Mijn great reset

De dagelijkse great reset van mijn systeem: een dip in het Gooimeer. Wát een mooie ochtend. Vandaag was een extra speciale dip.

Straks neem ik afscheid van de GGZ Rembrandthof in Hilversum en van mijn geweldige behandelaar.

4 jaar lang ben ik daar bijna wekelijks geweest. Ik werd behandeld voor mijn bipolaire 2 stoornis. Later bleek dat ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar dat mijn klachten kwamen door een posttraumatische stress-stoornis.

Die PTSS is ontstaan door seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Door het RTL programma Geraldine en de vrouwen kwam ik bij psychotrauma expertisecentrum PSYTREC terecht.

Bij PSYTREC kreeg ik een great great reset, met behulp van Exposure therapie, EMDR, Psycho-educatie en een Activerend Sport en Bewegingsprogramma.

Het is fantastisch wat zij voor mij hebben betekend. Ik ben van mijn PTSS af dankzij PSYTREC.

Ik ben nog herstellende, dat voel ik wel. Maar mijn tijd bij de GGZ, afdeling bipolaire stoornissen kan worden afgesloten. Ze zeggen, en dat voel ik ook, dit is niet meer de juiste plek voor jou. Ik ben klaar daar.

Ik ben mega dankbaar voor mijn GGZ behandelaar. Mede dankzij haar heb ik mijn trauma aan durven gaan. Zij was de eerste aan wie ik durfde te vertellen dat mijn zwemleraar mij destijds heeft misbruikt.

Nu ben ik blij dat ik verder kan met mijn herstel bij de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en natuurlijk met de Wim Hof Methode en de Gooimeer dips met de Plonsclub. Ik blijf ook schrijven op deze blog. Schrijven helpt mij enorm.

Maandag begin ik met mijn nieuwe baan, een werkervaringsplaats. Een nieuw begin. Héél spannend, maar ik weet nu: wat er ook gebeurt, ik ben veilig en ik kan het aan.

Dankzij mijn great reset.

🎵Here comes the sun. And I say it’s all right.🎶

Paradigma shift binnen de GGZ

Vorige maand las ik dit artikel met Joost Rompa in de Volkskrant, over verkeerde diagnoses. Joost had jarenlang de diagnose bipolaire stoornis, maar bleek een posttraumatische stress-stoornis te hebben door een onverwerkt vroegkinderlijk trauma. Ik vond zoveel herkenning in dat artikel. Het raakte me. Van de week zag ik Joost voorbij komen op LinkedIn. Ik stuurde hem een LinkedIn uitnodiging, we raakten aan de praat en besloten gisteren te bellen en ervaringen uit te wisselen.

Joost heeft in 1999 de diagnose bipolaire 1 stoornis gekregen. Hoewel hij destijds duidelijk aan had gegeven dat hij een hele zware jeugd heeft gehad en hulp nodig had bij de verwerking daarvan, kreeg hij het etiket bipolaire 1 stoornis. Hij moest 20 jaar lang vele verschillende medicijnen slikken. Die maakten zijn klachten alleen maar erger. Niemand vroeg hem nog naar zijn trauma. Hij had een etiket bipolaire 1 stoornis en daar werd hij naar behandeld. Punt.

Zijn moeder had ook de diagnose bipolaire 1 stoornis. Het is vaak erfelijk, zeggen ze, dus Joost kreeg snel hetzelfde label opgeplakt. Dat zijn moeder óók een heftig jeugdtrauma had en dat dat wel eens de oorzaak van al haar klachten kon zijn, was niet belangrijk voor de GGZ. Joost moest gewoon zo snel mogelijk een diagnose en medicatie krijgen.

Niemand luisterde

Het verhaal wat Joost vertelde over zijn ervaringen met de GGZ vond ik heel schrijnend. Hij werd zó niet gehoord. Hij wist toen hij om hulp vroeg precies wat de oorzaak van zijn klachten was. Maar niemand luisterde.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Inmiddels is hij vanwege alle nare bijwerkingen (tegen het advies van zijn psychiater in en met hulp van de apotheek) gestopt met zijn medicatie en heeft hij met hulp van zijn huisarts een nieuwe diagnose gekregen: Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS). Die diagnose past hem als een jas en hij wordt nu behandeld voor zijn onverwerkte trauma’s.

Onwetendheid

Het rare is: veel psychiaters van de oude stempel weten vrijwel niks van trauma’s en de verregaande gevolgen daarvan op iemands leven. Traumabehandeling is iets waar ze vaak al helemáál niks van weten.

Ze weten vooral hoe je moet starten met medicatie. Over afbouwen weten ze dan ook weer vrij weinig. Bijna niemand heeft volgens mij écht goede kennis over afbouwen, omdat onderzoek doen naar afbouwen de farmaceutische industrie geen geld oplevert?!

Joost is enorm de dupe geworden van de onwetendheid binnen de hulpverlening. Echt vreselijk. Onwetendheid is natuurlijk menselijk, maar zeker in dit geval wel echt vreselijk. Getraumatiseerde mensen zoals Joost raken daarbovenop óók nog eens getraumatiseerd door de hulpverlening… Gelukkig komt er in mijn beleving een paradigma shift aan.

Paradigma shift

Joost zijn verhaal raakte me heel erg. Het was goed dat we belden, want ik heb gelukkig een hele goede ervaring met de GGZ. Hij was blij verrast dat te horen.

Mijn psychiater en psycholoog zijn heel open-minded en mensgericht. Het lijkt erop dat de GGZ aan het veranderen is. Er is volgens mij een paradigma shift gaande. De mens en (onverwerkt) trauma komen meer centraal te staan. Dat is althans mijn ervaring en ik zie het ook meer in de media. Denk bijvoorbeeld aan een tv-programma als Geraldine en de vrouwen en het werk van hoogleraar Innovatie in de GGZ: Floortje Scheepers.

Zo kan het ook

Mijn psychiater staat natuurlijk open voor medicatie gebruik, maar heeft altijd aangegeven dat ze mij niet méér medicatie wilde geven en dat ze niet te lang medicatie wilde geven.

Toen ik het vorige zomer zo zwaar had, baalde ik daar vreselijk van. Ik wilde gewoon meer pillen om de pijn te doven! Maar gelukkig kreeg ik die niet en kon ik daardoor echt met mijn trauma aan de slag. Ik ben toen pas het seksueel misbruik uit mijn kindertijd gaan verwerken.

Ook stond mijn psychiater positief tegenover het afbouwen van mijn lithium. Ik voelde me echt gehoord en begrepen. Ze gaf me de ruimte om mijn verhaal te doen.

Ik denk dat mijn psychiater medicatie meer ziet als tijdelijke ondersteuning. Zoiets als lopen met krukken. Wanneer je je been breekt, moet lopen met krukken. Maar zodra je been beter wordt en het revalideren beter gaat, ga je stoppen met lopen met krukken.

Levenslang met krukken lopen is zelden nodig bij goeie revalidatie/ therapie. Zo zou het met medicatie ook moeten zijn denk ik. Zeker bij zulke (voor het lichaam) zware medicatie als lithium. Al zullen er vast mensen zijn die wel levenslang medicatie nodig hebben. Als er maar regelmatig goed naar de mens gekeken en geluisterd wordt.

Naast een andere kijk op medicatie en het afbouwen daarvan, heeft mijn psychiater ook een bredere blik als het gaat om trauma in combinatie met psychische aandoeningen.

Ik denk inmiddels na alle verhalen die ik heb gehoord en de boeken die ik heb gelezen over trauma: misschien zijn veel psychische aandoeningen wel symptomen van onverwerkt trauma?! Net zoals ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar leed onder mijn onverwerkte trauma. Dat zal natuurlijk niet voor iedereen gelden, maar het is wél iets om op te letten.

Onverwerkt trauma

Ik heb vier jaar geleden bij de GGZ aangeklopt voor hulp, maar ik heb nooit over mijn trauma gepraat. Dat ik toen dus niet al de diagnose PTSS kreeg kan ik hun echt niet kwalijk nemen. Ik paste het beste in het bipolaire 2 stoornis hokje. Door die diagnose kon ik in therapie en werd dit vergoed door mijn zorgverzekering. Daarom ben ik blij dat ik destijds dat label kreeg.

In september 2020 was ik er pas klaar voor om te vertellen dat ik op 5-jarige leeftijd seksueel misbruikt ben door mijn zwemleraar. Pas toen realiseerde ik me hoe dit onverwerkte trauma mijn leven ontwrichtte.

Mijn psycholoog gaf me alle veiligheid en ruimte om erover te praten. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.

Toen ik aangaf dat ik naar aanleiding van het RTL programma Geraldine en de vrouwen me wilde aanmelden voor de behandeling bij PSYTREC heeft ze me daar enorm in gesteund. Geweldig! Ik gun iedereen zo’n fijne psycholoog/ behandelaar.

Het label eraf halen

Van de week had ik een afsluitend gesprek en evaluatie met mijn psychiater. Dat was zo’n fijn gesprek! Ze luisterde echt naar me, was begripvol en meedenkend.

Het allerbeste nieuws: mijn diagnose bipolaire 2 stoornis gaat er binnenkort officieel af! Ze ziet dat ik daar echt niet (meer) in pas. Door alles wat ze nu weet, kan ze haar beeld bijstellen. En dat doet ze dus ook! Niet star vasthouden aan overtuigingen, maar open blijven kijken en meebewegen met dat wat zich aandient. Was iedere psychiater maar zo!

Ze zei dat ik haar door mijn verhaal weer echt aan het denken heb gezet over de invloed van (onverwerkt) trauma op mensen. En ze gaf aan dat ze zéker bij mensen met een bipolaire 2 stoornis weer nog beter gaat letten op eventueel onderliggend trauma. Ze was zich daar al wel van bewust, maar nu extra. Hoe fijn is dat?!

Van oud naar nieuw

Joost was blij met mijn verhaal. Het kán dus anders en dat gebeurt ook al. Zoals bij mijn GGZ. Er is nog een lange weg te gaan. Maar het begin is er!

Ik heb het héél erg getroffen met mijn GGZ en mijn psychiater en psycholoog. Ik hoop dat meer hulpverleners de mens in plaats van de DSM5 diagnoses centraal gaan zetten. Dat iedere psychiater en psycholoog (méér) gaat leren over onverwerkte trauma’s en de impact daarvan op iemands leven en op zijn of haar fysieke en mentale gezondheid. Dat er standaard herdiagnostiek binnen de GGZ plaats gaat vinden.

Ik hoop dat er echt een paradigma verschuiving komt. Het is zo hard nodig!

Change is coming!

Depressie en hypomanie = onderdrukte en ontplofte expressie?!

Mijn bipolaire 2 stoornis bleek een post traumatische stress stoornis te zijn. PTSS wordt vaker verward met een Bipolaire 2 Stoornis, omdat de symptomen erg op elkaar lijken. Bij PSYTREC (waar ik mijn PTSS behandeling heb gehad) maken ze dit vaker mee. Ik heb na zitten denken over mijn “depressies en hypomaniën”. Wat zijn depressies en hypomaniën nu eigenlijk? Waar kwamen ze precies vandaan? Wat gebeurde er in mij?

Depressie is onderdrukte expressie

Door mijn behandeling bij PSYTREC ontdekte ik dat mijn depressies allemaal voortkwamen uit het onverwerkte trauma, het seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Ja duh, denk je nu misschien. Maar ik zat er zo in gevangen dat ik het pas ging inzien toen ik het misbruik begon te verwerken.

De gevoelens van schaamte, schuld, walging, onveiligheid etcetera maakten dat ik me intens rot voelde. Ik onderdrukte mijn gevoelens, omdat het teveel pijn deed. Het was te eng en te pijnlijk om te voelen wat er allemaal te voelen was. Daardoor onderdrukte ik mezelf, mijn expressie.

Dat is volgens mij wat depressie eigenlijk écht is. Depressie is onderdrukte expressie. Het onderdrukken van wie je bent, met alle gevoelens die erbij horen. Het gevoel dat je jezelf niet mag en kunt zijn, een “I can’t be me disease”.

De oorzaak van onderdrukking is denk ik bij iedereen anders. Bij mij was de oorzaak het onverwerkte seksueel misbruik.

Ik ben van mezelf, als vurig leeuw teken, een erg intens en expressief persoon. Dus mijn expressie, mezelf, onderdrukken was echt een uitputtingsslag en heel deprimerend.

Ik zie ineens heel helder dat ik tijdens depressies mezelf als een kurk heel hard onder water heb geprobeerd te duwen. Dat kostte veel energie, want die kurk wilde natuurlijk per se naar de oppervlakte.

Als onderdrukken niet meer lukte dan knalde die kurk ineens naar boven. Als tegenbeweging ontplofte mijn expressie ver boven het water uit. Dat was de “hypomanie” denk ik nu.

Verschil manie en hypomanie

Bij een bipolaire 2 stoornis is er geen sprake van manieën, maar van hypomaniën. Er treedt bij een hypomanie hyperactiviteit, overmatige vreugde, impulsiviteit en prikkelbaarheid op, maar het contact met de realiteit gaat niet verloren en er treden ook geen psychotische symptomen op, zoals wanen en hallucinaties. Wat bij een manie vaak wel het geval is.

Een hypomanie ervaarde ik dus nooit als ontregelend en voelde vaak juist fijn omdat ik zóveel levenslust en energie kreeg. Na een periode van depressie was het heerlijk om weer tot leven te komen!

Het nadeel was dat het nogal ongecontroleerd voelde. Het was echt als een lang onderdrukte kurk die uit het water ontplofte. En ik wist na deze toffe piek volgt altijd een diep dal. Er zat dus altijd angst onder de hypomanie.

Hypomanie is ontplofte expressie

Nu ik weet wat ik nu weet, denk ik dus dat mijn hypomanie altijd ontplofte expressie was. Ik ben van mezelf een vurig, enthousiast, gedreven en creatief type. Door het onderdrukken van mezelf door mijn onverwerkte trauma kon ik niet mezelf zijn. Ik vond dit heel verwarrend, frustrerend en verdrietig. Maar het lukte me niet om het anders te doen.

Het voelde alsof die onderdrukte expressie ergens een uitweg zocht en als die werd gevonden ontplofte het dus, omdat het zolang onderdrukt was. Echt als een kurk onder water. Een kurk drijft, die móet naar het oppervlaktewater.

Omdat mijn angstbrein/ amygdala en zenuwstelsel zo ontregeld waren door mijn onverwerkte trauma lukte het me niet om die kurk gewoon lekker te laten drijven op het water. Ik was te erg uit balans. Dus het was óf onderdrukte expressie óf ontplofte expressie.

Ik had natuurlijk wel periodes waarin de kurk even rustig kon drijven, maar ik wist altijd: straks gaat ie weer onder water of de lucht in. Ik had totaal geen controle. Wat ik ook probeerde.

De ontplofte expressie uitte zich bij mij in veel levenslust en levensvreugde waarbij ik van alles creëerde. Ik heb van mezelf veel energie en creativiteit en die wilde ik dan per se uiten, want NU kon het! Ik wist nooit hoe lang zo’n periode zou duren, dus het voelde als nu of nooit.

Ik zette in een paar uur tijd websites op, startte allerlei projecten, deed allerlei bijzonder leuke dingen. Ik hou van creëren en samen mooie dingen maken. In periodes van ontplofte expressie deed ik van alles, maar het was dus nogal ongecontroleerd en ongedoseerd. Daarna stortte ik altijd weer in.

Ik kan nu zo goed zien en voelen wat er voorheen gebeurde. Ik ben niet meer bang dat ik weer terugval. Ik heb namelijk met de behandeling van PSYTREC de oorzaak aangepakt en mijn trauma verwerkt. Ik voel dat ik weer aan het roer van mijn leven sta.

Door verwerking kan ik mijn expressie gewoon uiten

Door mijn behandeling, mijn huiswerk en de nazorg kan ik nu eindelijk “gewoon mezelf zijn”. Ik ben nog steeds een vurig, enthousiast, gedreven en creatief type, maar omdat nu eindelijk mijn hoofd, lijf en hart in balans zijn, één zijn, kan ik mijn expressie gewoon uiten, zonder extreme pieken en dalen. Ik voel me niet langer verscheurd.

Ik denk dat ik van nature een persoon ben met meer beweging in mijn emoties. Met meer golven. Maar dat vind ik nu niet meer erg, ik ben er niet meer bang voor. Dat maakt dus ook dat ik niet meer bang ben dat ik last ga krijgen van depressies en hypomaniën. Ik weet nu hoe ik om moet gaan met mijn emoties. Met mezelf. Mijn amygdala is tot rust gekomen en ik weet hoe ik mijn angstbrein rustig kan houden. En mocht ik het even niet meer weten dan durf ik om hulp te vragen en weet ik dat er altijd hulp is.

Volgende maand begin ik met mijn nieuwe baan. Na een paar jaar niet te hebben gewerkt, omdat ik in die jaren hard aan mezelf heb gewerkt. Maar nu is het tijd voor een nieuwe job! Deze baan is een schot in de roos. Ik ben door zoveel mensen zo goed geholpen om weer te kunnen beginnen met werken. Echt geweldig. Ik ben daar heel dankbaar voor. Ik kan mezelf zijn in deze functie en lekker creatief bezig zijn. Ik heb er superveel zin in!

Ik krijg het liedje van Madonna in mijn hoofd 🎶Express yourself!🎶 Expressie makes me happy.

Podcast over seksueel misbruik trauma

Op Instagram volg ik CarolynSpringWriter. Ze schrijft hele mooie posts over het verwerken en herstellen van trauma. Haar doel is: helping people recover from trauma and the bad stuff in life. Ze heeft in haar jeugd veel seksueel misbruik meegemaakt, waardoor ze is gaan dissociëren.

Ze heeft ook een podcast over trauma en herstellen van trauma. Echt de moeite waard om te luisteren. Heel herkenbaar en verhelderend vind ik!

Schaamte helpt je overleven

Vandaag luisterde ik deze podcast van Carolyn over schaamte. Shame, unshame and who you really are, is de titel van de podcast. Zo mooi en zo leerzaam!

Mensen die seksueel misbruikt zijn, hebben vaak heel erg veel last van schaamte. In de podcast legt Carolyn uit wat het nut van schaamte is en hoe we onszelf kunnen unshamen. Echt een aanrader!

Ze zegt dat schaamte een overlevingsmechanisme is. Trauma maakt dat we ons onveilig voelen. We doen alles om onszelf veilig te houden. Schaamte heeft hier een hele grote rol in.

Door schaamte houden we onszelf klein, vallen we niet op, pleasen we en hopen we dat daardoor de kans dat we weer misbruikt worden kleiner wordt. Dit herkende ik heel erg. Ik vond sowieso in de hele podcast erg veel herkenning.

Geen diagnose maar een bepaald overlevingsmechanisme

Het gebeurt vaak dat mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik psychische klachten krijgen en met die psychische klachten durven aan te kloppen bij de GGZ. Vervolgens krijgen ze een diagnose. Bijvoorbeeld borderline of (zoals ik) een bipolaire 2 stoornis.

Carolyn baalt van alle diagnoses die getraumatiseerde mensen krijgen en zegt: It’s nót a mental illness! It’s a response to trauma.

Het is een overlevingsmechanisme dat zich op een bepaalde manier uit en vervolgens door de GGZ bestempeld wordt als een psychische stoornis. (Die diagnose/ stempel is helaas nodig als “kassabon” voor de zorgverzekeraars om de rekening betaald te krijgen.)

Schaamte als indicator

Schaamte is eigenlijk dus een hele grote indicator dat er méér aan de hand is dan we misschien in eerste instantie aan onszelf durven toegeven. Het duurde lang voordat ik alle schaamte wist te koppelen aan het misbruik.

Ik had altijd het gevoel dat ik ontmaskerd zou worden of door de mand vallen (imposter syndrome). Ik schaamde me zó erg. Ik deed alles om het trauma te verbergen. Maar door mijn behandeling bij Psytrec vielen de schellen van mij ogen. Ik hoefde me niet te schamen. Ik kon “gewoon” mezelf zijn!

Het is zo gek hoe het werkt. Carolyn legt ook uit hoe dat werkt.

Veilig voelen > schaamte verdwijnt

Mijn behandeling bij Psytrec heeft ervoor gezorgd dat ik nu een basisgevoel van veiligheid in mezelf ervaar en dat ik voel: ik kan mijn leven aan. Omdat ik me veiliger voel, heb ik bijna geen last meer van schaamte. Natuurlijk kan ik nog wel eens schaamte voelen! Maar het bepaalt mijn leven niet meer.

En ja, het is work in progress. Dit soort podcasts helpen mij bij mijn reis. Misschien heb jij er ook wat aan?!

Luister HIER naar de podcast Shame, unshame and who you really are van Carolyn Spring.

De podcasts over “Trauma is feeling unsafe” en “What does recovery from trauma look like?” en “Suicide” heb ik daarna geluisterd. Ook echt aanraders! Je vindt al haar podcasts hier.

Een “verkeerde” diagnose

Last van het verkeerde label: een artikel van Margreet Vermeulen uit de Volkskrant van zaterdag 23 januari 2021. Je vindt het artikel hieronder, zie de foto’s.

Een vriendin van me stuurde dit artikel door. Jeetje, wat herkenbaar! Vooral het verhaal van Joost Rompa. Ik deel het ook graag hier. Misschien is een (inmiddels) “verkeerde” diagnose op jou niet van toepassing. Mocht dat wel zo zijn of mocht je dat vermoeden dan is dit artikel denk ik goed om te lezen.

Om dit artikel in een bredere context te plaatsen en om extra achtergrond informatie te geven, heb ik een vervolg artikel uit de Volkskrant geplaatst, onderaan de foto’s. Iedereen doet denk ik z’n best om een ander te helpen of om zelf te herstellen.

Niemand is in mijn optiek 100% “schuldig” aan een verkeerde diagnose. Fouten maken is menselijk. En misschien was de diagnose op het moment van diagnosticeren de enige passende diagnose, omdat nog niet alles duidelijk was. Zoals bij mij het geval was.

Toch is het mijn inziens wel echt belangrijk dat fouten worden ingezien en hersteld. De tijden zijn veranderd, er is meer kennis, meer bewustwording. Dat is fijn. Toch gaat het nog wel eens ernstig mis, zoals bij Joost Rompa. Daar moet wel over worden gepraat, vind ik.

Last van het verkeerde label. Door Margreet Vermeulen

Psychiatrie: hokjesdenken

U heeft een depressie. Of nee, een eetstoornis. Of toch een trauma. Hoe komt het dat zo vaak foute diagnosen in de psychiatrie worden gesteld, en wat betekenen die voor patiënten?

Artikel met achtergrond informatie:

OPINIE: DSM

Foute diagnosen? Dit zijn de redenen

Waarom krijgen zo veel mensen in de ggz een verkeerde diagnose? Dat was zaterdag de vraag in het stuk ‘Last  van het verkeerde label’. Volgens vier psychiaters en psychologen zijn dit de redenen. Redactie: 25 januari 2021, 23:17

DSM is niet heilig, wel nuttig

Het opmerkelijke aan psychiater zijn in Nederland is dat je met enige regelmaat in de krant leest hoe je je vak moet uitoefenen. Prima, de psyche is van ons allemaal en een betrokken maatschappij is belangrijk voor de geestelijke gezondheid. Tegelijk is het vermoeiend steeds weer dezelfde stereotyperingen te lezen.

Dit weekend stond ‘Last van het verkeerde label’ (Zaterdag, 23 januari) in deze krant. Het betoogt dat psychiatrische ‘labels’ invalide en schadelijk zijn, en eigenlijk per acuut de prullenbak in moeten. Het stuk sluit aan in een lange rij kritische uitlatingen over de DSM, het classificatiehandboek van psychiatrische stoornissen. Vorig jaar zagen we hoe Tygo Gernandt op tv vooringenomen door de DSM bladerde en zichzelf allerlei diagnoses toedichtte, en was er aandacht voor het ‘herdiagnose-traject’ van GGNet’, waarin deze Gelderse GGZ-instelling op een onjuiste manier een groep patiënten van oude DSM-diagnoses af hielp. De onvermijdelijk vraag is: als er zo veel mis is met die ‘labels’, waarom gebruiken we ze nog steeds?

Het simpele antwoord: ‘labels’, beter gezegd DSM-classificaties, helpen als ze juist worden toegepast. Verder: er is geen goed alternatief. De DSM meldt classificaties, geen diagnoses. Zo’n classificatie zegt iets, maar lang niet alles over iemands problemen. Het is een betrouwbaar maar grofmazig raster dat over de complexe en dynamische realiteit van psychische problematiek wordt gelegd. Dat DSM-raster maakt al decennialang wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Bijna al het bewijs voor huidige psychiatrische behandelingen is erop gestoeld. Daarom alleen al is het weggooien van de DSM direct schadelijk voor patiënten en psychiaters.

Nee, de DSM is níét zaligmakend. De manier waarop de DSM (met de neerbuigende term ‘labels’) wordt besproken, leidt tot een valse tegenstelling: een DSM-classificatie doet niets af aan iemands verhaal en wensen. Ook nu kun je daar naar vragen en ze serieus nemen. Gelukkig, op de werkvloer is geen psychiater die zó veel waarde hecht aan de DSM als sommige media doen geloven.

Ook als de DSM goed wordt toegepast is kritiek mogelijk: classificaties zeggen weinig over de omgevingsfactoren noch over de psychologische en hersenprocessen die aan psychiatrische stoornissen ten grondslag liggen. Maar zoals gezegd, er is (nog) geen goed alternatief. Sommige hulpverleners pleiten voor het loslaten van enig objectief en extern kader en willen zich louter richten op de belevingen en ervaringen van de patiënt. Dat vinden wij geen goed idee. Een wereldwijde, gemeenschappelijke ‘taal’ is zinvol bij de behandeling van psychische klachten. Schaf je die af, dan heropen je de deur naar behandelingen waarvan niet helder is of ze effect hebben, zoals in het pre-DSM-tijdperk te vaak gebeurde. Uiteindelijk is dit het eerlijke verhaal: de unieke mens staat in de psychiatrie centraal, de psychiatrische classificatie geeft richting. De ggz kampt met grote problemen, maar daarvoor is de DSM niet verantwoordelijk. Tot er een beter verklaringsmodel is, moeten we milder zijn over de DSM en het in de praktijk juist gebruiken.

Sisco van Veen en Christiaan Vinkers zijn beiden psychiater en onderzoeker bij het Amsterdam UMC.

Kleren van de keizer

Tijdens het lezen van het artikel over labels in de ggz, werd ik als psychotherapeut overvallen door plaatsvervangende schaamte. Er wordt terecht kritiek geuit op de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) . Het schaamteniveau bereikte een dieptepunt bij de onthulling door een medewerker van de Reinier van Arkel-groep: ‘Wij kijken veel meer naar wat de individuele patiënt nodig heeft. De DSM is zwart-wit. Daarmee help je mensen niet, want mensen zijn niet zwart-wit.’ Daar valt niets op af te dingen. Het artikel wekt de indruk dat deze zienswijze uniek is. Ik mag hopen van niet.

Ondanks de noodzaak van maatwerk, maakt de ggz gebruik van de DSM. Met reden, het heeft als altijd te maken met geld. Zonder DSM-etiket, vergoedt de zorgverzekering de behandeling niet. Bovendien garandeert een DSM-classificatie min of meer een, relatief goedkope, geprotocolleerde behandeling. Volgens mij bieden de meeste ggz-zorgverleners liefst maatwerk, maar moeten ze door het financieringssysteem de DSM-bril op zetten. Om de rol te spelen van toeschouwers in het sprookje De nieuwe kleren van de keizer. We weten dat de DSM niets toevoegt en bij verkeerd gebruik zelfs schadelijk kan zijn voor de behandelkwaliteit, maar spelen het spelletje mee en ‘doen net alsof’. Een DSM-classificatie is een ggz-toegangsbewijs, en zegt niets over de problematiek van de cliënt.

Henk Vermeulen is psychotherapeut.

Kritiek op DSM, en niet op ICD-10?

Margreet Vermeulen beschrijft hoe in de psychiatrie kenmerken van de ene stoornis zich tevens voordoen bij de andere stoornis. En dat psychiatrische patiënten daardoor meerdere (en foute) diagnosen krijgen. Dat gebeurt in de interne geneeskunde toch ook? Koorts, zweten, verhoogde witte bloedcellen en dan een lijstje mogelijke diagnosen: Lucht- en/of urineweginfectie of ‘focus onbekend’. De ziekteverwekker wordt lang niet altijd gevonden en er is dan al gestart met breedspectrum antibiotica, een therapeutisch schot hagel. De patiënt knapt nog op ook. Of het gaat mis, er bleek sprake van leukemie. Ook voor de lichamelijke ziekten is er een wereldwijd gebruikt systeem voor categoriale diagnostiek, de International Classification of Diseases (ICD-10). Is het een idee om ook over ICD-10 een artikel te schrijven als toonbeeld van falende medische diagnostiek en behandeling?

Valentijn Holländer  is psychiater.

Hoera, ik heb een 3 gehaald! Klinisch Interview PTSS / KIP test

Wie had dat gedacht: ik ben blij dat ik al bijna een jaar 100% negatief ben (qua coronatest uitslagen dan he 😉 ) en ik had ook nooit gedacht dat ik blij zou zijn met het behalen van een 3 haha! Maar nu ben ik er blij mee. PSYTREC heeft wederom het Klinisch Interview PTSS (de KIP test) bij me afgenomen. En ik heb een 3 gehaald, hoera!

KIP test score bij intake: 41

Bij de eerste intake hebben ze de KIP test ook gedaan. Toen was mijn score 41. Alles boven de 25 wordt aangemerkt als Post Traumatische Stress Stoornis. Ik kreeg dus de diagnose PTSS en mocht bij PSYTREC in behandeling.

Nu ben ik weer getest en zoals ik al aanvoelde en verwachtte, is mijn score grandioos gedaald: naar 3! Ik ben dus officieel PTSS vrij en het allerbelangrijkste: zo vóelt het ook!

Waar die 3 punten vandaan komen

Die 3 punten hebben te maken met dat ik voel dat ik sommige dingen nog wil vermijden. Dat is zo’n oud patroon. Ik ben me er gelukkig inmiddels van bewust.

Verwerken en vermijden gaan niet samen heb ik geleerd en daarom vermijd ik het dus níet, al voel ik dat ik het nog wel zou wíllen. Soms val ik nog wel even in de valkuil, maar dan herpak ik mezelf weer. Een paar voorbeelden van mijn oude vermijdingsgedrag: overdag de luxaflex dicht doen en onder een deken op de bank kruipen, in veilige hoekjes gaan zitten, veel scannen, weinig bewegen.

Exposure (in mijn eigen tempo) is key. Dus de luxaflex blijven open, ik ga niet in mijn “veilige hoekje” zitten, ik wandel veel met onze hond zonder steeds de mensen en omgeving te scannen op gevaar enzovoort.

4 tot 6 weken “landingstijd”

PSYTREC gaf aan dat is gebleken dat de hersenen vier tot zes weken de tijd nodig hebben om alles wat er in de behandeling gebeurd is te laten landen. Dat voel ik ook wel. Alles voelt zo op z’n kop gezet. Net als een sneeuwbol die door elkaar geschud is en zodra je hem neer zet, zakt de sneeuw weer.

Vooral de exposure wordt wel een uitdaging. Ik weet wel dat sommige dingen nog triggers voor me kunnen zijn. En zoals ik al eerder zei: verwerken en vermijden gaan niet samen.

Het is belangrijk dat ik me blijf houden aan mijn exposureplan en ook ruim voldoende blijf bewegen om niet weer te verstijven/ in de freeze stand te gaan met alle gevolgen dan dien. Exposure en ruim voldoende matig intensieve beweging zijn de twee dingen die voor mij denk ik essentieel zijn.

Nazorg

Gelukkig heb ik goeie nazorg bij de GGZ. Ik ken mijn behandelaar nu bijna twee jaar. Zij kent me van voor en na de behandeling bij PSYTREC. Dat is een voordeel zei de psycholoog bij PSYTREC. Mijn GGZ behandelaar kan me met de nazorg helpen om op de goede weg te blijven.

Ik ben zo blij en dankbaar dat ik eindelijk verlost ben van al die oude shit. Ja, er is nog werk aan de winkel, maar ik voel ook echt wel: Viva la vida! Samen met alle mooie mensen in mijn leven.

De transformatie van mijn trauma

Op 27 oktober 2020 ging ik weer naar mijn geweldige ademcoach Natalie, voor een sessie Transformational Breathing. Het was toen precies acht weken geleden dat ik voor het laatst bij Natalie was. Dat was op 1 september 2020. Er gebeuren altijd mooie dingen tijdens ademsessies, maar de sessie op 1 september 2020, heeft héél veel voor mij betekend.

Door die sessie voelde ik me zo veilig en gedragen dat ik de dag daarna bij mijn behandelaar eindelijk het geheim durfde te vertellen dat ik al tweeëndertig jaar bij me draag. Omdat ik toen eindelijk durfde te praten over mijn jeugdtrauma is er in acht weken een heleboel veranderd. Ik ga mijn persoonlijke verhaal nu ook delen in deze blog.

Sinds de ademsessie van 1 september 2020 ben ik met mijn GGZ behandelaar bezig om mijn jeugdtrauma te herschrijven met behulp van Imaginary Rescripting. Zodat het trauma mijn leven niet meer ontwricht en zodat ik er beter mee om kan gaan. Ook heb ik in die afgelopen acht weken aan mijn man, ouders, broertje en één van mijn beste vriendinnen verteld wat er gebeurd is. Dat luchtte enorm op.

In de war

Er is sindsdien dus enorm veel veranderd, waardoor ik eindelijk beter met mijn trauma om kan gaan. Maar ik wilde weer een ademsessie bij Natalie doen, omdat het altijd voor doorbraken zorgt. Op 27 oktober 2020 was het zover. Dat het zó’n doorbraak zou worden dat had ik niet verwacht. Transformatie is een beter woord.

Terwijl ik in haar woonkamer in de massagestoel zat met een kop thee, begonnen we te praten over hoe het afgelopen acht weken was gegaan. Ik vertelde dat ik nu aan de slag ben met mijn jeugdtrauma. Ik benoemde mijn trauma niet concreet, want ik durfde nog niet te vertellen wat er aan de hand was.

Natalie vroeg op welk thema ik deze sessie wilde ademen. Ik sloeg helemaal dicht omdat ik ging voelen wat ik wilde, maar ik voelde vooral wat ik níet wilde. En daardoor kreeg ik flashbacks naar het trauma. Ik moest ervan huilen en raakte in de war.

Op gegeven moment zei Natalie iets wat ik opvatte als: je moet niet in een trauma blijven hangen. Op een gegeven moment moet je door.

In paniek

Ik raakte getriggerd en bevroor. Ik voelde me aangevallen en kreeg het gevoel dat ik alles verkeerd deed. Ik voelde paniek opkomen en voelde me erg onveilig. Ik wílde niet blijven hangen in dit trauma, ik wílde door, maar om de één of andere reden kón ik het niet loslaten. Een deel van mij wilde bij dat trauma blijven. Hoe kwam dat?

Ze vroeg me vervolgens weer waar op ik wilde ademen en ik klapte weer dicht. Toen zei ik huilend: “Ik wil vol vertrouwen zijn.” Ik was echter zo getriggerd dat ik begon te hyperventileren. Natalie nam me snel mee naar haar ademkamer om transformerend te ademen. Ze hielp me mijn adem (en mij) weer rustig te krijgen.

Ik lag daar en ik dacht: “waarom raakten die opmerkingen me zo? Dat ik er niet in moet blijven hangen. Dat ik moet affirmeren dat het goed met me gaat. Dat ik het los moet laten. Ik kán het trauma niet loslaten. En ik wíl het ook niet loslaten. Waarom niet in godsnaam?”

Toen wist ik het

En toen werd ineens helder waarom. Ik voelde het zo duidelijk. Terwijl ik daar lag op het roze matras in Natalie haar ademkamer vol fijne Ibizavibes zag ik daar Roosje, een meisje van vijf jaar. Angstig en helemaal alleen.

Ik besefte: ik kon het trauma niet loslaten, omdat ik Roosje niet los kon laten. Ik kon haar niet aan haar lot overlaten. Ik wilde haar niet in de steek laten. Want zo voelde het als ik het trauma los zou laten. En dat voelde heel erg onveilig en vreselijk wreed.

Ik ontdekte namelijk dat ik nog steeds dat kleine meisje was. Omdat ik me nog steeds dat kleine meisje vóelde. Ik lag daar bij Natalie te ademen, fysiek, als Roos, een zevenendertigjarige vrouw. Maar mentaal voelde ik me nog steeds dat meisje van vijf, dat tweeëndertig jaar lang uit angst en schaamte was weggestopt in het kleedhokje. Het kleedhokje waar ze door haar zwemleraar seksueel werd misbruikt.

Kleine Roosje

Tijdens deze ademsessie merkte ik dus heel duidelijk dat ik me nog steeds dat kleine meisje voelde. Al die tijd. Gevangen. Niet kunnen vluchten en steeds dingen meemaken die ik niet wilde. Mijn grenzen die niet werden gezien en niet werden (h)erkend. Ik voelde me zo lang constant onveilig. Terwijl het in het hier en nu allang veilig ís.

Want ik zit niet meer in dat kleedhokje. Ik ben er al tweeëndertig jaar uit. Ik ben nu een volwassen vrouw. Die voor zichzelf kan zorgen. Maar dat kon ik nooit echt voelen. Door het transformerend ademen voelde ik dat ik mezelf tijdens deze sessie uit dat kleedhokje zou kunnen bevrijden en kleine Roosje mee kon nemen. Ik was er alleen nog niet uit. Het besef was er al wel, maar nu de uitvoering nog.

Gelukkig hielp Natalie me van ademnood naar diep ademen. Door het tonen (geluid maken en bewegen met armen en benen) kon ik dóór alle angst en spanning heen. Waar ik normaal voor weg vluchtte. Zoals een vijfjarig meisje zou doen. Met Natalie bij me kon ik erdoorheen ademen. Zoals een volwassen vrouw.

Ik wil erkennen wat er gebeurd is in het kleedhokje: ik ben als jong meisje seksueel misbruikt door mijn zwemleraar. Ik probeerde er al die jaren niet over na te denken en er niet mee bezig te zijn. Want ik durfde daar niet te zijn. Maar ik durfde ook niet hier te zijn. Dat verklaart mijn suïcidale gedachten en doodswens wel, denk ik. Dat was een vlucht naar een veilige plek. Naar een thuis.

Volwassen Roos

Tweeëndertig jaar lang heeft dat kleine meisje in angst in dat kleedhokje gezeten en nu kan ik haar eindelijk helpen. Ik voelde dat ik graag de volwassen vrouw wil zijn. En dat ik me niet langer hoef te schamen voor wat er gebeurd is. Ik voelde ook dat mijn omgeving mag weten dat dit gebeurd is. Ik mag erover praten, op een manier die bij me past.

Ik wil er voor dat meisje zijn en ik wil er voor mezelf zijn. Dat meisje is een deel van mij en ik wil dat deel niet ontkennen uit angst en schaamte. Ik kan wat er is gebeurd meenemen en dan kunnen we er samen om rouwen. En ik kan haar troosten. De kleine Roosje en de grote Roos.

“Only you can hear my soul” hoorde ik uit de speakers in Natalies ademkamer. Dit liedje paste zo goed bij dit deel van de ademsessie. Alleen wij tweeën, Roos en Roosje, kunnen elkaar écht begrijpen. Meer is niet nodig. Begrip van anderen is fijn en steunend, maar begrip van elkaar is het allerbelangrijkste.

Uit het hokje bevrijden

Daarna kwam het liedje “So much magnificence” en ik voelde het echt: er is zóveel magnificence in dit leven. Er is nog zoveel meer dan dat kleedhokje. Ik moest weer heel diep ademen en toen ging ik weer helemaal op slot, omdat ik ineens weer in het kleedhokje zat.

Ik kreeg weer geen adem. Natalie hielp me daar doorheen. Ik moest tonen. Eerst kreeg ik bijna geen lucht. Ik kon geen geluid maken en niet bewegen. Ik stond in de freeze stand. Ik voelde me weer helemaal in het nauw gedreven. Ik wilde daaruit. Ik moest daaruit. En ineens gebeurde het: ik kon mezelf veranderen van het angstige meisje in de volwassen oervrouw. Ik voelde zóveel kracht opkomen!

Ik opende mijn ogen, kreeg mijn stem terug en kon keihard schreeuwen, slaan en trappen met mijn handen en voeten tegen het matras. Het leek wel alsof alles wat jarenlang in het donker had gezeten ineens licht kreeg. Ik slaakte oerkreten uit en bewoog als een wild dier terwijl Natalie mijn adem diep hielp te blijven. Ik voelde mezelf openbreken. Echt zoals een vlinder uit een cocon. Het was zo intens en zo bijzonder!

Transformatie door ademen

En zo bevrijdde ik ons uit het kleedhokje. Ik kreeg heel veel lucht en zoveel adem. En zóveel liefde! We waren eruit! Ik was geen jong meisje meer. Ik was Roos! Het voelde echt als een transformatie.

Ik voelde dat ik de kleine Roosje bij me had, als deel van mij en ik voelde dat ik haar altijd veilig kan houden. Dat ik mezelf kan redden en dat ik veilig ben hier in dit lichaam. Ik kan en mag voor mezelf zorgen. Vanuit het besef dat ik uit dat kleedhokje ben en dat ik Roosje er nu ook uit mee heb genomen.

Toen kwam het liedje “A hundred thousand Angels” en ik voelde dat Natalie een engel is. Net als mijn geweldige GGZ behandelaar, mijn man, mijn ouders, mijn vriendinnen en familie, mijn oude paard en mijn hond, iedereen om me heen en iedereen die me helpt groeien in dit leven is een engel.

Een engel

Maar de grootste openbaring was dat ikzélf óók een engel ben. Ik heb mezelf gered uit dat kleedhokje. De kleine Roos en ook de volwassen Roos.

Ik draag dat kleine meisje bij me. In me. Ze is een deel van mij en zal dat altijd blijven. En wat andere mensen ook zullen zeggen of doen. Het maakt niet uit, want hier bij mij is ze helemaal veilig. Samen kunnen we rouwen om wat er is gebeurd. Samen kunnen we het verwerken. In het hier en nu. Waar alles goed en veilig is. Want we zijn uit het hokje.

Ineens voel ik me niet meer onveilig, eenzaam en verlaten. Ik voel me vol vertrouwen. Ik voel me de oervrouw waar Natalie het altijd over heeft, maar die ik nog nooit zo had kunnen ervaren. Het kleine meisje voelt zich ook niet meer onveilig, angstig en verlaten. Ze vertrouwt op mij. En ik vertrouw op mezelf. De reddende engel die ik altijd zocht, blijk ik zelf te zijn.

Oorzaak van mijn bipolaire stoornis?!

Het zijn spannende weken voor me. Op 2 september 2020 heb ik voor het eerst met iemand durven praten over mijn jeugdtrauma. Ik durfde het te vertellen aan mijn behandelaar, die ik voor 100% vertrouw.

Twee weken later op 16 september was ik er klaar voor om het te delen met mijn man. En vandaag, 23 september 2020, heb ik het aan mijn ouders verteld. Mijn ouders en man gingen mee naar mijn behandelaar bij de GGZ. Mijn behandelaar heeft verteld wat er gebeurd is, want ik kon het nog niet zeggen. Daarna zijn we erover in gesprek gegaan.

Ik was heel erg bang voor hun reactie, maar gelukkig reageerden ze heel liefdevol en steunend. Het was ook een grote steun dat mijn man erbij was. Het voelt nog steeds eng dat ze het nu weten, maar ik ben ook opgelucht. Ik voelde me begrepen en gesteund. Door iedereen. Ook door mezelf.

De kern, de oorzaak?

Ik heb nu eindelijk het gevoel dat ik het beginnetje van die kluwe wol van ellende heb durven pakken. Ik heb altijd die hele kluwe wol in mijn handen gehad en uit zitten pluizen, maar ik heb nooit het begin durven aanraken. Daardoor raakte ik waarschijnlijk alleen maar meer in de knoop. Ik heb de kern van alles nu eindelijk durven benoemen. Het is denk ik ook de oorzaak van mijn bipolaire stoornis…

Ik vind het heel verdrietig, pijnlijk en moeilijk dat het zo lang heeft geduurd voor ik erover kon praten. Maar mijn behandelaar zegt ook: beter laat dan nooit. Veel mensen zeggen het pas op hun sterfbed of nemen de pijn mee hun graf in. En dat wil ik niet. Ik wil leven en genieten, samen met mijn al mijn dierbaren.

Nu was het blijkbaar eindelijk tijd om het te vertellen. Ik voelde me er nu pas veilig genoeg voor. Ook omdat mijn omgeving er nu, in mijn beleving, mee om zou kunnen gaan als ik het met ze zou delen.

Nu verder delen

Mijn behandelaar raadt aan om er veel over te praten. Op mijn manier, in mijn tempo en met degenen waar ik voor kies. Ik wil het ook aan mijn broer en beste vriendinnen vertellen. Maar dat vind ik wel heel eng. Om zo mijn shit bij hun neer te leggen. Ik voel me zó bezwaard. Ze hebben al genoeg aan hun eigen shit.

Maar de vriendin waar ik al levenslang bevriend mee ben zei: de poepluier van je eigen kind vind je niet vies, want daar hou je van. Wij houden van jou, dus kom maar op met die shit. Toen zei ik: maar babypoep is toch echt minder vies dan de poep van een 37 jarige! We moesten hard lachen om ons gesprek. Als we binnenkort rustig met z’n tweeën zijn, ga ik het vertellen.

De wond

Het voelt alsof ik een grote, vieze etterende wond heb waar ik al jaren mee rond loop. En die ik aan niemand durfde te laten zien. In plaats van hulp zoeken, heb ik er vele pleisters en verbanden overheen heb geprobeerd te plakken om de wond te verstoppen.

Nu ik mijn wond aan mijn man en ouders heb laten zien, realiseer ik me dat het weliswaar een wond is, maar dat dierbaren het niet vies vinden en ernaar durven kijken. Die vieze pleisters en verbanden zijn niet meer nodig. Ik wil de wond zorgvuldig behandelen en niet iedereen mag er naar kijken. Eerst meer helen en dan misschien verder delen. Alleen de mensen van wie ik hou durf ik toe te laten. Anders voelt het té kwetsbaar en onveilig.

Nu ik je zie

Ik ben aan het luisteren naar het boek van Merlijn Kamerling: Nu ik je zie. Ik heb Toen ik je zag van zijn moeder Isa Hoes vorig jaar geluisterd. Zo mooi. En ook Nu ik je zie is prachtig. Ik herken enorm veel in wat Antonie Kamerling zegt en hoe hij zich voelde. Helaas is de bipolaire stoornis hem fataal geworden.

Dat vind ik echt vreselijk. Ook omdat ik zelf vaak gevoeld heb dat ik dichtbij de rand stond. Nu ik mijn geheim heb verteld, voelt die rand ineens verder weg. Alsof over die rand gaan geen optie meer hoeft te zijn. Dat ik hier ook rust kan vinden. En veiligheid. En mezelf kan vinden. Alsof ik nu ineens mezelf zie zoals ik ook kan zijn.

Het is allemaal nog vers en het voelt nog kwetsbaar, maar ik denk echt dat ik op de goede weg ben. De weg naar balans. Dat hoop ik echt.

Slaap als medicatie

Omdat ik van de psychiater mijn lithium niet mag ophogen, gooi ik het over een andere boeg. De depressie gaat maar niet weg en omdat mijn spiegel te laag blijft, moet ik wat anders proberen. Ik ga voor slaap als medicatie. Erg ongezellig, maar sinds 28 juli 2020 slaap ik alleen. In alle rust! Normaal slaap ik gewoon naast mijn man in bed, maar onze jongste dochter slaapt sinds de zomertijd niet meer door. Ik moet haar dan steeds in haar eigen bed terug leggen. Toen ik daar te moe voor werd, liet ik haar maar in ons bed liggen. Met als gevolg dat ik geen oog meer dicht deed, omdat ze me steeds óf tegen de muur aan plette óf me in de “geul” tussen de matrassen deed belanden. Aaaargh… (Alhoewel ik samen wakker worden wél heel gezellig vind.)

Wakker door de meiden

Toen de oudste eindelijk door sliep en niet meer bij ons in bed kroop, begon de jongste dus de nachten te onderbreken. En als de meiden me niet wakker maken, dan is het wel mijn af en toe slaapwandelende/ in zijn slaap pratende man. Aaaargh… Slaap, het is een hele opgave. Maar van mezelf slaap ik, godzijdank, al mijn hele leven top! Als een roosje. 🙂 Ogen dicht en weg ben ik. En dan word ik pas de volgende dag weer wakker. Tot ik kinderen kreeg…

Alleen slapen

Ik merk dat de gebroken nachten me écht enorm opbreken. Ik weet dat slaap voor mij eigenlijk de beste medicatie is. En dus kwam ik met een erg ongezellig maar wel heilzaam plan: ik slaap vanaf 28 juli in het bed van mijn jongste dochter en mijn jongste dochter slaapt in het grote bed van mijn man. Sommige mensen zeggen dat dat niet slim is, maar dat maakt me niks uit. Ik kan eindelijk weer hele nachten dóórslapen. Heerlijk! De relatie met mijn man lijdt er gelukkig niet onder. In tegendeel zelfs. Want omdat ik meer slaap krijg, word ik weer wat stabieler en rustiger en dus leuker. En vind ik mijn man ook meteen weer leuker (want ik ben minder geïrriteerd door slaapgebrek.)

Nacht én dag plan

Wat ook helpt om beter te slapen, is dat we sinds mei een “takenschema” hebben voor onze dochters. Denk aan opstaan, aankleden, haren kammen, ontbijten, schooltas klaarmaken, wassen, tandenpoetsen, voorlezen enzovoort. Op maandag en donderdag zijn de “opsta en naar bed breng taken” voor mij. Dinsdag en zaterdag zijn mijn “taakvrije” dagen en kan ik dus uitslapen en ’s avonds eerder chillen op de bank of wat dan ook. Woensdagavond, donderdagavond en zondagochtend doe ik ook. We hebben alle dagen eerlijk verdeeld. Lekker duidelijk en makkelijk! Ik las dit plan voor een “takenschema” in Kek Mama. Die moeder was er heel enthousiast over en ik moet zeggen: het werkt voor ons ook heel goed! Natuurlijk kunnen we elkaar altijd helpen waar nodig/ zin en we kunnen waar nodig/ zin dagen ruilen. Het geeft me heel veel rust. En het geeft minder irritaties nu alles goed en helder verdeeld is. Het klinkt flauw, maar het werkt echt. Voor ons wel in ieder geval.

Slapen helpt

Slapen, goed slapen, helpt me echt. Ik blijf voorlopig in mijn eentje slapen, want het doet me goed en ik voel dat dit nodig is voor mijn reis naar stabiliteit. Door goede slaap kan ik de reis aan.