Dag lief LentePaard

Dag lieve Lente. Wat mis ik je.

Samen zijn met paarden is zoiets moois. Ze zijn in mijn ogen fantastische leermeesters. Door paarden (her)ontdek je wie je bent. Ik wel in ieder geval. Mijn grootste hinnikende leermeester was mijn haflinger Lente.

Bij Lente durfde ik altijd helemaal mezelf zijn. Dat was zo fijn. Ze hielp me weer in contact te komen met wie ik ben en wat ik wilde. Met haar voelde ik altijd een intens liefdevolle, oordeelloze verbinding. Rust. Ik voelde me goed genoeg zoals ik ben.

Vorige week heb ik afscheid moeten nemen van onze lieve Lente. Ze was al een tijdje ziek en vorige week zaterdag hebben we haar moeten laten inslapen. Het was een heel mooi afscheid. Ik ben dankbaar dat ik erbij mocht/ kon zijn.

Ik ben superverdrietig dat we haar niet meer kunnen knuffelen, borstelen enzovoort. Toch voelt ze nog heel dichtbij. Ze heeft een plek in ons hart. Voor altijd. Wat heb ik veel van haar mogen leren en wat heeft ze anderen ook veel geleerd.

Deze foto is gemaakt bij Schoorl aan Zee. Hier zijn we jaren samen op zomervakantie geweest. Het is mijn favoriete foto met Lente. Ze is en blijft een superpaard.

Mede door Lente ben ik inmiddels in contact gekomen met de polyvagaal theorie en hoe je je autonome zenuwstelsel in balans kunt brengen. Met behulp van paarden. Prachtig.

Veel van mijn mooiste momenten waren samen met Lente.❤ Die herinneringen zal ik altijd koesteren.

De reset van mijn systeem

De dagelijkse reset van mijn systeem: een dip in het Gooimeer. Wát een mooie ochtend. Vandaag was een extra speciale dip.

Straks neem ik afscheid van de GGZ Rembrandthof in Hilversum en van mijn geweldige psycholoog waar ik bijna twee jaar lang kwam.

4 jaar lang ben ik bijna wekelijks bij de GGZ geweest. Ik werd behandeld voor mijn bipolaire 2 stoornis. Later bleek dat ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar dat mijn klachten kwamen door een posttraumatische stress-stoornis.

Die PTSS is een van de gevolgen van het seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Door het RTL programma Geraldine en de vrouwen kwam ik bij psychotrauma expertisecentrum PSYTREC terecht.

Bij PSYTREC kreeg ik een great great reset, met behulp van Exposure therapie, EMDR, Psycho-educatie en een Activerend Sport en Bewegingsprogramma.

Het is fantastisch wat zij voor mij hebben betekend. Ik ben van mijn PTSS af dankzij PSYTREC.

Ik ben nog herstellende, dat voel ik wel. Maar mijn tijd bij de GGZ, afdeling bipolaire stoornissen kan worden afgesloten. Ze zeggen, en dat voel ik ook, dit is niet meer de juiste plek voor jou. Ik ben klaar daar.

Ik ben mega dankbaar voor mijn GGZ psycholoog. Ik voelde me zo veilig bij haar dat ik mijn trauma aan heb durven gaan. Zij was de eerste aan wie ik durfde te vertellen dat destijds ben misbruikt.

Nu ben ik blij dat ik verder kan met mijn herstel bij onder andere de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en natuurlijk met de Wim Hof Methode en de Gooimeer dips met de Plonsclub. Ik blijf ook schrijven. Van me af schrijven helpt me.

Ik voel nu: wat er ook gebeurt, ik ben veilig en ik kan het aan.

Dankzij mijn reset.

Mijn eerste “Wim Hof dip” (in het Gooimeer)

Wow! Het was magisch! Vandaag was mijn allereerste Wim Hof dip. Deze koudetraining/ cold exposure in het Gooimeer was mijn eerste echte ervaring met de methode van Wim Hof. Ik kende Wim Hof natuurlijk al wel. Ik heb ook een aantal keer zijn ademhalingstechnieken gedaan en was in de herfst van 2020 begonnen met zijn gratis minicursus, maar daar reageerde ik destijds niet goed op. Een cold exposure (als in een koude douche) vond ik vreselijk! Ik ging er echt heel slecht op.

Misschien omdat ik mijn PTSS behandeling bij PSYTREC nog niet had gehad? Dat ik nog te erg op scherp stond en te ontregeld was? Of misschien dat ik nog niet genoeg moed had? Ik weet het niet. Het was blijkbaar gewoon nog niet het goede moment. Maar blijkbaar was het NU wél het moment om met de Wim Hof Method (WHM) aan de slag te gaan.

De eerste dag na mijn behandeling bij PSYTREC (2 maanden geleden) liep ik met mijn hondje over de dijk. Daar zag ik twee oude dames met badmutsen uit het Gooimeer komen. Ze hadden geskinnydipt, in januari! Wat een heldinnen! Het zag er ook zo heerlijk vrij uit. Het paste helemaal bij het gevoel van bevrijding dat ik voel na mijn PTSS behandeling.

Meer en meer dippers

Door mijn behandeling beweeg ik veel meer. Ik loop dus vaker over de dijk. Steeds vaker zag ik groepjes mensen in het Gooimeer. Zo dapper! Ik dacht: wat zijn die mensen toch aan het doen? De Wim Hof Methode?

Deze week kon ik echt niet meer om ze heen. Ik raakte zo geïntrigeerd en geïnspireerd door al die dappere mensen. Gisteren liep ik erheen om eens te vragen hoe en wat. En toen was ik OM!

De Plonsclub

Wim Hof koudetraining/ cold exposure in de natuur is mega booming. De man die mij de uitleg gaf, vertelde dat hij in januari is begonnen. Hij was toen de 24e in de appgroep van de Plonsclub. Inmiddels zitten er al 91 mensen in de groep! Iedere dag plonsen/ dippen/ zwemmen er mensen. Meestal gaan er de hele ochtend ’s ochtends groepjes en aan het einde van de middag en ’s avonds weer. Ze gaan nooit alleen, dat vind ik wel verstandig.

Ik vroeg hun naar hun ervaringen en ze waren allemaal hooked. Zo leuk! Ze zagen er ook zo lekker energiek uit en ze voelen zich echt goed bij het dagelijks dippen. Het waren hele aardige mensen, goeie vibes. Toen de man vroeg of ik ook in de (app)groep wilde, zei ik volmondig JA! Dit voelde zo goed. Zeker omdat ik al een paar dagen een beetje in een dip zat. Een Wim Hof dip leek me een fijnere dip haha!

Wat is de Wim Hof Methode?

De Wim Hof Methode heeft drie pijlers: breathing/ ademhalingstechnieken, cold therapy/ koudetraining en commitment/ mindset.

Voordat Wim de methode ontwikkelde trainde hij jaren in de natuur. Hij bleek iets te kunnen waarvan de wetenschap zei dat het niet kon (en wat ik ook altijd dacht): hij kan zijn autonome zenuwstelsel beïnvloeden en aansturen.

Het autonome zenuwstelsel regelt alles waar je zelf (over het algemeen) niet over nadenkt. Het gaat vanzelf, automatisch. Zo regelt je autonome zenuwstelsel bijvoorbeeld je lichaamstemperatuur, je hartslag, bloeddruk, ademhaling en het open en dicht gaan van de bloedvaten.

Wim gelooft dat in principe ieder mens in staat is om door middel van zijn Wim Hof Method controle over zijn of haar autonome zenuwstelsel te krijgen.

In 2014 kreeg Wim Hof gelijk! De conclusie na een wetenschappelijk onderzoek in het Radboud ziekenhuis met 24 proefpersonen was dat mensen die met de Wim Hof methode hadden geoefend allemaal in staat waren om hun autonoom zenuwstelsel te beïnvloeden. Steeds meer onderzoeken bewijzen dat hij écht gelijk heeft. Hoe cool is dat?!

Deze podcast is fascinerend om te luisteren! Daarin benoemt hij een aantal van die onderzoeken en leer je Wim Hof beter kennen. Heel bijzonder! Bovendien is het accent van interviewer Russell Brand fantastisch om naar te luisteren haha!

Wat kan de Wim Hof methode je opleveren?

Nog niet alle resultaten zijn aangetoond, maar inmiddels is duidelijk dat de Wim Hof Methode je dit kan opleveren:

  • een gezonder vatenstelsel
  • een sterker immuunsysteem
  • beter slapen
  • minder stress
  • verbeterde sportprestaties
  • natuurlijke antidepressiva
  • superfocus
  • hogere vetverbranding
  • betere insulinegevoeligheid
  • bewuste beïnvloeding van het immuunsysteem
  • minder ontstekingen en een betere zuurgraad in je lichaam
  • minder verzuren bij sportprestaties
  • een beter metabolisme (energiesysteem)
  • en diepe meditatieve rust

Super toch?! Ik ben ook benieuwd wat de WHM kan doen met mijn herstel van PTSS en de ziekte van Hashimoto. De auto-immuun ziekte die mijn schildklier aantast en waar ik Thyrax voor slik.

Mijn eerste dip was top!

Vanochtend, 12 maart 2021 om 7.15, was het zover! Mijn eerste dip, met de Plonsclub. De locatie van de dip is op slechts een kleine tien minuten wandelen van mijn huis. Superfijn en meteen een goeie voorbereiding op de koudetraining. Toen ik aankwam op de plek was ik meteen helemaal zen. Het Gooimeer lag er prachtig bij, bij zonsopgang. De vogels floten, er zwommen meerkoeten en zwanen. Beter kon niet!

Ik vond het nog wel spannend, wat als ik zou gaan hyperventileren of een paniekaanval zou krijgen? Oké, dat was sinds mijn PSYTREC behandeling al niet meer gebeurd, maar toch! Mijn angstbrein maakte wel wat worst case scenario’s.

Gelukkig kon ik die aan de kant schuiven en kreeg ik een goede begeleiding van iemand uit de Plonsclub. Heel tof! Ik kon alleen de dip doen als ik géén hart-en vaatziekten, diabetes of hoge bloeddruk heb. Dat heb ik gelukkig allemaal niet.

Daarna kreeg ik kort wat theorie over de methode en een uitleg van hoe de dip in zijn werk zou gaan. Rustig het water in, via het trappetje, handen onder je oksels doen (je vingers verliezen veel warmte, want die steken zo lekker uit) dan drie keer rustig in en uit ademen en je in het water laten zakken. Daarna rustig door ademen en met je mindset jezelf rustig houden (dus niet denken: ik kan het niet, het is te koud, enzovoort).

Ik vond het toch spannend! Maar ik had er ook heel veel zin in! Op de foto bij deze blog zie je mijn uitzicht van vanochtend. Ik had geen telefoon mee, maar gelukkig had één van de Plonsclubleden deze foto gemaakt en naar me ge-appt. Mooi als herinnering van deze prachtige ochtend!

Daar ging ik dan. Het voelde mega tegennatuurlijk om mijn kleren uit te trekken en in een badpak op blote voeten in die (voor mij) kou van 4 graden te gaan staan. En dan vervolgens het Gooimeer in te gaan! Was ik gek geworden?! Maar ik voelde aan alles: dit wil ik doen, dit is goed voor me.

Ik liep achter mijn medeclubleden aan naar het trappetje. Hup daar gingen ze, armen onder de oksels het water in. Ik stapte op het ijzeren trappetje en dacht: OMG dit is al KOUD! Één teen het water in en ik zei: Noooooo, dit is zo KOUD! Maar toen zag ik de rest rustig in het water en dacht ik: ik bepaal of ik het koud vind! Niet mijn systeem. Ik wil dit! En ik stapte het water in. Ik kon staan en liep met mijn top begeleider Ed mee.

Huilen, ontladen en opladen

Toen ik mijn plek gevonden had, moest ik drie keer rustig in en uit ademen. Er kwam zoveel los! Heel bijzonder en ook fijn, want ik voelde me de afgelopen dagen helemaal vast lopen. De tranen kwamen op. Ik zei: Ik denk dat ik zo ga huilen. Gelukkig was alles helemaal oké. Na even huilen en ontladen, ademde ik rustig verder en liet me in het water zakken.

Wow, dat voelde echt zó als een overwinning! Ik voelde heel veel kracht en levenslust. Alsof mijn batterij werd opgeladen. Met een snel lader. Daar zat ik, tot mijn hoofd in het Gooimeer. Met vier andere Plonsclubbers. Met de meerkoeten en zwanen tijdens de zonsopgang. Magisch! Mijn hele lijf en mijn hoofd voelden zo rustig. Het was gek, want ja het was koud, maar toch voelde het echt goed.

Na twee minuten ging ik eruit. Klein beginnen. Al had ik van tevoren echt nooit gedacht dat ik twee minuten in zulk ijskoud water zou blijven, voor mijn plezier haha!

De afsluiting

Ik klom via het trappetje omhoog. Ik voelde me heerlijk! Ik droogde mezelf af, kleedde me aan en daarna deden we nog wat oefeningen om het bruine vet (wat voor warmte zorgt) tussen de schouderbladen te activeren. Zo fijn! Ik voelde me herboren. Ik wandelde met af en toe een jogje naar huis. Morgen ga ik weer! En vanavond begin ik ook met de WHM breathing en mindset oefeningen uit zijn gratis mini cursus.

Resultaten na mijn eerste dip

Best bizar, maar ik voel nu al de voordelen van de dip: ik voel me helder, rustig én energiek. Ik had door het gedoe van de laatste dagen pijn aan mijn nek, maar na de dip was die weg en tijdens het paardrijden kreeg ik geen last van vreselijke jeukbenen, wat ik normaal wel heb met dit weer. Echt top!

Benieuwd wat het me allemaal nog meer gaat brengen. Volg jij de methode van Wim Hof? Wat brengt het jou allemaal?

“Kindermisbruik is qua omvang en impact een epidemie”

Soms lees ik een artikel en denk ja: Dit is een artikel dat ik op mijn blog wil delen. Het gaat over kindermisbruik en de gevolgen daarvan.

Door: NU.nl Robbert Blokland. Beeld: Hollandse Hoogte

Door de schandalen in de kerk, de zaak rond atletiekcoach Jerry M. en alle commotie over de Michael Jackson-documentaire domineert kindermisbruik doorlopend de media. Het blijft echter, ook in Nederland, onmogelijk om een goed beeld van de omvang van het probleem te krijgen.

Als het gaat om cijfers over kindermisbruik in Nederland, zijn de bevindingen van de Nationaal Rapporteur de betrouwbaarste graadmeter.

De Nationaal Rapporteur brengt sinds 2012 in kaart hoeveel kinderen seksueel geweld ervaren en – tot op zekere hoogte – om wat voor vorm het gaat. Niet alleen aanranding of verkrachting vallen onder seksueel geweld, maar ook bijvoorbeeld misbruik via de webcam of het bezit (of vervaardigen) van kinderporno.

De Nationaal Rapporteur meldde in 2014 dat één op de drie kinderen in Nederland ooit een vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt; soortgelijke cijfers werden eerder ook genoemd in buitenlandse onderzoeken. Volgens de Nationaal Rapporteur worden elk jaar 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van enige vorm van seksueel geweld.

Helft van de kinderen houdt altijd problemen

De gegronde schatting van één op de drie kinderen wordt bevestigd door Iva Bicanic, het hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Bicanic is in Nederland de wetenschappelijke autoriteit op het gebied van dit onderwerp. Ze is klinisch psycholoog en verricht al meer dan twee decennia onderzoek naar misbruik van kinderen.

“De frequentie of de duur van het misbruik kan enorm variëren”, stelt ze. “Sommige kinderen worden eenmaal betast. Andere kinderen worden jarenlang door iemand gedwongen om met regelmaat seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Als ik iets heb geleerd van mijn werk als therapeut, is dat alles mogelijk is bij seksueel misbruik, ook wat je je niet kunt of wilt voorstellen.”

De helft van alle slachtoffers houdt er de rest van zijn of haar leven significante problemen aan over, zoals bijvoorbeeld een posttraumatische stressstoornis. “Wat omvang en impact betreft kun je spreken van een epidemie”, beklemtoont Bicanic. “Bij sommigen gaat het dan om het hebben van nachtmerries, angsten of depressies. Anderen ervaren tot op hoge leeftijd problemen met intimiteit en het vertrouwen in andere mensen, zeker op het gebied van seksualiteit.”

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet.”

Heleen Alders, De Kindertelefoon

‘Veel slachtoffers blijven hun hele leven zwijgen’

Het blijft heel lastig om exacte cijfers boven tafel te krijgen, licht ook de woordvoerder van de Nationaal Rapporteur toe. “Zeer jonge kinderen die worden misbruikt, kunnen vaak zelf nog niet verbaal aangeven wat er is gebeurd”, legt ze uit. “En ook als ze wat ouder waren op het moment dat het heeft plaatsgevonden, treden veel kinderen niet naar voren uit schaamte of schuldgevoel.”

Dit is ook de ervaring van De Kindertelefoon, die vorig jaar 8.450 gesprekken over seksueel misbruik voerde. Een kwart van de gesprekken ging over ongewenste intimiteiten en een kwart over verkrachtingen.

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet”, stelt woordvoerder Heleen Alders. “Ze hebben nog nooit van misbruik gehoord, ze weten simpelweg niet wat het is. En de dader presenteert wat er gebeurt als ‘normaal’.” Bij iets oudere kinderen en tieners is het vaak een combinatie van factoren. “Denk aan dreiging van of manipulatie door de dader, een gevoel van loyaliteit of afhankelijkheid en de angst dat je er zelf schuldig aan bent of dat je niet geloofd wordt.”

Ouders zien af van aangifte omdat er geen bewijs is

De Nationale Politie registreerde vorig jaar ruim drieduizend zedenmisdrijven met een minderjarig slachtoffer. “Dan wordt er dus een slachtoffer of een verdachte in ons systeem gezet”, stelt woordvoerder Robbert Salome. “Maar er is dan nog niets onderzocht of aangetoond.”

In ongeveer twee derde van deze gevallen leidde dit tot een gesprek op het bureau. “Soms besluiten ouders daarna alsnog geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat zij hun kind niet willen blootstellen aan de hele procedure die daarop volgt”, legt woordvoerder Salome uit.

Het totaal aantal zaken waar daadwerkelijk aangifte van wordt gedaan, was vorig jaar 1.567. Hier vallen ook incest en misbruik van wilsonbekwamen (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking) overigens niet onder.

‘Deze cijfers zijn helaas topje van de ijsberg’

Salome erkent dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg zijn. “Niet zelden spreken slachtoffers pas na jaren überhaupt met een ander persoon over het misbruik”, legt hij uit.

Een bekende trigger is ook het moment waarop slachtoffers zelf kinderen krijgen. Dit was ook het geval met de twee mannen die getuigen in de documentaire over Michael Jackson. “Wij kunnen als politie alleen maar actie ondernemen als wij kennis kunnen nemen van een strafbaar feit, zoals een aangifte of de ontdekking van een filmpje op internet”, beklemtoont Salome. “We weten simpelweg niet hoeveel mensen zich niet bij ons melden, bijvoorbeeld omdat ze het gevoel hebben dat er geen bewijs is of dat de politie toch niets kan beginnen.”

Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten in 2018 in totaal 1.193 kindermisbruikzaken in behandeling te hebben genomen. In 57 procent van de zaken werd ook een verdachte gedagvaard. “De overige zaken werden geseponeerd, vaak wegens gebrek aan bewijs”, aldus een woordvoerder. De Raad voor de Rechtspraak kon op korte termijn niet uitzoeken hoe vaak verdachten vorig jaar daadwerkelijk werden veroordeeld voor kindermisbruik.

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

‘Veel slachtoffers blijven negatief over zichzelf denken’

Een groot misverstand onder niet-slachtoffers is dat praten over misbruik gemakkelijker wordt naarmate de tijd verstrijkt, stelt klinisch psycholoog Bicanic met klem. “De meeste slachtoffers vertellen er nooit over”, legt ze uit. “Zelfs voor hun partner houden ze het geheim.”

Natuurlijk mogen mensen ervoor kiezen nare gebeurtenissen uit het verleden voor zichzelf te houden. “Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen. Veel kinderen en volwassenen blijven rondlopen met het gevoel dat het hun eigen schuld was, omdat ze niets deden om het te stoppen. Zulke gedachten voeden het idee dat je niets waard bent. Je kunt alleen nog maar negatief over jezelf denken.”

Bicanic benadrukt dat er geen enkele situatie denkbaar is waarin dit verwijt terecht kan zijn. “Als kind kan jij niet op tegen een volwassene die jou ergens – subtiel of hardhandig – toe dwingt. Het verschil in leeftijd en macht is op geen enkele manier te overbruggen in zo’n situatie. Dat kinderen niets doen of meewerken is geen keuze, maar een manier om de situatie te overleven.”

“Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen.”

Iva Bicanic, Landelijk Centrum Seksueel Geweld

‘Daders zijn juist géén enge mannen in bosjes’

Orthopedagoog en psychotherapeut Sander van Arum van de Stichting Civil Care is gespecialiseerd in kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin. “De hardnekkigste mythe rond plegers van kindermisbruik is dat het enge mannen zijn die uit bosjes springen”, stelt hij. “Het merendeel van de daders zijn ‘gewone mensen’ van wie je het nooit zou verwachten: ooms, vaders, broers, buurjongens, artsen, sportdocenten, coaches.” Ruwe schattingen stellen dat in meer dan drie kwart van de zedendelicten de dader een bekende van het slachtoffer is.

Volwassenen die kinderen misbruiken, kunnen door zeer diverse motieven worden gedreven tot hun acties. “Het zijn zeker niet alleen pedofielen, van wie de meesten overigens nooit tot seks met kinderen overgaan”, stelt Van Arum. “Vaak zijn het ook mannen die intimiteitsproblemen met leeftijdgenoten ervaren. Zij voelen zich veel meer op hun gemak bij kinderen en gaan in een relatie met een minderjarige gaandeweg de grens van sensualiteit of seksualiteit over.”

Andere daders zijn bijvoorbeeld verslaafd aan seks, waardoor ze een steeds heftigere prikkel nodig hebben om hun verlangens te bevredigen. Ook kunnen het mensen met een antisociaal karakter zijn, die geen enkel schuldgevoel over welke handeling dan ook kennen. “Het helpt slachtoffers bij de verwerking van hun trauma vaak als zij beter snappen hoe een dader tot het misbruik is gekomen”, stelt Van Arum.

‘Breng misbruik meer in beeld, met een SIRE-reclame’

De Nationaal Rapporteur pleitte er recent voor dat zedenrechercheurs intensiever gebruik gaan maken van digitale opsporing. Op bijvoorbeeld smartphones en laptops staat vaak veel informatie die zeer bruikbaar is in dit soort zaken.

Therapeuten Van Arum en Bicanic denken dat het bestrijden van kindermisbruik vooral gebaat is bij meer openheid over het onderwerp, ook richting jonge kinderen. “Kinderen denken bij misbruik aan kinderlokkers, terwijl veruit de meeste daders bekenden zijn”, stellen zij. Alleen door misbruik meer in beeld te brengen en bespreekbaar te maken, kunnen kinderen herkennen wat er gebeurt als zij slachtoffer worden van dit soort praktijken, stellen de therapeuten. Dit kan bijvoorbeeld als onderdeel van de eerste lessen over verliefdheid en seksualiteit of met een SIRE-campagne die op kinderen is gericht.

“De gevolgen van misbruik kun je zien als een chronische ziekte, die heel veel levens stuk maakt”, aldus Bicanic. “We zouden het daarom bovenaan de agenda van onze samenleving moeten plaatsen. Maar dat het zo vaak voorkomt, is voor veel mensen een ongemakkelijke realiteit. Als je erover begint, wenden mensen liever hun hoofd af. Ze willen er zo ver mogelijk vandaan blijven: ‘Dat gebeurt niet in mijn straat, in mijn familie of bij mijn voetbalclub.’ Je houdt jezelf met zulke gedachten voor de gek om de illusie van een veilige wereld vast te houden.”

Wil je praten over seksueel misbruik, ga dan naar de website van SlachtofferhulpKinderen die (in vertrouwen of anoniem) willen praten over seksueel misbruik, kunnen contact opnemen met De Kindertelefoon: 0800-04 32.

Door: NU.nl/Robbert Blokland  Beeld: Hollandse Hoogte

Paradigma shift binnen de GGZ

Vorige maand las ik dit artikel met Joost Rompa in de Volkskrant, over verkeerde diagnoses. Joost had jarenlang de diagnose bipolaire stoornis, maar bleek een posttraumatische stress-stoornis te hebben door een onverwerkt vroegkinderlijk trauma. Ik vond zoveel herkenning in dat artikel. Het raakte me. Van de week zag ik Joost voorbij komen op LinkedIn. Ik stuurde hem een LinkedIn uitnodiging, we raakten aan de praat en besloten gisteren te bellen en ervaringen uit te wisselen.

Joost heeft in 1999 de diagnose bipolaire 1 stoornis gekregen. Hoewel hij destijds duidelijk aan had gegeven dat hij een hele zware jeugd heeft gehad en hulp nodig had bij de verwerking daarvan, kreeg hij het etiket bipolaire 1 stoornis. Hij moest 20 jaar lang vele verschillende medicijnen slikken. Die maakten zijn klachten alleen maar erger. Niemand vroeg hem nog naar zijn trauma. Hij had een etiket bipolaire 1 stoornis en daar werd hij naar behandeld. Punt.

Zijn moeder had ook de diagnose bipolaire 1 stoornis. Het is vaak erfelijk, zeggen ze, dus Joost kreeg snel hetzelfde label opgeplakt. Dat zijn moeder óók een heftig jeugdtrauma had en dat dat wel eens de oorzaak van al haar klachten kon zijn, was niet belangrijk voor de GGZ. Joost moest gewoon zo snel mogelijk een diagnose en medicatie krijgen.

Niemand luisterde

Het verhaal wat Joost vertelde over zijn ervaringen met de GGZ vond ik heel schrijnend. Hij werd zó niet gehoord. Hij wist toen hij om hulp vroeg precies wat de oorzaak van zijn klachten was. Maar niemand luisterde.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Inmiddels is hij vanwege alle nare bijwerkingen (tegen het advies van zijn psychiater in en met hulp van de apotheek) gestopt met zijn medicatie en heeft hij met hulp van zijn huisarts een nieuwe diagnose gekregen: Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS). Die diagnose past hem als een jas en hij wordt nu behandeld voor zijn onverwerkte trauma’s.

Onwetendheid

Het rare is: veel psychiaters van de oude stempel weten vrijwel niks van trauma’s en de verregaande gevolgen daarvan op iemands leven. Traumabehandeling is iets waar ze vaak al helemáál niks van weten.

Ze weten vooral hoe je moet starten met medicatie. Over afbouwen weten ze dan ook weer vrij weinig. Bijna niemand heeft volgens mij écht goede kennis over afbouwen, omdat onderzoek doen naar afbouwen de farmaceutische industrie geen geld oplevert?!

Joost is enorm de dupe geworden van de onwetendheid binnen de hulpverlening. Echt vreselijk. Onwetendheid is natuurlijk menselijk, maar zeker in dit geval wel echt vreselijk. Getraumatiseerde mensen zoals Joost raken daarbovenop óók nog eens getraumatiseerd door de hulpverlening… Gelukkig komt er in mijn beleving een paradigma shift aan.

Paradigma shift

Joost zijn verhaal raakte me heel erg. Het was goed dat we belden, want ik heb gelukkig een hele goede ervaring met de GGZ. Hij was blij verrast dat te horen.

Mijn psychiater en psycholoog zijn heel open-minded en mensgericht. Het lijkt erop dat de GGZ aan het veranderen is. Er is volgens mij een paradigma shift gaande. De mens en (onverwerkt) trauma komen meer centraal te staan. Dat is althans mijn ervaring en ik zie het ook meer in de media. Denk bijvoorbeeld aan een tv-programma als Geraldine en de vrouwen en het werk van hoogleraar Innovatie in de GGZ: Floortje Scheepers.

Zo kan het ook

Mijn psychiater staat natuurlijk open voor medicatie gebruik, maar heeft altijd aangegeven dat ze mij niet méér medicatie wilde geven en dat ze niet te lang medicatie wilde geven.

Toen ik het vorige zomer zo zwaar had, baalde ik daar vreselijk van. Ik wilde gewoon meer pillen om de pijn te doven! Maar gelukkig kreeg ik die niet en kon ik daardoor echt met mijn trauma aan de slag. Ik ben toen pas het seksueel misbruik uit mijn kindertijd gaan verwerken.

Ook stond mijn psychiater positief tegenover het afbouwen van mijn lithium. Ik voelde me echt gehoord en begrepen. Ze gaf me de ruimte om mijn verhaal te doen.

Ik denk dat mijn psychiater medicatie meer ziet als tijdelijke ondersteuning. Zoiets als lopen met krukken. Wanneer je je been breekt, moet lopen met krukken. Maar zodra je been beter wordt en het revalideren beter gaat, ga je stoppen met lopen met krukken.

Levenslang met krukken lopen is zelden nodig bij goeie revalidatie/ therapie. Zo zou het met medicatie ook moeten zijn denk ik. Zeker bij zulke (voor het lichaam) zware medicatie als lithium. Al zullen er vast mensen zijn die wel levenslang medicatie nodig hebben. Als er maar regelmatig goed naar de mens gekeken en geluisterd wordt.

Naast een andere kijk op medicatie en het afbouwen daarvan, heeft mijn psychiater ook een bredere blik als het gaat om trauma in combinatie met psychische aandoeningen.

Ik denk inmiddels na alle verhalen die ik heb gehoord en de boeken die ik heb gelezen over trauma: misschien zijn veel psychische aandoeningen wel symptomen van onverwerkt trauma?! Net zoals ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar leed onder mijn onverwerkte trauma. Dat zal natuurlijk niet voor iedereen gelden, maar het is wél iets om op te letten.

Onverwerkt trauma

Ik heb vier jaar geleden bij de GGZ aangeklopt voor hulp, maar ik heb nooit over mijn trauma gepraat. Dat ik toen dus niet al de diagnose PTSS kreeg kan ik hun echt niet kwalijk nemen. Ik paste het beste in het bipolaire 2 stoornis hokje. Door die diagnose kon ik in therapie en werd dit vergoed door mijn zorgverzekering. Daarom ben ik blij dat ik destijds dat label kreeg.

In september 2020 was ik er pas klaar voor om te vertellen dat ik op 5-jarige leeftijd seksueel misbruikt ben. Pas toen realiseerde ik me hoe dit onverwerkte trauma mijn leven ontwrichtte.

Mijn psycholoog gaf me alle veiligheid en ruimte om erover te praten. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.

Toen ik aangaf dat ik naar aanleiding van het RTL programma Geraldine en de vrouwen me wilde aanmelden voor de behandeling bij PSYTREC heeft ze me daar enorm in gesteund. Geweldig! Ik gun iedereen zo’n fijne psycholoog/ behandelaar.

Het label eraf halen

Van de week had ik een afsluitend gesprek en evaluatie met mijn psychiater. Dat was zo’n fijn gesprek! Ze luisterde echt naar me, was begripvol en meedenkend.

Het allerbeste nieuws: mijn diagnose bipolaire 2 stoornis gaat er binnenkort officieel af! Ze ziet dat ik daar echt niet (meer) in pas. Door alles wat ze nu weet, kan ze haar beeld bijstellen. En dat doet ze dus ook! Niet star vasthouden aan overtuigingen, maar open blijven kijken en meebewegen met dat wat zich aandient. Was iedere psychiater maar zo!

Ze zei dat ik haar door mijn verhaal weer echt aan het denken heb gezet over de invloed van (onverwerkt) trauma op mensen. En ze gaf aan dat ze zéker bij mensen met een bipolaire 2 stoornis weer nog beter gaat letten op eventueel onderliggend trauma. Ze was zich daar al wel van bewust, maar nu extra. Hoe fijn is dat?!

Van oud naar nieuw

Joost was blij met mijn verhaal. Het kán dus anders en dat gebeurt ook al. Zoals bij mijn GGZ. Er is nog een lange weg te gaan. Maar het begin is er!

Ik heb het héél erg getroffen met mijn GGZ en mijn psychiater en psycholoog. Ik hoop dat meer hulpverleners de mens in plaats van de DSM5 diagnoses centraal gaan zetten. Dat iedere psychiater en psycholoog (méér) gaat leren over onverwerkte trauma’s en de impact daarvan op iemands leven en op zijn of haar fysieke en mentale gezondheid. Dat er standaard herdiagnostiek binnen de GGZ plaats gaat vinden.

Ik hoop dat er echt een paradigma verschuiving komt. Het is zo hard nodig!

Change is coming!

“Moeilijk onderwerp binnen hulpverlening”

De meeste hulpverleners vinden het moeilijk om met hun cliënten te praten over seksueel misbruik/ seksueel geweld. Een heel goed artikel over dit onderwerp! Vast een klein voorstukje:

“Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Artikel uit TROUW

Psychologen en verslavingsdeskundigen vinden het moeilijk met cliënten te praten over seksueel geweld. Terwijl de ervaring van toen vaak een verklaring is voor de problemen van nu. Door Catrien Spijkerman 28 januari 2021, 10:26

Angela Bison (42) heeft lang gedacht dat het ‘erbij hoorde.’ Dat mannen zich aan haar opdrongen, dat ze seksuele handelingen verrichtte tegen haar zin. “Rond mijn vijftiende had ik mijn eerste vriendje, hij was drie jaar ouder en had al veel ervaring op seksueel gebied. Porno kijken, seksspeeltjes erbij – hij deed allemaal dingen die ik niet wilde. Maar ik had problemen thuis, en had het gevoel dat ik van hem afhankelijk was. Ik was veel te bang dat hij bij me weg zou gaan.”null

Ook na die relatie kreeg ze te maken met seksueel geweld. “Soms zei ik duidelijk: ‘Dit wil ik niet’, maar als ze bleven doorgaan, gaf ik me er maar aan over.” Het was haar eigen schuld, vond ze. “Had ik maar niet onder invloed moeten zijn.” Van haar 15de tot haar 31ste kampte Bison namelijk met een verslaving aan harddrugs en alcohol. 

Na jarenlange therapie om van haar verslaving af te komen, werkt ze tegenwoordig als ervaringsdeskundige bij een instelling voor begeleid wonen. “Ik ben nu ruim tien jaar clean. Als ervaringsdeskundige ligt mijn expertise bij verslaving, maar tijdens mijn werk kwam ik in contact met andere ervaringsdeskundigen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik. Zij vertelden mij hoeveel impact die ervaringen hebben gehad op hun leven. Toen pas besefte ik: dat heb ik ook meegemaakt.” Op haar 39ste, ruim twintig jaar na haar eerste ervaringen met seksueel geweld, zocht ze alsnog hulp.

‘Omdat niemand er ooit naar vroeg’

Bison is niet de enige: “Bij veel cliënten duurde het járen voordat ze erover begonnen te praten”, zegt Ellen Roskes, directeur van Blauwe Maan, de hulpverleningsorganisatie in Midden- en West-Brabant die gespecialiseerd is in hulp na onvrijwillige seks en misbruik. Daar klopte Bison uiteindelijk aan. “Waarom niet eerder? Omdat niemand er ooit naar vroeg. Onze cliënten hebben vaak een hele geschiedenis van zorg- en hulpverlening achter de rug voor ze bij ons terecht komen. Ze zijn bij psychologen, verslavingstherapeuten, maatschappelijk werkers en huisartsen geweest, maar niemand durfde ernaar te vragen of wist ermee om te gaan. Terwijl juist dat soort zorgverleners een belangrijke signalerende rol zouden kunnen hebben.”

Initiatieven als #MeToo hebben in de maatschappelijke discussie weliswaar meer openheid gebracht, in de hulpverlening heerst er nog steeds een taboe op praten over seksueel geweld, merkt Blauwe Maan. Dat leidt tot zogenoemde handelingsverlegenheid: hulpverleners weren het onderwerp, waardoor slachtoffers niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Afweermechanisme

Ook Kenniscentrum Seksualiteit Rutgers en Centrum Seksueel Geweld (CSG) beamen dit. “Het is geen onwil, maar het ontbreekt hulp- en zorgverleners aan kennis en vaardigheden. Er wordt in de opleidingen te weinig aandacht aan besteed”, zegt Willy van Berlo, programmacoördinator seksueel geweld bij Rutgers. Onlangs startte Rutgers de petitie #tothier om bij het kabinet onder andere aan te dringen op meer deskundigheid op dit gebied. null

De fysiotherapeut, de tandarts, maar ook de huisarts en de psycholoog – ze denken vaak: ‘dit is niet aan mij’, vertelt Ellen Roskes van Blauwe Maan. “Seksueel geweld en misbruik is een intiem, eng onderwerp. Dan gaat een afweermechanisme in werking dat we allemaal in ons hebben: laat ik er maar niet naar vragen, want wie weet wat er dan allemaal naar boven komt. Sommige hulpverleners weten bovendien niet hoe ze ernaar moeten vragen – ze hebben er letterlijk de woorden niet voor. Weer anderen hebben een blinde vlek. Ze zijn er echt van overtuigd dat het probleem onder hun cliënten niet speelt.”

Statistisch gezien is dat laatste zo ongeveer onmogelijk, weet Roskes. Meer dan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen in Nederland heeft te maken gehad met seksueel geweld en ongewenste aanrakingen, blijkt uit de Monitor Seksuele Gezondheid van Rutgers. Volgens cijfers van CSG is één op de acht vrouwen ooit verkracht, bij mannen is dit één op de 25.

Posttraumatische stressstoornis

Niet iedereen die te maken heeft gehad met seksueel geweld, heeft hiervoor hulp nodig, zegt Iva Bicanic, hoofd van het CSG. “Maar uit onderzoek blijkt dat de helft van de mensen die seksueel geweld heeft meegemaakt, daarop vastloopt. Ze hebben relatieproblemen, of lijden aan slaap- en persoonlijkheidsproblemen, verslaving, suïcidaliteit, of – met stip op 1 – posttraumatische stressstoornis.”null

Ze melden zich volgens Bicanic met deze klachten bij hulpverleners, maar praten liever niet over hun ervaringen met seksueel geweld. “Hun gevoelens van schuld en schaamte zijn zo groot dat zij dat onderwerp hardnekkig vermijden. Soms zien ze zelf het verband tussen het misbruik en hun andere problemen niet. Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Bij Angela Bison waren het niet de ervaringen met seksueel geweld die aan de basis lagen van haar verslaving, maar ze hebben de verslaving later wel versterkt, vertelt ze. “Iedere nare ervaring probeerde ik af te dekken met alcohol of drugs. Ik ging er alleen maar méér door gebruiken. Achteraf denk ik dat het had geholpen als ik tijdens mijn verslavingstherapie ook over die ervaringen met seksueel geweld had gepraat. Ik moest voortdurend standaard vragenlijsten invullen. Of ik suïcidale gedachten had, of ik een leegte ervoer, of ik me eenzaam voelde. Achteraf vind ik het heel raar dat er nooit één vraag over seksueel geweld ging.”

Zowel Iva Bicanic als Blauwe Maan pleit er daarom voor dat hulp- en zorgverleners tijdens de intake standaard vragen naar ervaringen met seksueel geweld. Bicanic: “De verantwoordelijkheid om erover te beginnen ligt nu nog te veel bij de patiënt, en niet bij de hulpverlener – dat moeten we omkeren. Gezien het aantal mensen dat met seksueel geweld in aanraking komt, is het helemaal niet gek om ernaar te vragen: in een huisartsenpraktijk zijn het er algauw twee per dag. Je gaat als zorgverlener een traject met iemand aan, dan is het goed uit te leggen waarom je wilt weten wat iemand heeft meegemaakt. Zorgverleners hoeven heus niet meteen expliciet over misbruik te beginnen, ze kunnen bijvoorbeeld eerst in brede zin vragen welke negatieve ervaringen iemand heeft meegemaakt.”

Verstijven bij aanraking

Er zijn bovendien vaak genoeg aanleidingen voor een zorgverlener om erover te beginnen, zegt Roskes van Blauwe Maan. “Een patiënt die bij de huisarts de grootste moeite heeft zich uit te kleden, een patiënt die bij de psycholoog komt vanwege relatieproblemen, een patiënt die in de tandartsstoel verstijft bij iedere aanraking – dan kun je vragen: heeft u soms iets naars meegemaakt op gebied van intimiteit?”

Vervolgens is het heel belangrijk niet te oordelen. “Ik heb de schuld altijd bij mezelf gezocht”, zegt Bison. “Pas sinds kort weet ik dat daar een naam voor is: victim blaming. Blijkbaar was het makkelijker mezelf wijs te maken dat ik het zelf had veroorzaakt, dan dat ik in een situatie terecht was gekomen waarin iets gebeurde tegen mijn wil. Ik vond het ook erg moeilijk te zeggen dat ik verkracht en aangerand was. ‘Toch is dat wat er is gebeurd’, zei de hulpverlener bij Blauwe Maan tegen me. Mensen hebben dingen bij mij gedaan die ze niet hadden mogen doen.” 

Ook hulpverleners maken zich onbewust soms schuldig aan victim blaming, weet Bicanic van het CSG. “Opmerkingen als ‘je had ook bij hem weg kunnen gaan’, of ‘waarom heb je niet tegengestribbeld’ zijn schadelijk. Die kunnen ertoe leiden dat iemand er jarenlang niet meer over begint.” Het andere uiterste is echter ook niet handig, zegt Bicanic. “De meeste mensen zijn niet gebaat bij al te veel ‘oh wat erg voor je’. Ze vinden het vaak ongemakkelijk al te veel als slachtoffer bejegend te worden.”

Na aantal maanden nog eens ernaar vragen

Het is zeker niet de bedoeling het onderwerp op te dringen, zegt Bicanic. “Misschien wil iemand er niet over praten, dat is ook goed. Het gaat erom dat hulpverleners laten merken dat de mogelijkheid er is. Op die manier ‘normaliseren’ ze het onderwerp en stralen ze uit dat ze het niet uit de weg gaan. Het kan ook geen kwaad er na een aantal maanden nog eens naar te vragen.” 

Bison moet toegeven dat ze er twintig jaar geleden niet op was ingegaan als hulpverleners hadden gevraagd of ze ooit iets naars had meegemaakt op seksueel gebied. “Ik zou me te erg hebben geschaamd om erover te praten. Maar waarschijnlijk was aan m’n gezicht wel te lezen geweest wat de vraag met me deed. En misschien had het me eerder aan het denken gezet. Tegen hulpverleners zou ik willen zeggen: ga er maar vanuit dat het antwoord ‘ja’ is.”

Tips voor hulpverleners

Social designers Anne Ligtenberg en Mats Horbach werken samen met Blauwe Maan aan een online platform met concrete tips van slachtoffers voor hulpverleners.

Hoe vraag je als hulpverlener naar seksueel misbruik?

In hun project #YouToo? verzamelen Ligtenberg en Horbach zo veel mogelijk ervaringen en adviezen uit de praktijk. Ze zijn nog op zoek naar artsen, maatschappelijk werkers, docenten en hulpverleners die hun kant willen belichten: waarom is praten hierover zo moeilijk? Professionals die willen bijdragen kunnen zich aanmelden op www.vraag-youtoo.nl 

It didn’t start with you door Mark Wolynn

Ik ben veel aan het lezen over seksueel misbruik en de gevolgen van seksueel misbruik. Ik lees ook veel over de gevolgen van familietrauma’s sinds ik meer weet over wat er in mijn familie is gebeurd.

Via een gesponsord bericht op Instagram (tóch wel handig die cookies!) kwam ik bij het boek van Mark Wolynn: “It didn’t start with you. How Inherited Family Trauma Shapes Who We are and How to End the Cycle.” Superinteressant!

(Ik luister het boek trouwens via een gratis proefabonnement op Audible, via die gesponsorde advertentie.)

Het boek gaat niet over seksueel misbruik. Het wordt zelfs nergens genoemd, vreemd genoeg. Het gaat over trauma in het algemeen en over hoe dat wordt doorgegeven. Ik vind het fascinerend (en confronterend en heftig!) hoe trauma’s onbewust op cel en dna niveau worden doorgegeven.

Ik zat in de buik van mijn oma

We zijn allemaal zo verbonden. Bijvoorbeeld: vrouwen hebben niet alleen in de buik van hun moeder gezeten, maar óók in die van hun oma! Wist jij dat? Ik niet!

Ik heb het even opgezocht en het klopt:
“Al tijdens de zwangerschap worden bij de vrouwelijke foetus alle eicellen gemaakt voor haar hele leven. Als de foetus zo ongeveer 6 maanden oud is bevatten de eierstokken ( je hebt 2 eierstokken, 1 rechts en 1 links van je baarmoeder) zo’n 6 tot 7 miljoen eicellen.” Wonderlijk toch?!

De schrijver Mark Wolynn vertelt dat we dus letterlijk fysiek imprinted zijn met de trauma’s van onze moeders, oma’s en overgrootoma’s enzovoort. Zelfs het sperma van de vader is imprinted als er in zijn familie onverwerkte trauma’s zijn. Deze trauma’s worden dus altijd doorgegeven!

Dat vond ik heel interessant. Zo vóelt het voor mij namelijk ook en eindelijk snap ik waaróm. Ik heb altijd “een olifant in de kamer” gevoeld bij mijn familie en had last van onderlinge spanningen. Nu snap ik veel beter hoe dat kan.

(Vreselijke) onderzoeken bij muizen

In (vind ik vreselijke) onderzoeken bij muizen traumatiseerden ze bepaalde muizen en ontdekten ze dat de trauma response (onder andere bijbehorende veranderde stresslevels) in muizen tot wel drie generaties verder in de famillie nog steeds werden aangetroffen.

Bij muizen die dus zelf géén trauma hadden meegemaakt, maar wél aantoonbaar schade hadden opgelopen door het onverwerkte trauma van hun (voor)ouders. De schade was zelfs terug te vinden in het sperma van de muizen!

Afgezien van het feit dat ik dit afschuwelijk wrede onderzoeken vind, vind ik het wél heel interessant. Muizen zijn geen mensen, maar ik kan me voorstellen dat het bij mensen precies zo werkt.

Mark zegt dat er nog te weinig onderzoek is gedaan bij familie van mensen waar PTSS/ onverwerkte trauma’s heerst om duidelijke conclusies te trekken.

Je leert natuurlijk ook van je ouders. Je kijkt naar ze, doet ze (onbewust) na en neemt onbewust van alles over en geeft dat weer door aan je eigen kinderen. Maar trauma werkt dus niet alleen door door gedrag, maar slaat zich dus óók op in je cellen en je DNA. Ik heb hier vroeger al wel eens over gelezen in het werk van Bruce Lipton, maar ik kan het nu ineens in een context plaatsen.

“It didn’t start with you” is een fascinerend boek. Heftig ook. En confronterend. Ik ben nog bezig met lezen, maar Mark Wolynn komt gelukkig ook met manieren om de familie trauma verspreiding te doorbreken. En dat is mijn wens! Ik wil dat het stopt, want ik heb twee dochters en die wil ik hier niet mee opzadelen nu ik weet dat ik het kan doorbreken.

Ik denk dat ik al heel veel goed werk heb verzet door mijn behandeling bij PSYTREC en al het huiswerk dat ik doe. Maar ik voel dat er nog meer opgeruimd en verwerkt moet worden. Daar ga ik voor!

Ps. Ik heb contact opgenomen met Mark Wolynn, omdat me opviel dat hij nog nergens in het boek seksueel misbruik had genoemd als trauma. Hij noemt onder andere trauma’s als een oorlog meemaken, vroegtijdig overlijden en ander verlies van dierbaren, maar hij noemt nergens expliciet seksueel misbruik.

Seksueel misbruik is mijn inziens een groot trauma dus ik vroeg hem waarom hij dat niet noemt in zijn boek. Hij reageerde, super attent, met:

“Sexual abuse is definitely a huge trauma, as big as the others I mentioned, and very multi-layered. The reason I didn’t address it in the book is that it would have taken several chapters to highlight the underlying and ensuing dynamics. I plan to address it in my next book.”

Ik ben dus benieuwd naar zijn nieuwe boek!

De resultaten van mijn PSYTREC behandeling

Mijn behandeling bij PSYTREC is nu precies een maand geleden. Een mooi moment om de resultaten tot nu toe op te schrijven.

Ik had nooit durven dromen dat mijn behandeling zóveel positieve veranderingen met zich mee zou brengen. Ik had natuurlijk al heel veel voorwerk gedaan en in die behandeling kwam alles samen.

♡ Geen herbelevingen meer

Het allerbelangrijkste is dat de behandeling mij heeft laten voelen en ervaren dat ik veilig ben in het hier en nu en dat ik mijn trauma en het leven aan kan. Omdat ik geen herbelevingen meer heb, ervaar ik dat het trauma iets is van toen en niet meer van nu. Daardoor gedraag ik me nu niet meer alsof ik nog onveilig ben. Mijn stress systeem is door PSYTREC ge-reset en ik heb tools gekregen om om te gaan met stress.

Een mooi voorbeeld is de eerste avond na mijn behandeling. Robin en de kinderen sliepen bij mijn schoonouders. Ik was die nacht dus alleen thuis. Voor het eerst sinds het trauma kon ik gewoon naar bed gaan!

De monsters onder het bed

Vroeger, als ik alleen sliep of alleen met de kinderen was, dan checkte ik voordat ik ging slapen de sloten wel tien keer. Zat alles écht goed dicht?! Daarna keek ik in alle kasten, onder alle bedden of er niet een man verstopt zat.

Ja ik weet het, hoe bizar, dat je als volwassen vrouw in kasten en onder bedden gaat kijken of er niet iemand zit… Maar me onveilig voelen was voor mij zo normaal dat ik niet eens doorhad hoe abnormaal mijn gedrag was. Al is het overigens voor iemand met PTSS wél normaal/ logisch gedrag!

Ik liet altijd een lampje aan, legde een wapenstok naast mijn bed en liet mijn oordoppen uit. Als Robin thuis was, sliep ik wel altijd met oordoppen, zodat ik niet van ieder geluidje (van de kinderen) wakker zou schrikken. Als ik alleen sliep, liet ik mijn oordoppen altijd uit, zodat ik alerter kon blijven op geluiden. Veiligheidsgedrag dus eigenlijk.

Eindelijk gewoon slápen!

De eerste nacht na mijn tweedaagse behandeling deed ik de deuren op slot, liep zonder extra controleren naar boven, maakte me klaar om naar bed te gaan, deed de lichten uit, oordoppen in en viel (zonder in een foetushouding te kruipen!) gewoon in slaap!

Ik heb de hele nacht probleemloos doorgeslapen! Niet wakker geschrokken, geen nare dromen. Ik kon het haast niet geloven! Het was zo gek om te beseffen dat ik het oude veiligheidsgedrag niet meer nodig had.

Sinds mijn behandeling slaap ik veel dieper. Ik hoef dus geen oordoppen meer in om diep te slapen. Ik schrik niet meer van ieder geluidje wakker en check niet meer of “de kust veilig is”. Wat een verademing! De wapenstok ligt niet meer naast het bed, maar opgeruimd in de kast. Nachtmerries heb ik niet meer gehad.

♡ Niet meer hyperalert zijn

Sinds de behandeling ben ik niet meer hyperalert. Ik scan niet meer de omgeving of de mensen. Ik hoef niemand meer aan te kijken om te zien of iemand te vertrouwen is. Ik hoef niet meer iedereen gedag te zeggen om te laten zien dat ik aardig ben en dat ze me geen kwaad hoeven te doen. Ik mág mensen nog wel aankijken of gedag zeggen als ik dat wíl, maar het hoeft niet meer. Het gevoel van moeten is eraf. Wow, wat een bevrijding!

Omdat ik niet meer hyperalert ben, en mijn angstbrein/ alarmsysteem dus niet meer constant overbodig staat te loeien, raak ik nog maar zelden overprikkeld. Terwijl ik voorheen dagelijks overprikkeld raakte. Dat was mega vermoeiend. Ik heb nu dus ook meer energie! Er is een groot energielek gedicht.

Natuurlijk raak ik nog wel eens overweldigd, maar dat is meestal als er nog iets ouds geraakt wordt. Ik herken dan dat het iets ouds is, doorvoel het en herinner mezelf dat ik nu mezelf ben en in het hier en nu veilig ben. En dan zakt het oude gevoel weg.

♡ Niet meer hoeven vermijden

Ik merk ook heel sterk dat ik niet meer hoef te vermijden. Door de behandeling ontdekte ik hoeveel ik vermeed om mezelf veiligheid te bieden. Nu doe ik dingen, die ik héél lang niet meer durfde. Zoals solliciteren! Er kwam een hele leuke functie voorbij en ik dacht: ik probeer het gewoon! Het was een supertoffe ervaring, ze waren heel enthousiast en ik mag binnenkort op gesprek komen. Wat er ook uitkomt, het was in ieder geval echt goed voor mijn zelfbeeld!

Ik durf nu bijvoorbeeld ook gewoon met de luxaflex open op de bank te zitten of yoga te doen. Ik heb niet meer de angst dat iedereen naar me kijkt, dat ze me willen pakken. Ik durf nu veilig in het zicht te zitten en heb niet meer steeds de behoefte me (in hoekjes) terug te trekken. Ik durf weer dingen te posten op social media, gewoon wanneer ik er zin in heb. Een paar “simpele” voorbeelden, maar voor mij zo’n groot verschil!

♡ Verbetering in mijn gedrag en cognities

Mijn hoofd is door de behandeling opgehelderd. Ik kan nu uitzoomen, relativeren, afstand nemen in plaats van in fight, flight en freeze reacties te zitten.

Ik ben ook héél blij dat ik geen suïcidale gedachtes meer heb gehad. Voor mij was denken aan de dood iets wat ik regelmatig deed. Ik zag het als enige uitweg om aan de chaos en pijn in mijn hoofd en lijf te ontsnappen en rust te vinden. Door PSYTREC heb ik eindelijk rust gevonden in het hier en nu.

Ik ben dus rustiger en stabieler geworden in mijn hoofd en in mijn gedrag. Ik bereidde mezelf altijd overdreven goed voor, was overal veel te vroeg. Ik vond álles even belangrijk. Alles was urgent. Nu kan ik veel beter hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden. Ik kan nu ook beter mijn grenzen voelen en aangeven en voelen wat ik nodig heb. Ik heb daardoor niet meer zo’n haast en ben geduldiger geworden. Dat geeft rust!

Prefrontale cortex ipv amygdala

PSYTREC noemt dat: de langzame weg. Voorheen stond mijn amygdala overuren te draaien. Door het onverwerkte trauma gingen constant de alarmbellen in mijn hoofd af en ging alles via de snelle route: de amygdala. En dat is nou net niet het nadenkende deel van het brein, maar het fight, flight, freeze of faint stuk van het brein.

De behandeling bij PSYTREC heeft mijn amygdala gekalmeerd en mijn prefrontale cortex geactiveerd en wow dat voelt zo anders! Eindelijk grond onder mijn voeten.

Het voelt anders dan het fundament dat ik tijdelijk voelde door de medicatie in dat kleine jaar dat de lithium leek aan te slaan. Dat bleek, voor mij, een brokkelig fundament. Terwijl ik door PSYTREC nu een stevig fundament voel. Diep geworteld.

Ook is mijn korte lontje weg, waardoor ik niet meer overprikkeld en snel geïrriteerd ben. De angst en paniek ontwrichten mijn leven niet meer. Natuurlijk ervaar ik nog emoties als angst, boosheid en verdriet, maar die emoties zijn nu veel beter gedoseerd en gereguleerd. Dat probeerde ik voorheen ook, maar het lúkte nooit.

Door de behandeling lijkt het alsof ik ineens een volumeknop in mijn hersenen heb. Ik kan de boel regelen en afstemmen. Voorheen was het alleen een ‘aan en uit’ knop. Nu voel ik meer controle zonder dat ik me als paniekerige controlefreak hoef te gedragen. Mijn lijf voel ik veel meer, omdat het nu niet meer eng is om in mijn lijf te zijn. Het voelt zachter, warmer, ronder in mijn lijf.

♡ Ik voel me veilig en kan het leven aan

Er zijn nog veel meer voorbeelden van wat de behandeling voor mij heeft betekend, maar ik denk dat dit de belangrijkste zijn. Er komen er vast nog meer op. Het is pas een maand geleden.

De allergrootste winst is dat ik eindelijk voel en ervaar: Ik ben veilig en ik kan het leven aan.

Ik word niet meer overspoeld door angst, schaamte, schuld, walging en paniek. Ja, ik kan die gevoelens natuurlijk nog wel eens voelen. Maar ik kan ze nu eindelijk plaatsen en weet dat het getriggerd wordt door iets ouds. Ik erken dat ik slachtoffer ben geworden van seksueel misbruik en dat het mij heeft beschadigd. Ik ben daarvan aan het herstellen. Ik hoef niks meer weg te drukken. Het misbruik en de schade daarvan bepalen mijn leven niet meer.

Roer in eigen handen goed voor zelfbeeld

Door mijn behandeling bij PSYTREC heb ik het roer weer in eigen handen gekregen. Eindelijk bepaal ik zélf mijn leven en niet hij en de schade die hij heeft aangericht.

Mijn zelfbeeld is enorm veranderd door de behandeling en dat verandert mijn leven. Ik heb het al zovaak gezegd, maar PSYTREC heeft me echt bevrijd. Ik verheug me op mijn toekomst!

De olifant in de kamer

Er is een moment in mijn leven geweest dat er ineens een grote, vieze olifant mijn kamer in denderde. Ik had het totaal niet verwacht. Ik schrok me dood.

Het ergste was nog: nadat de olifant mij bijna dood liet schrikken, viel híj middenin mijn kamer dood neer. En liet me vervolgens achter met zijn lijk.

De dode olifant

Daar zat ik dan. Als meisje van vijf. Met een dode olifant. In mijn kamer. Of beter gezegd: in mijn bovenkamer. In mijn binnenwereld. Ik voelde meteen: niemand mag die olifant ooit te zien krijgen. Die olifant mag nooit benoemd worden. Nooit! Het was vast mijn eigen schuld dat hij daar lag. Dus ik moest het zelf oplossen.

Ik voelde de schaamte, schuldgevoelens en walging die de olifant met zich mee had gebracht. Het was verwarrend, beangstigend en vies.

Het verstoppen van de olifant

Ik kreeg de olifant niet in mijn eentje weg uit mijn bovenkamer. Om hulp durfde ik niet te vragen. Dus het werd mijn geheim. Ik liet hem onderstoffen en dekte hem zorgvuldig af met vrolijke kleedjes, zodat nooit duidelijk zou worden dat er eigenlijk een dode olifant onder lag.

Die berg met vrolijke kleedjes middenin mijn kamer lag daar natuurlijk heel erg in de weg. Dus ik moest mij sinds de dag dat de olifant in mijn kamer dood neer viel iedere dag om zijn lijk heen manoeuvreren.

Een aanslag door een olifant

De olifant nam veel ruimte in beslag. Hij deed een aanslag op mijn vrijheid en mijn gevoel van veiligheid.

Zolang ik bleef doen alsof ik dat niet erg vond en vermeed om ernaar te kijken, aan te denken en over te praten, was het best te doen. Ik “vergat” zelf wat er precies onder die kleedjes verstopt lag. Maar ja, hij lag er wel en dat ik bleef ik voelen…

Hoe langer hij daar lag en hoe groter en ouder ik werd hoe moeilijker het werd om om de olifant heen te bewegen en hem te negeren.

De olifant in de kamer benoemen

Daar kwam ook nog bij: hoe langer ik de olifant negeerde, hoe meer hij ging rotten en stinken. Tot ik het niet meer kon vermijden.

Andere mensen begon ook op te vallen dat er iets in mijn kamer lag wat er niet hoorde. Dat er iets niet klopte.

Leven met de olifant in mijn kamer was op een gegeven moment niet meer te doen. Ik hield het niet meer vol. Er móest iets veranderen.

Laagje voor laagje begon ik de olifant bloot moet leggen. De kleedjes eraf te halen om te kijken wat er precies onder lag. Ik vroeg eindelijk om hulp en begon erover te praten. Want ik had hulp nodig om de dode olifant bloot te leggen en uiteindelijk uit mijn kamer weg te halen. Alleen kon en durfde ik het absoluut niet aan.

De olifant: het trauma

Sommige mensen leken al te weten dat ik een olifant in mijn kamer had. Of ze dat bewust hadden aangevoeld, weet ik niet. Misschien hadden ze zelf ook een dode olifant in hun bovenkamer liggen. Je herkent denk ik alleen iets bij een ander als je het in jezelf herkent? Voor sommige mensen was het een grote shock.

Wat het in ieder geval in eerste instantie was voor mezelf en vele anderen was, was doodeng en zwaar ongemakkelijk.

De olifant in de kamer is natuurlijk een metafoor voor mijn trauma. Mijn trauma is het onverwerkte seksueel misbruik dat ik op mijn vijfde meemaakte. Mijn geheim dat ik met niemand durfde delen. Ook omdat ik er geen woorden voor had.

In een onbewaakt moment kwam hij, de dader, als een olifant via de porseleinkast mijn kamer in. En daar is hij járen gebleven. Hij bepaalde voor een groot deel mijn leven. Hij ontwrichtte mijn leven. Zonder dat ik precies door had dat híj het was. Ik dacht dat ik het zélf deed.

Tot het moment dat ik hem ontmaskerde en erkende dat HIJ degene was die mijn leven ontwrichtte.

Verwerken en herstellen

Sinds het moment dat ik het doorzag, kwam er verandering. Ik hoefde niet meer bang te zijn en me niet meer te schamen. De dode olifant maakte plaats voor een krachtige, brullende leeuw.

Verwerken en vermijden gaan niet samen. De olifant in de kamer moest benoemd en erkend worden. Het geheim moest verteld. De schaamte, schuld en walging moesten terug van mij naar hem. Ik moest mezelf weer vinden als referentiepunt.

Het is work in progress. Mijn binnenwereld is nu eindelijk net zo mooi aan het worden als mijn buitenwereld. Wat een ruimte, rust en veiligheid is er ontstaan nu die olifant weg is uit mijn kamer.

Podcast over seksueel misbruik trauma

Op Instagram volg ik CarolynSpringWriter. Ze schrijft hele mooie posts over het verwerken en herstellen van trauma. Haar doel is: helping people recover from trauma and the bad stuff in life. Ze heeft in haar jeugd veel seksueel misbruik meegemaakt, waardoor ze is gaan dissociëren.

Ze heeft ook een podcast over trauma en herstellen van trauma. Echt de moeite waard om te luisteren. Heel herkenbaar en verhelderend vind ik!

Schaamte helpt je overleven

Vandaag luisterde ik deze podcast van Carolyn over schaamte. Shame, unshame and who you really are, is de titel van de podcast. Zo mooi en zo leerzaam!

Mensen die seksueel misbruikt zijn, hebben vaak heel erg veel last van schaamte. In de podcast legt Carolyn uit wat het nut van schaamte is en hoe we onszelf kunnen unshamen. Echt een aanrader!

Ze zegt dat schaamte een overlevingsmechanisme is. Trauma maakt dat we ons onveilig voelen. We doen alles om onszelf veilig te houden. Schaamte heeft hier een hele grote rol in.

Door schaamte houden we onszelf klein, vallen we niet op, pleasen we en hopen we dat daardoor de kans dat we weer misbruikt worden kleiner wordt. Dit herkende ik heel erg. Ik vond sowieso in de hele podcast erg veel herkenning.

Geen diagnose maar een bepaald overlevingsmechanisme

Het gebeurt vaak dat mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik psychische klachten krijgen en met die psychische klachten durven aan te kloppen bij de GGZ. Vervolgens krijgen ze een diagnose. Bijvoorbeeld borderline of (zoals ik) een bipolaire 2 stoornis.

Carolyn baalt van alle diagnoses die getraumatiseerde mensen krijgen en zegt: It’s nót a mental illness! It’s a response to trauma.

Het is een overlevingsmechanisme dat zich op een bepaalde manier uit en vervolgens door de GGZ bestempeld wordt als een psychische stoornis. (Die diagnose/ stempel is helaas nodig als “kassabon” voor de zorgverzekeraars om de rekening betaald te krijgen.)

Schaamte als indicator

Schaamte is eigenlijk dus een hele grote indicator dat er méér aan de hand is dan we misschien in eerste instantie aan onszelf durven toegeven. Het duurde lang voordat ik alle schaamte wist te koppelen aan het misbruik.

Ik had altijd het gevoel dat ik ontmaskerd zou worden of door de mand vallen (imposter syndrome). Ik schaamde me zó erg. Ik deed alles om het trauma te verbergen. Maar door mijn behandeling bij Psytrec vielen de schellen van mij ogen. Ik hoefde me niet te schamen. Ik kon “gewoon” mezelf zijn!

Het is zo gek hoe het werkt. Carolyn legt ook uit hoe dat werkt.

Veilig voelen > schaamte verdwijnt

Mijn behandeling bij Psytrec heeft ervoor gezorgd dat ik nu een basisgevoel van veiligheid in mezelf ervaar en dat ik voel: ik kan mijn leven aan. Omdat ik me veiliger voel, heb ik bijna geen last meer van schaamte. Natuurlijk kan ik nog wel eens schaamte voelen! Maar het bepaalt mijn leven niet meer.

En ja, het is work in progress. Dit soort podcasts helpen mij bij mijn reis. Misschien heb jij er ook wat aan?!

Luister HIER naar de podcast Shame, unshame and who you really are van Carolyn Spring.

De podcasts over “Trauma is feeling unsafe” en “What does recovery from trauma look like?” en “Suicide” heb ik daarna geluisterd. Ook echt aanraders! Je vindt al haar podcasts hier.