Dag lief LentePaard

Dag lieve Lente. Wat mis ik je.

Samen zijn met paarden is zoiets moois. Ze zijn in mijn ogen fantastische leermeesters. Door paarden (her)ontdek je wie je bent. Ik wel in ieder geval. Mijn grootste hinnikende leermeester was mijn haflinger Lente.

Bij Lente durfde ik altijd helemaal mezelf zijn. Dat was zo fijn. Ze hielp me weer in contact te komen met wie ik ben en wat ik wilde en met haar voelde ik altijd een intens liefdevolle, oordeelloze verbinding. Ik voelde me goed genoeg zoals ik ben.

Vorige week heb ik afscheid genomen van onze lieve Lente. Ze was al een tijdje ziek en vorige week zaterdag hebben we haar moeten laten inslapen. Het was een heel mooi afscheid. Ik ben dankbaar dat ik erbij mocht/ kon zijn.

Ik ben superverdrietig dat we haar niet meer kunnen knuffelen, borstelen enzovoort. Toch voelt ze nog heel dichtbij. Ze heeft een plek in ons hart. Voor altijd. Wat heb ik veel van haar mogen leren en wat heeft ze anderen ook veel geleerd.

Deze foto is gemaakt bij Schoorl aan Zee. Hier zijn we jaren samen op zomervakantie geweest. Het is mijn favoriete foto met Lente. Ze is en blijft een superpaard.

Veel van mijn mooiste momenten waren samen met Lente.❤

Op weg naar werk na/ met PTSS

Ik ben na 4 jaar weer aan het werk! Dat is aan de ene kant iets heel positiefs, maar het heeft (zoals met alles in het leven) ook een andere kant. Zoals ik al eerder schreef, gaat het momenteel even niet zo goed met me. En weer aan het werk zijn scares the sh#t out of me! Maar dat komt vooral omdat er nog zoveel meer speelt op het moment.

Er is de laatste tijd een overload aan triggers op me af gekomen en daardoor een overload aan emoties en gevoelens. Wat een chaos in mijn hoofd. Én ik ben dus net weer begonnen met werken (ja óók een trigger.) Wat er nu allemaal gebeurt is Murphy’s law.

Murphy’s law volgens Nolan

Maar dan wel Murphy’s law volgens mijn lievelingsfilm Interstellar van Christopher Nolan: “Anything that can happen, will happen” en dus niet de originele Murphy’s law: “Anything that can go wrong, will go wrong”. Want misschien is wat er “mis” gaat eigenlijk wel een “blessing in disguise”. Of op zijn minst een mooie les die ik ervan kan leren.

Nou ja, zo frame ik het maar. Een ander, minder optimistisch frame dat óók regelmatig door mijn hoofd gaat is: het leven is weer even ronduit kl#te. Mijn overlevingsmodus staat weer aan. Dankzij Murphy’s law (en natuurlijk vooral door mijn eigen reacties daarop…)

Hoe het begon

Ik ben dus weer begonnen met werken. Via de gemeente heb ik in het najaar een geweldige training in persoonlijke ontwikkeling gedaan. Deze training was onderdeel van een traject naar werk.

Ik begon in de herfst van 2020 met het traject en had me voorgenomen om in de herfst van 2021 weer aan het werk te gaan. Ik wilde mezelf in ieder geval een jaar de tijd geven om mezelf op de rit te krijgen. Bovendien gaat in de herfst van 2021 onze jongste dochter naar groep 1. Dus in het najaar van 2021 zou ik meer rust en ruimte in mijn hoofd en agenda hebben. Dat was het plan.

Maar zoals altijd, gaat bij mij alles heel snel. Ja, ik ben me er inmiddels echt van bewust dat dat mijn eigen “schuld” is… Ik ben dus niet in de herfst, maar in de lente van 2021 begonnen met werken. Ohhhhh…

Te snel? Of juist een goede leerschool? Of allebei? Ik denk dat laatste. Tis volgens mij bijna nooit of/ of, maar en/ en. De twee kanten. Wat zeg ik: twee kanten? Heel veel kanten, meestal. Lekker divers en verwarrend.

Voorbereidende trainingen

Die eerste training heeft me geholpen mijn kwaliteiten in te zien en te laten ervaren. De trainer en de deelneemsters hebben mij mede gesupport om me aan te melden bij PSYTREC. Heel erg waardevol.

De vervolgtraining begon begin februari. Deze was er meer op gericht om de deelnemers op werk voor te bereiden. Zoals hoe je je CV maakt. Ik wilde de vervolgtraining graag vast volgen. Ik word blij van trainingen. Ik had totaal niet de intentie om al naar werk te gaan zoeken. Ik hoefde ook niet te zoeken. Het werk vond mij.

Be careful what you wish for…

Tijdens de eerste vervolgtraining schreef ik op een vel papier wat mijn favoriete functie zou zijn. De training was thuis via Zoom en ik had deze favoriete functie met niemand gedeeld. Het was namelijk de huiswerkopdracht voor de training van de week daarop. Ik zat het allemaal al in te vullen tijdens de pauze, want ik werd er zo blij van, oh oh oh…

Het was te bizar. Ik had dus nét opgeschreven wat ik zoek in een nieuwe baan en nog geen twee uur later krijg ik ‘m in mijn schoot geworpen! Be careful what you wish for because you just might get it.

Die middag kreeg ik namelijk een mail van de nieuwe trainer. Ze had een functie langs zien komen en dat leek haar écht wat voor mij! Ik las de vacature en er stond nog net niet met koeienletters boven: DEZE DROOMBAAN IS VOOR ROOS.

De functie die ze mailde kwam zo goed als één op één overeen met wat ik had opgeschreven bij de huiswerkopdracht. Ongelooflijk!

Te snel, maar/ en te leuk!

Ik vond het eigenlijk wel te snel, maar het was zo’n leuke functie bij zo’n leuke plek dus ik reageerde vol enthousiasme! Ze stuurde me door naar degene die de functie coördineerde, Eric. Hij vroeg me die middag mijn CV en motivatiebrief te mailen. Wat ik meteen deed. Die snelheid is natuurlijk mijn kracht én mijn valkuil!

De volgende dag dacht ik: Oh jee! Dit gaat me toch echt veel te snel! Ik wilde in de herfst beginnen. Ik heb pas net mijn behandeling afgerond bij PSYTREC. Kan ik dit wel!? Ben ik er wel klaar voor?! Hellup!

Ik vertelde mijn hele verhaal en twijfels aan Eric. Hij was superbegripvol en samen met de trainer stelde hij voor er een werkervaringsplaats van te maken. Een soort vrijwilligersfunctie. Zo lief! Want dat haalde bij mij druk eraf. Ik besloot het een kans te geven.

Twee weken later had ik mijn sollicitatiegesprek en werd ik aangenomen. Ik was megablij! Eind maart zou ik dan beginnen. Dan kon ik in de tussentijd mijn training en therapie afronden. Joepie, goeie timing allemaal!

Een dag later

Het leven laat zich niet plannen. Net nu ik dacht alles lekker op de rit te hebben… Een dag later gebeurde er iets naars en in de dagen die volgden, vertelde onze oudste dochter meer over de vervelende dingen die ze had meegemaakt. Daar kreeg ze steeds meer last van. Ik had zo met haar te doen. En het triggerde mij enorm.

Robin en ik zijn op zoek gegaan naar hulp. Wat nog niet zo makkelijk is in deze tijd… Lange wachtlijsten of zelfs gesloten wachtlijsten. Gelukkig hebben we vele engelen om ons heen die ons de goede kant op stuurden, want we kunnen aankomende week bij een fijne praktijk terecht! Dat geeft hoop.

In de tussentijd

De afgelopen tijd was wel een pittige tijd. Ook omdat ik van alles met school moest communiceren en ik me niet altijd begrepen en serieus genomen voelde… Trigger!

Vorige week was mijn eerste werkdag, superleuk én supereng. Die middag had ik ook nog een begrafenis én belde mijn broertje over de geboorte van mijn lieve neefje. Wow, error in mijn hoofd! Emo overload.

Mijn hele systeem schreeuwde: vluchten! Stop met alles, vermijden, verstop je, ren voor je leven! En vooral: laat niemand zien hoe zwak je nu bent! Het was moeilijk om volledig mijn exposureplan te blijven volgen. Vooral het #1 exposurepunt: focus op mezelf en niet op de ander.

Ik heb inmiddels, met hulp van mijn jobcoach Eric, op mijn werk aangegeven dat mijn PTSS getriggerd is door het weer beginnen met werken en alles wat er gebeurd is de afgelopen tijd. Dat vond ik doodeng, maar ze reageerden zó fijn!

Wat een opluchting! Ik ben heel erg blij met deze werkervaringsplaats. Nu kan ik rustig oefenen met mijn plek vinden in het werkende leven, mijn grenzen voelen en aangeven enzovoort. Een zegen! Afgelopen donderdag heb ik daarom best aardig kunnen werken.

Vermijdingsgedrag

Herstellen en vermijden gaan niet samen, leerde ik bij PSYTREC. Als ik zou gaan vermijden zou de PTSS weer aan kunnen gaan, had mijn EMDR therapeut gezegd. Dat had ik goed in mijn hoofd geprint. Nu blijkt dat ik onbewust en onbedoeld toch aan vermijdingsgedrag ben gaan doen. Realiseer ik me nu.

Dat realiseer ik me, omdat ik voél dat de PTSS weer aan is gegaan en ik weer klachten krijg. Op mijn moodtracker app heb ik mijn exposureplan toegevoegd aan mijn doelen en vandaag heb ik me er heel strikt aan gehouden. Echt afzien, maar broodnodig.

Ik voel onder andere dat ik weer de neiging krijg om voor het slapen onder het bed en in kasten te kijken of er niemand zit. Die hyperalertheid en angst zijn killing. De donkere gedachtes ook. Maar het is een goede les. Een hele moeilijke ook ja. Het is het allebei.

Exposureplan van PSYTREC

Vandaag heb ik goed mijn exposureplan gevolgd. Op mezelf gefocust (het allerengst en allermoeilijkst) en onder andere veel meer bewogen dan ik de laatste tijd deed. Ik heb veel yoga gedaan (met open gordijnen) gewandeld, gedipt, de foto van de dader bekeken, de Netflix docu Tell me who I am gekeken naar aanleiding van het boek Dicht bij huis.

Met als resultaat dat er heel veel emoties loskwamen die ik dus onbewust en onbedoeld weer weg had zitten duwen. Ik heb veel gehuild, gehyperventileerd, geknepen met mijn handen, gebeten op mijn wangen, zitten trillen als een rietje (ik noem het binnenbibberen) en zitten schudden van de angst. Echt bijzonder en heftig om te merken hoe het lichaam alles weet.

Vandaag kwam mijn nieuwe boek “The body keeps the score” van Bessel van der Kolk binnen. Een bestseller over hoe traumasporen achterblijven in het lijf. Ik ben er nog niet in begonnen, maar mijn lichaam gaf vandaag al even een samenvatting. Poe. Maar ik weet dat ik op de goede weg ben!

Dit opschrijven en delen is ook weer goeie exposure voor mij. Dank je wel dat ik het met je mag delen en dank je wel dat je dit wil lezen.

PTSS terugval

Poe, wat een heftige week… De PTSS is getriggerd en ik voel me voor het eerst sinds tijden weer echt in de overlevingsstand. Dat is zo’n naar gevoel. Gelukkig heb ik inmiddels goeie tools om ermee te dealen, maar het voelt wel als alle zeilen bijzetten op een woeste zee met windkracht 10.

Vorige week maandag was mijn eerste werkdag. Ik heb een werkervaringsplaats als marketing en communicatie medewerker voor drie ochtenden in de week om weer te reïntegreren. Superleuk! Maar ook echt heel eng om weer te gaan werken. Er gebeurde ineens zóveel.

Alles tegelijk

Het leven laat zich niet plannen. Dat werd wel weer duidelijk. Direct na mijn eerste werkochtend op maandag had ik een begrafenis met mijn familie en op de terugweg werden we gebeld dat mijn lieve neefje was geboren. Ik was tante geworden! Wat een emotionele rollercoaster!

Dinsdag heb ik nog wel wat kunnen thuiswerken, maar donderdagochtend was ik weer thuis aan het werk en kwam er niks uit mijn handen. Het enige wat uit me kwam, waren tranen. Heel veel tranen.

In de PTSS stand

Er is meer gebeurd de laatste weken, waardoor ik al getriggerd was en door deze spannende week voel ik dat ik weer in de PTSS stand ben geschoten.

Paniek, schaamte, schuld, walging, overprikkeling, hyperalert zijn, nachtmerries, rugpijn, eenzaamheid. Een overload aan gevoelens. Hatseflats, de hele rambam kwam weer voorbij. Dat was even wennen na zo’n lange tijd in rustig vaarwater.

Ik moet dan aan Wim Hof denken die zegt: Freeze! Breathe motherfucker! Haha, dat helpt wel. Een dip tegen de dip en er maar weer doorheen ademen. Yoga with Adriene helpt me ook. Maar wat ik lastig vind: het kost ineens weer moeite om te leven. Het voelt weer als overleven.

Exposen en erdoorheen

Het is natuurlijk niet raar dat ik getriggerd ben door alles wat er in de afgelopen tijd gebeurd is. En weer aan het werk gaan, is ook niet niks. Ik ben natuurlijk nog bezig met mijn herstel.

Het komt ook wel weer goed, weet ik inmiddels. Maar pfff, heftig vind ik het wel! Het liefst ga ik vol in de vermijding, verstop ik me onder de dekens en kom ik er nooit meer onder vandaan. Dat is wat Amygdala Angstbrein mij aanraadt.

Gelukkig heb ik door PSYTREC ervaren dat ik (gedoseerd) aan exposure moet doen en het in mijn eigen tempo en op mijn eigen manier aan kan gaan.

Dus ik heb mijn jobcoach gemaild voor advies bij het bespreekbaar maken van hoe ik me voel en het aangeven van mijn grenzen op mijn werk. Want dat is wel weer een dingetje. Transparant zijn over dat de spanning te erg oploopt. Gedoseerd werk aannemen en grenzen aangeven.

Dat is ook lastig van (herstellen) van een wond in je hoofd: het is niet zichtbaar. Aan mijn buitenkant lijkt het vaak alsof er niks aan de hand is, maar van binnen doet het pijn.

Niet alle wonden zijn zichtbaar

Omdat mensen vaak niet aan mij zien dat het niet goed gaat (ik ben er in 32 jaar tijd ook meester in geworden het te verbergen) denken ze dat ik meer aankan dat ik kan. Dat is erg lastig en daar loop ik nu weer keihard tegen aan.

Het is lief als mensen dan zeggen: “geef maar gewoon je grenzen aan als het teveel wordt he!” Maar grenzen aangeven is nou net hetgene wat kapot gaat door seksueel misbruik, zeker als het misbruik in je kindertijd betreft.

Ik ben nog aan het helen en aan het herstellen en de wond is niet zichbaar. Dus is het vaak lastig te bevatten voor mensen. Waaronder voor mezelf.

Van de wond verbergen naar exposen

Het voelt alsof ik met die wond de afgelopen week ergens achter ben blijven hangen en hij weer is opengescheurd. Het doet pijn. Veel pijn. Maar niemand ziet het, omdat ik het uit schaamte wil verbergen.

Ik ben bezig met nieuwe patronen aanleren, dus ik ben tóch gaan praten over dat mijn wond weer open voelt en dat het even minder goed gaat. Dat ik een terugval heb en dat ik me ervoor schaam. Ik praat met Robin en andere mensen waar ik me veilig bij voel. Het voelt heel kwetsbaar en eng, maar ik wil het écht niet meer verstoppen.

Het bebloede meisje

Tijdens een wandeling in mijn behandeling van PSYTREC liep ik naar mijn favoriete bankje aan het Gooimeer Ineens kreeg ik het beeld van hoe gewond ik was als meisje van 5.

Gewond van binnen. Mentaal gewond. Ik zag ineens dat meisje op dat bankje zitten en de wonden waren nu zichtbaar. Ze zat helemaal onder de open wonden en het bloed. Ze had pijn en was intens verdrietig en eenzaam.

Ik schrok van het beeld. En zag het toen zo helder: ik wist wat Roosje van 5 toen dacht: wie wil er nu naast me zitten? Als ik zo vies en kapot ben. Zo naar om naar te kijken. Zo afstotelijk. Zo mislukt.

Daarna zag ik hoe Roosje van 5 haar wonden verstopte en haar kracht inzette als overlevingsmechanisme: een blij en spontaan Roosje nodigde me uit om naast haar te gaan zitten. Ja, naast dát meisje willen mensen wel zitten! Dat is níet eng en vies, maar gezellig!

Ik voel het nu weer gebeuren. Ik voel mijn wonden en wil ze verstoppen. Niemand mag het zien. Ik wil die andere “goede” kant laten zien. Maar ik wil Roosje en Roos niet meer zo in de steek laten. The good, the bad and the ugly. Het is er allemaal. Dat heb ik tijdens de ademsessie en mijn PSYTREC behandeling ook zó mooi kunnen voelen.

Ik neem mezelf bij de hand en wil voor mezelf zorgen. Hoe moeilijk dat ook voelt.

Oefening baart kunst

Ik ben blij dat ik deze nieuwe baan als werkervaringsplaats heb om te oefenen met weer beginnen met werken, grenzen aangeven, mezelf beter leren kennen, voor mezelf te zorgen etcetera. Oefening baart kunst. Het is goeie exposure, maar oei oei tis een hele pittige!

Alle demonen spoken weer in mijn hoofd rond. Ik ben dan ook heel blij met de hulp van Robin, mijn vriendinnen, de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en mijn werkervaringsplaats waar veel psychologische veiligheid is. Ze helpen me bij deze groeipijn.

En ze helpen me zo om me te laten voelen dat mijn grootste belemmerende overtuiging “Ik ben gek” niet waar is. Ik ben níet gek, ik heb een normale reactie op een abnormale gebeurtenis uit mijn kindertijd.

En hiervan herstellen kost tijd.

Inhala, exhala. Ik ben veilig en ik kan het aan.

De reset van mijn systeem

De dagelijkse reset van mijn systeem: een dip in het Gooimeer. Wát een mooie ochtend. Vandaag was een extra speciale dip.

Straks neem ik afscheid van de GGZ Rembrandthof in Hilversum en van mijn geweldige behandelaar.

4 jaar lang ben ik daar bijna wekelijks geweest. Ik werd behandeld voor mijn bipolaire 2 stoornis. Later bleek dat ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar dat mijn klachten kwamen door een posttraumatische stress-stoornis.

Die PTSS is ontstaan door seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Door het RTL programma Geraldine en de vrouwen kwam ik bij psychotrauma expertisecentrum PSYTREC terecht.

Bij PSYTREC kreeg ik een great great reset, met behulp van Exposure therapie, EMDR, Psycho-educatie en een Activerend Sport en Bewegingsprogramma.

Het is fantastisch wat zij voor mij hebben betekend. Ik ben van mijn PTSS af dankzij PSYTREC.

Ik ben nog herstellende, dat voel ik wel. Maar mijn tijd bij de GGZ, afdeling bipolaire stoornissen kan worden afgesloten. Ze zeggen, en dat voel ik ook, dit is niet meer de juiste plek voor jou. Ik ben klaar daar.

Ik ben mega dankbaar voor mijn GGZ behandelaar. Mede dankzij haar heb ik mijn trauma aan durven gaan. Zij was de eerste aan wie ik durfde te vertellen dat mijn zwemleraar mij destijds heeft misbruikt.

Nu ben ik blij dat ik verder kan met mijn herstel bij de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en natuurlijk met de Wim Hof Methode en de Gooimeer dips met de Plonsclub. Ik blijf ook schrijven op deze blog. Schrijven helpt mij enorm.

Maandag begin ik met mijn nieuwe baan, een werkervaringsplaats. Een nieuw begin. Héél spannend, maar ik weet nu: wat er ook gebeurt, ik ben veilig en ik kan het aan.

Dankzij mijn reset.

🎵Here comes the sun. And I say it’s all right.🎶

Het leven beleven

Vanochtend deed ik mijn Wim Hof ademhalingsoefeningen en daarna mijn vijfde Wim Hof dip. Heerlijk! Vrijdag ben ik begonnen met de Wim Hof Methode. Iedere dag doe ik de ademhalingsoefening en daarna een koudetraining met een dip in het Gooimeer.

Ik zet mijn intentie en gebruik mijn mindset (de derde pijler van de WHM) om, waar het lukt, te creëren en manifesteren wat ik graag wil. Vanochtend ging dat echt zo goed, dat ik het voor het eerst niet koud had toen ik het water uit kwam. Supertof!

Vanochtend kregen Robin en ik ook de tip van het boek “Houd me vast – 7 emotionele gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie” van Sue Johnson. Een mooi boek om je relatie te verdiepen.

Ik kijk altijd eerst op Marktplaats om een boek tweedehands te vinden. Was er nét een advertentie geplaatst met een collectie zelfhulpboeken met, yes you’ve guest it, Houd me vast! Meteen gekocht. Ha, van zulk soort synchroniciteit word ik nou echt blij!

Creatie en manifestatie

Dat soort synchroniciteit en flow ervaar ik heel vaak in mijn leven. Creëren en manifesteren gaat dan heel makkelijk. Heel bijzonder vind ik dat en ik word er erg vrolijk van. Dat maakt voor mij het leven echt de moeite waard. De magie van het leven beleven. Creëren en manifesteren, samen met de mensen om me heen.

De Plonsclub waar ik in zit is ook zo’n toffe groep mensen. Robin gaat morgen ook mee om voor het eerst een dip doen. Heel leuk om dit samen te gaan doen, zin in! Bijzonder ook weer hoe dit op ons pad is gekomen, de dag na mijn behandeling bij PSYTREC zag ik de Plonsclub voor het eerst. Sindsdien zag ik ze steeds als ik op de dijk wandelde. Vrijdag ging ik zelf voor het eerst, precies het goede moment!

De magie van het leven is, denk ik dus, beleven. Wat het ook is. “Good” or “bad”. Zo voelt het voor mij in ieder geval. Als ik in de flow zit, voelt alles heel mooi. Maar in een depressie is dat gevoel ver te zoeken. Terwijl de dalen natuurlijk net zo goed een onderdeel zijn van de magie van het leven. Alles is onderdeel van de reis van mijn leven. Alle routes, de “mooie en moeilijke” dragen bij aan mijn binnenwereldreis.

Ik ben blij dat ik de Wim Hof Methode heb ontdekt, want het geeft me levensvreugde en levenskracht om te dealen met “what life throws at me.” Het brengt me terug naar dé en naar míjn natuur. Ik vind het een bijzondere tool om mijn fysieke en mentale gezondheid te behouden en/ of te verbeteren.

Mijn eerste “Wim Hof dip” (in het Gooimeer)

Wow! Het was magisch! Vandaag was mijn allereerste Wim Hof dip. Deze koudetraining/ cold exposure in het Gooimeer was mijn eerste echte ervaring met de methode van Wim Hof. Ik kende Wim Hof natuurlijk al wel. Ik heb ook een aantal keer zijn ademhalingstechnieken gedaan en was in de herfst van 2020 begonnen met zijn gratis minicursus, maar daar reageerde ik destijds niet goed op. Een cold exposure (als in een koude douche) vond ik vreselijk! Ik ging er echt heel slecht op.

Misschien omdat ik mijn PTSS behandeling bij PSYTREC nog niet had gehad? Dat ik nog te erg op scherp stond en te ontregeld was? Of misschien dat ik nog niet genoeg moed had? Ik weet het niet. Het was blijkbaar gewoon nog niet het goede moment. Maar blijkbaar was het NU wél het moment om met de Wim Hof Method (WHM) aan de slag te gaan.

De eerste dag na mijn behandeling bij PSYTREC (2 maanden geleden) liep ik met mijn hondje over de dijk. Daar zag ik twee oude dames met badmutsen uit het Gooimeer komen. Ze hadden geskinnydipt, in januari! Wat een heldinnen! Het zag er ook zo heerlijk vrij uit. Het paste helemaal bij het gevoel van bevrijding dat ik voel na mijn PTSS behandeling.

Meer en meer dippers

Door mijn behandeling beweeg ik veel meer. Ik loop dus vaker over de dijk. Steeds vaker zag ik groepjes mensen in het Gooimeer. Zo dapper! Ik dacht: wat zijn die mensen toch aan het doen? De Wim Hof Methode?

Deze week kon ik echt niet meer om ze heen. Ik raakte zo geïntrigeerd en geïnspireerd door al die dappere mensen. Gisteren liep ik erheen om eens te vragen hoe en wat. En toen was ik OM!

De Plonsclub

Wim Hof koudetraining/ cold exposure in de natuur is mega booming. De man die mij de uitleg gaf, vertelde dat hij in januari is begonnen. Hij was toen de 24e in de appgroep van de Plonsclub. Inmiddels zitten er al 91 mensen in de groep! Iedere dag plonsen/ dippen/ zwemmen er mensen. Meestal gaan er de hele ochtend ’s ochtends groepjes en aan het einde van de middag en ’s avonds weer. Ze gaan nooit alleen, dat vind ik wel verstandig.

Ik vroeg hun naar hun ervaringen en ze waren allemaal hooked. Zo leuk! Ze zagen er ook zo lekker energiek uit en ze voelen zich echt goed bij het dagelijks dippen. Het waren hele aardige mensen, goeie vibes. Toen de man vroeg of ik ook in de (app)groep wilde, zei ik volmondig JA! Dit voelde zo goed. Zeker omdat ik al een paar dagen in een dip zat. Een Wim Hof dip leek me een fijnere dip haha!

Wat is de Wim Hof Methode?

De Wim Hof Methode heeft drie pijlers: breathing/ ademhalingstechnieken, cold therapy/ koudetraining en commitment/ mindset.

Voordat Wim de methode ontwikkelde trainde hij jaren in de natuur. Hij bleek iets te kunnen waarvan de wetenschap zei dat het niet kon (en wat ik ook altijd dacht): hij kan zijn autonome zenuwstelsel beïnvloeden en aansturen.

Het autonome zenuwstelsel regelt alles waar je zelf (over het algemeen) niet over nadenkt. Het gaat vanzelf, automatisch. Zo regelt je autonome zenuwstelsel bijvoorbeeld je lichaamstemperatuur, je hartslag, bloeddruk, ademhaling en het open en dicht gaan van de bloedvaten.

Wim gelooft dat in principe ieder mens in staat is om door middel van zijn Wim Hof Method controle over zijn of haar autonome zenuwstelsel te krijgen.

In 2014 kreeg Wim Hof gelijk! De conclusie na een wetenschappelijk onderzoek in het Radboud ziekenhuis met 24 proefpersonen was dat mensen die met de Wim Hof methode hadden geoefend allemaal in staat waren om hun autonoom zenuwstelsel te beïnvloeden. Steeds meer onderzoeken bewijzen dat hij écht gelijk heeft. Hoe cool is dat?!

Deze podcast is fascinerend om te luisteren! Daarin benoemt hij een aantal van die onderzoeken en leer je Wim Hof beter kennen. Heel bijzonder! Bovendien is het accent van interviewer Russell Brand fantastisch om naar te luisteren haha!

Wat kan de Wim Hof methode je opleveren?

Nog niet alle resultaten zijn aangetoond, maar inmiddels is duidelijk dat de Wim Hof Methode je dit kan opleveren:

  • een gezonder vatenstelsel
  • een sterker immuunsysteem
  • beter slapen
  • minder stress
  • verbeterde sportprestaties
  • natuurlijke antidepressiva
  • superfocus
  • hogere vetverbranding
  • betere insulinegevoeligheid
  • bewuste beïnvloeding van het immuunsysteem
  • minder ontstekingen en een betere zuurgraad in je lichaam
  • minder verzuren bij sportprestaties
  • een beter metabolisme (energiesysteem)
  • en diepe meditatieve rust

Super toch?! Ik ben ook benieuwd wat de WHM kan doen met mijn herstel van PTSS en de ziekte van Hashimoto. De auto-immuun ziekte die mijn schildklier aantast en waar ik Thyrax voor slik.

Mijn eerste dip was top!

Vanochtend, 12 maart 2021 om 7.15, was het zover! Mijn eerste dip, met de Plonsclub. De locatie van de dip is op slechts een kleine tien minuten wandelen van mijn huis. Superfijn en meteen een goeie voorbereiding op de koudetraining. Toen ik aankwam op de plek was ik meteen helemaal zen. Het Gooimeer lag er prachtig bij, bij zonsopgang. De vogels floten, er zwommen meerkoeten en zwanen. Beter kon niet!

Ik vond het nog wel spannend, wat als ik zou gaan hyperventileren of een paniekaanval zou krijgen? Oké, dat was sinds mijn PSYTREC behandeling al niet meer gebeurd, maar toch! Mijn angstbrein maakte wel wat worst case scenario’s.

Gelukkig kon ik die aan de kant schuiven en kreeg ik een goede begeleiding van iemand uit de Plonsclub. Heel tof! Ik kon alleen de dip doen als ik géén hart-en vaatziekten, diabetes of hoge bloeddruk heb. Dat heb ik gelukkig allemaal niet.

Daarna kreeg ik kort wat theorie over de methode en een uitleg van hoe de dip in zijn werk zou gaan. Rustig het water in, via het trappetje, handen onder je oksels doen (je vingers verliezen veel warmte, want die steken zo lekker uit) dan drie keer rustig in en uit ademen en je in het water laten zakken. Daarna rustig door ademen en met je mindset jezelf rustig houden (dus niet denken: ik kan het niet, het is te koud, enzovoort).

Ik vond het toch spannend! Maar ik had er ook heel veel zin in! Op de foto bij deze blog zie je mijn uitzicht van vanochtend. Ik had geen telefoon mee, maar gelukkig had één van de Plonsclubleden deze foto gemaakt en naar me ge-appt. Mooi als herinnering van deze prachtige ochtend!

Daar ging ik dan. Het voelde mega tegennatuurlijk om mijn kleren uit te trekken en in een badpak op blote voeten in die (voor mij) kou van 4 graden te gaan staan. En dan vervolgens het Gooimeer in te gaan! Was ik gek geworden?! Maar ik voelde aan alles: dit wil ik doen, dit is goed voor me.

Ik liep achter mijn medeclubleden aan naar het trappetje. Hup daar gingen ze, armen onder de oksels het water in. Ik stapte op het ijzeren trappetje en dacht: OMG dit is al KOUD! Één teen het water in en ik zei: Noooooo, dit is zo KOUD! Maar toen zag ik de rest rustig in het water en dacht ik: ik bepaal of ik het koud vind! Niet mijn systeem. Ik wil dit! En ik stapte het water in. Ik kon staan en liep met mijn top begeleider Ed mee.

Huilen, ontladen en opladen

Toen ik mijn plek gevonden had, moest ik drie keer rustig in en uit ademen. Er kwam zoveel los! Heel bijzonder en ook fijn, want ik voelde me de afgelopen dagen helemaal vast lopen. De tranen kwamen op. Ik zei: Ik denk dat ik zo ga huilen. Gelukkig was alles helemaal oké. Na even huilen en ontladen, ademde ik rustig verder en liet me in het water zakken.

Wow, dat voelde echt zó als een overwinning! Ik voelde heel veel kracht en levenslust. Alsof mijn batterij werd opgeladen. Met een snel lader. Daar zat ik, tot mijn hoofd in het Gooimeer. Met vier andere Plonsclubbers. Met de meerkoeten en zwanen tijdens de zonsopgang. Magisch! Mijn hele lijf en mijn hoofd voelden zo rustig. Het was gek, want ja het was koud, maar toch voelde het echt goed.

Na twee minuten ging ik eruit. Klein beginnen. Al had ik van tevoren echt nooit gedacht dat ik twee minuten in zulk ijskoud water zou blijven, voor mijn plezier haha!

De afsluiting

Ik klom via het trappetje omhoog. Ik voelde me heerlijk! Ik droogde mezelf af, kleedde me aan en daarna deden we nog wat oefeningen om het bruine vet (wat voor warmte zorgt) tussen de schouderbladen te activeren. Zo fijn! Ik voelde me herboren. Ik wandelde met af en toe een jogje naar huis. Morgen ga ik weer! En vanavond begin ik ook met de WHM breathing en mindset oefeningen uit zijn gratis mini cursus.

Resultaten na mijn eerste dip

Best bizar, maar ik voel nu al de voordelen van de dip: ik voel me helder, rustig én energiek. Ik had door het gedoe van de laatste dagen pijn aan mijn nek, maar na de dip was die weg en tijdens het paardrijden kreeg ik geen last van vreselijke jeukbenen, wat ik normaal wel heb met dit weer. Echt top!

Benieuwd wat het me allemaal nog meer gaat brengen. Volg jij de methode van Wim Hof? Wat brengt het jou allemaal?

Proces van herstellen van PTSS

Pfff, ik vind het leven soms echt heftige shit zeg. Het is bijna twee maanden geleden dat ik mijn fantastische behandeling bij PSYTREC had. Ik wéét natuurlijk dat herstellen met ups en downs gaat, maar blegh, die downs SUCK BIGTIME! Want sinds mijn behandeling heb ik mijn eerste langer durende downer.

Trigger ellende

Hoewel ik echt voel dat er veel veranderd is sinds mijn behandeling en mijn trauma niet meer voelt als een onverwerkt trauma, voel ik nu wel alsof het trauma er altijd zal zijn. Zoals een litteken wat af en toe ineens weer pijn gaat doen. Die pijn komt door triggers. En sinds deze week kom ik er niet zo makkelijk doorheen als de afgelopen twee maanden.

Ik ben enorm getriggerd, omdat mijn dochter een aantal nare dingen heeft meegemaakt op waar ze last van heeft gekregen. Last als in: huilbuien, buikpijn, gevoelens van zenuwachtigheid en angst. Dat raakt me erg. We hebben gelukkig al goeie hulp gevonden waar we mee aan de slag gaan dus dat geeft me wel weer wat rust. Toch is mijn autonome zenuwstelsel getriggerd en komt de angst weer op.

Tijd om extra aandacht te besteden aan exposure en beweging en mezelf eraan te herinneren dat ik veilig ben en het aan kan. Het nummer één punt van mijn exposureplan: focus op mezelf in plaats van op de ander. Oeiiii, moeilijk als ik gespannen raak.

Verhalen van dichtbij

Deze week hoorde ik ook een aantal heftige verhalen van een vriendin die ik al lange tijd ken. Dit had ze me nog nooit verteld. De verhalen raakten me en triggerden me ook. Ik realiseerde me weer hoe kwetsbaar we zijn.

Omdat ik al getriggerd ben door wat er met mijn dochter gebeurd is, kan ik verhalen van dichtbij nu lastiger buiten mezelf houden.

Reïntegreren

Daar komt bij dat ik eind maart weer ga reïntegreren. Ik heb vorige maand via de gemeente een hele leuke werkervaringsplaats voor 12 uur in de week aangeboden gekregen, als marketing en communicatie medewerker op een hele fijne plek.

Heel veel zin in, maar ook erg spannend. Vier jaar geleden ben ik ingestort en sindsdien heb ik niet meer gewerkt. Mijn behandeling bij PSYTREC is nog niet zo lang geleden dus ik heb wel getwijfeld. Maar ze helpen me rustig weer aan de slag te gaan.

Herstellen gaat met ups en downs

Het hoort allemaal bij het herstelproces. En nieuwe patronen leren kost tijd en oefening. Dat realiseer ik me ook. Uiteindelijk gaan die ups en downs wél in opwaartse richting. En dat is fijn.

Toch schrik ik wel weer van de intensiteit van de gevoelens die opkomen. Ik laat ze maar komen. Ik weet dat ik ze niet meer hoef te verstoppen of hoef weg te duwen. (Al wil mijn angstbrein dat dezer dagen wel weer gráág doen!)

Signaleren, bewust erbij blijven en lief voor mezelf zijn. Bla bla, dat soort dingen. Ik weet het hoor. Ik doe het ook. Maar ik heb het wel even moeilijk.

Het is groeipijn zullen we maar zeggen. “Oei, ik groei.” Het is een sprongetje. We framen het positief!

Oh ja, wat me erg helpt, het lucht zo heerlijk op, vloeken! Nee, niet schelden, ik zal niemand hardop uitschelden, maar gewoon lekker ongeneerd vloeken in mijn eentje. Even de frustratie eruit. Lekker hoor!

G*£¥@¥!£#€$ €₩! &+ ×÷&£@ K#^ (Voor de vloek-gevoelige lezer heb ik het even weg “gepiept”)

Het proces van herstellen van PTSS voelt voor mij zoals bovenstaand plaatje met al die hobbels en bobbels. Maar hee, going onward and upward!

Nou, dat was het weer! Even mijn hart gelucht. Ok, doei!

“Kindermisbruik is qua omvang en impact een epidemie”

Soms lees ik een artikel en denk ja: Dit is een artikel dat ik op mijn blog wil delen. Het gaat over kindermisbruik en de gevolgen daarvan.

Door: NU.nl Robbert Blokland. Beeld: Hollandse Hoogte

Door de schandalen in de kerk, de zaak rond atletiekcoach Jerry M. en alle commotie over de Michael Jackson-documentaire domineert kindermisbruik doorlopend de media. Het blijft echter, ook in Nederland, onmogelijk om een goed beeld van de omvang van het probleem te krijgen.

Als het gaat om cijfers over kindermisbruik in Nederland, zijn de bevindingen van de Nationaal Rapporteur de betrouwbaarste graadmeter.

De Nationaal Rapporteur brengt sinds 2012 in kaart hoeveel kinderen seksueel geweld ervaren en – tot op zekere hoogte – om wat voor vorm het gaat. Niet alleen aanranding of verkrachting vallen onder seksueel geweld, maar ook bijvoorbeeld misbruik via de webcam of het bezit (of vervaardigen) van kinderporno.

De Nationaal Rapporteur meldde in 2014 dat één op de drie kinderen in Nederland ooit een vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt; soortgelijke cijfers werden eerder ook genoemd in buitenlandse onderzoeken. Volgens de Nationaal Rapporteur worden elk jaar 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van enige vorm van seksueel geweld.

Helft van de kinderen houdt altijd problemen

De gegronde schatting van één op de drie kinderen wordt bevestigd door Iva Bicanic, het hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Bicanic is in Nederland de wetenschappelijke autoriteit op het gebied van dit onderwerp. Ze is klinisch psycholoog en verricht al meer dan twee decennia onderzoek naar misbruik van kinderen.

“De frequentie of de duur van het misbruik kan enorm variëren”, stelt ze. “Sommige kinderen worden eenmaal betast. Andere kinderen worden jarenlang door iemand gedwongen om met regelmaat seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Als ik iets heb geleerd van mijn werk als therapeut, is dat alles mogelijk is bij seksueel misbruik, ook wat je je niet kunt of wilt voorstellen.”

De helft van alle slachtoffers houdt er de rest van zijn of haar leven significante problemen aan over, zoals bijvoorbeeld een posttraumatische stressstoornis. “Wat omvang en impact betreft kun je spreken van een epidemie”, beklemtoont Bicanic. “Bij sommigen gaat het dan om het hebben van nachtmerries, angsten of depressies. Anderen ervaren tot op hoge leeftijd problemen met intimiteit en het vertrouwen in andere mensen, zeker op het gebied van seksualiteit.”

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet.”

Heleen Alders, De Kindertelefoon

‘Veel slachtoffers blijven hun hele leven zwijgen’

Het blijft heel lastig om exacte cijfers boven tafel te krijgen, licht ook de woordvoerder van de Nationaal Rapporteur toe. “Zeer jonge kinderen die worden misbruikt, kunnen vaak zelf nog niet verbaal aangeven wat er is gebeurd”, legt ze uit. “En ook als ze wat ouder waren op het moment dat het heeft plaatsgevonden, treden veel kinderen niet naar voren uit schaamte of schuldgevoel.”

Dit is ook de ervaring van De Kindertelefoon, die vorig jaar 8.450 gesprekken over seksueel misbruik voerde. Een kwart van de gesprekken ging over ongewenste intimiteiten en een kwart over verkrachtingen.

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet”, stelt woordvoerder Heleen Alders. “Ze hebben nog nooit van misbruik gehoord, ze weten simpelweg niet wat het is. En de dader presenteert wat er gebeurt als ‘normaal’.” Bij iets oudere kinderen en tieners is het vaak een combinatie van factoren. “Denk aan dreiging van of manipulatie door de dader, een gevoel van loyaliteit of afhankelijkheid en de angst dat je er zelf schuldig aan bent of dat je niet geloofd wordt.”

Ouders zien af van aangifte omdat er geen bewijs is

De Nationale Politie registreerde vorig jaar ruim drieduizend zedenmisdrijven met een minderjarig slachtoffer. “Dan wordt er dus een slachtoffer of een verdachte in ons systeem gezet”, stelt woordvoerder Robbert Salome. “Maar er is dan nog niets onderzocht of aangetoond.”

In ongeveer twee derde van deze gevallen leidde dit tot een gesprek op het bureau. “Soms besluiten ouders daarna alsnog geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat zij hun kind niet willen blootstellen aan de hele procedure die daarop volgt”, legt woordvoerder Salome uit.

Het totaal aantal zaken waar daadwerkelijk aangifte van wordt gedaan, was vorig jaar 1.567. Hier vallen ook incest en misbruik van wilsonbekwamen (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking) overigens niet onder.

‘Deze cijfers zijn helaas topje van de ijsberg’

Salome erkent dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg zijn. “Niet zelden spreken slachtoffers pas na jaren überhaupt met een ander persoon over het misbruik”, legt hij uit.

Een bekende trigger is ook het moment waarop slachtoffers zelf kinderen krijgen. Dit was ook het geval met de twee mannen die getuigen in de documentaire over Michael Jackson. “Wij kunnen als politie alleen maar actie ondernemen als wij kennis kunnen nemen van een strafbaar feit, zoals een aangifte of de ontdekking van een filmpje op internet”, beklemtoont Salome. “We weten simpelweg niet hoeveel mensen zich niet bij ons melden, bijvoorbeeld omdat ze het gevoel hebben dat er geen bewijs is of dat de politie toch niets kan beginnen.”

Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten in 2018 in totaal 1.193 kindermisbruikzaken in behandeling te hebben genomen. In 57 procent van de zaken werd ook een verdachte gedagvaard. “De overige zaken werden geseponeerd, vaak wegens gebrek aan bewijs”, aldus een woordvoerder. De Raad voor de Rechtspraak kon op korte termijn niet uitzoeken hoe vaak verdachten vorig jaar daadwerkelijk werden veroordeeld voor kindermisbruik.

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

‘Veel slachtoffers blijven negatief over zichzelf denken’

Een groot misverstand onder niet-slachtoffers is dat praten over misbruik gemakkelijker wordt naarmate de tijd verstrijkt, stelt klinisch psycholoog Bicanic met klem. “De meeste slachtoffers vertellen er nooit over”, legt ze uit. “Zelfs voor hun partner houden ze het geheim.”

Natuurlijk mogen mensen ervoor kiezen nare gebeurtenissen uit het verleden voor zichzelf te houden. “Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen. Veel kinderen en volwassenen blijven rondlopen met het gevoel dat het hun eigen schuld was, omdat ze niets deden om het te stoppen. Zulke gedachten voeden het idee dat je niets waard bent. Je kunt alleen nog maar negatief over jezelf denken.”

Bicanic benadrukt dat er geen enkele situatie denkbaar is waarin dit verwijt terecht kan zijn. “Als kind kan jij niet op tegen een volwassene die jou ergens – subtiel of hardhandig – toe dwingt. Het verschil in leeftijd en macht is op geen enkele manier te overbruggen in zo’n situatie. Dat kinderen niets doen of meewerken is geen keuze, maar een manier om de situatie te overleven.”

“Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen.”

Iva Bicanic, Landelijk Centrum Seksueel Geweld

‘Daders zijn juist géén enge mannen in bosjes’

Orthopedagoog en psychotherapeut Sander van Arum van de Stichting Civil Care is gespecialiseerd in kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin. “De hardnekkigste mythe rond plegers van kindermisbruik is dat het enge mannen zijn die uit bosjes springen”, stelt hij. “Het merendeel van de daders zijn ‘gewone mensen’ van wie je het nooit zou verwachten: ooms, vaders, broers, buurjongens, artsen, sportdocenten, coaches.” Ruwe schattingen stellen dat in meer dan drie kwart van de zedendelicten de dader een bekende van het slachtoffer is.

Volwassenen die kinderen misbruiken, kunnen door zeer diverse motieven worden gedreven tot hun acties. “Het zijn zeker niet alleen pedofielen, van wie de meesten overigens nooit tot seks met kinderen overgaan”, stelt Van Arum. “Vaak zijn het ook mannen die intimiteitsproblemen met leeftijdgenoten ervaren. Zij voelen zich veel meer op hun gemak bij kinderen en gaan in een relatie met een minderjarige gaandeweg de grens van sensualiteit of seksualiteit over.”

Andere daders zijn bijvoorbeeld verslaafd aan seks, waardoor ze een steeds heftigere prikkel nodig hebben om hun verlangens te bevredigen. Ook kunnen het mensen met een antisociaal karakter zijn, die geen enkel schuldgevoel over welke handeling dan ook kennen. “Het helpt slachtoffers bij de verwerking van hun trauma vaak als zij beter snappen hoe een dader tot het misbruik is gekomen”, stelt Van Arum.

‘Breng misbruik meer in beeld, met een SIRE-reclame’

De Nationaal Rapporteur pleitte er recent voor dat zedenrechercheurs intensiever gebruik gaan maken van digitale opsporing. Op bijvoorbeeld smartphones en laptops staat vaak veel informatie die zeer bruikbaar is in dit soort zaken.

Therapeuten Van Arum en Bicanic denken dat het bestrijden van kindermisbruik vooral gebaat is bij meer openheid over het onderwerp, ook richting jonge kinderen. “Kinderen denken bij misbruik aan kinderlokkers, terwijl veruit de meeste daders bekenden zijn”, stellen zij. Alleen door misbruik meer in beeld te brengen en bespreekbaar te maken, kunnen kinderen herkennen wat er gebeurt als zij slachtoffer worden van dit soort praktijken, stellen de therapeuten. Dit kan bijvoorbeeld als onderdeel van de eerste lessen over verliefdheid en seksualiteit of met een SIRE-campagne die op kinderen is gericht.

“De gevolgen van misbruik kun je zien als een chronische ziekte, die heel veel levens stuk maakt”, aldus Bicanic. “We zouden het daarom bovenaan de agenda van onze samenleving moeten plaatsen. Maar dat het zo vaak voorkomt, is voor veel mensen een ongemakkelijke realiteit. Als je erover begint, wenden mensen liever hun hoofd af. Ze willen er zo ver mogelijk vandaan blijven: ‘Dat gebeurt niet in mijn straat, in mijn familie of bij mijn voetbalclub.’ Je houdt jezelf met zulke gedachten voor de gek om de illusie van een veilige wereld vast te houden.”

Wil je praten over seksueel misbruik, ga dan naar de website van SlachtofferhulpKinderen die (in vertrouwen of anoniem) willen praten over seksueel misbruik, kunnen contact opnemen met De Kindertelefoon: 0800-04 32.

Door: NU.nl/Robbert Blokland  Beeld: Hollandse Hoogte

Paradigma shift binnen de GGZ

Vorige maand las ik dit artikel met Joost Rompa in de Volkskrant, over verkeerde diagnoses. Joost had jarenlang de diagnose bipolaire stoornis, maar bleek een posttraumatische stress-stoornis te hebben door een onverwerkt vroegkinderlijk trauma. Ik vond zoveel herkenning in dat artikel. Het raakte me. Van de week zag ik Joost voorbij komen op LinkedIn. Ik stuurde hem een LinkedIn uitnodiging, we raakten aan de praat en besloten gisteren te bellen en ervaringen uit te wisselen.

Joost heeft in 1999 de diagnose bipolaire 1 stoornis gekregen. Hoewel hij destijds duidelijk aan had gegeven dat hij een hele zware jeugd heeft gehad en hulp nodig had bij de verwerking daarvan, kreeg hij het etiket bipolaire 1 stoornis. Hij moest 20 jaar lang vele verschillende medicijnen slikken. Die maakten zijn klachten alleen maar erger. Niemand vroeg hem nog naar zijn trauma. Hij had een etiket bipolaire 1 stoornis en daar werd hij naar behandeld. Punt.

Zijn moeder had ook de diagnose bipolaire 1 stoornis. Het is vaak erfelijk, zeggen ze, dus Joost kreeg snel hetzelfde label opgeplakt. Dat zijn moeder óók een heftig jeugdtrauma had en dat dat wel eens de oorzaak van al haar klachten kon zijn, was niet belangrijk voor de GGZ. Joost moest gewoon zo snel mogelijk een diagnose en medicatie krijgen.

Niemand luisterde

Het verhaal wat Joost vertelde over zijn ervaringen met de GGZ vond ik heel schrijnend. Hij werd zó niet gehoord. Hij wist toen hij om hulp vroeg precies wat de oorzaak van zijn klachten was. Maar niemand luisterde.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Inmiddels is hij vanwege alle nare bijwerkingen (tegen het advies van zijn psychiater in en met hulp van de apotheek) gestopt met zijn medicatie en heeft hij met hulp van zijn huisarts een nieuwe diagnose gekregen: Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS). Die diagnose past hem als een jas en hij wordt nu behandeld voor zijn onverwerkte trauma’s.

Onwetendheid

Het rare is: veel psychiaters van de oude stempel weten vrijwel niks van trauma’s en de verregaande gevolgen daarvan op iemands leven. Traumabehandeling is iets waar ze vaak al helemáál niks van weten.

Ze weten vooral hoe je moet starten met medicatie. Over afbouwen weten ze dan ook weer vrij weinig. Bijna niemand heeft volgens mij écht goede kennis over afbouwen, omdat onderzoek doen naar afbouwen de farmaceutische industrie geen geld oplevert?!

Joost is enorm de dupe geworden van de onwetendheid binnen de hulpverlening. Echt vreselijk. Onwetendheid is natuurlijk menselijk, maar zeker in dit geval wel echt vreselijk. Getraumatiseerde mensen zoals Joost raken daarbovenop óók nog eens getraumatiseerd door de hulpverlening… Gelukkig komt er in mijn beleving een paradigma shift aan.

Paradigma shift

Joost zijn verhaal raakte me heel erg. Het was goed dat we belden, want ik heb gelukkig een hele goede ervaring met de GGZ. Hij was blij verrast dat te horen.

Mijn psychiater en psycholoog zijn heel open-minded en mensgericht. Het lijkt erop dat de GGZ aan het veranderen is. Er is volgens mij een paradigma shift gaande. De mens en (onverwerkt) trauma komen meer centraal te staan. Dat is althans mijn ervaring en ik zie het ook meer in de media. Denk bijvoorbeeld aan een tv-programma als Geraldine en de vrouwen en het werk van hoogleraar Innovatie in de GGZ: Floortje Scheepers.

Zo kan het ook

Mijn psychiater staat natuurlijk open voor medicatie gebruik, maar heeft altijd aangegeven dat ze mij niet méér medicatie wilde geven en dat ze niet te lang medicatie wilde geven.

Toen ik het vorige zomer zo zwaar had, baalde ik daar vreselijk van. Ik wilde gewoon meer pillen om de pijn te doven! Maar gelukkig kreeg ik die niet en kon ik daardoor echt met mijn trauma aan de slag. Ik ben toen pas het seksueel misbruik uit mijn kindertijd gaan verwerken.

Ook stond mijn psychiater positief tegenover het afbouwen van mijn lithium. Ik voelde me echt gehoord en begrepen. Ze gaf me de ruimte om mijn verhaal te doen.

Ik denk dat mijn psychiater medicatie meer ziet als tijdelijke ondersteuning. Zoiets als lopen met krukken. Wanneer je je been breekt, moet lopen met krukken. Maar zodra je been beter wordt en het revalideren beter gaat, ga je stoppen met lopen met krukken.

Levenslang met krukken lopen is zelden nodig bij goeie revalidatie/ therapie. Zo zou het met medicatie ook moeten zijn denk ik. Zeker bij zulke (voor het lichaam) zware medicatie als lithium. Al zullen er vast mensen zijn die wel levenslang medicatie nodig hebben. Als er maar regelmatig goed naar de mens gekeken en geluisterd wordt.

Naast een andere kijk op medicatie en het afbouwen daarvan, heeft mijn psychiater ook een bredere blik als het gaat om trauma in combinatie met psychische aandoeningen.

Ik denk inmiddels na alle verhalen die ik heb gehoord en de boeken die ik heb gelezen over trauma: misschien zijn veel psychische aandoeningen wel symptomen van onverwerkt trauma?! Net zoals ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar leed onder mijn onverwerkte trauma. Dat zal natuurlijk niet voor iedereen gelden, maar het is wél iets om op te letten.

Onverwerkt trauma

Ik heb vier jaar geleden bij de GGZ aangeklopt voor hulp, maar ik heb nooit over mijn trauma gepraat. Dat ik toen dus niet al de diagnose PTSS kreeg kan ik hun echt niet kwalijk nemen. Ik paste het beste in het bipolaire 2 stoornis hokje. Door die diagnose kon ik in therapie en werd dit vergoed door mijn zorgverzekering. Daarom ben ik blij dat ik destijds dat label kreeg.

In september 2020 was ik er pas klaar voor om te vertellen dat ik op 5-jarige leeftijd seksueel misbruikt ben door mijn zwemleraar. Pas toen realiseerde ik me hoe dit onverwerkte trauma mijn leven ontwrichtte.

Mijn psycholoog gaf me alle veiligheid en ruimte om erover te praten. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.

Toen ik aangaf dat ik naar aanleiding van het RTL programma Geraldine en de vrouwen me wilde aanmelden voor de behandeling bij PSYTREC heeft ze me daar enorm in gesteund. Geweldig! Ik gun iedereen zo’n fijne psycholoog/ behandelaar.

Het label eraf halen

Van de week had ik een afsluitend gesprek en evaluatie met mijn psychiater. Dat was zo’n fijn gesprek! Ze luisterde echt naar me, was begripvol en meedenkend.

Het allerbeste nieuws: mijn diagnose bipolaire 2 stoornis gaat er binnenkort officieel af! Ze ziet dat ik daar echt niet (meer) in pas. Door alles wat ze nu weet, kan ze haar beeld bijstellen. En dat doet ze dus ook! Niet star vasthouden aan overtuigingen, maar open blijven kijken en meebewegen met dat wat zich aandient. Was iedere psychiater maar zo!

Ze zei dat ik haar door mijn verhaal weer echt aan het denken heb gezet over de invloed van (onverwerkt) trauma op mensen. En ze gaf aan dat ze zéker bij mensen met een bipolaire 2 stoornis weer nog beter gaat letten op eventueel onderliggend trauma. Ze was zich daar al wel van bewust, maar nu extra. Hoe fijn is dat?!

Van oud naar nieuw

Joost was blij met mijn verhaal. Het kán dus anders en dat gebeurt ook al. Zoals bij mijn GGZ. Er is nog een lange weg te gaan. Maar het begin is er!

Ik heb het héél erg getroffen met mijn GGZ en mijn psychiater en psycholoog. Ik hoop dat meer hulpverleners de mens in plaats van de DSM5 diagnoses centraal gaan zetten. Dat iedere psychiater en psycholoog (méér) gaat leren over onverwerkte trauma’s en de impact daarvan op iemands leven en op zijn of haar fysieke en mentale gezondheid. Dat er standaard herdiagnostiek binnen de GGZ plaats gaat vinden.

Ik hoop dat er echt een paradigma verschuiving komt. Het is zo hard nodig!

Change is coming!

“Moeilijk onderwerp binnen hulpverlening”

De meeste hulpverleners vinden het moeilijk om met hun cliënten te praten over seksueel misbruik/ seksueel geweld. Een heel goed artikel over dit onderwerp! Vast een klein voorstukje:

“Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Artikel uit TROUW

Psychologen en verslavingsdeskundigen vinden het moeilijk met cliënten te praten over seksueel geweld. Terwijl de ervaring van toen vaak een verklaring is voor de problemen van nu. Door Catrien Spijkerman 28 januari 2021, 10:26

Angela Bison (42) heeft lang gedacht dat het ‘erbij hoorde.’ Dat mannen zich aan haar opdrongen, dat ze seksuele handelingen verrichtte tegen haar zin. “Rond mijn vijftiende had ik mijn eerste vriendje, hij was drie jaar ouder en had al veel ervaring op seksueel gebied. Porno kijken, seksspeeltjes erbij – hij deed allemaal dingen die ik niet wilde. Maar ik had problemen thuis, en had het gevoel dat ik van hem afhankelijk was. Ik was veel te bang dat hij bij me weg zou gaan.”null

Ook na die relatie kreeg ze te maken met seksueel geweld. “Soms zei ik duidelijk: ‘Dit wil ik niet’, maar als ze bleven doorgaan, gaf ik me er maar aan over.” Het was haar eigen schuld, vond ze. “Had ik maar niet onder invloed moeten zijn.” Van haar 15de tot haar 31ste kampte Bison namelijk met een verslaving aan harddrugs en alcohol. 

Na jarenlange therapie om van haar verslaving af te komen, werkt ze tegenwoordig als ervaringsdeskundige bij een instelling voor begeleid wonen. “Ik ben nu ruim tien jaar clean. Als ervaringsdeskundige ligt mijn expertise bij verslaving, maar tijdens mijn werk kwam ik in contact met andere ervaringsdeskundigen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik. Zij vertelden mij hoeveel impact die ervaringen hebben gehad op hun leven. Toen pas besefte ik: dat heb ik ook meegemaakt.” Op haar 39ste, ruim twintig jaar na haar eerste ervaringen met seksueel geweld, zocht ze alsnog hulp.

‘Omdat niemand er ooit naar vroeg’

Bison is niet de enige: “Bij veel cliënten duurde het járen voordat ze erover begonnen te praten”, zegt Ellen Roskes, directeur van Blauwe Maan, de hulpverleningsorganisatie in Midden- en West-Brabant die gespecialiseerd is in hulp na onvrijwillige seks en misbruik. Daar klopte Bison uiteindelijk aan. “Waarom niet eerder? Omdat niemand er ooit naar vroeg. Onze cliënten hebben vaak een hele geschiedenis van zorg- en hulpverlening achter de rug voor ze bij ons terecht komen. Ze zijn bij psychologen, verslavingstherapeuten, maatschappelijk werkers en huisartsen geweest, maar niemand durfde ernaar te vragen of wist ermee om te gaan. Terwijl juist dat soort zorgverleners een belangrijke signalerende rol zouden kunnen hebben.”

Initiatieven als #MeToo hebben in de maatschappelijke discussie weliswaar meer openheid gebracht, in de hulpverlening heerst er nog steeds een taboe op praten over seksueel geweld, merkt Blauwe Maan. Dat leidt tot zogenoemde handelingsverlegenheid: hulpverleners weren het onderwerp, waardoor slachtoffers niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Afweermechanisme

Ook Kenniscentrum Seksualiteit Rutgers en Centrum Seksueel Geweld (CSG) beamen dit. “Het is geen onwil, maar het ontbreekt hulp- en zorgverleners aan kennis en vaardigheden. Er wordt in de opleidingen te weinig aandacht aan besteed”, zegt Willy van Berlo, programmacoördinator seksueel geweld bij Rutgers. Onlangs startte Rutgers de petitie #tothier om bij het kabinet onder andere aan te dringen op meer deskundigheid op dit gebied. null

De fysiotherapeut, de tandarts, maar ook de huisarts en de psycholoog – ze denken vaak: ‘dit is niet aan mij’, vertelt Ellen Roskes van Blauwe Maan. “Seksueel geweld en misbruik is een intiem, eng onderwerp. Dan gaat een afweermechanisme in werking dat we allemaal in ons hebben: laat ik er maar niet naar vragen, want wie weet wat er dan allemaal naar boven komt. Sommige hulpverleners weten bovendien niet hoe ze ernaar moeten vragen – ze hebben er letterlijk de woorden niet voor. Weer anderen hebben een blinde vlek. Ze zijn er echt van overtuigd dat het probleem onder hun cliënten niet speelt.”

Statistisch gezien is dat laatste zo ongeveer onmogelijk, weet Roskes. Meer dan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen in Nederland heeft te maken gehad met seksueel geweld en ongewenste aanrakingen, blijkt uit de Monitor Seksuele Gezondheid van Rutgers. Volgens cijfers van CSG is één op de acht vrouwen ooit verkracht, bij mannen is dit één op de 25.

Posttraumatische stressstoornis

Niet iedereen die te maken heeft gehad met seksueel geweld, heeft hiervoor hulp nodig, zegt Iva Bicanic, hoofd van het CSG. “Maar uit onderzoek blijkt dat de helft van de mensen die seksueel geweld heeft meegemaakt, daarop vastloopt. Ze hebben relatieproblemen, of lijden aan slaap- en persoonlijkheidsproblemen, verslaving, suïcidaliteit, of – met stip op 1 – posttraumatische stressstoornis.”null

Ze melden zich volgens Bicanic met deze klachten bij hulpverleners, maar praten liever niet over hun ervaringen met seksueel geweld. “Hun gevoelens van schuld en schaamte zijn zo groot dat zij dat onderwerp hardnekkig vermijden. Soms zien ze zelf het verband tussen het misbruik en hun andere problemen niet. Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Bij Angela Bison waren het niet de ervaringen met seksueel geweld die aan de basis lagen van haar verslaving, maar ze hebben de verslaving later wel versterkt, vertelt ze. “Iedere nare ervaring probeerde ik af te dekken met alcohol of drugs. Ik ging er alleen maar méér door gebruiken. Achteraf denk ik dat het had geholpen als ik tijdens mijn verslavingstherapie ook over die ervaringen met seksueel geweld had gepraat. Ik moest voortdurend standaard vragenlijsten invullen. Of ik suïcidale gedachten had, of ik een leegte ervoer, of ik me eenzaam voelde. Achteraf vind ik het heel raar dat er nooit één vraag over seksueel geweld ging.”

Zowel Iva Bicanic als Blauwe Maan pleit er daarom voor dat hulp- en zorgverleners tijdens de intake standaard vragen naar ervaringen met seksueel geweld. Bicanic: “De verantwoordelijkheid om erover te beginnen ligt nu nog te veel bij de patiënt, en niet bij de hulpverlener – dat moeten we omkeren. Gezien het aantal mensen dat met seksueel geweld in aanraking komt, is het helemaal niet gek om ernaar te vragen: in een huisartsenpraktijk zijn het er algauw twee per dag. Je gaat als zorgverlener een traject met iemand aan, dan is het goed uit te leggen waarom je wilt weten wat iemand heeft meegemaakt. Zorgverleners hoeven heus niet meteen expliciet over misbruik te beginnen, ze kunnen bijvoorbeeld eerst in brede zin vragen welke negatieve ervaringen iemand heeft meegemaakt.”

Verstijven bij aanraking

Er zijn bovendien vaak genoeg aanleidingen voor een zorgverlener om erover te beginnen, zegt Roskes van Blauwe Maan. “Een patiënt die bij de huisarts de grootste moeite heeft zich uit te kleden, een patiënt die bij de psycholoog komt vanwege relatieproblemen, een patiënt die in de tandartsstoel verstijft bij iedere aanraking – dan kun je vragen: heeft u soms iets naars meegemaakt op gebied van intimiteit?”

Vervolgens is het heel belangrijk niet te oordelen. “Ik heb de schuld altijd bij mezelf gezocht”, zegt Bison. “Pas sinds kort weet ik dat daar een naam voor is: victim blaming. Blijkbaar was het makkelijker mezelf wijs te maken dat ik het zelf had veroorzaakt, dan dat ik in een situatie terecht was gekomen waarin iets gebeurde tegen mijn wil. Ik vond het ook erg moeilijk te zeggen dat ik verkracht en aangerand was. ‘Toch is dat wat er is gebeurd’, zei de hulpverlener bij Blauwe Maan tegen me. Mensen hebben dingen bij mij gedaan die ze niet hadden mogen doen.” 

Ook hulpverleners maken zich onbewust soms schuldig aan victim blaming, weet Bicanic van het CSG. “Opmerkingen als ‘je had ook bij hem weg kunnen gaan’, of ‘waarom heb je niet tegengestribbeld’ zijn schadelijk. Die kunnen ertoe leiden dat iemand er jarenlang niet meer over begint.” Het andere uiterste is echter ook niet handig, zegt Bicanic. “De meeste mensen zijn niet gebaat bij al te veel ‘oh wat erg voor je’. Ze vinden het vaak ongemakkelijk al te veel als slachtoffer bejegend te worden.”

Na aantal maanden nog eens ernaar vragen

Het is zeker niet de bedoeling het onderwerp op te dringen, zegt Bicanic. “Misschien wil iemand er niet over praten, dat is ook goed. Het gaat erom dat hulpverleners laten merken dat de mogelijkheid er is. Op die manier ‘normaliseren’ ze het onderwerp en stralen ze uit dat ze het niet uit de weg gaan. Het kan ook geen kwaad er na een aantal maanden nog eens naar te vragen.” 

Bison moet toegeven dat ze er twintig jaar geleden niet op was ingegaan als hulpverleners hadden gevraagd of ze ooit iets naars had meegemaakt op seksueel gebied. “Ik zou me te erg hebben geschaamd om erover te praten. Maar waarschijnlijk was aan m’n gezicht wel te lezen geweest wat de vraag met me deed. En misschien had het me eerder aan het denken gezet. Tegen hulpverleners zou ik willen zeggen: ga er maar vanuit dat het antwoord ‘ja’ is.”

Tips voor hulpverleners

Social designers Anne Ligtenberg en Mats Horbach werken samen met Blauwe Maan aan een online platform met concrete tips van slachtoffers voor hulpverleners.

Hoe vraag je als hulpverlener naar seksueel misbruik?

In hun project #YouToo? verzamelen Ligtenberg en Horbach zo veel mogelijk ervaringen en adviezen uit de praktijk. Ze zijn nog op zoek naar artsen, maatschappelijk werkers, docenten en hulpverleners die hun kant willen belichten: waarom is praten hierover zo moeilijk? Professionals die willen bijdragen kunnen zich aanmelden op www.vraag-youtoo.nl