PTSS terugval

Poe, wat een heftige week… De PTSS is getriggerd en ik voel me voor het eerst sinds tijden weer echt in de overlevingsstand. Dat is zo’n naar gevoel. Gelukkig heb ik inmiddels goeie tools om ermee te dealen, maar het voelt wel als alle zeilen bijzetten op een woeste zee met windkracht 10.

Vorige week maandag was mijn eerste werkdag. Ik heb een werkervaringsplaats als marketing en communicatie medewerker voor drie ochtenden in de week om weer te reïntegreren. Superleuk! Maar ook echt heel eng om weer te gaan werken. Er gebeurde ineens zóveel.

Alles tegelijk

Het leven laat zich niet plannen. Dat werd wel weer duidelijk. Direct na mijn eerste werkochtend op maandag had ik een begrafenis met mijn familie en op de terugweg werden we gebeld dat mijn lieve neefje was geboren. Ik was tante geworden! Wat een emotionele rollercoaster!

Dinsdag heb ik nog wel wat kunnen thuiswerken, maar donderdagochtend was ik weer thuis aan het werk en kwam er niks uit mijn handen. Het enige wat uit me kwam, waren tranen. Heel veel tranen.

In de PTSS stand

Er is meer gebeurd de laatste weken, waardoor ik al getriggerd was en door deze spannende week voel ik dat ik weer in de PTSS stand ben geschoten.

Paniek, schaamte, schuld, walging, overprikkeling, hyperalert zijn, nachtmerries, rugpijn, eenzaamheid. Een overload aan gevoelens. Hatseflats, de hele rambam kwam weer voorbij. Dat was even wennen na zo’n lange tijd in rustig vaarwater.

Ik moet dan aan Wim Hof denken die zegt: Freeze! Breathe motherfucker! Haha, dat helpt wel. Een dip tegen de dip en er maar weer doorheen ademen. Yoga with Adriene helpt me ook. Maar wat ik lastig vind: het kost ineens weer moeite om te leven. Het voelt weer als overleven.

Exposen en erdoorheen

Het is natuurlijk niet raar dat ik getriggerd ben door alles wat er in de afgelopen tijd gebeurd is. En weer aan het werk gaan, is ook niet niks. Ik ben natuurlijk nog bezig met mijn herstel.

Het komt ook wel weer goed, weet ik inmiddels. Maar pfff, heftig vind ik het wel! Het liefst ga ik vol in de vermijding, verstop ik me onder de dekens en kom ik er nooit meer onder vandaan. Dat is wat Amygdala Angstbrein mij aanraadt.

Gelukkig heb ik door PSYTREC ervaren dat ik (gedoseerd) aan exposure moet doen en het in mijn eigen tempo en op mijn eigen manier aan kan gaan.

Dus ik heb mijn jobcoach gemaild voor advies bij het bespreekbaar maken van hoe ik me voel en het aangeven van mijn grenzen op mijn werk. Want dat is wel weer een dingetje. Transparant zijn over dat de spanning te erg oploopt. Gedoseerd werk aannemen en grenzen aangeven.

Dat is ook lastig van (herstellen) van een wond in je hoofd: het is niet zichtbaar. Aan mijn buitenkant lijkt het vaak alsof er niks aan de hand is, maar van binnen doet het pijn.

Niet alle wonden zijn zichtbaar

Omdat mensen vaak niet aan mij zien dat het niet goed gaat (ik ben er in 32 jaar tijd ook meester in geworden het te verbergen) denken ze dat ik meer aankan dat ik kan. Dat is erg lastig en daar loop ik nu weer keihard tegen aan.

Het is lief als mensen dan zeggen: “geef maar gewoon je grenzen aan als het teveel wordt he!” Maar grenzen aangeven is nou net hetgene wat kapot gaat door seksueel misbruik, zeker als het misbruik in je kindertijd betreft.

Ik ben nog aan het helen en aan het herstellen en de wond is niet zichbaar. Dus is het vaak lastig te bevatten voor mensen. Waaronder voor mezelf.

Van de wond verbergen naar exposen

Het voelt alsof ik met die wond de afgelopen week ergens achter ben blijven hangen en hij weer is opengescheurd. Het doet pijn. Veel pijn. Maar niemand ziet het, omdat ik het uit schaamte wil verbergen.

Ik ben bezig met nieuwe patronen aanleren, dus ik ben tóch gaan praten over dat mijn wond weer open voelt en dat het even minder goed gaat. Dat ik een terugval heb en dat ik me ervoor schaam. Ik praat met Robin en andere mensen waar ik me veilig bij voel. Het voelt heel kwetsbaar en eng, maar ik wil het écht niet meer verstoppen.

Het bebloede meisje

Tijdens een wandeling in mijn behandeling van PSYTREC liep ik naar mijn favoriete bankje aan het Gooimeer Ineens kreeg ik het beeld van hoe gewond ik was als meisje van 5.

Gewond van binnen. In mijn hoofd, in mijn lijf. Ik zag ineens dat meisje op dat bankje zitten en de wonden waren zichtbaar. Ze zat helemaal onder de open wonden en het bloed. Ze had pijn en was intens verdrietig en eenzaam.

Ik schrok van het beeld. En zag het toen zo helder: ik wist wat Roosje van 5 toen dacht: wie wil er nu naast me zitten? Als ik zo vies en kapot ben. Zo naar om naar te kijken. Zo afstotelijk. Zo mislukt.

Daarna zag ik hoe Roosje van 5 haar wonden verstopte en haar kracht inzette als overlevingsmechanisme: een blij en spontaan Roosje nodigde me uit om naast haar te gaan zitten. Ja, naast dát meisje willen mensen wel zitten! Dat is níet eng en vies, maar gezellig!

Ik voel het nu weer gebeuren. Ik voel mijn wonden en wil ze verstoppen. Niemand mag het zien. Ik wil die andere “goede” kant laten zien. Maar ik wil Roosje en Roos niet meer zo in de steek laten. The good, the bad and the ugly. Het is er allemaal. Dat heb ik tijdens de ademsessie en mijn PSYTREC behandeling ook zó mooi kunnen voelen.

Ik neem mezelf bij de hand en wil voor mezelf zorgen. Hoe moeilijk dat ook voelt.

Oefening baart kunst

Ik ben blij dat ik deze nieuwe baan als werkervaringsplaats heb om te oefenen met weer beginnen met werken, grenzen aangeven, mezelf beter leren kennen, voor mezelf te zorgen etcetera. Oefening baart kunst. Het is goeie exposure, maar oei oei tis een hele pittige!

Alle demonen spoken weer in mijn hoofd rond. Ik ben dan ook heel blij met de hulp van Robin, mijn vriendinnen, de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en mijn werkervaringsplaats waar veel psychologische veiligheid is. Ze helpen me bij deze groeipijn.

En ze helpen me zo om me te laten voelen dat mijn grootste belemmerende overtuiging “Ik ben gek” niet waar is. Ik ben níet gek, ik heb een normale reactie op een abnormale gebeurtenis uit mijn kindertijd.

En hiervan herstellen kost tijd.

Inhala, exhala. Ik ben veilig en ik kan het aan.

Mijn great reset

De dagelijkse great reset van mijn systeem: een dip in het Gooimeer. Wát een mooie ochtend. Vandaag was een extra speciale dip.

Straks neem ik afscheid van de GGZ Rembrandthof in Hilversum en van mijn geweldige behandelaar.

4 jaar lang ben ik daar bijna wekelijks geweest. Ik werd behandeld voor mijn bipolaire 2 stoornis. Later bleek dat ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar dat mijn klachten kwamen door een posttraumatische stress-stoornis.

Die PTSS is ontstaan door seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Door het RTL programma Geraldine en de vrouwen kwam ik bij psychotrauma expertisecentrum PSYTREC terecht.

Bij PSYTREC kreeg ik een great great reset, met behulp van Exposure therapie, EMDR, Psycho-educatie en een Activerend Sport en Bewegingsprogramma.

Het is fantastisch wat zij voor mij hebben betekend. Ik ben van mijn PTSS af dankzij PSYTREC.

Ik ben nog herstellende, dat voel ik wel. Maar mijn tijd bij de GGZ, afdeling bipolaire stoornissen kan worden afgesloten. Ze zeggen, en dat voel ik ook, dit is niet meer de juiste plek voor jou. Ik ben klaar daar.

Ik ben mega dankbaar voor mijn GGZ behandelaar. Mede dankzij haar heb ik mijn trauma aan durven gaan. Zij was de eerste aan wie ik durfde te vertellen dat mijn zwemleraar mij destijds heeft misbruikt.

Nu ben ik blij dat ik verder kan met mijn herstel bij de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en natuurlijk met de Wim Hof Methode en de Gooimeer dips met de Plonsclub. Ik blijf ook schrijven op deze blog. Schrijven helpt mij enorm.

Maandag begin ik met mijn nieuwe baan, een werkervaringsplaats. Een nieuw begin. Héél spannend, maar ik weet nu: wat er ook gebeurt, ik ben veilig en ik kan het aan.

Dankzij mijn great reset.

🎵Here comes the sun. And I say it’s all right.🎶

Proces van herstellen van PTSS

Pfff, ik vind het leven soms echt heftige shit zeg. Het is bijna twee maanden geleden dat ik mijn fantastische behandeling bij PSYTREC had. Ik wéét natuurlijk dat herstellen met ups en downs gaat, maar blegh, die downs SUCK BIGTIME! Want sinds mijn behandeling heb ik mijn eerste langer durende downer.

Trigger ellende

Hoewel ik echt voel dat er veel veranderd is sinds mijn behandeling en mijn trauma niet meer voelt als een onverwerkt trauma, voel ik nu wel alsof het trauma er altijd zal zijn. Zoals een litteken wat af en toe ineens weer pijn gaat doen. Die pijn komt door triggers. En sinds deze week kom ik er niet zo makkelijk doorheen als de afgelopen twee maanden.

Ik ben enorm getriggerd, omdat mijn dochter een aantal nare dingen heeft meegemaakt op waar ze last van heeft gekregen. Last als in: huilbuien, buikpijn, gevoelens van zenuwachtigheid en angst. Dat raakt me erg. We hebben gelukkig al goeie hulp gevonden waar we mee aan de slag gaan dus dat geeft me wel weer wat rust. Toch is mijn autonome zenuwstelsel getriggerd en komt de angst weer op.

Tijd om extra aandacht te besteden aan exposure en beweging en mezelf eraan te herinneren dat ik veilig ben en het aan kan. Het nummer één punt van mijn exposureplan: focus op mezelf in plaats van op de ander. Oeiiii, moeilijk als ik gespannen raak.

Verhalen van dichtbij

Deze week hoorde ik ook een aantal heftige verhalen van een vriendin die ik al lange tijd ken. Dit had ze me nog nooit verteld. De verhalen raakten me en triggerden me ook. Ik realiseerde me weer hoe kwetsbaar we zijn.

Omdat ik al getriggerd ben door wat er met mijn dochter gebeurd is, kan ik verhalen van dichtbij nu lastiger buiten mezelf houden.

Reïntegreren

Daar komt bij dat ik eind maart weer ga reïntegreren. Ik heb vorige maand via de gemeente een hele leuke werkervaringsplaats voor 12 uur in de week aangeboden gekregen, als marketing en communicatie medewerker op een hele fijne plek.

Heel veel zin in, maar ook erg spannend. Vier jaar geleden ben ik ingestort en sindsdien heb ik niet meer gewerkt. Mijn behandeling bij PSYTREC is nog niet zo lang geleden dus ik heb wel getwijfeld. Maar ze helpen me rustig weer aan de slag te gaan.

Herstellen gaat met ups en downs

Het hoort allemaal bij het herstelproces. En nieuwe patronen leren kost tijd en oefening. Dat realiseer ik me ook. Uiteindelijk gaan die ups en downs wél in opwaartse richting. En dat is fijn.

Toch schrik ik wel weer van de intensiteit van de gevoelens die opkomen. Ik laat ze maar komen. Ik weet dat ik ze niet meer hoef te verstoppen of hoef weg te duwen. (Al wil mijn angstbrein dat dezer dagen wel weer gráág doen!)

Signaleren, bewust erbij blijven en lief voor mezelf zijn. Bla bla, dat soort dingen. Ik weet het hoor. Ik doe het ook. Maar ik heb het wel even moeilijk.

Het is groeipijn zullen we maar zeggen. “Oei, ik groei.” Het is een sprongetje. We framen het positief!

Oh ja, wat me erg helpt, het lucht zo heerlijk op, vloeken! Nee, niet schelden, ik zal niemand hardop uitschelden, maar gewoon lekker ongeneerd vloeken in mijn eentje. Even de frustratie eruit. Lekker hoor!

G*£¥@¥!£#€$ €₩! &+ ×÷&£@ K#^ (Voor de vloek-gevoelige lezer heb ik het even weg “gepiept”)

Het proces van herstellen van PTSS voelt voor mij zoals bovenstaand plaatje met al die hobbels en bobbels. Maar hee, going onward and upward!

Nou, dat was het weer! Even mijn hart gelucht. Ok, doei!

“Kindermisbruik is qua omvang en impact een epidemie”

Soms lees ik een artikel en denk ja: Dit is een artikel dat ik op mijn blog wil delen. Het gaat over kindermisbruik en de gevolgen daarvan.

Door: NU.nl Robbert Blokland. Beeld: Hollandse Hoogte

Door de schandalen in de kerk, de zaak rond atletiekcoach Jerry M. en alle commotie over de Michael Jackson-documentaire domineert kindermisbruik doorlopend de media. Het blijft echter, ook in Nederland, onmogelijk om een goed beeld van de omvang van het probleem te krijgen.

Als het gaat om cijfers over kindermisbruik in Nederland, zijn de bevindingen van de Nationaal Rapporteur de betrouwbaarste graadmeter.

De Nationaal Rapporteur brengt sinds 2012 in kaart hoeveel kinderen seksueel geweld ervaren en – tot op zekere hoogte – om wat voor vorm het gaat. Niet alleen aanranding of verkrachting vallen onder seksueel geweld, maar ook bijvoorbeeld misbruik via de webcam of het bezit (of vervaardigen) van kinderporno.

De Nationaal Rapporteur meldde in 2014 dat één op de drie kinderen in Nederland ooit een vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt; soortgelijke cijfers werden eerder ook genoemd in buitenlandse onderzoeken. Volgens de Nationaal Rapporteur worden elk jaar 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van enige vorm van seksueel geweld.

Helft van de kinderen houdt altijd problemen

De gegronde schatting van één op de drie kinderen wordt bevestigd door Iva Bicanic, het hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Bicanic is in Nederland de wetenschappelijke autoriteit op het gebied van dit onderwerp. Ze is klinisch psycholoog en verricht al meer dan twee decennia onderzoek naar misbruik van kinderen.

“De frequentie of de duur van het misbruik kan enorm variëren”, stelt ze. “Sommige kinderen worden eenmaal betast. Andere kinderen worden jarenlang door iemand gedwongen om met regelmaat seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Als ik iets heb geleerd van mijn werk als therapeut, is dat alles mogelijk is bij seksueel misbruik, ook wat je je niet kunt of wilt voorstellen.”

De helft van alle slachtoffers houdt er de rest van zijn of haar leven significante problemen aan over, zoals bijvoorbeeld een posttraumatische stressstoornis. “Wat omvang en impact betreft kun je spreken van een epidemie”, beklemtoont Bicanic. “Bij sommigen gaat het dan om het hebben van nachtmerries, angsten of depressies. Anderen ervaren tot op hoge leeftijd problemen met intimiteit en het vertrouwen in andere mensen, zeker op het gebied van seksualiteit.”

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet.”

Heleen Alders, De Kindertelefoon

‘Veel slachtoffers blijven hun hele leven zwijgen’

Het blijft heel lastig om exacte cijfers boven tafel te krijgen, licht ook de woordvoerder van de Nationaal Rapporteur toe. “Zeer jonge kinderen die worden misbruikt, kunnen vaak zelf nog niet verbaal aangeven wat er is gebeurd”, legt ze uit. “En ook als ze wat ouder waren op het moment dat het heeft plaatsgevonden, treden veel kinderen niet naar voren uit schaamte of schuldgevoel.”

Dit is ook de ervaring van De Kindertelefoon, die vorig jaar 8.450 gesprekken over seksueel misbruik voerde. Een kwart van de gesprekken ging over ongewenste intimiteiten en een kwart over verkrachtingen.

“Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet”, stelt woordvoerder Heleen Alders. “Ze hebben nog nooit van misbruik gehoord, ze weten simpelweg niet wat het is. En de dader presenteert wat er gebeurt als ‘normaal’.” Bij iets oudere kinderen en tieners is het vaak een combinatie van factoren. “Denk aan dreiging van of manipulatie door de dader, een gevoel van loyaliteit of afhankelijkheid en de angst dat je er zelf schuldig aan bent of dat je niet geloofd wordt.”

Ouders zien af van aangifte omdat er geen bewijs is

De Nationale Politie registreerde vorig jaar ruim drieduizend zedenmisdrijven met een minderjarig slachtoffer. “Dan wordt er dus een slachtoffer of een verdachte in ons systeem gezet”, stelt woordvoerder Robbert Salome. “Maar er is dan nog niets onderzocht of aangetoond.”

In ongeveer twee derde van deze gevallen leidde dit tot een gesprek op het bureau. “Soms besluiten ouders daarna alsnog geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat zij hun kind niet willen blootstellen aan de hele procedure die daarop volgt”, legt woordvoerder Salome uit.

Het totaal aantal zaken waar daadwerkelijk aangifte van wordt gedaan, was vorig jaar 1.567. Hier vallen ook incest en misbruik van wilsonbekwamen (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking) overigens niet onder.

‘Deze cijfers zijn helaas topje van de ijsberg’

Salome erkent dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg zijn. “Niet zelden spreken slachtoffers pas na jaren überhaupt met een ander persoon over het misbruik”, legt hij uit.

Een bekende trigger is ook het moment waarop slachtoffers zelf kinderen krijgen. Dit was ook het geval met de twee mannen die getuigen in de documentaire over Michael Jackson. “Wij kunnen als politie alleen maar actie ondernemen als wij kennis kunnen nemen van een strafbaar feit, zoals een aangifte of de ontdekking van een filmpje op internet”, beklemtoont Salome. “We weten simpelweg niet hoeveel mensen zich niet bij ons melden, bijvoorbeeld omdat ze het gevoel hebben dat er geen bewijs is of dat de politie toch niets kan beginnen.”

Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten in 2018 in totaal 1.193 kindermisbruikzaken in behandeling te hebben genomen. In 57 procent van de zaken werd ook een verdachte gedagvaard. “De overige zaken werden geseponeerd, vaak wegens gebrek aan bewijs”, aldus een woordvoerder. De Raad voor de Rechtspraak kon op korte termijn niet uitzoeken hoe vaak verdachten vorig jaar daadwerkelijk werden veroordeeld voor kindermisbruik.

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

Hoe Michael Jackson door vermeend kindermisbruik in het nauw kwam

‘Veel slachtoffers blijven negatief over zichzelf denken’

Een groot misverstand onder niet-slachtoffers is dat praten over misbruik gemakkelijker wordt naarmate de tijd verstrijkt, stelt klinisch psycholoog Bicanic met klem. “De meeste slachtoffers vertellen er nooit over”, legt ze uit. “Zelfs voor hun partner houden ze het geheim.”

Natuurlijk mogen mensen ervoor kiezen nare gebeurtenissen uit het verleden voor zichzelf te houden. “Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen. Veel kinderen en volwassenen blijven rondlopen met het gevoel dat het hun eigen schuld was, omdat ze niets deden om het te stoppen. Zulke gedachten voeden het idee dat je niets waard bent. Je kunt alleen nog maar negatief over jezelf denken.”

Bicanic benadrukt dat er geen enkele situatie denkbaar is waarin dit verwijt terecht kan zijn. “Als kind kan jij niet op tegen een volwassene die jou ergens – subtiel of hardhandig – toe dwingt. Het verschil in leeftijd en macht is op geen enkele manier te overbruggen in zo’n situatie. Dat kinderen niets doen of meewerken is geen keuze, maar een manier om de situatie te overleven.”

“Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen.”

Iva Bicanic, Landelijk Centrum Seksueel Geweld

‘Daders zijn juist géén enge mannen in bosjes’

Orthopedagoog en psychotherapeut Sander van Arum van de Stichting Civil Care is gespecialiseerd in kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin. “De hardnekkigste mythe rond plegers van kindermisbruik is dat het enge mannen zijn die uit bosjes springen”, stelt hij. “Het merendeel van de daders zijn ‘gewone mensen’ van wie je het nooit zou verwachten: ooms, vaders, broers, buurjongens, artsen, sportdocenten, coaches.” Ruwe schattingen stellen dat in meer dan drie kwart van de zedendelicten de dader een bekende van het slachtoffer is.

Volwassenen die kinderen misbruiken, kunnen door zeer diverse motieven worden gedreven tot hun acties. “Het zijn zeker niet alleen pedofielen, van wie de meesten overigens nooit tot seks met kinderen overgaan”, stelt Van Arum. “Vaak zijn het ook mannen die intimiteitsproblemen met leeftijdgenoten ervaren. Zij voelen zich veel meer op hun gemak bij kinderen en gaan in een relatie met een minderjarige gaandeweg de grens van sensualiteit of seksualiteit over.”

Andere daders zijn bijvoorbeeld verslaafd aan seks, waardoor ze een steeds heftigere prikkel nodig hebben om hun verlangens te bevredigen. Ook kunnen het mensen met een antisociaal karakter zijn, die geen enkel schuldgevoel over welke handeling dan ook kennen. “Het helpt slachtoffers bij de verwerking van hun trauma vaak als zij beter snappen hoe een dader tot het misbruik is gekomen”, stelt Van Arum.

‘Breng misbruik meer in beeld, met een SIRE-reclame’

De Nationaal Rapporteur pleitte er recent voor dat zedenrechercheurs intensiever gebruik gaan maken van digitale opsporing. Op bijvoorbeeld smartphones en laptops staat vaak veel informatie die zeer bruikbaar is in dit soort zaken.

Therapeuten Van Arum en Bicanic denken dat het bestrijden van kindermisbruik vooral gebaat is bij meer openheid over het onderwerp, ook richting jonge kinderen. “Kinderen denken bij misbruik aan kinderlokkers, terwijl veruit de meeste daders bekenden zijn”, stellen zij. Alleen door misbruik meer in beeld te brengen en bespreekbaar te maken, kunnen kinderen herkennen wat er gebeurt als zij slachtoffer worden van dit soort praktijken, stellen de therapeuten. Dit kan bijvoorbeeld als onderdeel van de eerste lessen over verliefdheid en seksualiteit of met een SIRE-campagne die op kinderen is gericht.

“De gevolgen van misbruik kun je zien als een chronische ziekte, die heel veel levens stuk maakt”, aldus Bicanic. “We zouden het daarom bovenaan de agenda van onze samenleving moeten plaatsen. Maar dat het zo vaak voorkomt, is voor veel mensen een ongemakkelijke realiteit. Als je erover begint, wenden mensen liever hun hoofd af. Ze willen er zo ver mogelijk vandaan blijven: ‘Dat gebeurt niet in mijn straat, in mijn familie of bij mijn voetbalclub.’ Je houdt jezelf met zulke gedachten voor de gek om de illusie van een veilige wereld vast te houden.”

Wil je praten over seksueel misbruik, ga dan naar de website van SlachtofferhulpKinderen die (in vertrouwen of anoniem) willen praten over seksueel misbruik, kunnen contact opnemen met De Kindertelefoon: 0800-04 32.

Door: NU.nl/Robbert Blokland  Beeld: Hollandse Hoogte

Paradigma shift binnen de GGZ

Vorige maand las ik dit artikel met Joost Rompa in de Volkskrant, over verkeerde diagnoses. Joost had jarenlang de diagnose bipolaire stoornis, maar bleek een posttraumatische stress-stoornis te hebben door een onverwerkt vroegkinderlijk trauma. Ik vond zoveel herkenning in dat artikel. Het raakte me. Van de week zag ik Joost voorbij komen op LinkedIn. Ik stuurde hem een LinkedIn uitnodiging, we raakten aan de praat en besloten gisteren te bellen en ervaringen uit te wisselen.

Joost heeft in 1999 de diagnose bipolaire 1 stoornis gekregen. Hoewel hij destijds duidelijk aan had gegeven dat hij een hele zware jeugd heeft gehad en hulp nodig had bij de verwerking daarvan, kreeg hij het etiket bipolaire 1 stoornis. Hij moest 20 jaar lang vele verschillende medicijnen slikken. Die maakten zijn klachten alleen maar erger. Niemand vroeg hem nog naar zijn trauma. Hij had een etiket bipolaire 1 stoornis en daar werd hij naar behandeld. Punt.

Zijn moeder had ook de diagnose bipolaire 1 stoornis. Het is vaak erfelijk, zeggen ze, dus Joost kreeg snel hetzelfde label opgeplakt. Dat zijn moeder óók een heftig jeugdtrauma had en dat dat wel eens de oorzaak van al haar klachten kon zijn, was niet belangrijk voor de GGZ. Joost moest gewoon zo snel mogelijk een diagnose en medicatie krijgen.

Niemand luisterde

Het verhaal wat Joost vertelde over zijn ervaringen met de GGZ vond ik heel schrijnend. Hij werd zó niet gehoord. Hij wist toen hij om hulp vroeg precies wat de oorzaak van zijn klachten was. Maar niemand luisterde.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Inmiddels is hij vanwege alle nare bijwerkingen (tegen het advies van zijn psychiater in en met hulp van de apotheek) gestopt met zijn medicatie en heeft hij met hulp van zijn huisarts een nieuwe diagnose gekregen: Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS). Die diagnose past hem als een jas en hij wordt nu behandeld voor zijn onverwerkte trauma’s.

Onwetendheid

Het rare is: veel psychiaters van de oude stempel weten vrijwel niks van trauma’s en de verregaande gevolgen daarvan op iemands leven. Traumabehandeling is iets waar ze vaak al helemáál niks van weten.

Ze weten vooral hoe je moet starten met medicatie. Over afbouwen weten ze dan ook weer vrij weinig. Bijna niemand heeft volgens mij écht goede kennis over afbouwen, omdat onderzoek doen naar afbouwen de farmaceutische industrie geen geld oplevert?!

Joost is enorm de dupe geworden van de onwetendheid binnen de hulpverlening. Echt vreselijk. Onwetendheid is natuurlijk menselijk, maar zeker in dit geval wel echt vreselijk. Getraumatiseerde mensen zoals Joost raken daarbovenop óók nog eens getraumatiseerd door de hulpverlening… Gelukkig komt er in mijn beleving een paradigma shift aan.

Paradigma shift

Joost zijn verhaal raakte me heel erg. Het was goed dat we belden, want ik heb gelukkig een hele goede ervaring met de GGZ. Hij was blij verrast dat te horen.

Mijn psychiater en psycholoog zijn heel open-minded en mensgericht. Het lijkt erop dat de GGZ aan het veranderen is. Er is volgens mij een paradigma shift gaande. De mens en (onverwerkt) trauma komen meer centraal te staan. Dat is althans mijn ervaring en ik zie het ook meer in de media. Denk bijvoorbeeld aan een tv-programma als Geraldine en de vrouwen en het werk van hoogleraar Innovatie in de GGZ: Floortje Scheepers.

Zo kan het ook

Mijn psychiater staat natuurlijk open voor medicatie gebruik, maar heeft altijd aangegeven dat ze mij niet méér medicatie wilde geven en dat ze niet te lang medicatie wilde geven.

Toen ik het vorige zomer zo zwaar had, baalde ik daar vreselijk van. Ik wilde gewoon meer pillen om de pijn te doven! Maar gelukkig kreeg ik die niet en kon ik daardoor echt met mijn trauma aan de slag. Ik ben toen pas het seksueel misbruik uit mijn kindertijd gaan verwerken.

Ook stond mijn psychiater positief tegenover het afbouwen van mijn lithium. Ik voelde me echt gehoord en begrepen. Ze gaf me de ruimte om mijn verhaal te doen.

Ik denk dat mijn psychiater medicatie meer ziet als tijdelijke ondersteuning. Zoiets als lopen met krukken. Wanneer je je been breekt, moet lopen met krukken. Maar zodra je been beter wordt en het revalideren beter gaat, ga je stoppen met lopen met krukken.

Levenslang met krukken lopen is zelden nodig bij goeie revalidatie/ therapie. Zo zou het met medicatie ook moeten zijn denk ik. Zeker bij zulke (voor het lichaam) zware medicatie als lithium. Al zullen er vast mensen zijn die wel levenslang medicatie nodig hebben. Als er maar regelmatig goed naar de mens gekeken en geluisterd wordt.

Naast een andere kijk op medicatie en het afbouwen daarvan, heeft mijn psychiater ook een bredere blik als het gaat om trauma in combinatie met psychische aandoeningen.

Ik denk inmiddels na alle verhalen die ik heb gehoord en de boeken die ik heb gelezen over trauma: misschien zijn veel psychische aandoeningen wel symptomen van onverwerkt trauma?! Net zoals ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar leed onder mijn onverwerkte trauma. Dat zal natuurlijk niet voor iedereen gelden, maar het is wél iets om op te letten.

Onverwerkt trauma

Ik heb vier jaar geleden bij de GGZ aangeklopt voor hulp, maar ik heb nooit over mijn trauma gepraat. Dat ik toen dus niet al de diagnose PTSS kreeg kan ik hun echt niet kwalijk nemen. Ik paste het beste in het bipolaire 2 stoornis hokje. Door die diagnose kon ik in therapie en werd dit vergoed door mijn zorgverzekering. Daarom ben ik blij dat ik destijds dat label kreeg.

In september 2020 was ik er pas klaar voor om te vertellen dat ik op 5-jarige leeftijd seksueel misbruikt ben door mijn zwemleraar. Pas toen realiseerde ik me hoe dit onverwerkte trauma mijn leven ontwrichtte.

Mijn psycholoog gaf me alle veiligheid en ruimte om erover te praten. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.

Toen ik aangaf dat ik naar aanleiding van het RTL programma Geraldine en de vrouwen me wilde aanmelden voor de behandeling bij PSYTREC heeft ze me daar enorm in gesteund. Geweldig! Ik gun iedereen zo’n fijne psycholoog/ behandelaar.

Het label eraf halen

Van de week had ik een afsluitend gesprek en evaluatie met mijn psychiater. Dat was zo’n fijn gesprek! Ze luisterde echt naar me, was begripvol en meedenkend.

Het allerbeste nieuws: mijn diagnose bipolaire 2 stoornis gaat er binnenkort officieel af! Ze ziet dat ik daar echt niet (meer) in pas. Door alles wat ze nu weet, kan ze haar beeld bijstellen. En dat doet ze dus ook! Niet star vasthouden aan overtuigingen, maar open blijven kijken en meebewegen met dat wat zich aandient. Was iedere psychiater maar zo!

Ze zei dat ik haar door mijn verhaal weer echt aan het denken heb gezet over de invloed van (onverwerkt) trauma op mensen. En ze gaf aan dat ze zéker bij mensen met een bipolaire 2 stoornis weer nog beter gaat letten op eventueel onderliggend trauma. Ze was zich daar al wel van bewust, maar nu extra. Hoe fijn is dat?!

Van oud naar nieuw

Joost was blij met mijn verhaal. Het kán dus anders en dat gebeurt ook al. Zoals bij mijn GGZ. Er is nog een lange weg te gaan. Maar het begin is er!

Ik heb het héél erg getroffen met mijn GGZ en mijn psychiater en psycholoog. Ik hoop dat meer hulpverleners de mens in plaats van de DSM5 diagnoses centraal gaan zetten. Dat iedere psychiater en psycholoog (méér) gaat leren over onverwerkte trauma’s en de impact daarvan op iemands leven en op zijn of haar fysieke en mentale gezondheid. Dat er standaard herdiagnostiek binnen de GGZ plaats gaat vinden.

Ik hoop dat er echt een paradigma verschuiving komt. Het is zo hard nodig!

Change is coming!

“Moeilijk onderwerp binnen hulpverlening”

De meeste hulpverleners vinden het moeilijk om met hun cliënten te praten over seksueel misbruik/ seksueel geweld. Een heel goed artikel over dit onderwerp! Vast een klein voorstukje:

“Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Artikel uit TROUW

Psychologen en verslavingsdeskundigen vinden het moeilijk met cliënten te praten over seksueel geweld. Terwijl de ervaring van toen vaak een verklaring is voor de problemen van nu. Door Catrien Spijkerman 28 januari 2021, 10:26

Angela Bison (42) heeft lang gedacht dat het ‘erbij hoorde.’ Dat mannen zich aan haar opdrongen, dat ze seksuele handelingen verrichtte tegen haar zin. “Rond mijn vijftiende had ik mijn eerste vriendje, hij was drie jaar ouder en had al veel ervaring op seksueel gebied. Porno kijken, seksspeeltjes erbij – hij deed allemaal dingen die ik niet wilde. Maar ik had problemen thuis, en had het gevoel dat ik van hem afhankelijk was. Ik was veel te bang dat hij bij me weg zou gaan.”null

Ook na die relatie kreeg ze te maken met seksueel geweld. “Soms zei ik duidelijk: ‘Dit wil ik niet’, maar als ze bleven doorgaan, gaf ik me er maar aan over.” Het was haar eigen schuld, vond ze. “Had ik maar niet onder invloed moeten zijn.” Van haar 15de tot haar 31ste kampte Bison namelijk met een verslaving aan harddrugs en alcohol. 

Na jarenlange therapie om van haar verslaving af te komen, werkt ze tegenwoordig als ervaringsdeskundige bij een instelling voor begeleid wonen. “Ik ben nu ruim tien jaar clean. Als ervaringsdeskundige ligt mijn expertise bij verslaving, maar tijdens mijn werk kwam ik in contact met andere ervaringsdeskundigen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik. Zij vertelden mij hoeveel impact die ervaringen hebben gehad op hun leven. Toen pas besefte ik: dat heb ik ook meegemaakt.” Op haar 39ste, ruim twintig jaar na haar eerste ervaringen met seksueel geweld, zocht ze alsnog hulp.

‘Omdat niemand er ooit naar vroeg’

Bison is niet de enige: “Bij veel cliënten duurde het járen voordat ze erover begonnen te praten”, zegt Ellen Roskes, directeur van Blauwe Maan, de hulpverleningsorganisatie in Midden- en West-Brabant die gespecialiseerd is in hulp na onvrijwillige seks en misbruik. Daar klopte Bison uiteindelijk aan. “Waarom niet eerder? Omdat niemand er ooit naar vroeg. Onze cliënten hebben vaak een hele geschiedenis van zorg- en hulpverlening achter de rug voor ze bij ons terecht komen. Ze zijn bij psychologen, verslavingstherapeuten, maatschappelijk werkers en huisartsen geweest, maar niemand durfde ernaar te vragen of wist ermee om te gaan. Terwijl juist dat soort zorgverleners een belangrijke signalerende rol zouden kunnen hebben.”

Initiatieven als #MeToo hebben in de maatschappelijke discussie weliswaar meer openheid gebracht, in de hulpverlening heerst er nog steeds een taboe op praten over seksueel geweld, merkt Blauwe Maan. Dat leidt tot zogenoemde handelingsverlegenheid: hulpverleners weren het onderwerp, waardoor slachtoffers niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Afweermechanisme

Ook Kenniscentrum Seksualiteit Rutgers en Centrum Seksueel Geweld (CSG) beamen dit. “Het is geen onwil, maar het ontbreekt hulp- en zorgverleners aan kennis en vaardigheden. Er wordt in de opleidingen te weinig aandacht aan besteed”, zegt Willy van Berlo, programmacoördinator seksueel geweld bij Rutgers. Onlangs startte Rutgers de petitie #tothier om bij het kabinet onder andere aan te dringen op meer deskundigheid op dit gebied. null

De fysiotherapeut, de tandarts, maar ook de huisarts en de psycholoog – ze denken vaak: ‘dit is niet aan mij’, vertelt Ellen Roskes van Blauwe Maan. “Seksueel geweld en misbruik is een intiem, eng onderwerp. Dan gaat een afweermechanisme in werking dat we allemaal in ons hebben: laat ik er maar niet naar vragen, want wie weet wat er dan allemaal naar boven komt. Sommige hulpverleners weten bovendien niet hoe ze ernaar moeten vragen – ze hebben er letterlijk de woorden niet voor. Weer anderen hebben een blinde vlek. Ze zijn er echt van overtuigd dat het probleem onder hun cliënten niet speelt.”

Statistisch gezien is dat laatste zo ongeveer onmogelijk, weet Roskes. Meer dan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen in Nederland heeft te maken gehad met seksueel geweld en ongewenste aanrakingen, blijkt uit de Monitor Seksuele Gezondheid van Rutgers. Volgens cijfers van CSG is één op de acht vrouwen ooit verkracht, bij mannen is dit één op de 25.

Posttraumatische stressstoornis

Niet iedereen die te maken heeft gehad met seksueel geweld, heeft hiervoor hulp nodig, zegt Iva Bicanic, hoofd van het CSG. “Maar uit onderzoek blijkt dat de helft van de mensen die seksueel geweld heeft meegemaakt, daarop vastloopt. Ze hebben relatieproblemen, of lijden aan slaap- en persoonlijkheidsproblemen, verslaving, suïcidaliteit, of – met stip op 1 – posttraumatische stressstoornis.”null

Ze melden zich volgens Bicanic met deze klachten bij hulpverleners, maar praten liever niet over hun ervaringen met seksueel geweld. “Hun gevoelens van schuld en schaamte zijn zo groot dat zij dat onderwerp hardnekkig vermijden. Soms zien ze zelf het verband tussen het misbruik en hun andere problemen niet. Er zijn hulpverleners die zich alleen richten op dat ene stukje waar de patiënt voor komt, als een legitieme uitwijkmanoeuvre om het werkelijke probleem te omzeilen. Alsof je een rotte kies behandelt door alle tanden eromheen schoon te maken, maar de kies zelf onaangeraakt te laten. Dat de artsen of hulpverleners seksueel misbruik ongemakkelijk vinden is begrijpelijk, maar dat mag niet betekenen dat ze het onderwerp dan maar moeten ontwijken.”

Bij Angela Bison waren het niet de ervaringen met seksueel geweld die aan de basis lagen van haar verslaving, maar ze hebben de verslaving later wel versterkt, vertelt ze. “Iedere nare ervaring probeerde ik af te dekken met alcohol of drugs. Ik ging er alleen maar méér door gebruiken. Achteraf denk ik dat het had geholpen als ik tijdens mijn verslavingstherapie ook over die ervaringen met seksueel geweld had gepraat. Ik moest voortdurend standaard vragenlijsten invullen. Of ik suïcidale gedachten had, of ik een leegte ervoer, of ik me eenzaam voelde. Achteraf vind ik het heel raar dat er nooit één vraag over seksueel geweld ging.”

Zowel Iva Bicanic als Blauwe Maan pleit er daarom voor dat hulp- en zorgverleners tijdens de intake standaard vragen naar ervaringen met seksueel geweld. Bicanic: “De verantwoordelijkheid om erover te beginnen ligt nu nog te veel bij de patiënt, en niet bij de hulpverlener – dat moeten we omkeren. Gezien het aantal mensen dat met seksueel geweld in aanraking komt, is het helemaal niet gek om ernaar te vragen: in een huisartsenpraktijk zijn het er algauw twee per dag. Je gaat als zorgverlener een traject met iemand aan, dan is het goed uit te leggen waarom je wilt weten wat iemand heeft meegemaakt. Zorgverleners hoeven heus niet meteen expliciet over misbruik te beginnen, ze kunnen bijvoorbeeld eerst in brede zin vragen welke negatieve ervaringen iemand heeft meegemaakt.”

Verstijven bij aanraking

Er zijn bovendien vaak genoeg aanleidingen voor een zorgverlener om erover te beginnen, zegt Roskes van Blauwe Maan. “Een patiënt die bij de huisarts de grootste moeite heeft zich uit te kleden, een patiënt die bij de psycholoog komt vanwege relatieproblemen, een patiënt die in de tandartsstoel verstijft bij iedere aanraking – dan kun je vragen: heeft u soms iets naars meegemaakt op gebied van intimiteit?”

Vervolgens is het heel belangrijk niet te oordelen. “Ik heb de schuld altijd bij mezelf gezocht”, zegt Bison. “Pas sinds kort weet ik dat daar een naam voor is: victim blaming. Blijkbaar was het makkelijker mezelf wijs te maken dat ik het zelf had veroorzaakt, dan dat ik in een situatie terecht was gekomen waarin iets gebeurde tegen mijn wil. Ik vond het ook erg moeilijk te zeggen dat ik verkracht en aangerand was. ‘Toch is dat wat er is gebeurd’, zei de hulpverlener bij Blauwe Maan tegen me. Mensen hebben dingen bij mij gedaan die ze niet hadden mogen doen.” 

Ook hulpverleners maken zich onbewust soms schuldig aan victim blaming, weet Bicanic van het CSG. “Opmerkingen als ‘je had ook bij hem weg kunnen gaan’, of ‘waarom heb je niet tegengestribbeld’ zijn schadelijk. Die kunnen ertoe leiden dat iemand er jarenlang niet meer over begint.” Het andere uiterste is echter ook niet handig, zegt Bicanic. “De meeste mensen zijn niet gebaat bij al te veel ‘oh wat erg voor je’. Ze vinden het vaak ongemakkelijk al te veel als slachtoffer bejegend te worden.”

Na aantal maanden nog eens ernaar vragen

Het is zeker niet de bedoeling het onderwerp op te dringen, zegt Bicanic. “Misschien wil iemand er niet over praten, dat is ook goed. Het gaat erom dat hulpverleners laten merken dat de mogelijkheid er is. Op die manier ‘normaliseren’ ze het onderwerp en stralen ze uit dat ze het niet uit de weg gaan. Het kan ook geen kwaad er na een aantal maanden nog eens naar te vragen.” 

Bison moet toegeven dat ze er twintig jaar geleden niet op was ingegaan als hulpverleners hadden gevraagd of ze ooit iets naars had meegemaakt op seksueel gebied. “Ik zou me te erg hebben geschaamd om erover te praten. Maar waarschijnlijk was aan m’n gezicht wel te lezen geweest wat de vraag met me deed. En misschien had het me eerder aan het denken gezet. Tegen hulpverleners zou ik willen zeggen: ga er maar vanuit dat het antwoord ‘ja’ is.”

Tips voor hulpverleners

Social designers Anne Ligtenberg en Mats Horbach werken samen met Blauwe Maan aan een online platform met concrete tips van slachtoffers voor hulpverleners.

Hoe vraag je als hulpverlener naar seksueel misbruik?

In hun project #YouToo? verzamelen Ligtenberg en Horbach zo veel mogelijk ervaringen en adviezen uit de praktijk. Ze zijn nog op zoek naar artsen, maatschappelijk werkers, docenten en hulpverleners die hun kant willen belichten: waarom is praten hierover zo moeilijk? Professionals die willen bijdragen kunnen zich aanmelden op www.vraag-youtoo.nl 

Depressie en hypomanie = onderdrukte en ontplofte expressie?!

Mijn bipolaire 2 stoornis bleek een post traumatische stress stoornis te zijn. PTSS wordt vaker verward met een Bipolaire 2 Stoornis, omdat de symptomen erg op elkaar lijken. Bij PSYTREC (waar ik mijn PTSS behandeling heb gehad) maken ze dit vaker mee. Ik heb na zitten denken over mijn “depressies en hypomaniën”. Wat zijn depressies en hypomaniën nu eigenlijk? Waar kwamen ze precies vandaan? Wat gebeurde er in mij?

Depressie is onderdrukte expressie

Door mijn behandeling bij PSYTREC ontdekte ik dat mijn depressies allemaal voortkwamen uit het onverwerkte trauma, het seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Ja duh, denk je nu misschien. Maar ik zat er zo in gevangen dat ik het pas ging inzien toen ik het misbruik begon te verwerken.

De gevoelens van schaamte, schuld, walging, onveiligheid etcetera maakten dat ik me intens rot voelde. Ik onderdrukte mijn gevoelens, omdat het teveel pijn deed. Het was te eng en te pijnlijk om te voelen wat er allemaal te voelen was. Daardoor onderdrukte ik mezelf, mijn expressie.

Dat is volgens mij wat depressie eigenlijk écht is. Depressie is onderdrukte expressie. Het onderdrukken van wie je bent, met alle gevoelens die erbij horen. Het gevoel dat je jezelf niet mag en kunt zijn, een “I can’t be me disease”.

De oorzaak van onderdrukking is denk ik bij iedereen anders. Bij mij was de oorzaak het onverwerkte seksueel misbruik.

Ik ben van mezelf, als vurig leeuw teken, een erg intens en expressief persoon. Dus mijn expressie, mezelf, onderdrukken was echt een uitputtingsslag en heel deprimerend.

Ik zie ineens heel helder dat ik tijdens depressies mezelf als een kurk heel hard onder water heb geprobeerd te duwen. Dat kostte veel energie, want die kurk wilde natuurlijk per se naar de oppervlakte.

Als onderdrukken niet meer lukte dan knalde die kurk ineens naar boven. Als tegenbeweging ontplofte mijn expressie ver boven het water uit. Dat was de “hypomanie” denk ik nu.

Verschil manie en hypomanie

Bij een bipolaire 2 stoornis is er geen sprake van manieën, maar van hypomaniën. Er treedt bij een hypomanie hyperactiviteit, overmatige vreugde, impulsiviteit en prikkelbaarheid op, maar het contact met de realiteit gaat niet verloren en er treden ook geen psychotische symptomen op, zoals wanen en hallucinaties. Wat bij een manie vaak wel het geval is.

Een hypomanie ervaarde ik dus nooit als ontregelend en voelde vaak juist fijn omdat ik zóveel levenslust en energie kreeg. Na een periode van depressie was het heerlijk om weer tot leven te komen!

Het nadeel was dat het nogal ongecontroleerd voelde. Het was echt als een lang onderdrukte kurk die uit het water ontplofte. En ik wist na deze toffe piek volgt altijd een diep dal. Er zat dus altijd angst onder de hypomanie.

Hypomanie is ontplofte expressie

Nu ik weet wat ik nu weet, denk ik dus dat mijn hypomanie altijd ontplofte expressie was. Ik ben van mezelf een vurig, enthousiast, gedreven en creatief type. Door het onderdrukken van mezelf door mijn onverwerkte trauma kon ik niet mezelf zijn. Ik vond dit heel verwarrend, frustrerend en verdrietig. Maar het lukte me niet om het anders te doen.

Het voelde alsof die onderdrukte expressie ergens een uitweg zocht en als die werd gevonden ontplofte het dus, omdat het zolang onderdrukt was. Echt als een kurk onder water. Een kurk drijft, die móet naar het oppervlaktewater.

Omdat mijn angstbrein/ amygdala en zenuwstelsel zo ontregeld waren door mijn onverwerkte trauma lukte het me niet om die kurk gewoon lekker te laten drijven op het water. Ik was te erg uit balans. Dus het was óf onderdrukte expressie óf ontplofte expressie.

Ik had natuurlijk wel periodes waarin de kurk even rustig kon drijven, maar ik wist altijd: straks gaat ie weer onder water of de lucht in. Ik had totaal geen controle. Wat ik ook probeerde.

De ontplofte expressie uitte zich bij mij in veel levenslust en levensvreugde waarbij ik van alles creëerde. Ik heb van mezelf veel energie en creativiteit en die wilde ik dan per se uiten, want NU kon het! Ik wist nooit hoe lang zo’n periode zou duren, dus het voelde als nu of nooit.

Ik zette in een paar uur tijd websites op, startte allerlei projecten, deed allerlei bijzonder leuke dingen. Ik hou van creëren en samen mooie dingen maken. In periodes van ontplofte expressie deed ik van alles, maar het was dus nogal ongecontroleerd en ongedoseerd. Daarna stortte ik altijd weer in.

Ik kan nu zo goed zien en voelen wat er voorheen gebeurde. Ik ben niet meer bang dat ik weer terugval. Ik heb namelijk met de behandeling van PSYTREC de oorzaak aangepakt en mijn trauma verwerkt. Ik voel dat ik weer aan het roer van mijn leven sta.

Door verwerking kan ik mijn expressie gewoon uiten

Door mijn behandeling, mijn huiswerk en de nazorg kan ik nu eindelijk “gewoon mezelf zijn”. Ik ben nog steeds een vurig, enthousiast, gedreven en creatief type, maar omdat nu eindelijk mijn hoofd, lijf en hart in balans zijn, één zijn, kan ik mijn expressie gewoon uiten, zonder extreme pieken en dalen. Ik voel me niet langer verscheurd.

Ik denk dat ik van nature een persoon ben met meer beweging in mijn emoties. Met meer golven. Maar dat vind ik nu niet meer erg, ik ben er niet meer bang voor. Dat maakt dus ook dat ik niet meer bang ben dat ik last ga krijgen van depressies en hypomaniën. Ik weet nu hoe ik om moet gaan met mijn emoties. Met mezelf. Mijn amygdala is tot rust gekomen en ik weet hoe ik mijn angstbrein rustig kan houden. En mocht ik het even niet meer weten dan durf ik om hulp te vragen en weet ik dat er altijd hulp is.

Volgende maand begin ik met mijn nieuwe baan. Na een paar jaar niet te hebben gewerkt, omdat ik in die jaren hard aan mezelf heb gewerkt. Maar nu is het tijd voor een nieuwe job! Deze baan is een schot in de roos. Ik ben door zoveel mensen zo goed geholpen om weer te kunnen beginnen met werken. Echt geweldig. Ik ben daar heel dankbaar voor. Ik kan mezelf zijn in deze functie en lekker creatief bezig zijn. Ik heb er superveel zin in!

Ik krijg het liedje van Madonna in mijn hoofd 🎶Express yourself!🎶 Expressie makes me happy.

It didn’t start with you door Mark Wolynn

Ik ben veel aan het lezen over seksueel misbruik en de gevolgen van seksueel misbruik. Ik lees ook veel over de gevolgen van familietrauma’s sinds ik meer weet over wat er in mijn familie is gebeurd.

Via een gesponsord bericht op Instagram (tóch wel handig die cookies!) kwam ik bij het boek van Mark Wolynn: “It didn’t start with you. How Inherited Family Trauma Shapes Who We are and How to End the Cycle.” Superinteressant!

(Ik luister het boek trouwens via een gratis proefabonnement op Audible, via die gesponsorde advertentie.)

Het boek gaat niet over seksueel misbruik. Het wordt zelfs nergens genoemd, vreemd genoeg. Het gaat over trauma in het algemeen en over hoe dat wordt doorgegeven. Ik vind het fascinerend (en confronterend en heftig!) hoe trauma’s onbewust op cel en dna niveau worden doorgegeven.

Ik zat in de buik van mijn oma

We zijn allemaal zo verbonden. Bijvoorbeeld: vrouwen hebben niet alleen in de buik van hun moeder gezeten, maar óók in die van hun oma! Wist jij dat? Ik niet!

Ik heb het even opgezocht en het klopt:
“Al tijdens de zwangerschap worden bij de vrouwelijke foetus alle eicellen gemaakt voor haar hele leven. Als de foetus zo ongeveer 6 maanden oud is bevatten de eierstokken ( je hebt 2 eierstokken, 1 rechts en 1 links van je baarmoeder) zo’n 6 tot 7 miljoen eicellen.” Wonderlijk toch?!

De schrijver Mark Wolynn vertelt dat we dus letterlijk fysiek imprinted zijn met de trauma’s van onze moeders, oma’s en overgrootoma’s enzovoort. Zelfs het sperma van de vader is imprinted als er in zijn familie onverwerkte trauma’s zijn. Deze trauma’s worden dus altijd doorgegeven!

Dat vond ik heel interessant. Zo vóelt het voor mij namelijk ook en eindelijk snap ik waaróm. Ik heb altijd “een olifant in de kamer” gevoeld bij mijn familie en had last van onderlinge spanningen. Nu snap ik veel beter hoe dat kan.

(Vreselijke) onderzoeken bij muizen

In (vind ik vreselijke) onderzoeken bij muizen traumatiseerden ze bepaalde muizen en ontdekten ze dat de trauma response (onder andere bijbehorende veranderde stresslevels) in muizen tot wel drie generaties verder in de famillie nog steeds werden aangetroffen.

Bij muizen die dus zelf géén trauma hadden meegemaakt, maar wél aantoonbaar schade hadden opgelopen door het onverwerkte trauma van hun (voor)ouders. De schade was zelfs terug te vinden in het sperma van de muizen!

Afgezien van het feit dat ik dit afschuwelijk wrede onderzoeken vind, vind ik het wél heel interessant. Muizen zijn geen mensen, maar ik kan me voorstellen dat het bij mensen precies zo werkt.

Mark zegt dat er nog te weinig onderzoek is gedaan bij familie van mensen waar PTSS/ onverwerkte trauma’s heerst om duidelijke conclusies te trekken.

Je leert natuurlijk ook van je ouders. Je kijkt naar ze, doet ze (onbewust) na en neemt onbewust van alles over en geeft dat weer door aan je eigen kinderen. Maar trauma werkt dus niet alleen door door gedrag, maar slaat zich dus óók op in je cellen en je DNA. Ik heb hier vroeger al wel eens over gelezen in het werk van Bruce Lipton, maar ik kan het nu ineens in een context plaatsen.

“It didn’t start with you” is een fascinerend boek. Heftig ook. En confronterend. Ik ben nog bezig met lezen, maar Mark Wolynn komt gelukkig ook met manieren om de familie trauma verspreiding te doorbreken. En dat is mijn wens! Ik wil dat het stopt, want ik heb twee dochters en die wil ik hier niet mee opzadelen nu ik weet dat ik het kan doorbreken.

Ik denk dat ik al heel veel goed werk heb verzet door mijn behandeling bij PSYTREC en al het huiswerk dat ik doe. Maar ik voel dat er nog meer opgeruimd en verwerkt moet worden. Daar ga ik voor!

Ps. Ik heb contact opgenomen met Mark Wolynn, omdat me opviel dat hij nog nergens in het boek seksueel misbruik had genoemd als trauma. Hij noemt onder andere trauma’s als een oorlog meemaken, vroegtijdig overlijden en ander verlies van dierbaren, maar hij noemt nergens expliciet seksueel misbruik.

Seksueel misbruik is mijn inziens een groot trauma dus ik vroeg hem waarom hij dat niet noemt in zijn boek. Hij reageerde, super attent, met:

“Sexual abuse is definitely a huge trauma, as big as the others I mentioned, and very multi-layered. The reason I didn’t address it in the book is that it would have taken several chapters to highlight the underlying and ensuing dynamics. I plan to address it in my next book.”

Ik ben dus benieuwd naar zijn nieuwe boek!

De resultaten van mijn PSYTREC behandeling

Mijn behandeling bij PSYTREC is nu precies een maand geleden. Een mooi moment om de resultaten tot nu toe op te schrijven.

Ik had nooit durven dromen dat mijn behandeling zóveel positieve veranderingen met zich mee zou brengen. Ik had natuurlijk al heel veel voorwerk gedaan, maar die behandeling heeft al het verschil gemaakt.

♡ Geen herbelevingen meer

Het allerbelangrijkste is dat de behandeling mij heeft laten voelen en ervaren dat ik veilig ben in het hier en nu en dat ik mijn trauma en het leven aan kan. Omdat ik geen herbelevingen meer heb, ervaar ik dat het trauma iets is van toen en niet meer van nu. Daardoor gedraag ik me nu niet meer alsof ik nog onveilig ben. Mijn stress systeem is door PSYTREC ge-reset en ik heb tools gekregen om om te gaan met stress.

Een mooi voorbeeld is de eerste avond na mijn behandeling. Robin en de kinderen sliepen bij mijn schoonouders. Ik was die nacht dus alleen thuis. Voor het eerst sinds het trauma kon ik gewoon naar bed gaan!

De monsters onder het bed

Vroeger, als ik alleen sliep of alleen met de kinderen was, dan checkte ik voordat ik ging slapen de sloten wel tien keer. Zat alles écht goed dicht?! Daarna keek ik in alle kasten, onder alle bedden of er niet een man verstopt zat.

Ja ik weet het, hoe bizar, dat je als volwassen vrouw in kasten en onder bedden gaat kijken of er niet iemand zit… Maar me onveilig voelen was voor mij zo normaal dat ik niet eens doorhad hoe abnormaal mijn gedrag was. Al is het overigens voor iemand met PTSS wél normaal/ logisch gedrag!

Ik liet altijd een lampje aan, legde een wapenstok naast mijn bed en liet mijn oordoppen uit. Als Robin thuis was, sliep ik wel altijd met oordoppen, zodat ik niet van ieder geluidje (van de kinderen) wakker zou schrikken. Als ik alleen sliep, liet ik mijn oordoppen altijd uit, zodat ik alerter kon blijven op geluiden. Veiligheidsgedrag dus eigenlijk.

Eindelijk gewoon slápen!

De eerste nacht na mijn tweedaagse behandeling deed ik de deuren op slot, liep zonder extra controleren naar boven, maakte me klaar om naar bed te gaan, deed de lichten uit, oordoppen in en viel (zonder in een foetushouding te kruipen!) gewoon in slaap!

Ik heb de hele nacht probleemloos doorgeslapen! Niet wakker geschrokken, geen nare dromen. Ik kon het haast niet geloven! Het was zo gek om te beseffen dat ik het oude veiligheidsgedrag niet meer nodig had.

Sinds mijn behandeling slaap ik veel dieper. Ik hoef dus geen oordoppen meer in om diep te slapen. Ik schrik niet meer van ieder geluidje wakker en check niet meer of “de kust veilig is”. Wat een verademing! De wapenstok ligt niet meer naast het bed, maar opgeruimd in de kast. Nachtmerries heb ik niet meer gehad.

♡ Niet meer hyperalert zijn

Sinds de behandeling ben ik niet meer hyperalert. Ik scan niet meer de omgeving of de mensen. Ik hoef niemand meer aan te kijken om te zien of iemand te vertrouwen is. Ik hoef niet meer iedereen gedag te zeggen om te laten zien dat ik aardig ben en dat ze me geen kwaad hoeven te doen. Ik mág mensen nog wel aankijken of gedag zeggen als ik dat wíl, maar het hoeft niet meer. Het gevoel van moeten is eraf. Wow, wat een bevrijding!

Omdat ik niet meer hyperalert ben, en mijn angstbrein/ alarmsysteem dus niet meer constant overbodig staat te loeien, raak ik nog maar zelden overprikkeld. Terwijl ik voorheen dagelijks overprikkeld raakte. Dat was mega vermoeiend. Ik heb nu dus ook meer energie! Er is een groot energielek gedicht.

Natuurlijk raak ik nog wel eens overweldigd, maar dat is meestal als er nog iets ouds geraakt wordt. Ik herken dan dat het iets ouds is, doorvoel het en herinner mezelf dat ik nu mezelf ben en in het hier en nu veilig ben. En dan zakt het oude gevoel weg.

♡ Niet meer hoeven vermijden

Ik merk ook heel sterk dat ik niet meer hoef te vermijden. Door de behandeling ontdekte ik hoeveel ik vermeed om mezelf veiligheid te bieden. Nu doe ik dingen, die ik héél lang niet meer durfde. Zoals solliciteren! Er kwam een hele leuke functie voorbij en ik dacht: ik probeer het gewoon! Het was een supertoffe ervaring, ze waren heel enthousiast en ik mag binnenkort op gesprek komen. Wat er ook uitkomt, het was in ieder geval echt goed voor mijn zelfbeeld!

Ik durf nu bijvoorbeeld ook gewoon met de luxaflex open op de bank te zitten of yoga te doen. Ik heb niet meer de angst dat iedereen naar me kijkt, dat ze me willen pakken. Ik durf nu veilig in het zicht te zitten en heb niet meer steeds de behoefte me (in hoekjes) terug te trekken. Ik durf weer dingen te posten op social media, gewoon wanneer ik er zin in heb. Een paar “simpele” voorbeelden, maar voor mij zo’n groot verschil!

♡ Verbetering in mijn gedrag en cognities

Mijn hoofd is door de behandeling opgehelderd. Ik kan nu uitzoomen, relativeren, afstand nemen in plaats van in fight, flight en freeze reacties te zitten.

Ik ben ook héél blij dat ik geen suïcidale gedachtes meer heb. Voor mij was denken aan de dood iets wat ik regelmatig deed. Ik zag het als enige uitweg om aan de chaos en pijn in mijn hoofd en lijf te ontsnappen en rust te vinden. Door PSYTREC heb ik eindelijk rust gevonden in het hier en nu.

Ik ben dus rustiger en stabieler geworden in mijn hoofd en in mijn gedrag. Ik bereidde mezelf altijd overdreven goed voor, was overal veel te vroeg. Ik vond álles even belangrijk. Alles was urgent. Nu kan ik veel beter hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden. Ik kan nu ook beter mijn grenzen voelen en aangeven en voelen wat ik nodig heb. Ik heb daardoor niet meer zo’n haast en ben geduldiger geworden. Dat geeft rust!

Prefrontale cortex ipv amygdala

PSYTREC noemt dat: de langzame weg. Voorheen stond mijn amygdala overuren te draaien. Door het onverwerkte trauma gingen constant de alarmbellen in mijn hoofd af en ging alles via de snelle route: de amygdala. En dat is nou net niet het nadenkende deel van het brein, maar het fight, flight, freeze of faint stuk van het brein.

De behandeling bij PSYTREC heeft mijn amygdala gekalmeerd en mijn prefrontale cortex geactiveerd en wow dat voelt zo anders! Eindelijk grond onder mijn voeten.

Het voelt anders dan het fundament dat ik tijdelijk voelde door de medicatie in dat kleine jaar dat de lithium leek aan te slaan. Dat bleek, voor mij, een brokkelig fundament. Terwijl ik door PSYTREC nu een stevig fundament voel. Diep geworteld.

Ook is mijn korte lontje weg, waardoor ik niet meer overprikkeld en snel geïrriteerd ben. De angst en paniek ontwrichten mijn leven niet meer. Natuurlijk ervaar ik nog emoties als angst, boosheid en verdriet, maar die emoties zijn nu veel beter gedoseerd en gereguleerd. Dat probeerde ik voorheen ook, maar het lúkte nooit.

Door de behandeling lijkt het alsof ik ineens een volumeknop in mijn hersenen heb. Ik kan de boel regelen en afstemmen. Voorheen was het alleen een ‘aan en uit’ knop. Nu voel ik meer controle zonder dat ik me als paniekerige controlefreak hoef te gedragen. Mijn lijf voel ik veel meer, omdat het nu niet meer eng is om in mijn lijf te zijn. Het voelt zachter, warmer, ronder in mijn lijf.

♡ Ik voel me veilig en kan het leven aan

Er zijn nog veel meer voorbeelden van wat de behandeling voor mij heeft betekend, maar ik denk dat dit de belangrijkste zijn. Er komen er vast nog meer op. Het is pas een maand geleden.

De allergrootste winst is dat ik eindelijk voel en ervaar: Ik ben veilig en ik kan het leven aan.

Ik word niet meer overspoeld door angst, schaamte, schuld, walging en paniek. Ja, ik kan die gevoelens natuurlijk nog wel eens voelen. Maar ik kan ze nu eindelijk plaatsen en weet dat het getriggerd wordt door iets ouds. Ik erken dat ik slachtoffer ben geworden van seksueel misbruik en dat het mij heeft beschadigd. Ik ben daarvan aan het herstellen. Ik hoef niks meer weg te drukken. Het misbruik en de schade daarvan bepalen mijn leven niet meer.

Roer in eigen handen goed voor zelfbeeld

Door mijn behandeling bij PSYTREC heb ik het roer weer in eigen handen gekregen. Eindelijk bepaal ik zélf mijn leven en niet hij en de schade die hij heeft aangericht.

Mijn zelfbeeld is enorm veranderd door de behandeling en dat verandert mijn leven. Ik heb het al zovaak gezegd, maar PSYTREC heeft me echt bevrijd. Ik verheug me op mijn toekomst!

De olifant in de kamer

Er is een moment in mijn leven geweest dat er ineens een grote, vieze olifant mijn kamer in denderde. Ik had het totaal niet verwacht. Ik schrok me dood.

Het ergste was nog: nadat de olifant mij bijna dood liet schrikken, viel híj middenin mijn kamer dood neer. En liet me vervolgens achter met zijn lijk.

De dode olifant

Daar zat ik dan. Als meisje van vijf. Met een dode olifant. In mijn kamer. Of beter gezegd: in mijn bovenkamer. In mijn binnenwereld. Ik voelde meteen: niemand mag die olifant ooit te zien krijgen. Die olifant mag nooit benoemd worden. Nooit! Het was vast mijn eigen schuld dat hij daar lag. Dus ik moest het zelf oplossen.

Ik voelde de schaamte, schuldgevoelens en walging die de olifant met zich mee had gebracht. Het was verwarrend, beangstigend en vies.

Het verstoppen van de olifant

Ik kreeg de olifant niet in mijn eentje weg uit mijn bovenkamer. Om hulp durfde ik niet te vragen. Dus het werd mijn geheim. Ik liet hem onderstoffen en dekte hem zorgvuldig af met vrolijke kleedjes, zodat nooit duidelijk zou worden dat er eigenlijk een dode olifant onder lag.

Die berg met vrolijke kleedjes middenin mijn kamer lag daar natuurlijk heel erg in de weg. Dus ik moest mij sinds de dag dat de olifant in mijn kamer dood neer viel iedere dag om zijn lijk heen manoeuvreren.

Een aanslag door een olifant

De olifant nam veel ruimte in beslag. Hij deed een aanslag op mijn vrijheid en mijn gevoel van veiligheid.

Zolang ik bleef doen alsof ik dat niet erg vond en vermeed om ernaar te kijken, aan te denken en over te praten, was het best te doen. Ik “vergat” zelf wat er precies onder die kleedjes verstopt lag. Maar ja, hij lag er wel en dat ik bleef ik voelen…

Hoe langer hij daar lag en hoe groter en ouder ik werd hoe moeilijker het werd om om de olifant heen te bewegen en hem te negeren.

De olifant in de kamer benoemen

Daar kwam ook nog bij: hoe langer ik de olifant negeerde, hoe meer hij ging rotten en stinken. Tot ik het niet meer kon vermijden.

Andere mensen begon ook op te vallen dat er iets in mijn kamer lag wat er niet hoorde. Dat er iets niet klopte.

Leven met de olifant in mijn kamer was op een gegeven moment niet meer te doen. Ik hield het niet meer vol. Er móest iets veranderen.

Laagje voor laagje begon ik de olifant bloot moet leggen. De kleedjes eraf te halen om te kijken wat er precies onder lag. Ik vroeg eindelijk om hulp en begon erover te praten. Want ik had hulp nodig om de dode olifant bloot te leggen en uiteindelijk uit mijn kamer weg te halen. Alleen kon en durfde ik het absoluut niet aan.

De olifant: het trauma

Sommige mensen leken al te weten dat ik een olifant in mijn kamer had. Of ze dat bewust hadden aangevoeld, weet ik niet. Misschien hadden ze zelf ook een dode olifant in hun bovenkamer liggen. Je herkent denk ik alleen iets bij een ander als je het in jezelf herkent? Voor sommige mensen was het een grote shock.

Wat het in ieder geval in eerste instantie was voor mezelf en vele anderen was, was doodeng en zwaar ongemakkelijk.

De olifant in de kamer is natuurlijk een metafoor voor mijn trauma. Mijn trauma is het onverwerkte seksueel misbruik dat ik op mijn vijfde meemaakte met mijn zwemleraar. Mijn geheim dat ik met niemand durfde delen. Ook omdat ik er geen woorden voor had.

In een onbewaakt moment kwam hij, de dader, als een olifant via de porseleinkast mijn kamer in. En daar is hij járen gebleven. Hij bepaalde voor een groot deel mijn leven. Hij ontwrichtte mijn leven. Zonder dat ik precies door had dat híj het was. Ik dacht dat ik het zélf deed.

Tot het moment dat ik hem ontmaskerde en erkende dat HIJ degene was die mijn leven ontwrichtte.

Verwerken en herstellen

Sinds het moment dat ik het doorzag, kwam er verandering. Ik hoefde niet meer bang te zijn en me niet meer te schamen. De dode olifant maakte plaats voor een krachtige, brullende leeuw.

Verwerken en vermijden gaan niet samen. De olifant in de kamer moest benoemd en erkend worden. Het geheim moest verteld. De schaamte, schuld en walging moesten terug van mij naar hem. Ik moest mezelf weer vinden als referentiepunt.

Het is work in progress. Mijn binnenwereld is nu eindelijk net zo mooi aan het worden als mijn buitenwereld. Wat een ruimte, rust en veiligheid is er ontstaan nu die olifant weg is uit mijn kamer.