De reset van mijn systeem

De dagelijkse reset van mijn systeem: een dip in het Gooimeer. Wát een mooie ochtend. Vandaag was een extra speciale dip.

Straks neem ik afscheid van de GGZ Rembrandthof in Hilversum en van mijn geweldige behandelaar.

4 jaar lang ben ik daar bijna wekelijks geweest. Ik werd behandeld voor mijn bipolaire 2 stoornis. Later bleek dat ik geen bipolaire 2 stoornis had, maar dat mijn klachten kwamen door een posttraumatische stress-stoornis.

Die PTSS is een van de gevolgen van het seksueel misbruik uit mijn kindertijd. Door het RTL programma Geraldine en de vrouwen kwam ik bij psychotrauma expertisecentrum PSYTREC terecht.

Bij PSYTREC kreeg ik een great great reset, met behulp van Exposure therapie, EMDR, Psycho-educatie en een Activerend Sport en Bewegingsprogramma.

Het is fantastisch wat zij voor mij hebben betekend. Ik ben van mijn PTSS af dankzij PSYTREC.

Ik ben nog herstellende, dat voel ik wel. Maar mijn tijd bij de GGZ, afdeling bipolaire stoornissen kan worden afgesloten. Ze zeggen, en dat voel ik ook, dit is niet meer de juiste plek voor jou. Ik ben klaar daar.

Ik ben mega dankbaar voor mijn GGZ behandelaar. Ik voelde me zo veilig bij haar dat ik mijn trauma aan heb durven gaan. Zij was de eerste aan wie ik durfde te vertellen dat destijds ben misbruikt.

Nu ben ik blij dat ik verder kan met mijn herstel bij onder andere de online groep van Jeannette Dijkstra van Praktijk Voelmoedig en natuurlijk met de Wim Hof Methode en de Gooimeer dips met de Plonsclub. Ik blijf ook schrijven. Van me af schrijven helpt me.

Ik weet nu: wat er ook gebeurt, ik ben veilig en ik kan het aan.

Dankzij mijn reset.

🎵Here comes the sun. And I say it’s all right.🎶

Behandelplan van PSYTREC

Na 32 jaar durf ik eindelijk te praten over wat er in mijn jeugd is gebeurd en heb ik hiervoor hulp durven vragen. Dit vroegkinderlijk trauma is waarschijnlijk de oorzaak/ uitvergroter van mijn bipolaire stoornis. In januari begin ik met mijn PTSS traumabehandeling bij PSYTREC. Ik zie er als een berg tegenop én ik kijk er enorm naar uit.

Inmiddels heeft PSYTREC een behandelplan opgesteld en heb ik alle informatie ontvangen. De dagen bij PSYTREC zijn lang en intensief.

Dagschema Psytrec

Je krijgt een persoonlijk dagschema met wanneer je bepaalde therapie en sport hebt, maar de algemene dagindeling ziet er als volgt uit:

07.15 – 07.35 Ontbijten
07.35 – 08.00 Psycho-educatie over PTSS
08.00 – 09.30 Exposure therapie of sport
09.30 – 11.00 Exposure of sport
11.00 – 11.15 Psycho-educatie
11.15 – 12.45 Exposure of sport
12.45 – 13.15 Lunch
13.15 – 13.45 Psycho-educatie
13.45 – 15.15 EMDR therapie of sport
15.15 – 16.45 EMDR of sport
16.45 – 17.00 Psycho-educatie
17.00 – 18.30 EMDR of sport
18.30 – 19.15 Diner
19.15 – 19.45 Zelf werken in werkmap
19.45 – 21.45 Psycho-educatie

Lange, intensieve dagen dus. Als ik zie wat het de vrouwen van RTL4 programma Geraldine en de vrouwen heeft opgeleverd en als ik deze blog én alle reviews op Zorgkaart.nl lees, heb ik er alle vertrouwen in dat dit mij ook gaat helpen. Ik voel me echt in goede handen bij PSYTREC.

Exposure therapie

Ik ga bij PSYTREC met twee trauma’s aan de slag. Ik heb als kind traumatische dingen meegemaakt die mijn leven ontwrichten. Dit is dus waarschijnlijk de oorzaak/ uitvergroter van mijn bipolaire stoornis.

Om deze trauma’s effectief te behandelen gebruikt PSYTREC Exposuretherapie (naast EMDR therapie, een Activerend Sport- en Bewegingsprogramma en Psycho-educatie).

Bij Exposure Therapie haal je de traumatische herinnering tot in het kleinste detail op. Je moet precíes vertellen wat je is overkomen. Alles vertellen. Vooral de meest moeilijke momenten en die moeilijke momenten worden steeds weer herhaald.

Het is de bedoeling dat je zo ervaart dat je de ervaring kunt delen zonder dat er iets ergs met je gebeurt. Het trauma wordt op deze manier steeds meer iets wat vroeger gebeurd is, maar wat nu niet meer gevaarlijk en onveilig voor je is.

Het lucht, volgens PSYTREC, vaak op om het verhaal herhaaldelijk in detail te kunnen vertellen. De angst voor de herinnering aan de traumatische gebeurtenis daalt. Zo ga je je veilig voelen in het hier en nu.

Exposure Therapie sessies vinden individueel plaats. Net als de EMDR sessies. De rest is klassikaal.

Vermijdingsgedrag

Ik vind die Exposure therapie heel erg eng. Omdat ik al 32 jaar lang mijn uiterste best heb gedaan om er juist níet over te praten. Laat staan om álles te vertellen, en dan ook nog tot in detail. Maar ik begrijp het idee erachter en voel dat dit echt kan gaan helpen.

Het is bij de Exposure therapie dus heel belangrijk om te stoppen met vermijden en te stoppen met veiligheidsgedrag of je overlevingsmechanisme. Je moet het hélemaal aangaan. 100%.

Door Geraldine en de vrouwen heb ik geleerd dat mensen met PTSS heel veel vermijdingsgedrag vertonen. Ik schrok hier erg van. Want ik herkende het gedrag, maar ik wist helemaal niet dat dit vermijdingsgedrag was. En dat ik daar zo goed in ben geworden… Het is zo’n gewoonte geworden. Confronterend en heel leerzaam om te realiseren.

De functie van vermijdingsgedrag is dat je erdoor kunt overleven, je dag kunt doorkomen en niet zo overspoeld raakt door je emoties. Op het eerste gezicht dus een belangrijke functie. Op de korte termijn lijkt het verlichting te geven, maar op de langere termijn wordt vermijdingsgedrag schadelijk. Het houdt namelijk je stressklachten in stand en het kan er zelfs voor zorgen dat deze klachten verergeren. En dat is bij mij wel gebleken.

Voorbeelden van vermijdingsgedrag

– Vermijden om aan de details van de ingrijpende gebeurtenis te denken
– Niet over de naarste details willen praten
– Vermijden van activiteiten en situaties die aan het trauma doen denken
– ‘Vergeten’ van (delen) van het trauma
– Ontkennen, afleiden en vluchten: bv steeds met een ander bezig zijn, jezelf terugtrekken, veel huishoudelijke taken doen
– Geen of weinig contact met omgeving

Maar hoe weet je nou of iets vermijding of niet? PSYTREC zegt daarover het volgende.

“Wat zou er gebeuren als je wel zou moeten doen, zou je dan angstig worden? Zo kan hetzelfde gedrag voor de ene persoon vermijding zijn en voor de ander niet. Voor de één is het niet gaan hardlopen vermijding, als diegene denkt buiten gevaar te lopen. Voor de ander is wel gaan hardlopen vermijding, als diegene bang is om thuis overspoeld te raken door zijn emoties of herinneringen als hij/zij geen afleiding zoekt.”

Wat verhelderend! En eigenlijk heel logisch. Of zoals Johan Cruyff zou zeggen: Je ziet het pas als je het door hebt…

PSYTREC heeft me geholpen de schellen van mijn ogen te laten vallen. Nou ja, ik ben er natuurlijk nog niet, maar het begin is gemaakt!

Veiligheidsgedrag

Naast vermijdingsgedrag is veiligheidsgedrag gedrag wat mensen die iets traumatisch hebben meegemaakt veelvuldig inzetten. Veiligheidsgedrag is al het gedrag dat je toepast om jezelf zo veilig mogelijk te voelen.

Ik voel me heel vaak onveilig en dus pas ik veel veiligheidsgedrag toe. Voorbeelden hiervan zijn: me veel beter voordoen dan ik me voel, overdag de gordijnen dicht doen en de omgeving steeds scannen op gevaar/ hyperalert zijn

PSYTREC zegt dat veiligheidsgedrag erg effectief líjkt, omdat het minder angstig maakt. Op de lange termijn is veiligheidsgedrag echter niet effectief. Het zorgt ervoor dat je erg afhankelijk wordt van veiligheidsgedrag en zo leer je niet dat je situaties aankunt zonder veiligheid in te bouwen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor vermijdingsgedrag. Je zwakt jezelf af.

Gedragspatronen doorbreken

Tijdens de behandeling ga je met behulp van PSYTREC het vermijdingsgedrag en veiligheidsgedrag doorbreken.

Om me daar zo goed mogelijk op voor te bereiden, moet ik van PSYTREC zoveel mogelijk triggers verzamelen. Dit zijn bijvoorbeeld foto’s, situaties, geuren of geluiden die het trauma triggeren en me dus aan het trauma herinneren.

Om de gedragspatronen te doorbreken, gebruikt PSYTREC een persoonlijk exposureplan. Waarbij je jezelf steeds moet bloot stellen aan dingen die je anders wilt vermijden of veiligheidsgedrag voor toepast.

Mijn exposureplan

Toen de psycholoog mijn exposureplan voorlegde brak het angstzweet me uit. Tranen stroomden over mijn wangen. Van angst, maar ook van verdriet, confrontatie, frustratie, pijn. Om te zien wat ik allemaal heb gedaan om te overleven en om te zien en te realiseren dat ik dat allemaal moet opgeven. Pfffff…. Echt doodeng. En ook van levensbelang.

Ik mag al rustig aan beginnen met mijn exposureplan. Tijdens de behandeling gaan we er heel intensief mee aan de slag en mag ik echt niks meer vermijden. Nu mag ik nog kiezen waar ik mee aan de slag ga.

Ik begin in ieder geval met hetgeen PSYTREC als belangrijkste exposure punt gaf: de focus op mezelf te leggen in plaats van op de ander. Het tweede punt is: niet meer overdag de gordijnen (in ons geval luxaflex) dicht te doen. Dat vind ik al moeílijk!

Zin in mijn nieuwe leven

Ik zie dus heel erg tegen de behandeling op en ik kijk er heel erg naar uit. Want het lijkt me ook een bevrijding! Ik keek van de week naar de briljante Disney+ animatiefilm Soul (aanrader!!!).

Soul is echt een ode aan (het) leven en ik kreeg zo’n zín in mijn nieuwe leven! Een leven waarin ik niet meer verzuip in al die nare traumatische herinneringen. Een leven mét alle emoties die het leven rijk is, maar dan behapbaar. Zodat het leven voelt als leven in plaats van als overleven.

Maar voor het zover is moet ik nog door een hele zure, enge (voor mijn reptielenbrein) gifappel heen. Ik weet dat deze appel goed voor me is, maar ohhhh wat is het eng.

Hopelijk kan ik je eind januari op deze blog Rosie 2.0 voorstellen. To be continued… 🙂

Ps 1. Misschien lijkt het nu in deze blog alsof mijn hele leven kommer en kwel was; dat is niet zo!

Maar ik ben er inmiddels wel achter dat ik het leven teveel als een worsteling ervaar. En ik gun mezelf een leven met minder worsteling en met meer leven. Vandaar dat ik bij PSYTREC heb aangeklopt.

Ps 2. De prachtige prent met het vliegende paard is van Charlie Mackesy.

De transformatie van mijn trauma

Op 27 oktober 2020 ging ik weer naar mijn geweldige ademcoach Natalie, voor een sessie Transformational Breathing. Het was toen precies acht weken geleden dat ik voor het laatst bij Natalie was. Dat was op 1 september 2020. Er gebeuren altijd mooie dingen tijdens ademsessies, maar de sessie op 1 september 2020, heeft héél veel voor mij betekend.

Door die sessie voelde ik me zo veilig en gedragen dat ik de dag daarna bij mijn behandelaar eindelijk het geheim durfde te vertellen dat ik al tweeëndertig jaar bij me draag. Omdat ik toen eindelijk durfde te praten over mijn jeugdtrauma is er in acht weken een heleboel veranderd. Ik ga mijn persoonlijke verhaal nu ook delen in deze blog.

Sinds de ademsessie van 1 september 2020 ben ik met mijn GGZ behandelaar bezig om mijn jeugdtrauma te herschrijven met behulp van Imaginary Rescripting. Zodat het trauma mijn leven niet meer ontwricht en zodat ik er beter mee om kan gaan. Ook heb ik in die afgelopen acht weken aan mijn man, ouders, broertje en één van mijn beste vriendinnen verteld wat er gebeurd is. Dat luchtte enorm op.

In de war

Er is sindsdien dus enorm veel veranderd, waardoor ik eindelijk beter met mijn trauma om kan gaan. Maar ik wilde weer een ademsessie bij Natalie doen, omdat het altijd voor doorbraken zorgt. Op 27 oktober 2020 was het zover. Dat het zó’n doorbraak zou worden dat had ik niet verwacht. Transformatie is een beter woord.

Terwijl ik in haar woonkamer in de massagestoel zat met een kop thee, begonnen we te praten over hoe het afgelopen acht weken was gegaan. Ik vertelde dat ik nu aan de slag ben met mijn jeugdtrauma. Ik benoemde mijn trauma niet concreet, want ik durfde nog niet te vertellen wat er aan de hand was.

Natalie vroeg op welk thema ik deze sessie wilde ademen. Ik sloeg helemaal dicht omdat ik ging voelen wat ik wilde, maar ik voelde vooral wat ik níet wilde. En daardoor kreeg ik flashbacks naar het trauma. Ik moest ervan huilen en raakte in de war.

Op gegeven moment zei Natalie iets wat ik opvatte als: je moet niet in een trauma blijven hangen. Op een gegeven moment moet je door.

In paniek

Ik raakte getriggerd en bevroor. Ik voelde me aangevallen en kreeg het gevoel dat ik alles verkeerd deed. Ik voelde paniek opkomen en voelde me erg onveilig. Ik wílde niet blijven hangen in dit trauma, ik wílde door, maar om de één of andere reden kón ik het niet loslaten. Een deel van mij wilde bij dat trauma blijven. Hoe kwam dat?

Ze vroeg me vervolgens weer waar op ik wilde ademen en ik klapte weer dicht. Toen zei ik huilend: “Ik wil vol vertrouwen zijn.” Ik was echter zo getriggerd dat ik begon te hyperventileren. Natalie nam me snel mee naar haar ademkamer om transformerend te ademen. Ze hielp me mijn adem (en mij) weer rustig te krijgen.

Ik lag daar en ik dacht: “waarom raakten die opmerkingen me zo? Dat ik er niet in moet blijven hangen. Dat ik moet affirmeren dat het goed met me gaat. Dat ik het los moet laten. Ik kán het trauma niet loslaten. En ik wíl het ook niet loslaten. Waarom niet in godsnaam?”

Toen wist ik het

En toen werd ineens helder waarom. Ik voelde het zo duidelijk. Terwijl ik daar lag op het roze matras in Natalie haar ademkamer vol fijne Ibizavibes zag ik daar Roosje, een meisje van vijf jaar. Angstig en helemaal alleen.

Ik besefte: ik kon het trauma niet loslaten, omdat ik Roosje niet los kon laten. Ik kon haar niet aan haar lot overlaten. Ik wilde haar niet in de steek laten. Want zo voelde het als ik het trauma los zou laten. En dat voelde heel erg onveilig en vreselijk wreed.

Ik ontdekte namelijk dat ik nog steeds dat kleine meisje was. Omdat ik me nog steeds dat kleine meisje vóelde. Ik lag daar bij Natalie te ademen, fysiek, als Roos, een zevenendertigjarige vrouw. Maar mentaal voelde ik me nog steeds dat meisje van vijf, dat tweeëndertig jaar lang uit angst en schaamte was weggestopt in het kleedhokje. Het kleedhokje waar ze seksueel werd misbruikt.

Kleine Roosje

Tijdens deze ademsessie merkte ik dus heel duidelijk dat ik me nog steeds dat kleine meisje voelde. Al die tijd. Gevangen. Niet kunnen vluchten en steeds dingen meemaken die ik niet wilde. Mijn grenzen die niet werden gezien en niet werden (h)erkend. Ik voelde me zo lang constant onveilig. Terwijl het in het hier en nu allang veilig ís.

Want ik zit niet meer in dat kleedhokje. Ik ben er al tweeëndertig jaar uit. Ik ben nu een volwassen vrouw. Die voor zichzelf kan zorgen. Maar dat kon ik nooit echt voelen. Door het transformerend ademen voelde ik dat ik mezelf tijdens deze sessie uit dat kleedhokje zou kunnen bevrijden en kleine Roosje mee kon nemen. Ik was er alleen nog niet uit. Het besef was er al wel, maar nu de uitvoering nog.

Gelukkig hielp Natalie me van ademnood naar diep ademen. Door het tonen (geluid maken en bewegen met armen en benen) kon ik dóór alle angst en spanning heen. Waar ik normaal voor weg vluchtte. Zoals een vijfjarig meisje zou doen. Met Natalie bij me kon ik erdoorheen ademen. Zoals een volwassen vrouw.

Ik wil erkennen wat er gebeurd is in het kleedhokje: ik ben daar als jong meisje seksueel misbruikt. Ik probeerde er al die jaren niet over na te denken en er niet mee bezig te zijn. Want ik durfde daar niet te zijn. Maar ik durfde ook niet hier te zijn. Dat verklaart mijn suïcidale gedachten en doodswens wel, denk ik. Dat was een vlucht naar een veilige plek. Naar een thuis.

Volwassen Roos

Tweeëndertig jaar lang heeft dat kleine meisje in angst in dat kleedhokje gezeten en nu kan ik haar eindelijk helpen. Ik voelde dat ik graag de volwassen vrouw wil zijn. En dat ik me niet langer hoef te schamen voor wat er gebeurd is. Ik voelde ook dat mijn omgeving mag weten dat dit gebeurd is. Ik mag erover praten, op een manier die bij me past.

Ik wil er voor dat meisje zijn en ik wil er voor mezelf zijn. Dat meisje is een deel van mij en ik wil dat deel niet ontkennen uit angst en schaamte. Ik kan wat er is gebeurd meenemen en dan kunnen we er samen om rouwen. En ik kan haar troosten. De kleine Roosje en de grote Roos.

“Only you can hear my soul” hoorde ik uit de speakers in Natalies ademkamer. Dit liedje paste zo goed bij dit deel van de ademsessie. Alleen wij tweeën, Roos en Roosje, kunnen elkaar écht begrijpen. Meer is niet nodig. Begrip van anderen is fijn en steunend, maar begrip van elkaar is het allerbelangrijkste.

Uit het hokje bevrijden

Daarna kwam het liedje “So much magnificence” en ik voelde het echt: er is zóveel magnificence in dit leven. Er is nog zoveel meer dan dat kleedhokje. Ik moest weer heel diep ademen en toen ging ik weer helemaal op slot, omdat ik ineens weer in het kleedhokje zat.

Ik kreeg weer geen adem. Natalie hielp me daar doorheen. Ik moest tonen. Eerst kreeg ik bijna geen lucht. Ik kon geen geluid maken en niet bewegen. Ik stond in de freeze stand. Ik voelde me weer helemaal in het nauw gedreven. Ik wilde daaruit. Ik moest daaruit. En ineens gebeurde het: ik kon mezelf veranderen van het angstige meisje in de volwassen oervrouw. Ik voelde zóveel kracht opkomen!

Ik opende mijn ogen, kreeg mijn stem terug en kon keihard schreeuwen, slaan en trappen met mijn handen en voeten tegen het matras. Het leek wel alsof alles wat jarenlang in het donker had gezeten ineens licht kreeg. Ik slaakte oerkreten uit en bewoog als een wild dier terwijl Natalie mijn adem diep hielp te blijven. Ik voelde mezelf openbreken. Echt zoals een vlinder uit een cocon. Het was zo intens en zo bijzonder!

Transformatie door ademen

En zo bevrijdde ik ons uit het kleedhokje. Ik kreeg heel veel lucht en zoveel adem. En zóveel liefde! We waren eruit! Ik was geen jong meisje meer. Ik was Roos! Het voelde echt als een transformatie.

Ik voelde dat ik de kleine Roosje bij me had, als deel van mij en ik voelde dat ik haar altijd veilig kan houden. Dat ik mezelf kan redden en dat ik veilig ben hier in dit lichaam. Ik kan en mag voor mezelf zorgen. Vanuit het besef dat ik uit dat kleedhokje ben en dat ik Roosje er nu ook uit mee heb genomen.

Toen kwam het liedje “A hundred thousand Angels” en ik voelde dat Natalie een engel is. Net als mijn geweldige GGZ behandelaar, mijn man, mijn ouders, mijn vriendinnen en familie, mijn oude paard en mijn hond, iedereen om me heen en iedereen die me helpt groeien in dit leven is een engel.

Een engel

Maar de grootste openbaring was dat ikzélf óók een engel ben. Ik heb mezelf gered uit dat kleedhokje. De kleine Roos en ook de volwassen Roos.

Ik draag dat kleine meisje bij me. In me. Ze is een deel van mij en zal dat altijd blijven. En wat andere mensen ook zullen zeggen of doen. Het maakt niet uit, want hier bij mij is ze helemaal veilig. Samen kunnen we rouwen om wat er is gebeurd. Samen kunnen we het verwerken. In het hier en nu. Waar alles goed en veilig is. Want we zijn uit het hokje.

Ineens voel ik me niet meer onveilig, eenzaam en verlaten. Ik voel me vol vertrouwen. Ik voel me de oervrouw waar Natalie het altijd over heeft, maar die ik nog nooit zo had kunnen ervaren. Het kleine meisje voelt zich ook niet meer onveilig, angstig en verlaten. Ze vertrouwt op mij. En ik vertrouw op mezelf. De reddende engel die ik altijd zocht, blijk ik zelf te zijn.

‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’

Omdat ik sinds een paar maanden bezig ben met het verwerken van mijn jeugdtrauma lees ik veel over wat trauma met de hersenen en het lichaam doet. Ik kwam op het werk van psychiater Bessel van der Kolk.

Het gaat niet over de bipolaire stoornis, maar misschien heb jij ook een trauma meegemaakt die de bipolaire stoornis heeft getriggerd. Dan is meer leren over trauma misschien ook voor jou interessant. Het geeft mij in ieder geval veel herkenning, steun en inzicht.

‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’

Interview met Bessel van der Kolk in Augeo Magazine door Ditty Eimers.

Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?

‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?

‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

Hoe merk je dat?

Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?

Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?

‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?

‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?

Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

Maar dat is dus niet elk kind gegeven.

‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.

‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

Hoe kwam u daarmee in aanraking?

‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

Bessel van der Kolk, psychiater

Prof. dr. Bessel van der Kolk (1943, Den Haag) vertrok na zijn eindexamen naar de Verenigde Staten om medicijnen te studeren. Hij specialiseerde zich als psychiater en is oprichter en directeur van het Trauma Center in Brookline, Massachussets. Daarnaast is hij hoogleraar in de psychiatrie aan de universiteit van Boston. Hij wordt beschouwd als een van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van traumabehandeling en posttraumatische stressstoornis (PTSS)

Oorzaak van mijn bipolaire stoornis?!

Het zijn spannende weken voor me. Op 2 september 2020 heb ik voor het eerst met iemand durven praten over mijn jeugdtrauma. Ik durfde het te vertellen aan mijn behandelaar, die ik voor 100% vertrouw.

Twee weken later op 16 september was ik er klaar voor om het te delen met mijn man. En vandaag, 23 september 2020, heb ik het aan mijn ouders verteld. Mijn ouders en man gingen mee naar mijn behandelaar bij de GGZ. Mijn behandelaar heeft verteld wat er gebeurd is, want ik kon het nog niet zeggen. Daarna zijn we erover in gesprek gegaan.

Ik was heel erg bang voor hun reactie, maar gelukkig reageerden ze heel liefdevol en steunend. Het was ook een grote steun dat mijn man erbij was. Het voelt nog steeds eng dat ze het nu weten, maar ik ben ook opgelucht. Ik voelde me begrepen en gesteund. Door iedereen. Ook door mezelf.

De kern, de oorzaak?

Ik heb nu eindelijk het gevoel dat ik het beginnetje van die kluwe wol van ellende heb durven pakken. Ik heb altijd die hele kluwe wol in mijn handen gehad en uit zitten pluizen, maar ik heb nooit het begin durven aanraken. Daardoor raakte ik waarschijnlijk alleen maar meer in de knoop. Ik heb de kern van alles nu eindelijk durven benoemen. Het is denk ik ook de oorzaak van mijn bipolaire stoornis…

Ik vind het heel verdrietig, pijnlijk en moeilijk dat het zo lang heeft geduurd voor ik erover kon praten. Maar mijn behandelaar zegt ook: beter laat dan nooit. Veel mensen zeggen het pas op hun sterfbed of nemen de pijn mee hun graf in. En dat wil ik niet. Ik wil leven en genieten, samen met mijn al mijn dierbaren.

Nu was het blijkbaar eindelijk tijd om het te vertellen. Ik voelde me er nu pas veilig genoeg voor. Ook omdat mijn omgeving er nu, in mijn beleving, mee om zou kunnen gaan als ik het met ze zou delen.

Nu verder delen

Mijn behandelaar raadt aan om er veel over te praten. Op mijn manier, in mijn tempo en met degenen waar ik voor kies. Ik wil het ook aan mijn broer en beste vriendinnen vertellen. Maar dat vind ik wel heel eng. Om zo mijn shit bij hun neer te leggen. Ik voel me zó bezwaard. Ze hebben al genoeg aan hun eigen shit.

Maar de vriendin waar ik al levenslang bevriend mee ben zei: de poepluier van je eigen kind vind je niet vies, want daar hou je van. Wij houden van jou, dus kom maar op met die shit. Toen zei ik: maar babypoep is toch echt minder vies dan de poep van een 37 jarige! We moesten hard lachen om ons gesprek. Als we binnenkort rustig met z’n tweeën zijn, ga ik het vertellen.

De wond

Het voelt alsof ik een grote, vieze etterende wond heb waar ik al jaren mee rond loop. En die ik aan niemand durfde te laten zien. In plaats van hulp zoeken, heb ik er vele pleisters en verbanden overheen heb geprobeerd te plakken om de wond te verstoppen.

Nu ik mijn wond aan mijn man en ouders heb laten zien, realiseer ik me dat het weliswaar een wond is, maar dat dierbaren het niet vies vinden en ernaar durven kijken. Die vieze pleisters en verbanden zijn niet meer nodig. Ik wil de wond zorgvuldig behandelen en niet iedereen mag er naar kijken. Eerst meer helen en dan misschien verder delen. Alleen de mensen van wie ik hou durf ik toe te laten. Anders voelt het té kwetsbaar en onveilig.

Nu ik je zie

Ik ben aan het luisteren naar het boek van Merlijn Kamerling: Nu ik je zie. Ik heb Toen ik je zag van zijn moeder Isa Hoes vorig jaar geluisterd. Zo mooi. En ook Nu ik je zie is prachtig. Ik herken enorm veel in wat Antonie Kamerling zegt en hoe hij zich voelde. Helaas is de bipolaire stoornis hem fataal geworden.

Dat vind ik echt vreselijk. Ook omdat ik zelf vaak gevoeld heb dat ik dichtbij de rand stond. Nu ik mijn geheim heb verteld, voelt die rand ineens verder weg. Alsof over die rand gaan geen optie meer hoeft te zijn. Dat ik hier ook rust kan vinden. En veiligheid. En mezelf kan vinden. Alsof ik nu ineens mezelf zie zoals ik ook kan zijn.

Het is allemaal nog vers en het voelt nog kwetsbaar, maar ik denk echt dat ik op de goede weg ben. De weg naar balans. Dat hoop ik echt.

De kleine ziel en de zon

Heb je ooit gehoord van het verhaal van De kleine ziel en de zon? Het is van schrijver Neale Donald Walsch en het is mijn lievelingsverhaal.

Momenteel ben ik bezig met Imaginary Rescripting, met mijn behandelaar bij de GGZ. Het is een soort EMDR. Ik vind het heel erg intens maar het helpt me wel om mijn onverwerkte jeugdtrauma aan te gaan en eindelijk te gaan verwerken.

Een helend verhaal

Ik combineer mijn nieuwe GGZ therapie met een lifestyle/ voedingsprotocol: het Hashimoto Protocol en Transformational Breathing sessies bij Natalie van Bewust Ademen .

Zeker in deze turbulente en alles blootleggende corona tijd lijkt deze combinatie erg goed te werken, voor mij in ieder geval. Het verhaal van De kleine ziel en de zon komt steeds bij me op, ook tijdens de ademsessies en helpt me om naar mijn jeugdtrauma te durven kijken bij de GGZ. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar het verhaal helpt me.

Misschien heb jij er ook wat aan en anders is het gewoon een mooi verhaal om te lezen. : – )

De kleine ziel en de zon

Er was eens een Kleine Ziel die tegen God zei: “Ik weet wie ik ben, ik ben het licht net als alle andere zielen.”
God lachte breed. “Dat is waar!”, zei God. “Jij bent ook het licht.”


“Wow,” zei de Kleine Ziel, “Dit is toch echt gaaf. Maar weten wie ik ben is één ding, ik wil erváren wat het is om het licht te zijn!”


“Maar je bent het licht al,” herhaalde God weer lachend. “Ja, maar ik wil voelen wat het is!” zei de Kleine Ziel. 

”Aangezien je jezelf niet kunt zien als het licht als je in het licht bent, zullen we je met duisternis omringen,” zei God.

“Wat is duisternis?” vroeg de Kleine Ziel. God antwoordde: “Dat is wat je niet bent.”


“Zal ik bang zijn in het donker?” vroeg de Kleine Ziel. “Alleen als je ervoor kiest om bang te zijn,” antwoordde God. “Er is echt niets om bang voor te zijn, tenzij jij ervoor kiest om dat te zijn. Want weet je, we verzinnen het allemaal, we doen alsof.”


“Oh,’” zei de Kleine Ziel, en voelde zich al beter. Toen legde God uit dat, om iets te kunnen ervaren, het tegenovergestelde aanwezig moet zijn.

“Het is een groot cadeau,” zei God, “want zonder het tegenovergestelde kun je niets ervaren. Je kunt geen warm ervaren zonder koud, geen boven zonder beneden, geen snel zonder langzaam. Je kunt geen links zonder rechts ervaren, geen hier zonder daar, en geen nu zonder toen.


“Dus, concludeerde God, wanneer je omgeven bent door duisternis, bal je vuist niet, verhef niet je stem en vervloek de duisternis niet. Wees liever een licht in de duisternis en word er niet boos over. Dan weet je wie je echt bent en iedereen zal het weten. Laat je licht zo schijnen dat iedereen weet hoe speciaal je bent!”


“Bedoel je dat het goed is anderen te laten zien hoe speciaal ik ben?” vroeg de Kleine Ziel. “Natuurlijk!” God grinnikte. “Het is heel goed! Maar onthoud: ‘speciaal’ betekent niet ‘beter’. Iedereen is speciaal, ieder op zijn of haar eigen manier! Alleen zijn velen dat vergeten. Zij zullen dan ook zien dat het goed is voor ze om speciaal te zijn wanneer jij ziet dat het goed voor jou is om speciaal te zijn.”


“Wow,” zei de Kleine Ziel, lachend van vreugde. “Ik kan zo speciaal zijn als ik wil!” “Ja, en je kunt nu beginnen,” zei God, die mee lachte samen met de Kleine Ziel. “Welk deel van speciaal wil je zijn?”


“Welk deel van speciaal?” herhaalde de Kleine Ziel, “Ik begrijp het niet”
“Wel,” legde God uit, “Speciaal zijn heeft heel veel kanten. Het is speciaal om aardig te zijn, of zachtmoedig, of creatief of om geduldig te zijn. Kun je nog meer bedenken waarin je speciaal kunt zijn?”


De Kleine Ziel zat een moment stil. “Ik kan een heleboel manieren bedenken om speciaal te zijn!” riep de Kleine Ziel toen uit. “Het is speciaal om hulpvaardig te zijn, om te delen, om vriendelijk en zorgzaam te zijn voor anderen!”


“Ja!” bevestigde God, “en je kunt al deze dingen zijn, of elk ander deel van speciaal dat je wilt zijn, op elk moment. Dat is wat het betekent om het licht te zijn.”


“Ik weet wat ik wil zijn, ik weet wat ik wil ervaren!” zei de Kleine Ziel met groot enthousiasme. “Ik wil dat deel van speciaal zijn dat Vergevingsgezind zijn heet.” “Het is toch speciaal om vergevingsgezind te zijn?”


“O, jazeker,” verzekerde God de Kleine Ziel. “Dat is heel speciaal.’
“Oké,” zei de Kleine Ziel, “Dat is wat ik wil zijn. Ik wil vergevingsgezind zijn. Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind.”


“Goed,”zei God, “Maar er is één ding dat je moet weten.”De Kleine Ziel werd nu een beetje ongeduldig. Het lijkt wel of er elke keer weer een complicatie is.
“Wat is het?” zucht de Kleine Ziel.
“Er is niemand om te vergeven.”
“Niemand?” De Kleine Ziel kon nauwelijks geloven wat er gezegd werd.
“Niemand!” herhaalde God. “Alles wat ik heb gecreëerd, is perfect. Er is geen enkele ziel van alle creaties die minder perfect is dan jou. Kijk maar om je heen.”


Toen realiseerde de Kleine Ziel zich dat zich een grote menigte had verzameld. Zielen kwamen van Heinde en Ver, van overal uit het koninkrijk. Want het was als een lopend vuurtje rond gegaan dat de Kleine Ziel een ongewoon gesprek met God had en iedereen wilde horen wat er gezegd werd.

Rondkijkend naar de ontelbare andere Zielen die hier bijeen waren, moest de Kleine Ziel toegeven: niemand leek minder prachtig, minder magnifiek of minder perfect dan de Kleine Ziel zelf. Dat was het wonder van de Zielen die om hem heen waren, en zó helder was hun licht.

“Wie is er dan te vergeven?” vroeg God.
“Jonge, dit is helemaal niet grappig!” gromde de Kleine Ziel. “Ik wil mijzelf ervaren als vergevingsgezind. Ik wil weten hoe dat deel van speciaal voelt.
”Toen stapte een vriendelijke ziel naar voren uit de menigte. “Maak je geen zorgen, Kleine ziel,” zei de Vriendelijke Ziel, “Ik zal je helpen.”


“Wil je dat?” De Kleine Ziel klaarde op. “Maar wat kan je dan doen?” “Wel, ik kan je iemand geven om te vergeven!” “Kan je dat?” “Ja” zei de Vriendelijke Ziel. “Ik kan in je volgende aardse leven komen en iets doen wat jij kan vergeven.


“Maar waarom? Waarom wil je dat doen?” vroeg de Kleine Ziel. “Jij, die van zo’n ongelooflijke perfectie bent! Jij die trilt van zo’n snelheid dat het zo’n helder licht creëert dat ik het niet kan evenaren! Wat kan je reden zijn dat jij je vibraties wil verlagen zodat jouw licht donker wordt? Wat kan de reden zijn voor iemand die zo licht is om in mijn leven te komen en jezelf zo zwaar te maken zodat je dit slechte kan doen?”


“Simpel,” zei de Vriendelijke Ziel. “Ik zal het doen omdat ik van je hou.”
De Kleine Ziel leek verrast door het antwoord.

“Wees niet zo verbaasd,” zei de Vriendelijke Ziel, “Je hebt hetzelfde gedaan voor mij. Herinner je het je niet meer? O, we hebben gedanst samen, jij en ik vele keren.


Je herinnert je het alleen niet meer. We zijn allebei alles geweest. We zijn het hoge en het lage geweest, het linker en het rechter. We zijn het hier en het daar geweest, het nu en het toen. We zijn het manlijke en het vrouwelijke geweest, het goede en het slechte We zijn beide het slachtoffer en de dader geweest. Zo zijn we samen gekomen, jij en ik vele malen eerder; steeds de ander de exacte en perfecte gelegenheid te geven om te  uiten en te ervaren wie we werkelijk zijn.

En daarom,” legde de Vriendelijke Ziel verder uit, “Kom ik in je volgende leven en zal ‘de slechte’ zijn dit keer. Ik zal iets heel slechts doen, en dan kan jij jezelf ervaren als degene die vergeeft.”

“Maar wat wil je dan doen?”vroeg de Kleine Ziel een beetje nerveus, wat wil er zo erg zijn?” “Oh,” antwoordde de Vriendelijke Ziel met een glimlach, “We bedenken wel iets.”

Daarna leek de Vriendelijke ziel serieus te worden, en zei met rustige stem, “Je hebt over één ding gelijk, weet je.”
“Wat is dat?” wilde de Kleine Ziel weten. “Ik zal mijn vibraties moeten verlagen, heel zwaar worden en deze niet zulke leuke dingen doen. Ik zal me anders moeten voordoen dan ik in werkelijkheid ben. En daarom wil ik je als dank om een gunst vragen.”


“Oh, wat je wilt, wat je wilt!” riep de Kleine Ziel, en begon te dansen en zingen, “Ik zal vergevingsgezind zijn!”

Toen zag de Kleine Ziel dat de Vriendelijke Ziel erg stil bleef. “Wat is er?” vroeg de Kleine Ziel. “Wat kan ik voor jou doen? Je bent zo’n Engel dat je dit voor me wilt doen!”.


“Natuurlijk is de Vriendelijke Ziel een Engel!” onderbrak God. “Iedereen is een Engel! Herinner altijd; Ik stuur je niets dan Engelen.”


“Wat kan ik voor je doen” vroeg de Kleine Ziel weer. “Op het moment dat ik je kwaad doe,” antwoordde de Vriendelijke Ziel. “Op het moment dat ik jou het ergste aandoe dat je je kunt voorstellen – op dat precieze moment… ”

“Ja?” onderbrak de Kleine Ziel, “Ja….?”
De Vriendelijke Ziel werd nog stiller: “Herinner me als wie ik werkelijk ben.”
“O, dat doe ik!, dat beloof ik! Ik zal je altijd herinneren zoals ik je hier en nu zie!”

“Goed’” zei de Vriendelijke Ziel, “Want weet je, Ik zal zo hard bezig zijn met doen alsof, dat ik mijzelf zal vergeten. En als jij me niet herinnert zoals ik echt ben, kan ik het me misschien voor heel lang niet herinneren. En als ik vergeet wie ik ben, kan jij ook vergeten wie jij bent, en zullen wij beiden verloren zijn.

Dan hebben we een andere ziel nodig om langs te komen en ons te helpen herinneren wie we zijn.” “Nee, dat zullen we niet!” beloofde de Kleine Ziel weer. “Ik zal je herinneren! En ik wil je bedanken dat je me dit cadeau wilt geven, De kans om mezelf te ervaren wie ik ben.”

Aldus was de afspraak gemaakt. En de Kleine Ziel ging verder in een nieuw aards leven. Vol verwachting om het licht te zijn, wat heel speciaal was en vol verwachting om dat deel van speciaal te zijn dat vergevingsgezindheid heet.

En de Kleine Ziel wachtte gespannen om de ervaring te hebben als vergevingsgezindheid en dankbaarheid aan welke Ziel dan ook die dit mogelijk maakt. En op elk moment in het nieuwe aardse leven wanneer er een nieuwe Ziel ten tonele verschijnt, ongeacht of deze nieuw ziel vreugde brengt of droefenis – speciaal als ze droefenis brengen – dacht de Kleine Ziel aan wat God had gezegd: “Herinner je ALTIJD, Ik stuur je alleen Engelen”.

Naar het boek ‘De kleine ziel en de zon.’

Neale Donald Walsch

Bipolaire Stoornis en paniek stoornis

De pieken en de dalen die ik al zo lang ken. De hele hoge pieken die ik liet zien (want: leuk!), de hele diepe dalen die ik goed verborgen hield (want: loser!). Tot ik drie jaar geleden “uit de kast kwam” en aan mijn omgeving liet weten dat ik leef met hypomanieën en depressies met suïcidale gedachten. Ik kreeg de diagnose: bipolaire 2 stoornis. Dat deel van mijzelf blootgeven was doodeng! Nu wist iedereen wat een mislukkeling ik ben. Het bijbehorende schuldgevoel en de schaamte vond ik echt ondraaglijk.

Dit is precies de reden waarom ik een ander deel van mij mooi in die kast liet zitten. Ik was heel blij dat er hulp en begrip kwam voor mijn (hypo)manisch depressiviteit, dat heeft me zeker geholpen! Maar dat andere deel vrijgeven zou voor weer extra schaamte en schuld zorgen. Ik durfde het niet aan.

Paniekvogel uit de kast

In deze gekke tijd legt corona alles bloot. Zo voelt het voor mij in ieder geval. Terwijl ik me wilde verstoppen in de kast, ben ik er door corona hardhandig uitgewerkt. Mijn paniekvogel is los.

Deze corona periode zorgt niet alleen voor heel veel stress, onzekerheid, gevoel van onveiligheid en een zware depressie, maar ook voor angst en paniek. Heel veel paniek…

Als kind kon ik me al heel angstig en paniekerig voelen. Ik werd snel bang en onzeker als ik me niet op mijn gemak voelde. Toen ik vijf was begon het. Ik voelde me héél angstig en panisch en dat voelde zowel mentaal als fysiek vreselijk. Sindsdien voel ik me bijna altijd onveilig.

Omdat ik geen aansteller en mislukkeling wilde zijn en voorál niemand tot last wilde zijn, ben ik mijn paniekvogel zoveel mogelijk gaan verstoppen. Dat lukte natuurlijk lang niet altijd. Zo heb ik in mijn eindexamenjaar en in mijn tijd op de Universiteit ernstige hyperventilatieaanvallen gehad. Die verberg je niet… Verder ging het best goed. Oke, mensen vonden me soms wel wat paniekerig of zenuwachtig overkomen. Vooral over, in hun ogen, kleinigheden.

Voor hun een kleinigheid, voor mij huge! Maar als het volgens anderen niet veel voorstelde dan moest ik me dus niet aanstellen en “gewoon” doorgaan. Wees geen slappeling!

Gewoon beter je best doen!

Depressies kon ik, voordat ik kinderen had, best goed verbergen. De paniekvogel net zo. Ik had ook het idee dat iedereen zulke heftige gevoelens had maar dat ik er slecht mee om ging. Sukkel, dacht ik. Gewoon beter je best doen! Iedereen kan het leven aan, jij moet dat ook kunnen! Hup, schouders eronder!

Rond mijn 22ste dacht ik écht dat er iets mis was met mijn hart. Mijn hart sloeg nu wel heel vaak op hol of juist stil. Ik kreeg vanuit het ziekenhuis een hartkastje om. Uitslag: niks mis met het hart. Het was “gewoon” hyperventilatie. Ik werd doorgestuurd naar een haptonoom. Dat leek te werken en ik besloot meteen de opleiding te gaan doen!

Haptonomie bleek niet de oplossing. Yoga niet. Hypnotherapie niet. Transformational Breathing niet. EFT niet. Etcetera. Van alles geprobeerd. Niks hielp blijvend. Maar ik deed het allemaal wel. Ik deed mijn best.

Paniekstoornis

Aangezien niks hielp, bleek mijn paniekvogel verstoppen dus echt de beste strategie. Vond ik zelf. Immers, niemand zit te wachten op een (depressief) panisch en vooral zwak persoon. Dus “face your fear and do it anyway!” Geen ontwijkgedrag vertonen. Alle goeroes die ik volgde om van mijn angst en paniek af te komen, zeiden dat. “Ga uit je comfortzone!” “No fear!” “Angst is een slechte raadgever!” Allemaal adviezen die voor mij niet zo goed bleken aangezien ik bijna alles eng vond en me erg onveilig voelde.

En dus ging ik steeds over mijn grenzen heen. Stress op stress op stress. Maar omdat ik wel alles dééd, viel de buitenwereld niet op hoe bang is was. Ik deed me veel sterker voor dan ik me voelde. Het ging voor mijn gevoel uiteindelijk toch om the survival of the fittest: overleven.

Ik ben nu 36 en het is tijd om mijn comfortzone IN te gaan, maar wel met passende hulp. En dus heb ik (ja nu pas, eerder lukte me echt niet) aan mijn behandelaar verteld dat ik niet alleen die hele hoge pieken en hele diepe dalen ervaar maar óók veel heftige angst en paniek(aanvallen). Ze maakte een overzicht op het bord van mijn klachten en daaruit kwamen twee hoofdlijnen: bipolariteit en gevoel van onveiligheid. Daar gaan we nu mee aan de slag.

Ik heb last van dezelfde klachten als bij een paniekstoornis en dat kan de volgende klachten geven:

  • hartkloppingen, zweten, koude rillingen, duizeligheid, beven
  • benauwdheid, een drukkend vervelend gevoel op de borst
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten
  • droge mond, misselijkheid, maagpijn, braken of diarree
  • het gevoel dat de omgeving er anders uitziet
  • het gevoel dat je de controle over jezelf verliest, gek wordt of doodgaat

Ik kan ze allemaal afstrepen. Regelmatig…

Als bijna alles eng is

Ik voel me echt een stumper, maar om een beetje een beeld te geven van waar ik angst en paniek van krijg een kleine opsomming. Rationeel wéét ik dat het niet waar is, maar voor mijn lijf voelt het alsof het wél waar is.

– Het leven: er hoeft niks geks te gebeuren. Het kan een normale dag zijn, zonder afspraken of spannende dingen. En toch voelt het fysiek zo vreselijk, waardoor mijn hoofd ook op hol gaat. Vanaf het moment dat ik wakker word voelt het meteen alsof ik een opgejaagd hert ben dat ieder moment doodgeschoten kan worden. Paniek vanuit het niks. Stress die door mijn lijf giert. Daardoor staat mijn brein onder hoogspanning en krijg ik soms echt het gevoel gek te worden. Ik was altijd bang dat ik opgenomen zou worden. Dat iedereen zou zien wat mislukkeling en slappeling ik ben. Daardoor werd/ wordt de paniek natuurlijk alleen maar erger en voel ik me nóg onveiliger. En ik word er zó ontzettend moe van. Dag in dag uit. Alleen het afgelopen jaar ging het best goed en voelde ik me vrij stabiel. Van maart 2019 tot maart 2020. Tot de corona kwam…

– Sociale dingen: mensen die (steeds) te dicht bij me komen staan, brrrr! Ga aub uit mijn ruimte! Lang leve de 1,5 meter afstand! Alleen mensen die dicht bij me staan, kunnen zonder paniek dicht bij me staan. Tijdsdruk: red ik het allemaal wel? Kom ik wel op tijd bij de afspraak? Het sociaal doen op bijvoorbeeld feestjes en verjaardagen: wat moet ik zeggen/ doen/ laten? Vinden ze me wel aardig? Ben ik hier wel veilig? Zullen ze niet zien dat ik een mislukkeling ben? Een zwakkeling?

– Reizen: lang stuk met de auto rijden: oh jee wat als de auto het begeeft en ik langs de (snel)weg sta! Nu met kids vind ik het nog enger, wat als we een ongeluk krijgen! Vliegen: wat als ik te laat kom, wat als ik mijn bagage niet kwijt kan, wat als… Gek genoeg heb ik absoluut géén vliegangst. Met het O.V.: eng! Wat als ik een aansluiting mis? Wat gaat er allemaal gebeuren? Wat als alles fout gaat!? Ben ik hier wel veilig. Niet weten waar ik precies terecht kom tijdens reizen en of ik wel een plekje kan vinden om me terug te trekken. Daarom ga ik nu eigenlijk altijd naar dezelfde plekken, zodat ik weet waar ik aan toe ben. Dan is het reizen nog wel eng, maar de bestemming niet meer. Dat voelt weer wat veiliger.

– Werken: werken gaat me ogenschijnlijk goed af. Maar van binnen… Constante (faal)angst. Angst om door de mand te vallen. Me niet veilig voelen. Veel spanning in mijn lijf. Ik werk al een tijdje niet. Het ging niet meer. De combinatie van depressies, angst en paniek nekten me. Ik kreeg zóveel paniekaanvallen, achter elkaar. Niet te doen.

Nieuwe behandeling

Omdat ik de paniekvogel uit de kast heb gelaten, weet mijn behandelaar nu beter wat te doen. Ik krijg nu sinds deze week een andere vorm van therapie. Fijn dat ik nu nog beter geholpen kan worden.

Maar de paniekvogel is uit de kast. Hij vliegt los en dat zorgt wel weer voor extra paniek bij mij. Het is lang geleden dat ik me zó onveilig en kwetsbaar heb gevoeld. Want er meer over praten, maakt het voor mij alleen maar zichtbaarder wat er gebeurd is en hoe “mislukt” ik ben. Terwijl ik ook heus wel weet dat ik nog zoveel meer ben. Maar dat weet de paniekvogel niet… Die vliegt paniekerig rond tegen de ramen aan. Ik heb nachtmerries. En natuurlijk extra paniekaanvallen.

Door corona is mijn oude manier van omgaan met mijn paniekvogel geen optie meer. Nu hoop ik dat ik de losvliegende paniekvogel kan temmen. Of kan kortwieken. Of nou ja, dat de GGZ weet wat ik moet doen. Tot die tijd: inhala exala (en oxazepam.)

xoxo

Brief voor hulp

Onderstaande brief schreef ik, in overleg met mijn therapeut, aan mijn dierbaren om hun hulp te vragen en ze uit te leggen wat een bipolaire stoornis voor mij betekent.

Deze brief (en vooral de lieve reacties daarop) heeft me erg geholpen bij mijn weg naar herstel. Misschien is het schrijven van zo’n mail voor jou ook een goed idee en heb jij er ook wat aan.

“Lieve familie en vriendinnen,

Hopelijk gaat het goed met jullie?!

Ik schrijf deze brief omdat ik jullie om hulp wil vragen. Ik hoop dat jullie de tijd willen nemen om deze brief te lezen.

Zoals jullie weten is er afgelopen maart een bipolaire 2 stoornis bij mij gediagnosticeerd. Hiervoor ben ik inmiddels in therapie.

Wat betekent dit voor mij? Er is een hoop op z’n plek gevallen en daar ben ik heel dankbaar voor. Het geeft me rust.

Ongeacht of het label nu wel of niet klopt; ik ben heel blij dat ik hulp krijg en eindelijk weet hoe ik om kan gaan met waar ik al mijn hele leven mee worstel. Al is het nog steeds lastig, het gaat wel beter dan voorheen.

Zolang als ik me kan herinneren heb ik last van hevige energie- en stemmingsschommelingen, hooggevoeligheid en prikkelbaarheid. Dit leidt enerzijds tot periodes waarin ik supervrolijk en ontzettend energiek ben. In die periodes voel ik me on top of the world en kan ik veel aan. Ik verzet bergen werk, zeg het liefst overal “ja” op en kan de gekste dingen doen. Ik hou dan zóveel van het leven!

Anderzijds komt er na zo’n hoge piek altijd een heel diep dal. Dan heb ik weinig tot geen energie en ben erg moe en overprikkeld. Op die momenten voel ik me angstig, paniekerig, onzeker en vaak ook erg depressief… Zo erg dat ik dan niet meer wil leven en me verdwaald voel op deze wereld.

Het contrast tussen deze twee periodes is heel groot, heel vermoeiend en vooral heel verwarrend.

Hoe kan ik me het ene moment zo FANTASTISCH voelen en het andere moment dood willen, terwijl ik zo’n mooi leven heb met zoveel dierbare mensen en dieren om me heen? Ik begreep het niet en schaamde me enorm.

Vanwege de grote schaamte en het grote schuldgevoel heb ik hier nooit met iemand over durven praten of om hulp durven vragen.

Ik heb geprobeerd mijn diepe dalen zo goed mogelijk voor de buitenwereld verborgen te houden. Het sloeg toch ook nergens op: Zo snel en vaak van zó gelukkig naar zó ongelukkig gaan? Dat zou toch niemand serieus nemen?

Ik ben blij dat ik in februari toch ‘gebroken’ ben, alles heb durven vertellen en eindelijk om hulp heb gevraagd. Het was het engste dat ik ooit heb gedaan…

Nu doe ik weer iets wat ik heel eng vind: jullie allemaal om hulp vragen.

In therapie leer ik om te gaan met deze ‘beperking’, maar vooral om mezelf te accepteren zoals ik ben.

Mezelf accepteren zoals ik ben, vind ik het allermoeilijkste…

Ik leer te accepteren dat ik heel (prikkel)gevoelig ben en snel uit balans raak en dat ik daar mijn leefstijl op moet aanpassen. Dat ik hiervoor een wekelijkse planning moet maken, zodat ik overprikkeling voorkom/ beperk en mijn balans behoud.

Ik leer mijn energiepeil in de gaten te houden en te levelen. Uitspreken wat me dwars zit, plannen, dagelijks yoga, mediteren en mindfulness helpen me hier enorm bij.

Ik leer ook negatieve dominante gedachtes te herformuleren. Mijn grootste negatieve dominante gedachte is: “Ik ben niet goed zoals ik ben.”

Het allerbelangrijkste van alles is: mijn leven zo indelen dat ik niet meer overprikkeld en uit balans raak. Dat betekent (het accepteren van) heel veel rust, ritme en regelmaat en dingen klein en simpel houden.

Ik voel(de) me zo’n loser hierdoor… Maar dit is echt mijn medicijn. Ik moet het zo doen, anders red ik het niet…

Mijn vraag aan jullie is: Zouden jullie rekening willen houden met mijn ‘gebruiksaanwijzing’ en er begrip voor willen hebben?

Ik vind het zelf nog heel erg lastig om te accepteren, dus ik hoop dat jullie me kunnen helpen.

Mijn gebruiksaanwijzing betekent eigenlijk dat ik:

  • niet veel afspraken zal maken of misschien (op het laatste moment) afspraken zal moeten afzeggen omdat ik uit balans ben of dreig te raken.
  • het liefste 1 op 1 wil afspreken of in kleine groepjes.
  • soms oordoppen in heb tegen teveel prikkels.
  • me af en toe (ineens) afzonder om mijn balans weer te vinden.
  • misschien wel mijn hele leven periodes heb waarin ik heel hyper en superenthousiast ben of juist erg teruggetrokken en down ben. En dat het belangrijk is dat ik het gevoel heb dat die beide kanten van mij er óók mogen zijn.
  • me aan mijn planning zal moeten houden, wat soms voor anderen misschien saai zal zijn.
  • soms erg emotioneel reageer als ik overprikkeld en uit balans ben, maar dat ik dat niet persoonlijk bedoel!
  • ‘simplify’ mijn motto is. Dus dat ik dingen graag klein hou en doe.
  • zal doen wat goed voelt voor mij en mijn gezin, ookal is dat soms ongezellig of saai voor anderen.
  • soms jullie hulp nodig heb als iets me niet lukt omdat er teveel prikkels zijn of als ik in een dal zit (de verjaardag van aanstaande zondag bijvoorbeeld).

IEEEEKS! Nou het is eruit! Ik hoop dat jullie me geen mislukkeling vinden en dat ik mijn ‘simple life’ kan leven én er samen met jullie van kan genieten.

Super bedankt voor al jullie hulp en steun van de afgelopen tijd. Ik snap dat het voor jullie ook niet altijd makkelijk is.

Ik ben enorm dankbaar dat jullie in mijn leven zijn!

Love you all!!!

Veel liefs!”