes vrouwen die post traumatische stress stoornis (PTTS) hebben ontwikkeld, omdat ze te maken hebben gehad met seksueel geweld/- misbruik. Ze hebben hierdoor last van onder andere herbelevingen en angststoornissen. Ze slapen slecht, hebben veel moeite met vertrouwen en hebben soms last van suïcidale gedachtes.

Geraldine gaat met deze zes vrouwen naar Kroatië. Daar krijgen ze onder leiding van een team van psychologen en sportcoaches van PSYTREC verschillende vormen van therapie. Met als doel van hun PTSS klachten af te komen en zich weer veilig en goed te voelen over zichzelf. Na deze reis worden de vrouwen nog een jaar lang begeleid en gevolgd door PSYTREC en RTL4.

Zoveel herkenning

Bij het zien van de trailer van het programma was ik zo geraakt. Ik herkende veel en voelde dat ik dit moest gaan zien. Tijdens de eerste uitzending zei ik: zo’n intense therapie zou ik echt NOOIT doen! Doodeng vond ik het. Je niet terug mogen trekken, niemand troosten, niet getroost worden, zóveel sporten etcetera.

Toch wist ik na het programma: ik moet me aanmelden bij PSYTREC. En nu is het dus bijna zover. Ik ben er dus heel gespannen over. Nachtmerries, nare gedachten en herinneringen komen in hevigheid boven. De zelfhaat, de suïcidale gedachten, het verdriet, de angst, de paniek, de woede, de machteloosheid, de eenzaamheid, het schuldgevoel, de schaamte.

En dan wetende dat ze bij PSYTREC tegen me hebben gezegd dat ik voor 100% naar al die gevoelens toe moet in de behandeling en de spanning dus maximaal moet voelen. Dat lijkt me toch niet te doen?! Maar blijkbaar kan het wel en moet het ook. Ik moet leren dat ik het wél aankan en veilig ben in het hier en nu.

Geraldine en de vrouwen nog een keer

Ik ben net weer begonnen met het kijken van Geraldine en de vrouwen. Het geeft me steun. Het geeft me hoop. Het geeft me het gevoel dat ik me voor kan bereiden op wat er komen gaat. Ik hoop zó dat het mij net zo gaat helpen als die zes vrouwen. Tegelijkertijd ben ik zó bang dat er niks gaat veranderen. Dat ik me voor altijd zo zal voelen en dat ik een slappeling en mislukkeling ben, omdat ik het níet aan kan.

Ik schrijf het maar weer van me af. Ik vind het heel fijn dat er mensen op mijn blogs reageren en mailen dat ze er wat aan hebben. Samen is niet alleen. En hoewel ik vooral voor mezelf schrijf, is het fijn te weten dat er mensen zijn die steun halen uit deze website. Dat is waarom ik mijn schrijfsels over mijn binnenwereld ben gaan delen met de buitenwereld.

Ik zit wel te denken: misschien is dit schrijven ook wel vermijding of veiligheidsgedrag? Daar denk ik door mijn huiswerk van PSYTREC veel over na de laatste tijd. Ik merk dat ik soms/ vaak helemaal in de war raak van al die gevoelens, emoties en overlevingsmechanismes. Dus ik probeer het maar even te laten voor wat het is en zit het uit tot de introductiemiddag donderdag.

Corona en het jaar 2020

Door corona is alles naar de oppervlakte gekomen. 2020 was het jaar dat ik de deksel niet meer op de beerput kon houden. Ik denk dat het ook te maken heeft met het feit dat het het jaar was dat mijn oudste dochter vijf jaar was. De leeftijd waarop ik mijn trauma met mijn zwemleraar heb opgelopen. Ik vond het een hele confronterende leeftijd.

Oudste dochter spiegelt mij

Toen mijn oudste dochter 5 was en de eerste lockdown begon, kreeg ze last van haar vagina. Meerdere artsen hebben ernaar gekeken. Niemand kon er wat zinnigs over zeggen. Ik vond het heel heftig en heb sterk het vermoeden dat ze (onbewust) mijn oude trauma spiegelt. Ze is inmiddels zes geworden en sinds ik met mijn trauma aan de slag ben, is er bij haar al veel veranderd. Ik heb haar nog niks verteld, maar energetisch is er blijkbaar een hoop gebeurd.

Twee weken voor haar zesde verjaardag, in de week dat ze moest beginnen met schoolzwemmen, heb ik voor het eerst gesproken over mijn traumatische ervaring met mijn zwemleraar. Mijn GGZ behandelaar was de eerste aan wie ik het durfde te vertellen.

En nu ik dit schrijf word ik weer heel verdrietig en bang. Ik wil niet dat mijn dochters blijvende schade oplopen, omdat ik rond blijf lopen met een onverwerkt trauma. Dat ik in behandeling ga bij PSYTREC doe ik natuurlijk vooral voor mezelf, maar mijn dochters zijn één van de belangrijkste redenen om mijn trauma nu eindelijk 100% aan te gaan.

Ik gun mijn meiden een leven waarin ze zich veilig voelen, met liefde naar zichzelf en vertrouwen en liefde naar de mensen in hun wereld. Ik merk dat vooral mijn dochter van zes onbewust mijn angsten oppikt. En dat vind ik heel erg. Ik schaam me er zo voor en voel me zo ontzettend tekortschieten. Ik wéét dat ik mijn dochters alle liefde geef die een moeder haar kinderen kan geven en dat ik in heel veel opzichten echt een goeie moeder ben, maar toch voelt het vaak als falen. Dat het bijvoorbeeld mijn schuld is dat ze bang is voor schoolzwemmen en haar zwemdocent en snel angstig is.

In het diepe springen

Met PSYTREC ga ik in het spreekwoordelijke diepe springen. Er is niets wat ik liever wil dan me na deze behandeling veilig voelen en van mezelf houden zoals ik ben. Zodat ik dat mee kan geven aan mijn dochters. Door het programma Geraldine en de vrouwen heb ik de hoop dat me dit gaat lukken. En ik zeg het vaker: hoop doet leven. Hoop geeft richting. Hoop geeft licht.

Hartherinneraars

Voor als je verdwaald bent en vergeten bent wie je ook al weer was. Of eigenlijk moet ik schrijven: voor als ik verdwaald ben en vergeten ben wie ik ook al weer was…

Hartherinneraars van de fantastische Charlie Mackesy. @charliemackesy op Instagram.

Hartherinneraars van Leon Giessen a.k.a. Mondo Leone. Zijn liedjes zijn prachtig! Al zijn werk is prachtig trouwens. Zie www.mondoleone.nl

Uit het boek: De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy.

Behandelplan van PSYTREC

Na 32 jaar durf ik eindelijk te praten over wat er in mijn jeugd is gebeurd en heb ik hiervoor hulp durven vragen. Dit vroegkinderlijk trauma is waarschijnlijk de oorzaak/ uitvergroter van mijn bipolaire stoornis. In januari begin ik met mijn PTSS traumabehandeling bij PSYTREC. Ik zie er als een berg tegenop én ik kijk er enorm naar uit.

Inmiddels heeft PSYTREC een behandelplan opgesteld en heb ik alle informatie ontvangen. De dagen bij PSYTREC zijn lang en intensief.

Dagschema Psytrec

Je krijgt een persoonlijk dagschema met wanneer je bepaalde therapie en sport hebt, maar de algemene dagindeling ziet er als volgt uit:

07.15 – 07.35 Ontbijten
07.35 – 08.00 Psycho-educatie over PTSS
08.00 – 09.30 Exposure therapie of sport
09.30 – 11.00 Exposure of sport
11.00 – 11.15 Psycho-educatie
11.15 – 12.45 Exposure of sport
12.45 – 13.15 Lunch
13.15 – 13.45 Psycho-educatie
13.45 – 15.15 EMDR therapie of sport
15.15 – 16.45 EMDR of sport
16.45 – 17.00 Psycho-educatie
17.00 – 18.30 EMDR of sport
18.30 – 19.15 Diner
19.15 – 19.45 Zelf werken in werkmap
19.45 – 21.45 Psycho-educatie

Lange, intensieve dagen dus. Als ik zie wat het de vrouwen van RTL4 programma Geraldine en de vrouwen heeft opgeleverd en als ik deze blog én alle reviews op Zorgkaart.nl lees, heb ik er alle vertrouwen in dat dit mij ook gaat helpen. Ik voel me echt in goede handen bij PSYTREC.

Exposure therapie

Ik ga bij PSYTREC met twee trauma’s aan de slag. Ik heb als kind traumatische dingen meegemaakt die mijn leven ontwrichten. Dit is dus waarschijnlijk de oorzaak/ uitvergroter van mijn bipolaire stoornis.

Om deze trauma’s effectief te behandelen gebruikt PSYTREC Exposuretherapie (naast EMDR therapie, een Activerend Sport- en Bewegingsprogramma en Psycho-educatie).

Bij Exposure Therapie haal je de traumatische herinnering tot in het kleinste detail op. Je moet precíes vertellen wat je is overkomen. Alles vertellen. Vooral de meest moeilijke momenten en die moeilijke momenten worden steeds weer herhaald.

Het is de bedoeling dat je zo ervaart dat je de ervaring kunt delen zonder dat er iets ergs met je gebeurt. Het trauma wordt op deze manier steeds meer iets wat vroeger gebeurd is, maar wat nu niet meer gevaarlijk en onveilig voor je is.

Het lucht, volgens PSYTREC, vaak op om het verhaal herhaaldelijk in detail te kunnen vertellen. De angst voor de herinnering aan de traumatische gebeurtenis daalt. Zo ga je je veilig voelen in het hier en nu.

Exposure Therapie sessies vinden individueel plaats. Net als de EMDR sessies. De rest is klassikaal.

Vermijdingsgedrag

Ik vind die Exposure therapie heel erg eng. Omdat ik al 32 jaar lang mijn uiterste best heb gedaan om er juist níet over te praten. Laat staan om álles te vertellen, en dan ook nog tot in detail. Maar ik begrijp het idee erachter en voel dat dit echt kan gaan helpen.

Het is bij de Exposure therapie dus heel belangrijk om te stoppen met vermijden en te stoppen met veiligheidsgedrag of je overlevingsmechanisme. Je moet het hélemaal aangaan. 100%.

Door Geraldine en de vrouwen heb ik geleerd dat mensen met PTSS heel veel vermijdingsgedrag vertonen. Ik schrok hier erg van. Want ik herkende het gedrag, maar ik wist helemaal niet dat dit vermijdingsgedrag was. En dat ik daar zo goed in ben geworden… Het is zo’n gewoonte geworden. Confronterend en heel leerzaam om te realiseren.

De functie van vermijdingsgedrag is dat je erdoor kunt overleven, je dag kunt doorkomen en niet zo overspoeld raakt door je emoties. Op het eerste gezicht dus een belangrijke functie. Op de korte termijn lijkt het verlichting te geven, maar op de langere termijn wordt vermijdingsgedrag schadelijk. Het houdt namelijk je stressklachten in stand en het kan er zelfs voor zorgen dat deze klachten verergeren. En dat is bij mij wel gebleken.

Voorbeelden van vermijdingsgedrag

– Vermijden om aan de details van de ingrijpende gebeurtenis te denken
– Niet over de naarste details willen praten
– Vermijden van activiteiten en situaties die aan het trauma doen denken
– ‘Vergeten’ van (delen) van het trauma
– Ontkennen, afleiden en vluchten: bv steeds met een ander bezig zijn, jezelf terugtrekken, veel huishoudelijke taken doen
– Geen of weinig contact met omgeving

Maar hoe weet je nou of iets vermijding of niet? PSYTREC zegt daarover het volgende.

“Wat zou er gebeuren als je wel zou moeten doen, zou je dan angstig worden? Zo kan hetzelfde gedrag voor de ene persoon vermijding zijn en voor de ander niet. Voor de één is het niet gaan hardlopen vermijding, als diegene denkt buiten gevaar te lopen. Voor de ander is wel gaan hardlopen vermijding, als diegene bang is om thuis overspoeld te raken door zijn emoties of herinneringen als hij/zij geen afleiding zoekt.”

Wat verhelderend! En eigenlijk heel logisch. Of zoals Johan Cruyff zou zeggen: Je ziet het pas als je het door hebt…

PSYTREC heeft me geholpen de schellen van mijn ogen te laten vallen. Nou ja, ik ben er natuurlijk nog niet, maar het begin is gemaakt!

Veiligheidsgedrag

Naast vermijdingsgedrag is veiligheidsgedrag gedrag wat mensen die iets traumatisch hebben meegemaakt veelvuldig inzetten. Veiligheidsgedrag is al het gedrag dat je toepast om jezelf zo veilig mogelijk te voelen.

Ik voel me heel vaak onveilig en dus pas ik veel veiligheidsgedrag toe. Voorbeelden hiervan zijn: me veel beter voordoen dan ik me voel, overdag de gordijnen dicht doen en de omgeving steeds scannen op gevaar/ hyperalert zijn

PSYTREC zegt dat veiligheidsgedrag erg effectief líjkt, omdat het minder angstig maakt. Op de lange termijn is veiligheidsgedrag echter niet effectief. Het zorgt ervoor dat je erg afhankelijk wordt van veiligheidsgedrag en zo leer je niet dat je situaties aankunt zonder veiligheid in te bouwen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor vermijdingsgedrag. Je zwakt jezelf af.

Gedragspatronen doorbreken

Tijdens de behandeling ga je met behulp van PSYTREC het vermijdingsgedrag en veiligheidsgedrag doorbreken.

Om me daar zo goed mogelijk op voor te bereiden, moet ik van PSYTREC zoveel mogelijk triggers verzamelen. Dit zijn bijvoorbeeld foto’s, situaties, geuren of geluiden die het trauma triggeren en me dus aan het trauma herinneren.

Om de gedragspatronen te doorbreken, gebruikt PSYTREC een persoonlijk exposureplan. Waarbij je jezelf steeds moet bloot stellen aan dingen die je anders wilt vermijden of veiligheidsgedrag voor toepast.

Mijn exposureplan

Toen de psycholoog mijn exposureplan voorlegde brak het angstzweet me uit. Tranen stroomden over mijn wangen. Van angst, maar ook van verdriet, confrontatie, frustratie, pijn. Om te zien wat ik allemaal heb gedaan om te overleven en om te zien en te realiseren dat ik dat allemaal moet opgeven. Pfffff…. Echt doodeng. En ook van levensbelang.

Ik mag al rustig aan beginnen met mijn exposureplan. Tijdens de behandeling gaan we er heel intensief mee aan de slag en mag ik echt niks meer vermijden. Nu mag ik nog kiezen waar ik mee aan de slag ga.

Ik begin in ieder geval met de focus op mezelf te leggen in plaats van op de ander en niet meer overdag de gordijnen (in ons geval luxaflex) dicht te doen. Dat vind ik al moeílijk!

Zin in mijn nieuwe leven

Ik zie dus heel erg tegen de behandeling op en ik kijk er heel erg naar uit. Want het lijkt me ook een bevrijding! Ik keek van de week naar de briljante Disney+ animatiefilm Soul (aanrader!!!).

Soul is echt een ode aan (het) leven en ik kreeg zo’n zín in mijn nieuwe leven! Een leven waarin ik niet meer verzuip in al die nare traumatische herinneringen. Een leven mét alle emoties die het leven rijk is, maar dan behapbaar. Zodat het leven voelt als leven in plaats van als overleven.

Maar voor het zover is moet ik nog door een hele zure, enge (voor mijn reptielenbrein) gifappel heen. Ik weet dat deze appel goed voor me is, maar ohhhh wat is het eng.

Hopelijk kan ik je eind januari op deze blog Rosie 2.0 voorstellen. To be continued… 🙂

Ps 1. Misschien lijkt het nu in deze blog alsof mijn hele leven kommer en kwel was; dat is niet zo!

Maar ik ben er inmiddels wel achter dat ik het leven teveel als een worsteling ervaar. En ik gun mezelf een leven met minder worsteling en met meer leven. Vandaar dat ik bij PSYTREC heb aangeklopt.

Ps 2. De prachtige prent met het vliegende paard is van Charlie Mackesy.

PTSS traject bij PSYTREC

Eerder schreef ik al over mijn jeugdtrauma en dat tijdens een sessie Transformational Breathing veel puzzelstukjes in elkaar vielen. Dit zijn maanden waarin ik steeds beter ‘the bigger picture’ ga zien. Daar hoorde dit puzzelstuk ook bij: PSYTREC! Ik ben bij PSYTREC terecht gekomen, nadat ik dit interview las en daardoor het programma Geraldine en de vrouwen ging kijken.

Geraldine Kemper volgt zes vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel geweld/ misbruik. Als gevolg hiervan hebben deze vrouwen een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkeld. Geraldine neemt hen mee naar Kroatië waar ze onder leiding van een team van psychologen van PSYTREC, door middel van verschillende vormen van therapie met hun PTSS aan de slag gaan. Na deze reis worden de vrouwen nog een jaar lang begeleid en gevolgd. Het zijn zes afleveringen die nu nog te zien zijn op Videoland.

Psytrec

Het voorstukje van dit programma raakte mij heel erg, omdat ik veel herkenning vond. Ik ben het programma gaan kijken en zo kwam ik in aanraking met PSYTREC, het psychotrauma educatie centrum dat een speciaal PTSS behandel traject heeft ontwikkeld waar ze deze zes vrouwen van hun PTSS hebben afgeholpen. Zo bijzonder!

Terwijl ik het programme keek, realiseerde ik me steeds meer: ik heb waarschijnlijk ook PTSS. En er is hoop om van mijn klachten af te komen! Er is hoop op een ‘normaal’ leven! Dus ik heb me aangemeld bij PSYTREC. Dat vond ik doodeng, maar ik voelde dat zij mij echt kunnen gaan helpen. Het voelt als een veilige plek, waar ik kan helen. Ik zag die vrouwen per aflevering weer zichzelf worden en kreeg zo’n diep verlangen om ook mezelf weer terug te vinden en een basis van veiligheid en stabiliteit te krijgen.

Hoop doet leven

Inmiddels heb ik een intake gehad, inderdaad de diagnose PTSS gekregen en gaan we een behandelplan maken. In het nieuwe jaar kan ik bij PSYTREC terecht. Ik ben zooo dankbaar en zooo opgelucht! Het voelt echt alsof ik hier in goede handen ben. Het geeft me hoop en hoop doet leven.

Gisteren hoorde ik Ralph Kupka bij de online landelijke dag van Vereniging PlusMinus zeggen dat hij ziet dat mensen met een psychische aandoening vaak een jeugdtrauma hebben. Dat herken ik dus. Ik hoop dat door het speciale en unieke traject bij PSYTREC de PTSS verdwijnt, mijn bipolaire klachten verminderen en ik een ‘normaal’ leven kan gaan leiden. Zonder dat die oude pijn steeds getriggerd wordt en ik helemaal uit balans raak. Change is coming!

Eindbazen aan het eind van 2020

Deze decembermaand is nog wel een enorme uitdaging. Het is een maand van ‘Eindbazen’. Hoewel de behandeling nog niet officieel begonnen is, voelt het voor mij wel zo. Ik ben grote angsten aan het aankijken. En hoewel ik mijn oer reacties van vluchten en bevriezen voel, lukt het me om erdoorheen te gaan, omdat ik PSYTREC als licht aan het eind van de tunnel zie. Er is hulp!

Bij PSYTREC gaan ze me leren hoe ik mijn angsten aan kan gaan, dat ik ze aan kan en dat ik kan zien dat het (inmiddels) niet echt eng meer is. Dat ik veilig ben in het hier en nu.

Level 2020

Het eind van level 2020 had wel nog drie ‘Eindbazen’ (lees: hele spannende situaties om aan te gaan). Ik heb deze maand een mail gestuurd naar een hele dierbare vriendin waar ik vorig jaar een nare ruzie mee heb gekregen. We hebben elkaar sindsdien niet meer gesproken. In mijn paniek heb ik dingen verkeerd aangepakt. Ik durfde haar nu pas ‘onder ogen’ te komen en mijn excuses aan te bieden. Ik vind het vreselijk dat we ruzie kregen en zou willen dat onze communicatie anders was gelopen. Dan waren we misschien nu nog bevriend geweest.

Alsof dat nog niet spannend genoeg was, heb ik héél duidelijk mijn grenzen aan moeten geven bij mijn schoonmoeder. Zij gaat onbedoeld soms heel erg over mijn grenzen. Dat was erg intens en moeilijk, maar we komen er weer beter uit, zoals altijd. Mijn schoonmoeder triggert ook een hoop bij mij. Ze gaat dus soms enorm over mijn (fysieke) grenzen heen, ook nadat ik mijn grens aan geef. Ze houdt ook soms echt geen rekening met me en vind dan dat ik overdrijf. Alles uitspreken vind ik nog heel eng, alle angst en zelfhaat komt boven, maar ik voel dat het me steeds wat beter lukt.

En ik heb uitgesproken naar mijn schoonzus dat ik haar heel eng vind, omdat ze bij mij, wederom onbedoeld, veel triggert. We hebben een fijn gesprek gehad en eigenlijk is ze voor mij perfecte exposure therapie. Want hoewel ik haar heel eng vind, weet ik dat ze me nooit kwaad zou doen. In maart wordt mijn neefje geboren en word ik tante! Ik wil dan zonder angst gewoon langs kunnen gaan bij mijn broer en schoonzus. Ik weet nu dat dat kan.

Level 2021

December is nog niet voorbij, maar ik hoop dat het bij drie Eindbazen blijft. Dat ik het traject bij PSYTREC in het vooruitzicht heb, geeft me hoop en moed. En dat is een heel fijn gevoel. Zeker als afsluiting van een heel heftig en óók mooi jaar. Op naar level 2021!

De transformatie van mijn trauma

Op 27 oktober 2020 ging ik weer naar mijn geweldige ademcoach Natalie, voor een sessie Transformational Breathing. Het was toen precies acht weken geleden dat ik voor het laatst bij Natalie was. Dat was op 1 september 2020. Er gebeuren altijd mooie dingen tijdens ademsessies, maar de sessie op 1 september 2020, heeft héél veel voor mij betekend.

Door die sessie voelde ik me zo veilig en gedragen dat ik de dag daarna bij mijn behandelaar eindelijk het geheim durfde te vertellen dat ik al tweeëndertig jaar bij me draag. Omdat ik toen eindelijk durfde te praten over mijn jeugdtrauma is er in acht weken een heleboel veranderd. Ik ga mijn persoonlijke verhaal nu ook delen in deze blog.

Sinds de ademsessie van 1 september 2020 ben ik met mijn GGZ behandelaar bezig om mijn jeugdtrauma te herschrijven met behulp van Imaginary Rescripting. Zodat het trauma mijn leven niet meer ontwricht en zodat ik er beter mee om kan gaan. Ook heb ik in die afgelopen acht weken aan mijn man, ouders, broertje en één van mijn beste vriendinnen verteld wat er gebeurd is. Dat luchtte enorm op.

In de war

Er is sindsdien dus enorm veel veranderd, waardoor ik eindelijk beter met mijn trauma om kan gaan. Maar ik wilde weer een ademsessie bij Natalie doen, omdat het altijd voor doorbraken zorgt. Op 27 oktober 2020 was het zover. Dat het zó’n doorbraak zou worden dat had ik niet verwacht. Transformatie is een beter woord.

Terwijl ik in haar woonkamer in de massagestoel zat met een kop thee, begonnen we te praten over hoe het afgelopen acht weken was gegaan. Ik vertelde dat ik nu aan de slag ben met mijn jeugdtrauma. Ik benoemde mijn trauma niet concreet, want ik durfde nog niet te vertellen wat er aan de hand was.

Natalie vroeg op welk thema ik deze sessie wilde ademen. Ik sloeg helemaal dicht omdat ik ging voelen wat ik wilde, maar ik voelde vooral wat ik níet wilde. En daardoor kreeg ik flashbacks naar het trauma. Ik moest ervan huilen en raakte in de war.

Op gegeven moment zei Natalie iets wat ik opvatte als: je moet niet in een trauma blijven hangen. Op een gegeven moment moet je door.

In paniek

Ik raakte getriggerd en bevroor. Ik voelde me aangevallen en kreeg het gevoel dat ik alles verkeerd deed. Ik voelde paniek opkomen en voelde me erg onveilig. Ik wílde niet blijven hangen in dit trauma, ik wílde door, maar om de één of andere reden kón ik het niet loslaten. Een deel van mij wilde bij dat trauma blijven. Hoe kwam dat?

Ze vroeg me vervolgens weer waar op ik wilde ademen en ik klapte weer dicht. Toen zei ik huilend: “Ik wil vol vertrouwen zijn.” Ik was echter zo getriggerd dat ik begon te hyperventileren. Natalie nam me snel mee naar haar ademkamer om transformerend te ademen. Ze hielp me mijn adem (en mij) weer rustig te krijgen.

Ik lag daar en ik dacht: “waarom raakten die opmerkingen me zo? Dat ik er niet in moet blijven hangen. Dat ik moet affirmeren dat het goed met me gaat. Dat ik het los moet laten. Ik kán het trauma niet loslaten. En ik wíl het ook niet loslaten. Waarom niet in godsnaam?”

Toen wist ik het

En toen werd ineens helder waarom. Ik voelde het zo duidelijk. Terwijl ik daar lag op het roze matras in Natalie haar ademkamer vol fijne Ibizavibes zag ik daar Roosje, een meisje van vijf jaar. Angstig en helemaal alleen.

Ik besefte: ik kon het trauma niet loslaten, omdat ik Roosje niet los kon laten. Ik kon haar niet aan haar lot overlaten. Ik wilde haar niet in de steek laten. Want zo voelde het als ik het trauma los zou laten. En dat voelde heel erg onveilig en vreselijk wreed.

Ik ontdekte namelijk dat ik nog steeds dat kleine meisje was. Omdat ik me nog steeds dat kleine meisje vóelde. Ik lag daar bij Natalie te ademen, fysiek, als Roos, een zevenendertigjarige vrouw. Maar mentaal voelde ik me nog steeds dat meisje van vijf, dat tweeëndertig jaar lang uit angst en schaamte was weggestopt in het kleedhokje. Het kleedhokje waar ze door haar zwemleraar seksueel werd misbruikt.

Kleine Roosje

Tijdens deze ademsessie merkte ik dus heel duidelijk dat ik me nog steeds dat kleine meisje voelde. Al die tijd. Gevangen. Niet kunnen vluchten en steeds dingen meemaken die ik niet wilde. Mijn grenzen die niet werden gezien en niet werden (h)erkend. Ik voelde me zo lang constant onveilig. Terwijl het in het hier en nu allang veilig ís.

Want ik zit niet meer in dat kleedhokje. Ik ben er al tweeëndertig jaar uit. Ik ben nu een volwassen vrouw. Die voor zichzelf kan zorgen. Maar dat kon ik nooit echt voelen. Door het transformerend ademen voelde ik dat ik mezelf tijdens deze sessie uit dat kleedhokje zou kunnen bevrijden en kleine Roosje mee kon nemen. Ik was er alleen nog niet uit. Het besef was er al wel, maar nu de uitvoering nog.

Gelukkig hielp Natalie me van ademnood naar diep ademen. Door het tonen (geluid maken en bewegen met armen en benen) kon ik dóór alle angst en spanning heen. Waar ik normaal voor weg vluchtte. Zoals een vijfjarig meisje zou doen. Met Natalie bij me kon ik erdoorheen ademen. Zoals een volwassen vrouw.

Ik wil erkennen wat er gebeurd is in het kleedhokje: ik ben als jong meisje seksueel misbruikt door mijn zwemleraar. Ik probeerde er al die jaren niet over na te denken en er niet mee bezig te zijn. Want ik durfde daar niet te zijn. Maar ik durfde ook niet hier te zijn. Dat verklaart mijn suïcidale gedachten en doodswens wel, denk ik. Dat was een vlucht naar een veilige plek. Naar een thuis.

Volwassen Roos

Tweeëndertig jaar lang heeft dat kleine meisje in angst in dat kleedhokje gezeten en nu kan ik haar eindelijk helpen. Ik voelde dat ik graag de volwassen vrouw wil zijn. En dat ik me niet langer hoef te schamen voor wat er gebeurd is. Ik voelde ook dat mijn omgeving mag weten dat dit gebeurd is. Ik mag erover praten, op een manier die bij me past.

Ik wil er voor dat meisje zijn en ik wil er voor mezelf zijn. Dat meisje is een deel van mij en ik wil dat deel niet ontkennen uit angst en schaamte. Ik kan wat er is gebeurd meenemen en dan kunnen we er samen om rouwen. En ik kan haar troosten. De kleine Roosje en de grote Roos.

“Only you can hear my soul” hoorde ik uit de speakers in Natalies ademkamer. Dit liedje paste zo goed bij dit deel van de ademsessie. Alleen wij tweeën, Roos en Roosje, kunnen elkaar écht begrijpen. Meer is niet nodig. Begrip van anderen is fijn en steunend, maar begrip van elkaar is het allerbelangrijkste.

Uit het hokje bevrijden

Daarna kwam het liedje “So much magnificence” en ik voelde het echt: er is zóveel magnificence in dit leven. Er is nog zoveel meer dan dat kleedhokje. Ik moest weer heel diep ademen en toen ging ik weer helemaal op slot, omdat ik ineens weer in het kleedhokje zat.

Ik kreeg weer geen adem. Natalie hielp me daar doorheen. Ik moest tonen. Eerst kreeg ik bijna geen lucht. Ik kon geen geluid maken en niet bewegen. Ik stond in de freeze stand. Ik voelde me weer helemaal in het nauw gedreven. Ik wilde daaruit. Ik moest daaruit. En ineens gebeurde het: ik kon mezelf veranderen van het angstige meisje in de volwassen oervrouw. Ik voelde zóveel kracht opkomen!

Ik opende mijn ogen, kreeg mijn stem terug en kon keihard schreeuwen, slaan en trappen met mijn handen en voeten tegen het matras. Het leek wel alsof alles wat jarenlang in het donker had gezeten ineens licht kreeg. Ik slaakte oerkreten uit en bewoog als een wild dier terwijl Natalie mijn adem diep hielp te blijven. Ik voelde mezelf openbreken. Echt zoals een vlinder uit een cocon. Het was zo intens en zo bijzonder!

Transformatie door ademen

En zo bevrijdde ik ons uit het kleedhokje. Ik kreeg heel veel lucht en zoveel adem. En zóveel liefde! We waren eruit! Ik was geen jong meisje meer. Ik was Roos! Het voelde echt als een transformatie.

Ik voelde dat ik de kleine Roosje bij me had, als deel van mij en ik voelde dat ik haar altijd veilig kan houden. Dat ik mezelf kan redden en dat ik veilig ben hier in dit lichaam. Ik kan en mag voor mezelf zorgen. Vanuit het besef dat ik uit dat kleedhokje ben en dat ik Roosje er nu ook uit mee heb genomen.

Toen kwam het liedje “A hundred thousand Angels” en ik voelde dat Natalie een engel is. Net als mijn geweldige GGZ behandelaar, mijn man, mijn ouders, mijn vriendinnen en familie, mijn oude paard en mijn hond, iedereen om me heen en iedereen die me helpt groeien in dit leven is een engel.

Een engel

Maar de grootste openbaring was dat ikzélf óók een engel ben. Ik heb mezelf gered uit dat kleedhokje. De kleine Roos en ook de volwassen Roos.

Ik draag dat kleine meisje bij me. In me. Ze is een deel van mij en zal dat altijd blijven. En wat andere mensen ook zullen zeggen of doen. Het maakt niet uit, want hier bij mij is ze helemaal veilig. Samen kunnen we rouwen om wat er is gebeurd. Samen kunnen we het verwerken. In het hier en nu. Waar alles goed en veilig is. Want we zijn uit het hokje.

Ineens voel ik me niet meer onveilig, eenzaam en verlaten. Ik voel me vol vertrouwen. Ik voel me de oervrouw waar Natalie het altijd over heeft, maar die ik nog nooit zo had kunnen ervaren. Het kleine meisje voelt zich ook niet meer onveilig, angstig en verlaten. Ze vertrouwt op mij. En ik vertrouw op mezelf. De reddende engel die ik altijd zocht, blijk ik zelf te zijn.